Maandelijks archief: april 2012

Stand up and live

Standaard

 

 

Soms kunnen de tranen niet zo snel rollen als de woorden

soms blijven de tranen schuilen

soms blijven de woorden rusten

soms is er niets

In die grote leegte,

zit ik gevangen.

 

Gevangen in een web van gemis,

tussen tranen en tussen woorden

tussen hoop en wanhoop

De draden verstikken mij

hoe meer ik probeer om eruit te geraken,

hoe harder de draden zich rond mijn keel spannen.

 

Op een dag zal ik mijzelf nestelen in het verdriet

dan kan ik niets anders meer als om hulp roepen,

roepen dat de leegte mijn gedachten heeft overgenomen.

 

7- Toen ik in de auto zat met mijn beste vrienden, het venster stond open, ik voelde de zon en de wind op mijn gezicht, de muziek stond luid, voelde ik mij eventjes gelukkig.

You can’t stop it.

Standaard

Ik krijg plots een ‘zenuwopstoot’.

Waarom weet ik niet goed. Ik denk dat het een combinatie is van de muziek die ik net beluister en de gedachte aan morgen. Het liedje dat ik beluister heet: “Live forever”. Als ik zo’n dingen hoor word ik vanzelf verdrietig of dan voel ik mij raar en soms krijg ik er een soort buikpijn-achtig, zenuwachtig gevoel door. De gedachte aan morgen: familiereünie. Alweer. Deze keer zal het nog moeilijker zijn. Deze keer is het de kant van mijn papa. Gewoon al die zin uitspreken voelt raar. De kant van mijn papa. Hoe kan dat nu nog de kant van mijn papa zijn als mijn papa dood is? Dat is echt zo raar. En toch is het zo.

Dus: familiereünie. Ik kijk er naar uit. Niet dus. Ik kan mij al voorstellen hoe ze mij zullen bekijken. Hoe ze mij zullen noemen. ‘Ah, jij bent dus Sarah…’ (met een spijtige blik in hun ogen en een zielige trek rond hun mond) Ja, ik weet het wel dat die mensen daar ook niets aan kunnen doen, ze weten zelf niet hoe ze zich moeten gedragen. Maar leuk is anders. Op de vorige familiereünie, die van mijn mama haar kant, was er een vrouw en die letterlijk zei: ‘Sarah, ah jij bent dan dat kind waarvan de vader dood is.’ Tof tof… Wat zeg je daar dan op? Die vrouw zei dat zelfs zonder zielige blik. Die zei dat zonder enig gevoel. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Eens komen kijken hoe een dochter zonder vader eruit ziet. Zo leek dat. En als ze morgen ook zo gaan doen, dan zal het wat worden. Misschien had ik mij toch moeten opgeven om de bediening te doen.

Ik zal maar niet teveel zagen. Gewoon afwachten. En mijn tante vermijden. Heel belangrijk. Vind ik toch. Ik vind het zo moeilijk om haar onder ogen te komen sinds ik die mails heb gestuurd. Als ze naar mij kijkt is het alsof ze door mij heen kan kijken. Alsof ze alles over mij weet. En eigenlijk weet ze helemaal nog niet alles. Maar wel al veel. Veel te veel eigenlijk. Ik wil niet dat ze daarover ook maar één ding verklapt tegen iemand anders. Maar ik denk niet dat ze dat zal doen. Ik vertrouw haar wel. En toch zal er een moment moeten komen waarop er iets veranderd. Maar die moment wil ik nu nog niet. Nog lang niet. Heel lang.

 

Nu ga ik rusten. Na een drukke en vermoeiende week heb ik dat wel verdient.

 

6- ?

(Het was niet zo’n goeie dag. Ik kan niet op een gelukkig moment komen…)

You laugh and cry.

Standaard

5- … zien lachen

Ik weet niet goed wat te schrijven. Maar aangezien ik al een 2 (wauw, zo lang seg!) dagen niets meer heb geschreven dacht ik: nu is het de moment.

