You laugh and cry.

Standaard

5- … zien lachen

Ik weet niet goed wat te schrijven. Maar aangezien ik al een 2 (wauw, zo lang seg!) dagen niets meer heb geschreven dacht ik: nu is het de moment.

Ik heb niet zo veel inspiratie eigenlijk om iets te schrijven. Want er gebeurt niet veel de laatste tijd. Het enige wat ik nog doe is werken, werken en werken. Stage, stage, stage. Lesvoorbereidingen, lesvoorbereidingen, lesvoorbereidingen. Maarja, het hoort er nu eenmaal bij. Dus ik ga er niet over klagen. Het moment waarop de stage gedaan is ga ik opgelucht zijn, dat weet ik nu al. Dan is al dat werk tenminste al voorbij. Dan volgen de ‘gewone’ taken weer. En leren natuurlijk. Veel leren. En dan: VAKANTIE! Eindelijk. Daar kijk ik vooral naar uit.

Nu ik daarover begin moet ik vanzelf weer aan de vorige zomervakantie denken. Maar dat wil ik liever niet. Maar toch gebeurt het vanzelf. Dat gaat raar zijn, deze zomer. Dan is het een jaar geleden dat papa zo begon af te takelen. Vooral Jeroen zijn verjaardag gaat raar zijn. Eigenlijk beschouw ik Jeroen zijn verjaardag een beetje als de 2de sterfdatum van papa. Nee, hij was toen nog helemaal niet dood. Maar toch. Vanaf die dag is alles definitief veranderd. Die dag was de druppel. Vanaf die dag kreeg mijn hoop een flinke klop. Ik besefte langzaam dat er geen toekomst meer bestond voor mijn papa. Soms waren er momenten waarop ik dacht dat hij nog ging genezen. Dat het onmogelijk was dat mijn sterke papa niet dood kon. En toch. Iedereen kan en gaat dood. Hoe onmogelijk dat soms ook lijkt. Dood is oneerlijk en dood is definitief. DOOD. DOOD. DOOD.

Vies woord. Net zoals kanker. Het gekke aan woorden is dat ze allemaal op elkaar lijken en dat 1 letter een wereld van verschil kan maken. Rood. Doop. Of anker. (Dat is zo ironisch. Want een anker staat symbool voor hoop.)  Een woord is zo makkelijk te veranderen. Een zin kan je zo makkelijk hervormen. Of als je iets fout typt kan je het gewoon weer wissen. Maar de dood kan je niet zomaar veranderen. Je kan het woord veranderen maar het begrip zelf niet. Hoe graag iedereen dat ook zou willen, het is onmogelijk.

Wat ben ik hier toch weer allemaal aan het verzinnen? Zever. Ik heb toch niet veel beters te doen.

Ik heb wel nog één ding te zeggen/schrijven. Soms als ik thuis rondloop. En ik kom voorbij een foto van papa, dan denk ik soms: ik mis hem niet meer. Maar ik denk dat dat maar schijn is. Ik kan niet geloven dat ik hem niet meer mis. Ik denk dat het ‘missen’ nu weer eventjes op de achtergrond is geplaatst, door al die drukte. Ik ben er van overtuigd dat er binnenkort weer een periode komt waarin alles veel slechter gaat. Want nu gaat alles goed. Of in ieder geval toch beter als sommige andere periodes. Ik heb al een week niet meer geweend. Dat gebeurt ook niet vaak. Dus ik ben er zeker van dat de dam binnenkort weer zal openbreken. Ik spaar mijn verdriet graag op. En het vrijlaten dat doe ik niet graag. En toch moet het soms. Hoe hard het ook is. Het moet. Maar niet nu. Nu wil ik het niet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s