Maandelijks archief: augustus 2012

And all that time, I felt just fine

Standaard

Morgen mijn laatste dagje werken. Eerst was ik een beetje aan het klagen dat ik het beu was en dat ik moe was en blabla. Maar nu vind ik het spijtig dat het morgen al de laatste dag is. Want ik weet nu al dat ik het ga missen. Vooral de kindjes. En het bezig zijn. En het gevoel dat de tijd snel voorbij gaat. En het vergeten van de pijn. En het vergeten van het gemis. Voor een paar minuutjes toch.

 

25 – Toen ik met een aantal kinderen aan het voetballen was en ik probeerde te sjotten maar ik helemaal naast de bal trapte.

even hevig als de kinderen daar!

 

If there’s a rocket tie me to it

Standaard

24 – Toen ik mijn ‘nieuwe’ (tweedehandse eigenlijk, van mijn tante) letterbak gevuld had met mijn 41 potjes nagellak.

In het weekend ga ik hem verven en als hij klaar is zal ik er een foto van nemen en hem delen met jullie!

 

Voor de rest is alles wel oké met mij. Ja, ik mis mijn papa. Elke dag. Niet elke seconde. Maar wel elke dag. Ook niet elk uur. Soms wel. Soms gaat er wel een uur voorbij zonder dat ik aan hem denk. Maar als ik dan iets zie dat mij aan hem doet denken, dan mis ik hem. Soms zijn er wel dagen dat ik elke minuut aan hem denk. Het is allemaal zo onvoorspelbaar. Ik leef en ik zie wel wat er gebeurt. Ik zie wel wanneer ik mijn papa mis. Ik zie wel wanneer ik ween. Ik zie wel wat er op mij afkomt. Ik leef.

Life is calling

Standaard

De paar trouwe lezers die ik heb, hebben misschien al een tijdje gezien dat de hoofding van mijn blog veranderd is. En misschien vragen jullie zich af wat voor iets dat dat moet voorstellen. Ik was al eventjes van plan om dat te vertellen maar ik vergat het altijd. Maar nu dus niet!

Ik heb een poging gedaan om mijn ring te tekenen. Een stukje van mijn ring. Geen gewone ring. ‘Diene van papa’. Zo noemt mijn mama hem altijd. Mijn papa zit in mijn ring. Ik heb het net eventjes opgezocht en ik heb al eens geschreven over mijn ring. 26 mei. Voor wie geïnteresseerd is kan het eens nalezen 😉 Maar ik zal er nu nog een beetje meer over vertellen.

Ik heb dus een ring waarin een heel klein beetje assen van mijn papa zitten. Een heel klein beetje. Maar hij is héél veel waard voor mij. Als ik die ring zou verliezen zou ik helemaal panikeren en veel wenen. Daar ben ik zeker van. Als ik die ring zou verliezen, verlies ik weer een stukje van mijn papa. Dat zou mij nog meer breken. Ik ben bang om mijn ring te verliezen. Ik hoop zo hard dat ik hem nooit verlies. Ik draag hem elke dag. Maar als ik ga slapen doe ik hem altijd uit. Waarom weet ik niet zo goed. Ik denk dat het misschien is om mijzelf eventjes rust te gunnen. Eventjes zonder mijn papa. En dan kan mijn papa ook eventjes rusten.

Ik leg mijn ring dan altijd naast het potje (urne) van mijn papa. Dat heb ik dus ook, een klein urntje. Klinkt vies: urntje. Maar het is een heel mooi potje. Wit met een wit, glanzend, doorzichtig-achtig steentje erop. En het potje ligt in een klein doosje waarin een soort van dons ligt. Het doet mij denken aan een ei in een nestje. Ik vind het echt heel mooi. En daar leg ik altijd mijn ring bij. Zo herenig ik een deeltje van mijn papa.

Als ik een examen moest gaan afleggen gaf ik altijd eerst een kusje op mijn ring. En als ik een antwoord niet wist of als ik in paniek geraakte, dan raakte ik mijn ring aan en dacht ik aan mijn papa. Dat hielp soms. Soms denk ik ook dat die ring geen waarde heeft voor mij, dat hij mij niet kan steunen, dat hij niets betekent. Maar dat is niet waar, dat weet ik. Toch komt die gedachte soms in mij op.

En ik zal nog eventjes een opsomming geven van waar mijn papa overal verspreid is.

  • mijn ring
  • mijn potje
  • de ketting van mijn mama
  • de urne op de kast in de living
  • de urne in de kamer van mijn broer
  • de urne op het kot van mijn andere broer
  • de half kapotte urne in de kamer van mijn mama
  • de ketting van mijn oma (de mama van mijn papa)
  • de ketting van mijn tante (de zus van mijn papa)
  • assen verstrooid in de zee, ergens in Westende
  • assen verstrooid in onze tuin, bij een bloemetje dat mijn papa één van zijn laatste dagen van zijn mama had gekregen
  • assen die klaarliggen in een pot om uitgestrooid te worden in de bergen ergens in Frankrijk (dat willen we doen als ik, mijn mama en twee broers eens samen naar daar gaan. als dat er ooit van komt. nu staat die pot in de garage, in een kast. wat ik eigenlijk triestig vind)

Zo. Mijn papa is dus overal. En nergens. En toch ook overal. En vooral in mijn hart.

