A part of me is gone

Standaard

Rare dag. Eerst vrolijk, dan heel verdrietig, dan weer vrolijk, nu misselijk.

Ik heb geen zin om over de leuke dingen te schrijven (raar maar waar). Ik denk dat het beter is om mijn slechte gevoel van mij af te schrijven, dat lucht misschien op.

Doordat ik gisteren over de laatste twee jaar van mijn papa heb geschreven kwamen al die herinneringen weer heel sterk terug. De slechte herinneringen. De niet leuke, zieke, herinneringen. Zoals ik al schreef was het begin (het eerste jaar en half) nog niet zó erg. Toch niet als ik het vergelijk met de laatste 2, 3 maand. Dus doordat ik daarover heb geschreven voelde ik dat het nodig is om ook die laatste maanden eens te beschrijven. Dus ik zal het proberen. Ik weet niet zeker dat het mij zal lukken omdat ik het echt heel moeilijk vind om daaraan terug te denken. Deze ochtend tijdens de les sprak ik er met een vriendin over en toen begon ik al te wenen. Dus nu zal ik het sowieso ook moeilijk krijgen. Maar ik wil het proberen.

Ik zal proberen om het een beetje chronologisch te houden. Dus daarom begin ik bij het begin (logisch 😉 😉 😉 )

Maar ik kan het toch niet altijd blijven negeren? Binnenkort is het al de begrafenis! Ik kan het mij echt niet voorstellen. In mijn verbeelding zit mijn papa gewoon naast mij om mij te troosten maar dat kan gewoon niet want het is zijn begrafenis! Misschien is het nog vroeg om daar over na te denken maar langs de andere kant is het echt niet zo lang meer hé. Een paar maand. Hoelang is dat eigenlijk? Een paar maand? Er zijn al 20 dagen voorbij sinds die paar maand begonnen. Dat is al bijna een maand. Strikt gezien is een paar maand twee maand. Dus dan heeft hij nog maar 42 dagen ofzo te leven. Dat kan toch niet! Dat is zo kort! Wat kan een mens nu nog doen in 42 dagen? Binnen 42 dagen is het nog vakantie dan moet het school zelfs nog beginnen, ik denk dat dan zelfs mijn 2 weken op het speelplein nog moeten beginnen. Nee, 42 dagen kan echt niet. Ik wil dat hij nog minstens een jaar leeft maar een jaar is veel meer als een paar maanden. Dus eigenlijk zou hij zeker al tegen kerstmis dood moeten zijn, dat kan toch echt niet! Dat kan ik mij echt echt niet voorstellen. Alles wat ik mij bedenk, daar staat mijn papa bij.

Dit heb ik 29 juni geschreven. Toen wist ik al 20 dagen dat mijn papa ging doodgaan. Ik was toen van plan om elke dag of elke week iets te schrijven, maar dat is de enige keer dat ik dat gedaan heb. De volgende keer dat ik iets geschreven heb was de tekst die ik op de begrafenis heb voorgelezen. Nu heb ik daar wel spijt van dat ik niet elke dag, al was het maar heel kort, iets heb geschreven. Want daardoor zou ik het mij nu allemaal veel beter kunnen herinneren. Nu is meer als de helft een vaag, verwarrend beeld.

Begin juli ben ik op monitorcursus geweest. Eerst had ik totaal geen zin meer om daar naartoe te gaan, maar ik ben toch maar gegaan omdat ik dan weg kon zijn van de rare en moeilijke situatie thuis. Dat was makkelijker. Toen ik daar was, op die cursus, heb ik mij soms wel kunnen amuseren maar meer als de helft van de tijd zat ik met mijn papa in mijn hoofd. Ik heb toen veel gedanst (ik weet nog goed dat er veel mensen waren die mij raar vonden :p maar dat kon mij niet schelen) om mijn zinnen te verzetten. Maar dat hielp niet. Niets hielp. Mijn papa ging nog steeds doodgaan, hoeveel ik ook danste.

Terwijl ik die cursus volgde, zijn mijn ouders ook op vakantie gegaan, naar waar weet ik al niet eens meer… Maar ze hebben ervan genoten, dat weet ik wel nog. Ik hoop dat ze toen veel gepraat hebben over wat er allemaal ging komen, over wat ons te wachten stond. Maar dat weet ik niet.