Ik heb niet zo veel inspiratie eigenlijk om iets te schrijven. Want er gebeurt niet veel de laatste tijd. Het enige wat ik nog doe is werken, werken en werken. Stage, stage, stage. Lesvoorbereidingen, lesvoorbereidingen, lesvoorbereidingen. Maarja, het hoort er nu eenmaal bij. Dus ik ga er niet over klagen. Het moment waarop de stage gedaan is ga ik opgelucht zijn, dat weet ik nu al. Dan is al dat werk tenminste al voorbij. Dan volgen de ‘gewone’ taken weer. En leren natuurlijk. Veel leren. En dan: VAKANTIE! Eindelijk. Daar kijk ik vooral naar uit.

Nu ik daarover begin moet ik vanzelf weer aan de vorige zomervakantie denken. Maar dat wil ik liever niet. Maar toch gebeurt het vanzelf. Dat gaat raar zijn, deze zomer. Dan is het een jaar geleden dat papa zo begon af te takelen. Vooral Jeroen zijn verjaardag gaat raar zijn. Eigenlijk beschouw ik Jeroen zijn verjaardag een beetje als de 2de sterfdatum van papa. Nee, hij was toen nog helemaal niet dood. Maar toch. Vanaf die dag is alles definitief veranderd. Die dag was de druppel. Vanaf die dag kreeg mijn hoop een flinke klop. Ik besefte langzaam dat er geen toekomst meer bestond voor mijn papa. Soms waren er momenten waarop ik dacht dat hij nog ging genezen. Dat het onmogelijk was dat mijn sterke papa niet dood kon. En toch. Iedereen kan en gaat dood. Hoe onmogelijk dat soms ook lijkt. Dood is oneerlijk en dood is definitief. DOOD. DOOD. DOOD.

Vies woord. Net zoals kanker. Het gekke aan woorden is dat ze allemaal op elkaar lijken en dat 1 letter een wereld van verschil kan maken. Rood. Doop. Of anker. (Dat is zo ironisch. Want een anker staat symbool voor hoop.)  Een woord is zo makkelijk te veranderen. Een zin kan je zo makkelijk hervormen. Of als je iets fout typt kan je het gewoon weer wissen. Maar de dood kan je niet zomaar veranderen. Je kan het woord veranderen maar het begrip zelf niet. Hoe graag iedereen dat ook zou willen, het is onmogelijk.

Wat ben ik hier toch weer allemaal aan het verzinnen? Zever. Ik heb toch niet veel beters te doen.

Ik heb wel nog één ding te zeggen/schrijven. Soms als ik thuis rondloop. En ik kom voorbij een foto van papa, dan denk ik soms: ik mis hem niet meer. Maar ik denk dat dat maar schijn is. Ik kan niet geloven dat ik hem niet meer mis. Ik denk dat het ‘missen’ nu weer eventjes op de achtergrond is geplaatst, door al die drukte. Ik ben er van overtuigd dat er binnenkort weer een periode komt waarin alles veel slechter gaat. Want nu gaat alles goed. Of in ieder geval toch beter als sommige andere periodes. Ik heb al een week niet meer geweend. Dat gebeurt ook niet vaak. Dus ik ben er zeker van dat de dam binnenkort weer zal openbreken. Ik spaar mijn verdriet graag op. En het vrijlaten dat doe ik niet graag. En toch moet het soms. Hoe hard het ook is. Het moet. Maar niet nu. Nu wil ik het niet.

Met een stoet animatoren om je heen ben je nooit alleen.

Standaard

“Wanneer komen u ouders u halen?”

stilte…

 

Dat vind ik zo ongemakkelijk als iemand zoiets vraagt. Ik weet dan niet hoe ik moet reageren. Moest iemand dat vragen die ik vertrouw en die ik wel beter wil leren kennen zou ik het heel misschien aan durven om te zeggen dat mijn papa dood is. Maar dat meisje dat die vraag stelde, vond ik vrij irritant dus had ik helemaal geen zin om dat aan haar te vertellen. Dat is wel logisch denk ik. Als je je niet goed voelt in de buurt van iemand kan je daar zoiets niet tegen zeggen vind ik. Of dat kan ik toch niet.