22 – Toen ik thuis kwam en mijn mama mijn vergeten vestje toonde dat ze had terug gevonden op mijn werk van vorige week.

Dream on.

Standaard

Gisteren avond had ik het weer moeilijk. Ik had weer de ‘drang’ om oude sms’jes opnieuw te lezen. En ik weet op voorhand dat ik het moeilijk ga hebben als ik die herlees. En toch doe ik het. Niet zo vaak. Ik denk dat ik ze al een stuk of 4 keer heb herlezen. Maar nu was het dus weer zover.
Ik begon van oud naar nieuw. En ik stuurde elke dag vanuit school een sms’je naar mijn mama om te vragen hoe het met mijn papa was. Als ik nu die sms’en lees, dan krijg ik dat zelfde gevoel van toen. Bang, onzeker, hulpeloos, afwachtend, zenuwachtig, … Elke dag een sms, elke dag ging hij achteruit, elke dag kan ik dat merken aan het sms’je.

Een berichtje dat de tranen deed stromen. 23 september: “Ik zit op mijn knieën bij een leuke man 😉 moeke komt vandaag niet. amuseer u maar met uw nieuwe vriendinnen.”

Eventjes later: “We krijgen papa niet wakker. Tzal nog efkes zijn dus.”

Dit vond ik een ironisch smsje. 10 oktober: “Er zit terug een beetje meer leven in. Hij is al sinds 10 uur wakker en heeft juist vanille pap op. Zegt wel niet veel maar toch iets. Tot straks xxx”   Meer leven… Hoe kan er nu meer leven in zitten, 5 dagen voor dat hij sterft?

14 oktober: “Hij was efkes wakker maar nu al niet meer. kdenk dat hij mij niet eens gezien heeft. twordt dus weer lezen en wachten. kheb uw brownie al bij. tot straks.”

Dat was het laatste sms’je. Het laatste sms’je dat vertelde hoe het met mijn papa was. Toen ik dat gisteren las rolden de tranen en konden ze niet meer stoppen. Het waren geen wilde tranen, het waren eerder rustige tranen. Ik was niet bang of boos of wanhopig of hopeloos of weet ik veel wat. Ik was gewoon een beetje verdrietig. En de tranen stroomden dat verdriet weg. Daarna was ik rustig. Niet uitgeput. Gewoon kalm en nog lichtjes verdrietig.

Het volgende sms’je dat ik nog heb is van een vriendin: “Ik wens je veel sterkte ook voor u mama en broers! Je mag mij altijd bellen!”

Ik weet dat ik daartussen nog een ander berichtje had gekregen, van mijn nicht, dat ze waren toegekomen in de Cirkel (de palliatieve afdeling waar ze zijn dode lichaam kwamen bekijken) maar dat heb ik blijkbaar al verwijderd.

 

Ik zou alle sms’jes eens moeten overschrijven zodat ik ze altijd kan bijhouden. Want als ik voorheb zoals mijn mama, dan ben ik alle sms’en kwijt. Misschien moet ik daar volgende week eens tijd voor maken. Nu eerst nog een weekje werken.

 

21 – Toen mijn mama vertelde dat onze buurman tegen haar had gezegd dat ik nu altijd vriendelijk ‘dag’ zei terwijl ik vroeger altijd zo voorbij fietste. En hij had er blijkbaar ook nog bijgezegd dat ik een mooi meisje ben. Maar hij was wel zat zei mijn mama…

Heavy as the horses that carry me away

Standaard

20 – Toen ik en mijn mama aan het chatten waren met mijn broer, die in Zuid-Amerika zit, vertelde hij dat er een probleem was met de visa van zijn vriend, antwoordde mijn mama: ‘oei, dan moet ge is naar de ambassade gaan.’

(ze dacht eventjes dat visa = visum was, toen begonnen we allebei heel hard te lachen)

 

Voor de rest is alles wel redelijk oké met mij. Ik ben moe van dat weekje werken en ik maandag moet ik er alweer invliegen. Volgende week is het ergens anders, dus ik hoop dat het daar beter meevalt. Alhoewel ik moet toegeven dat het elke dag een beetje beter begon mee te vallen. Ik werd de -soms vervelende- kindjes gewoon.

Maar ik ben lieve moe zoals ik nu moe ben, in plaats van verdriet-moe. Ik stort mij graag op ‘mijn werk’ of op school of op weet ik veel wat. Alle afleiding is goed.

