Maandelijks archief: september 2012

Never get enough

Standaard

Het gaat niet goed met mij. Ik herleef alle momenten van vorig jaar. Het enige dat nog door mijn hoofd spookt zijn dingen die te maken hebben met mijn papa en met zijn dood.

Ik voel mij zo verdrietig. Zo, zo verdrietig. Het verdriet zit tot in mijn keel. Als ik eraan denk grijpt het mij vast en kan ik niets anders doen dan de tranen weg slikken.

Ik heb hulp nodig. Ik heb steun nodig. Veel steun en hulp. Ik heb een sterke schouder nodig die mij ondersteunt wanneer ik dreig om te vallen. Ik heb een liefdevolle knuffel nodig die mij toont dat ik er niet alleen voor sta.

En ik weet en voel van wie ik die steun nodig heb. Maar ik durf haar die steun niet te vragen. Ik heb natuurlijk over mijn mama. Ik hoop gewoon dat ze binnenkort door heeft dat ik haar nodig heb. Want ik ga het volgens mij nog véél moeilijker krijgen de volgende dagen en weken.

Ik wil op deze moment (en op elke moment eigenlijk) niets liever dan mijn papa terug te zien en te knuffelen. Dat is onmogelijk, ik weet het. En dat maakt mij langzaam kapot. Ik wil hem gewoon terug en het gaat niet.

Every now and then I see you cry

Standaard

Het verdriet heeft mij weer eens overvallen. Of overspoeld is misschien een beter woord. Of ondergedompeld. Of doen happen naar adem.

Er zijn zoveel woorden om het te beschrijven. Maar pas als je het echt hebt gevoeld, dan weet je wat ik bedoel.

Ik was op weg naar school, met mijn i-pod op (sinds het nieuwe schooljaar zit ik altijd alleen op de trein dus is mijn i-pod mijn nieuwe BFF). Ik heb veel – vooral eigenlijk – triestige liedjes erop staan. Toen ik deze ochtend die liedjes hoorde werd ik dus overspoeld door het verdriet. Met tranen in mijn ogen zat ik op de trein. Met tranen in mijn ogen stapte ik de school binnen. Met tranen in mijn ogen stapte ik richting toilet. Daar sloot ik mij op. En de tranen liet ik vrij. Ze moesten eruit. Ik voelde het. Ik kon ze niet langer bedwingen. Ik moest mij inhouden om daar niet te blijven zitten en te blijven wenen. Maar zo ben ik niet. Ik zet door, ik probeer. Met rode ogen ging ik richting klas. (wat mij trouwens doet denken aan de titel van mijn blog gisteren, wat zoals altijd een zinnetje is uit een liedje)

Ik heb mij door de dag gesleept. Vooral de eerste lesuren had ik het nog heel moeilijk. Ik haat het om in de les te zitten terwijl het enige waar ik zin in heb wenen is. Dan wil ik naar buiten rennen en in een hoekje gaan zitten snikken. En dat gaat niet. Ik zou het ook nooit durven.

In de namiddag heb ik mij wel geamuseerd. Maar zodra ik niets meer om handen had, behalve naar de leerkracht haar uitleg luisteren, werd ik alweer triestig en gingen mijn gedachten automatisch naar mijn papa.

 

Ik heb het zo moeilijk met het naderen van 15 oktober. Dan is het 1 jaar. 1 jaar! Ik kan het niet geloven.

Deze week heb ik al elke nacht wakker gelegen en gedacht aan vorig jaar. Aan de begrafenis, aan de laatste weken, de laatste maanden, aan de dagen na zijn dood, aan de dagen na de begrafenis, aan zo veel. Ook zijn er veel dingen die ik mij nu plots weer herinner aan die periode. Geen leuke dingen. Allemaal triestige dingen. Overal zijn er triestige dingen. Ik ben ook zo bang voor de komende dagen, weken. Ik ga het nog zo lastig krijgen. Ik ga nog vele avonden en nachten wenen. En ik kijk er alles behalve naar uit. Maar het kan niet anders.

Kop op en been voor been vooruit.

 

 

 

What are you looking for with red eyes?

Standaard

Je hebt gestreden

Zo dapper als een ridder

Maar je harnas was niet sterk genoeg

Je kon de steken niet langer tegenhouden

Ze gingen recht door je hart

Recht door mijn hart

 

 

Een gedichtje dat ik al een paar maand geleden heb geschreven maar net terug tegenkwam. Ik dacht dat het misschien wel een klein beetje de moeite was om het te delen.

These are the scars deep in your heart

Standaard

Er zijn zo vaak moeilijke momenten. Elke dag zijn er verschillende momenten waarop ik eventjes moet slikken, dat ik het moeilijk heb. Dus vandaag was net zo’n dag.

Tijdens de les godsdienst vertelde de leerkracht over een vroegere collega in het lager onderwijs die haar man was verloren. De week erna moest ze les geven over het bijbel verhaal van Job. Over zijn lijden. Dat kon ze niet aan toen omdat haar verdriet nog te vers was. Daar moeten we rekening mee houden in het onderwijs. We moeten ons goed voelen en het is normaal dat mensen het moeilijk hebben na het verlies van iemand. Ze hebben het al vaak gezien ook op school dat leerlingen het moeilijk hebben na zo’n verlies. Daar moeten we respect voor hebben. Dat vertelde ze allemaal.

Ik voelde mij aangesproken. Hoewel ze niet echt opvallend mijn richting uitkeek. Toch wist ik dat ze ook aan mij en mijn situatie dacht. Ik had het wel moeilijk om mijn tranen te bedwingen. Ik moest kalm blijven en zorgen dat ik niet ging wenen. Want ik was eventjes van mijn melk.