Ik was dus op animatorenweekend, van het speelplein. Soms was het er leuk. Soms niet. Het was leuk als we activiteiten deden. Maar als we daar gewoon rondhingen in de zetels, dan verveelde ik mij. Het is al sowieso niets voor mij om te niksen. Maar als ik bij mensen ben die ik amper ken, dan kan ik dat helemaal niet, zo niksen en gewoon babbelen. Ik voelde mij vaak eenzaam. En ik weet dat dat mijn eigen schuld is. Ik ben oud genoeg om zelf een gesprek aan te knopen met iemand die ik niet (goed )ken. En ik heb dat ook gedaan. Soms. Het klinkt gemeen en eigenlijk is het ook gemeen, maar wat die mensen allemaal zeiden, interesseerde mij eigenlijk niet. En ja, dat ligt ook aan mijzelf.

Hoe ik het hier nu allemaal schrijf lijkt het alsof er echt niemand was die ik tof vond en dat is nu ook niet echt waar. Er waren een paar toffe mensen. Maar wat mij ook vooral opviel is dat ik mij oud begin te voelen. Oke, dat klinkt belachelijk. Maar het is wel zo. Als ik zag hoe die jongeren (17 jaar) deden en over wat ze spraken, dan voelde ik mij volwassen. En nee, eigenlijk ben ik niet volwassen. Maar als ik mijzelf of andere leeftijdsgenoten vergelijk met die 17jarigen, dan merk ik echt wel verschil. Ik denk dat dat komt door de overgang van middelbaar naar hogeschool/universiteit. Door die overgang wordt je volwassener. Denk ik toch. Maar wat weet ik er eigenlijk van? Ik ben maar een seutig meisje dat hier zit te zagen en te klagen over kinderachtige jongeren. Ik zal er maar over ophouden.

 

Wat heeft mij vandaag gelukkig gemaakt? Gemakkelijke vraag, vandaag toch.

4- Een knuffel van mijn mama en het moment waarop ze een dekentje op mij legde toen ik een beetje ging rusten in de zetel.

 

(misschien verander ik nu van een papa’s kindje naar een mama’s kindje? anders ben ik gewoon een kindje, dat is ook maar saai)

 

Somewhere over the rainbow

Standaard

Een gelukkig en triestig moment tegelijk. Zo voelde ik mij daarstraks.

Ik keek naar buiten. Een zacht schijnende zon. En schuinvallende regen. Mooi.

Maar hetgeen wat nog mooier was, daar dacht  ik pas enkele momenten later aan. Een regenboog. Er moest wel een regenboog zijn! Snel liep ik naar het venster. En ja, natuurlijk was er een regenboog. Een prachtige. Zelden zo’n mooie regenboog gezien. De tranen stroomden over mijn wangen.

Nee, ik ben niet overgevoelig voor de prachtige natuurverschijnselen die we soms te zien krijgen. Maar het deed mij denken aan mijn papa. Op een dag, toen hij al heel ziek was, was het ook aan het regenen en scheen de zon. Dus… Toen was er ook een regenboog te zien. Ik ging snel naar het venster en bewonderde de regenboog. Papa zat in zijn rolstoel, in de keuken. Waarschijnlijk zat hij daar gewoon te zitten, zoals hij toen altijd deed. Maar hij hoorde mij zeggen dat er een hele mooie regenboog was. Hij vroeg of ik hem niet naar het venster kon rijden. Ik wou wel proberen zei ik maar ik dacht niet dat het ging lukken (onze mini-living was nogal overvol toen en het was bijna onmogelijk om langs de zetel te rijden met de rolstoel, remember?). Maar ik wou dus proberen. Alles voor mijn papa. Maar zoals iedereen wel weet, regenbogen verdwijnen snel. Dus ik schoof snel de zetel opzij (met al mijn macht), ik duwde de rolstoel langs de zetel, manoeuvreerde de rolstoel voor het venster. Maar papa zat te laag, hij kon de regenboog niet zien. Ik probeerde een kussen onder hem te steken en na wat gefoefel lukte het mij. Ik zag hem glimlachen. Hij keek naar de regenboog. Wie weet dacht hij toen: ‘binnenkort ben ik misschien daar…’ Ik weet niet wat hij dacht. Maar hij leek heel eventjes gelukkig.