Eén van mijn nieuwste afleidingen is Grey’s Anatomy. Ik ben lichtjes verslaafd. Vandaag heb ik 8 afleveringen gezien. Echt waar, eens je begint kan je niet meer stoppen! En de tranen zijn ook moeilijk te stoppen. Bij mij toch. Er was een vrouw die een hersentumor had en ze had hallucinaties en ze zag haar dode verloofde. Als ik zo’n dingen zie moet ik altijd aan mijn papa denken. Natuurlijk niet dat deel van die verloofde enzo. Maar hersentumor, hallucinaties, kanker, pijn, dood, … En toch kijk ik graag naar Grey’s Anatomy. Het is meer als slecht nieuws en ziektes en doden. Er zit achter elk personage een mooi verhaal. Ja, inderdaad, ze hebben allemaal wel iets voor. Soms wat overdreven en soms een beetje te toevallig alllemaal. En ze hebben al met bijna elke dokter een relatie gehad. Maar toch… Het verhaal is mooi. Vind ik toch.

 

 

Een vriendin vroeg gisteren aan mij welk beroep ik in een ander leven zou willen doen en ik zei dokter. Zoals die dokters in Grey’s Anatomy. Maar voor dit leven kies ik toch liever voor juf.

 

Het leven gaat door, je begint weer vanvoor.

Standaard

19 – Toen Hanna een geschaafde knie had en ik de plakker er na een tijdje weer wou afdoen, begon ze al te roepen van de pijn, nog voor ik de plakker had aangeraakt. Ik zei: “maar kheb nog niets gedaan!” en dan stopte het wenen van slag en zei ze: “ah oei, hihihi!” Toen moeste ik toch ook wel lachen.

Krokodillen tranen voor niets…

                                                                                          

‘cause nothing I have is truly mine

Standaard

18 – Toen ik heel luid onder de douche aan het meezingen was met James.

 

This girl tries her best everyday,
But it’s all gone to waste ‘cause there’s no one around,
This girl she can draw she can paint,
Likes to dance she can skate,
Now she don’t make a sound.

We’ll play in our park,
‘Till it’s too dark for us to see
Well we’ll make our way home,
With mud on our clothes,
She won’t be pleased.

I’m still here,
But it hasn’t been easy,
I’m sure that you had your reasons,
I’m scared for this emotion,
For years I’ve been holding it down,

And I,
Love to forgive and forget,
So I,
Try to put all this behind us,
Just,
Know that my arms are wide open,
The older I get, the more that I know.

Well it’s time to let this go.
I got to let it go

 

Inderdaad, ik moet het laten gaan.

Be the water where I’m wading

Standaard

Kinderen zijn toch altijd zo rechtuit… Deze ochtend vroeg Thomas: “met wie ben je getrouwd?”  “Ik ben nog niet getrouwd” zei ik. “Wanneer ga je dan trouwen?” “Ik heb nog geen vriendje.” antwoordde ik. “Maar wie vindt je heel speciaal?” vroeg hij nieuwsgierig. Ik antwoordde dat ik hem heel speciaal vond en toen begon hij schattig te lachen. Ik zei ook dat hij wel nog te jong was om met mij te trouwen. Toen zei hij dat ik wel met Quinten kon trouwen want die is al veel ouder; 7 jaar! Schattig 🙂

‘mijn’ kindjes zijn net zo’n deugnieten en gekke bekken trekkers als den deze hier

Iets minder schattig vond ik het toen ze begonnen te vragen hoe mijn mama en papa noemen. Mijn mama noemt Hilde zei ik. “En je papa?” “Ik heb geen papa meer.” zei ik na een korte stilte. Eventjes keken ze verbaasd. Toen vroeg er eentje of die dan al gestorven was en ik zei ja. “Hoe noemde die dan?” vroeg Stan dan weer opgewekt. “Koen.” zei ik. Ik dacht, daarmee is het onderwerp afgerond. Niet dus… Ik moest nog de achternamen vertellen, de namen van mijn oma’s en opa’s, uitleggen dat mijn opa’s ook al gestorven waren. De namen van mijn meter en peter en de namen van mijn huisdieren die ik niet eens heb.

Ik wist al lang dat kinderen nieuwsgierig en oprecht en spontaan zijn. En ik wist ook al lang dat ze alles durven vragen. En op het speelplein hebben ze ook wel al eens gevraagd naar mijn mama en papa. Toen lukte het mij telkens om het onderwerp van de baan te schuiven of om rond te pot te draaien of om iets te verzinnen. Maar deze keer kreeg ik het niet over mijn hart. Daarom heb ik de waarheid verteld. Ik heb geen papa meer. Zo is het. Zo moet ik het ook zeggen.

 

17 – Toen Thomas heel opgewekt met de radio begon mee te zingen: “aai aai folloooj joe teep sie beebie, aai aai folloooj joe, aai aai follooj joe teeep sie beebiiiii”

En hij wou het zelfs solo voor mijn camera zingen. Als ik dat filmpje nu terug bekijk moet ik elke keer weer lachen. Een 5-jarig kind dat zo’n liedje meezingt 🙂