Na die cursus zijn we allemaal (ik, mijn twee broers, mama én papa) op vakantie naar Frankrijk geweest. Onze laatste vakantie. Voor altijd. Dat is echt zo raar, dat idee dat je op vakantie vertrekt en dat je weet dat dat voor de laatste keer met papa erbij is. Het was een mooie vakantie, misschien te mooi en te gezellig. Want we deden allemaal alsof er niets aan de hand was. Alsof we niet wisten dat papa ging sterven. Alsof we één gelukkige, toffe familie waren die genoten van hun vakantie. Tot op één avond. De avond die ik nooit zal vergeten. We zaten op restaurant en we waren aan het bespreken wat we de volgende dag gingen doen. Mijn broer, Pieter, had in niets zin, hij zei dat het allemaal stomme dingen waren. Hij zei dat we deden alsof er niets is terwijl we allemaal wisten wat er was. Hij was kwaad. We zijn vertrokken uit het restaurant, we reden naar ons huisje. In de auto was Jeroen aan het wenen, dat zag ik. Maar iets zeggen deed ik natuurlijk weer niet. Toen we terug in het huisje waren vroeg mama wat Pieter dan wou. Praten zei hij. Praten hebben we gedaan. Ik kan mij nog perfect voorstellen hoe we daar zaten. Ik zat in de hoek van de zetel, Pieter naast mij, mama in de zetel ernaast, papa daarnaast en Jeroen op een stoel voor mij. We hebben gepraat en vooral veel geweend. Iedereen, behalve papa. Hoe dat kan snap ik nog altijd niet. Ik heb daar zo hard en zo luid zitten wenen terwijl mijn papa geen traantje heeft weggepinkt. Hij heeft mij niet eens getroost. Hij zat daar en wou alles weten. Hij wou weten wat er van ons terecht ging komen. Wat we wouden in ons leven, hoe we de toekomst zagen. Bij mij was dat duidelijk, zei hij meteen. Huisje, tuintje, boompje, kindje. Inderdaad. Niet moeilijk dus bij mij. Bij Jeroen was het onduidelijk maar toch wist papa dat het ook met Jeroen allemaal goed ging komen. Ondanks dat ze de jaren ervoor nooit overeen kwamen, altijd ruzie, zelden of nooit gewoon praten. Jeroen is net zoals papa. Een avonturier die niet weet wat hij wil en die toch vastberaden is en opkomt voor zijn ideeën. Dat kon papa toen precies wel aanvaarden, dat hij niet exact wist wat Jeroen wou, maar hij wist dat hij wel op zijn pootjes terecht zou komen. Nu komen we bij het ‘probleem kind’. Pieter. Studeert niet, is half gek, doet niks, wilt niks, … Geen toekomst, dat dacht papa alleszins. Weer ruzie. Hij moest écht weten wat Pieter wou aanvangen met zijn leven. Na uren praten wisten we nog niets meer. Als Pieter het niet eens wist, hoe konden wij het dan weten? Niet.

Toen vroeg mama of we nog vragen hadden. Pieter vroeg wat het ging worden. Cremeren of begraven. Papa wou crematie. Crematie is het geworden. Papa wou een mis in de kerk. Mama niet. Een mis in de kerk is het geworden. Mama vroeg hoe het op het einde moest. Ik weet nog letterlijk wat ze zei: “Wat als het op het einde echt nimeer gaat, als ge niks meer kunt? Dat heb ik u nog ni eens gevraagd.” Papa wou niet echt antwoorden, dat merkte ik. Hij zei: “Dat kiest ge dan zelf maar, ik zal het toch niet meer weten. Dat maakt mij niet uit.” Mama vroeg nog of hij geen papier wou tekenen waarop stond dat wij mochten beslissen dat hij een soort medicijn, of weet ik veel wat, kreeg als hij écht niets meer zou kunnen, als hij dus op sterven lag. Maar dat wou hij niet. Dus dat document is er ook nooit gekomen.

Na véél wenen, één grote dikke knuffel van Jeroen, veel zwijgen van mijn kant (ik heb toen amper 5 zinnen gezegd, heel die avond lang) vroeg ik of ik mocht gaan slapen. Slapen heb ik gedaan, na eerst nog lang wenen in mijn bed. Die ene avond was echt zo hard en zo moeilijk.. Als ik eraan terug denk doet dat zo’n pijn. Hoe we er de volgende ochtend uitzagen hoef ik niet te zeggen. (lelijk dus 😉 )

De rest van die vakantie hebben we weer gedaan alsof er niets aan de hand was. Maar voor mij leek het dat alles was gezegd. Natuurlijk had ik nog wel veel vragen (want ik had er geen enkele gesteld) maar het belangrijkste was gezegd. Papa zijn vragen waren min of meer beantwoord. Dat vond ik belangrijk. Maar ik vond het belangrijker om mij te amuseren. Dat heb ik gedaan, toch een heel klein beetje. Want natuurlijk was het geen echte vakantie. Natuurlijk was er een hele rare sfeer. Natuurlijk dachten we er constant aan dat dat de laatste vakantie ooit met ons vijven was. Natuurlijk was het bang afwachten wanneer papa echt ziek zou worden. Maar die moment kwam er maar niet. Soms dacht ik dat ze fout waren geweest in het ziekenhuis. Mijn papa had niks, hij was gezond. Hoe kon hij nu binnen enkele maanden doodgaan als hij er nu nog zo gezond uitzag?

De vakantie was afgelopen, de laatste vakantie. Terug thuis werd die vreemde sfeer enkel erger. De rest vertel ik een andere keer. Want het is te moeilijk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s