Toen vroeg hij of er geen liedjes bestaan over de regenboog. Dus ik zocht op youtube een liedje dat ik nog kende van Leki, Over the rainbow. Maar dat was niet het liedje dat papa bedoelde. Het was een ander. Ik zocht en zocht, maar ik vond geen ander. De regenboog vervaagde. En plots vond ik het liedje dat hij bedoelde. Somewhere over the rainbow, van Israel Kamakawiwo Ole. Prachtig liedje. Paste perfect bij die moment.

 

 

Wanneer we liedjes moesten kiezen voor tijdens de begrafenis, dacht ik meteen aan die moment. Ik wist meteen: dat liedje moeten we sowieso laten spelen. De tekst is ook zo mooi. De stem. Het idee. Ergens over de regenboog. Daar is mijn papa. Wie weet.

 

Om mijn verhaal af te ronden, ik zag nu dus die regenboog. En de tranen stroomden over mijn wangen. Maar ik voelde terwijl een soort rust. Geluk? Verbondenheid? Wie weet het? Maar het was alleszins een mooi moment. Daar, bij die regenboog wacht mijn papa op mij. Dat wil ik wel geloven.

En daarom is die regenboog mijn nieuwe ‘hoofdingsafbeelding’.

 

Heads up

Standaard

Mhh, moeilijk… Wat heeft mij vandaag gelukkig gemaakt? Ik kan op niets komen. Ja, de dag is nog maar iets meer als de helft voorbij, dus misschien gebeurt er nog wel iets wat mij blij maakt. Ik weet het niet. En omdat ik mij nu verveel wil ik iets schrijven. Wat weet ik niet.

Dus daarom post ik een liedje. Een mooi liedje. Vind ik toch.

Dat liedje maakt mij wel een beetje vrolijk. Maar gelukkig? Dat weet ik niet echt. Misschien. Maar niet gelukkig genoeg.

PS: de clip is nogal amateuristisch maar wel een beetje schattig, vind ik toch 🙂

Crumbling through the hours

Standaard

Voorlopig was het een goeie dag. Vermoeiend. Maar goed.

Weer op observatie geweest. Als ik zie hoe die kindjes opkijken naar hun slimme juf, als ik zie hoe ze schrikken als ze boos wordt, als ik zie hoe ze lachen, als ik zie hoe graag ze een antwoord willen geven, als ik zie hoe ze graag ze hun verhaal willen vertellen, dan word ik blij.

Hoe moe ik ook ben, hoe triestig ik ook ben, die kindjes kunnen een glimlach op mijn gezicht doen verschijnen.

En dat hebben ze ook vandaag weer gedaan.

Misschien word ik ooit wel juf. Misschien ook niet. Dat zal ik later wel te weten komen. Wat ik nu moet doen is gewoon mijn hart volgen. Zolang ik mij goed voel bij deze richting, dan moet ik verder doen. Zolang de twijfel het niet overneemt van mijn motivatie, dan is het oké. Maar als ik met tegenzin naar de stageschool zou gaan, dan is het niet goed. Heel eventjes was dat het geval vandaag, maar dat was gewoon omdat ik zo moe was. (Ik weet het, ik kan zagen, sorry, dat is één van mijn beste vakken 😉 )

Dus, ik moet mijn hart volgen en afwachten. Nog niet te ver vooruit willen zien. Gewoon dag per dag, stap per stap, been voor been. Ik moet nog niet nadenken over de stage, over dat ‘enthousiaster-zijn-gedoe’. Ik moet nog niet denken dat ik het niet goed ga doen. Ik mag nog niet panikeren.

Gewoon alles op mij af laten komen. Maar dat is toch zo moeilijk. Ik ben ongeduldig. Ik wil mijn toekomst kennen, ik wil alle dingen die ik ooit ga doen nu al weten. Ik wil het allemaal kunnen plannen en kunnen regelen. Ik hou van regelmaat en van afspraken. Ik hou niet van het onverwachte. Ik wil zekerheid en stabiliteit. Wie weet is dat helemaal niet zo goed voor mij. Wie weet zou het veel beter zijn als ik eens wat meer risico’s neem, als ik dingen doe die niemand van mij verwacht, als ik dapperder ben en als ik spontaner ben.

