I saw you in my dream. Again.

Standaard

Ik twijfel. Ik twijfel aan alles. Ik twijfel over wat ik doe, over wat ik zeg, over wat ik denk, over wat ik wil, over wie ik ben.

Wie ben ik? Ik ben Sarah. Maar zal ik ooit ‘juf Sarah’ zijn? Ik begin eraan te twijfelen. En die twijfel maakt mij triestig. Ik wil al zo lang juf worden, dat is al altijd mijn grote droom geweest. Ik heb nooit (behalve de laatste 2 maanden voor het school echt begon) getwijfeld. Maar toch was ik zeker van mijn keuze. Het was zo voor de hand liggend. Ik wou juf worden, al altijd, dus daarom studeer ik er nu ook voor.

Maar als ik nu iedereen hoor vertellen over hun stage, dan slaagt de twijfel bij mij toe. Iedereen vindt het zo geweldig, zo plezant, ze genieten er allemaal van. Ik weet niet of ik dat ook doe. Soms denk ik van wel, soms denk ik van niet. Het was wel leuk, maar geweldig nu ook weer niet. Vermoeiend en stress, die woorden passen het best bij de afgelopen 2 dagen. Waarom kan ik de woorden super of geweldig er niet bij plaatsen? Ik weet het niet. Het gene dat mij ook zo aan het denken heeft gezet is de commentaar van mijn mentor. Ik ben niet enthousiast genoeg. Ik dacht dat wel leek dat ik het allemaal graag doe. En dat is eigenlijk ook zo. Ik sta daar graag vooraan in de klas, ondanks de stress en zenuwen en angst. Ik vind het leuk als die kindjes antwoorden, als ze zeggen dat het leuk was. Maar het is niet dat ik er super gelukkig van word. Daarom twijfel ik. Ben ik wel echt gemaakt om juf te worden? Moet ik toch niet iets anders kiezen? Want enthousiaster zijn, ik weet niet of ik dat kan. Nu toch niet. Of nu nog niet. Mijn leven is zo overhoop gegooid dat ik het moeilijk vind om enthousiast en vrolijk te zijn. Enkel als ik mij echt op mijn gemak voel en als ik mij echt ‘thuis’ voel, dan kan ik mijzelf zijn. Ik denk dat ik het daarom ook moeilijk vind om voor de klas zo spontaan en enthousiast te zijn. Alhoewel, spontaan ben ik denk ik wel. Of toch soms.

Ik vond het ook zo moeilijk als er een moment was waarop ik iets over ‘ouders’ of over ‘mama en papa’ moest zeggen. Want elke keer als ik dat woord uitspreek of schrijf of denk, dan denk ik meteen: ik heb geen papa meer. En soms dacht ik: ik wil dat tegen die kindjes zeggen. Maar dan denk ik: wat maakt dat uit voor die kinderen? Of hoe gaat mij dat helpen? Niet? Soms voelde ik ook de behoefte om dat tegen de (echte) juf te zeggen. Maar ik kan toch moeilijk zeggen: “hallo, ik moet nog iets zeggen, mijn papa is dood.” Soms dacht ik ook dat ik het misschien tegen een juf van vroeger kon vertellen. Want er is één juf, waarvan ik bijna zeker ben dat ze nog weet dat mijn papa toen ik daar op school zat ziek was. Maar natuurlijk durf ik dat weer niet. Zelfs als ik dat zou aandurven, dan is er niet eens een geschikt moment voor.

Ik twijfel dus. Over mijn toekomst. Ben ik wel de juiste persoon om juf te worden? Misschien zit het gewoon niet in mij. Ik weet het niet. Het heeft mij alleszins gekwetst dat ik niet enthousiast genoeg ben. Daardoor ben ik dus ook beginnen nadenken. Het enige wat ik kan doen is verder nadenken. En wachten tot ik het weet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s