Wie weet? Wie weet? Niemand. Opnieuw afwachten. Bah, wat een saai leven. Afwachten, afwachten, afwachten. Ik wil iets meemaken, echt waar. Maarja, ik heb het probleem daarnet al uitgelegd. Ik kan niet tegen onregelmatigheden en ik kan niet tegen spontane uitstapjes of onverwachte wendingen. Of risico’s nemen, dat is al helemaal niets voor mij.

Tijdens de stage moet ik een lesje filosoferen geven. Het onderwerp is: “wie ben ik?”

Echt iets voor mij 🙂 En rarara, welk verhaal ga ik voorlezen? Eentje van Toon Tellegen! Joepie jee 🙂 Ik kijk wel uit naar die les. Ik ben benieuwd hoe die kindjes zichzelf gaan beschrijven, welke eigenschappen ze aan zichzelf toeschrijven. Ze moeten ook een dier tekenen dat bij hun past, op basis van die eigenschappen. Omdat ik ze een voorbeeldje wil geven heb ik voor mijzelf ook een dier gezocht.

http://www.scoutsengidsenvlaanderen.be/totem/stokstaart

Dat ben ik 🙂 (behalve die dapper, druk, energiek en onstuimig)

Ahja, bijna vergeten!

3- Het moment waarop mijn juf tegen mij zei dat ik mijn les wel mocht geven zodat ik ze had gemaakt. (al die moeite was toch niet voor niets)

It’s okay to open up.

Standaard

Foei, foei Sarah. Gisteren ben ik mijn goede voornemen al vergeten.

Opschrijven wat mij gelukkig maakt/gemaakt heeft.

2- Ik ging naar de schoolbib, leende daar een boek (een dik!) van Toon Tellegen. De moment dat ik de trap op liep, het boek nog eens bekeek, toen voelde ik mij goed. Ik moest breed glimlachen en toen heb ik dat boek geknuffeld. Klinkt belachelijk maar ik was blij met dat boek!

Zo, nu heb ik mijn voornemen vandaag toch waargemaakt. Voor de rest heb ik niet veel te zeggen.

Ik voel mij nog steeds leeg en redelijk triestig. Maarja, volgende keer beter.

Give me your hand and I hold it

Standaard

Verdriet

Groot verdriet

Binnenin.

Het zit vast.

Het klopt op de deur.

Het vraagt zachtjes: “Mag ik naar buiten?”

“NEE!” zeg ik luid. “Ik wil je niet meer zien. Nooit meer. Ga weg en verdwijn.”

“Maar ik moet toch kunnen ontsnappen? Hoe geraak ik dan ooit weg?” vroeg het verdriet met een zielig stemmetje.

“Misschien moet je elke dag proberen om een beetje tranen naar buiten te sturen. Niet te veel, want anders blokkeert de deur.”

“Ja, dat kunnen we eens testen. Opgepast, de eerste lading komt eraan!”

En de tranen gleden rustig over mijn wangen.

Een Toon Tellegen bewonderaarster, dat ben ik. Dus dan dacht ik, waarom probeer ik niet eens zoiets te schrijven? Ja ik weet het, ik ben een na-aper. Sorry.

There is no one there to dry your tears

Standaard

mama: “Het is 6 maand hé vandaag.”

ik:          “Ja.”

mama: “Raar hé, eigenlijk is dat lang. Maar ook niet lang want het lijkt nog maar pas.”

ik:         “Ja.”

-stilte-

ik:        “Waar is de tandpasta?”

Zo, dat was ons gesprekje deze ochtend. En daar is het bij gebleven. Meer is er niet gezegd. Toch niet over papa. Over andere dingen hebben we wel constant gebabbeld. Maar over die 6 maand, over onze gevoelens of gedachten. Nee. Dat niet. Mijn mama wou er precies wel over praten, zoals elke maand. Maar ik klap vanzelf toe. Het enige dat ik dan kan zeggen is ‘ja’ of ‘nee’ of gewoon niets. Het is sterker als mijzelf. Ik kan er niets aan doen. In mijn bed kan ik er wel over praten. Of wenen. Vooral wenen. Veel wenen.

Zoals gisterenavond/nacht. Ik voelde mij nog niet echt slecht ofzo, ’s avonds. Maar ik wist dat wanneer ik op mijn kamer zou komen, dat de tranen ook zouden komen. En inderdaad. Ik ging de trap op. Deed mijn deur toe. En ‘bam’. Het verdriet was daar. Zo plots, zo overweldigend, zo hard, zo koel, zo eenzaam en alleen. De tranen stroomden over mijn wangen, ik voelde die ijzige pijn in mijn hart, in mijn buik. Die leegte en de volheid van verdriet. 6 maand! Een half jaar! Ik heb mijn papa een half(!) jaar niet meer gezien! Een half jaar! Ik kan het gewoon niet snappen. Dat is zo lang een half jaar. En toch lijkt het nog gisteren dat hij in de zetel zijn krant zat te lezen. Of dat hij daar in dat ziekenhuisbed lag te liggen. Alles lijkt nog maar pas voorbij en toch is het al 6 maand.

Oké, het heeft geen enkele zin dat ik hier honderden keren herhaal dat het 6 maand is. Want dat brengt mijn papa niet terug. Niets brengt hem terug. Niets ter wereld kan ervoor zorgen dat ik hem nog kan zeggen dat ik hem graag zie. Ja, ik weet het, het is niet omdat ik dat nooit heb gezegd dat hij dat niet wist, maar toch. Ik heb het niet gezegd. En ja, daar heb ik spijt van. Zoveel spijt. Maar spijt veranderd ook niets.

Wat kan ik dan wel veranderen? Mijn kijk op de wereld. Mijn ideeën. Mijn gedachten. Wat ik doe en wat ik wil. Alhoewel, hoe kan ik mijn wil veranderen? Dat zal ook wel niet gaan denk ik. Maar wat ik doe, dat kan ik gemakkelijk veranderen. Ik kan kiezen wat ik doe, wanneer ik iets doe, hoe vaak en waarom. Ik kan kiezen of ik hier iets schrijf. Ik kan kiezen of ik ween, ik kan kiezen of ik zit te treuren, ik kan kiezen om gelukkig te willen zijn. Ik wil gelukkig zijn. Ik heb daar al lang voor gekozen. Maar er gewoon voor kiezen is blijkbaar niet genoeg. Dat wist ik wel, maar toch. Ik moet er voor werken. Iedereen moet eraan werken, om gelukkig te worden. Dat gaat niet zomaar.

Ik kan proberen om stap voor stap gelukkig te worden. Vandaag begin ik bij stap 1.

Oké, ik heb beslist om vanaf vandaag elke dag iets op te schrijven waar ik, eventjes of langer, gelukkig van wordt. Iets dat ik die dag heb meegemaakt, heb gedaan, gevoeld, of aan gedacht heb. Als ik dat dan elke dag opschrijf en vaak herlees, dan kan het toch bijna niet anders dan dat ik stapje per stapje gelukkiger wordt?

1- Mijn nieuwe shampoo rook héél goed, een plezier om mijn haar mee te wassen!

Maar omdat het vandaag 6 maand is (nu heb ik het toch weer gezegd, sorry!) permitteer ik het mij om te eindigen met een ongelukkig stukje. Een gedichtje dat ik deze ochtend heb geschreven.

Tranen zitten terug vast

Ze staan ongeduldig te wachten

Ze willen eens een luchtje scheppen

Maar ik laat de deur op slot

Dat is veiliger.

Ik veronderstel dat het wel voldoende was om gisterennacht mijn tranen de vrije loop te laten. Vandaag gaf ik ze een beetje rust. Nog geen traan gelaten. Straks misschien. Wie zal het zeggen?

Voor mijn papa:

Ik zie je graag. Ik zie je zo zo zo zo zo graag. Zo ongelooflijk graag. En zo kwaad dat ik op mijzelf ben, omdat ik je dat nooit heb gezegd. Sorry papa. Weet gewoon dat ik je graag zie. Ik sluit je voor altijd op in mijn hoofd en vooral in mijn hart. Nooit zal ik vergeten wat voor een super papa je was. Jij mijn held, ik jouw kleine meid. Wij twee, voor altijd vader en dochter.

(PS: nu zijn er wel tranen)