Tijdens de les Nederlands was er weer zo’n moment. Het ging plots eventjes over boeken over de dood. De leerkracht gaf maar een voorbeeldje. Maar toch. Het woord dood maakt mij automatisch verdrietig. Ik kan het niet helpen.

 

En dan zijn er nog de duizenden andere momenten wanneer ik aan mijn papa moet denken. Kleine dingen die mij aan hem doen denken. Een paar voorbeeldjes: alles wat met varkens te maken heeft, alles wat met banken (en dan vooral Fortis) te maken heeft, alles over het buitenland (en dan vooral Polen en Duitsland), alles over ziektes, alles over tuinen en natuur, alles wat met de zee te maken heeft, kale mannen, mannen met grote brillen, kleren van esprit of diesel, domme grapjes, vakanties, … Mijn lijstje is bijna eindeloos. Er is zoveel dat mij doet terugdenken aan mijn lieve papa. Zoveel waarbij ik eventjes – of eventjes langer – denk aan hoe hij was, wat hij deed, wat hij zei, … En aan hoe hard ik hem mis. Dat vooral.

En heel vaak als ik aan het woord missen denk, dan denk ik aan een tekst van Toon Tellegen die we op de begrafenis hebben voorgelezen. Een populaire tekst die al veel op zo’n triestige bijeenkomsten verteld is. Het is dan ook een hele, hele, hele mooie tekst!

 

OP EEN OCHTEND KLOPTE DE MIER AL VROEG op de deur van de eekhoorn.
‘Gezellig’, zei de eekhoorn.
‘Maar daar kom ik niet voor’, zei de mier.
‘Maar je hebt toch wel zin in wat stroop?’
‘Nou ja… een klein beetje dan.’
Met zijn mond vol stroop vertelde de mier waarvoor hij gekomen was.
‘We moeten elkaar een tijdje niet zien,’ zei hij.
‘Waarom niet?’ vroeg de eekhoorn verbaasd. Hij vond het juist heel gezellig als de mier zomaar langskwam. Hij had zijn mond vol pap en keek de mier met grote ogen aan.
‘Om erachter te komen of we elkaar zullen missen,’ zei de mier.
‘Missen?’
‘Missen. Je weet toch wat dat is?’
‘Nee,’ zei de eekhoorn.
‘Missen is iets wat je voelt als er iets niet is.’
‘Wat voel je dan?’
‘Ja, daar gaat het nou om.’
‘Dan zullen we elkaar dus missen,’ zei de eekhoorn verdrietig.
‘Nee,’ zei de mier, ‘want we kunnen elkaar ook vergeten.’
‘Vergeten! Jou?!’ riep de eekhoorn.
‘Nou,’ zei de mier. ‘Schreeuw maar niet zo hard.’
De eekhoorn legde zijn hoofd in zijn handen.
‘Ik zal jou nooit vergeten,’ zei hij zacht.

Nails. Nails. Nails.

Standaard

dit uiltje is best wel schattig, al zeg ik het zelf. ik heb geen dikke nek hoor 😉

 

hierbij toon ik mijn lelijke en mislukte uil!

 

Trouwens, eerst poste ik deze foto’s voor Isaline. Maar ondertussen heb ik er een extra reden voor! Deze leuke foto’s (vind ik toch) vrolijken mijn triestige, negatieve, saaie blog een beetje op. Dat kan nooit kwaad. Want ik ben natuurlijk niet altijd triestig. En als ik niet triestig ben houd ik mij met dit soort nutteloze dingen bezig. 🙂

I’m busy erasing voices of the dead

Standaard

Ik ben mijn belofte nagekomen. Yes! Ik ben best wel trots op mijzelf. Ik heb het aangedurfd om tegen dat meisje te praten. Ik denk dat ik ze we nog steeds een meisje mag noemen, hoewel ze eigenlijk al heel volwassen is. Maar het maakt niet eens uit hoe ik ze noem. Het gaat er gewoon over dat ik eventjes met haar heb gesproken over haar overleden vader en ik héél eventjes over de mijne.

Zij heeft al redelijk veel verteld over haar papa. Maar ze is dan ook een echte flapuit en ze durft veel te vertellen. Hij is gestorven aan een hele zeldzame ziekte waarvan ze de naam niet eens kan uitspreken omdat het zoiets ingewikkelds is. Ondertussen is het al 5 jaar geleden dat hij overleden is. Nog net niet eigenlijk. Nu vrijdag pas. Ze gaat dan niet naar school komen zei ze, dat vindt ze veel te moeilijk. Toen zei ik dat het bij mij op 15 oktober juist een jaar zal zijn dat mijn papa dood is. Daarop zei ze dat dat nog maar kort is op zich en dat zij toen nog een wrak was en dat ze niet zoals mij hier op school zou zitten. Ik wou nog wel verder babbelen maar toen kwam er een groepje 1e jaars ons spel spelen dus moesten we stoppen met praten. Nadien had ik de moed niet meer om er terug over te beginnen. Maar ik ben er zeker van dat ik nog wel eens met haar erover ga praten. Zij zit al veel verder in haar rouwproces en misschien kan ze mij tips geven of gewoon haar gevoelens vertellen en ik de mijne. Dat kan ook al veel helpen, denk ik toch.

Ze is ook heel erg lief en vriendelijk. Ik voel mij op mijn gemak bij haar en ik vertrouw haar. Dat vind ik heel belangrijk. Anders had ik nooit dat gesprek met haar aangeknoopt.

Ik kijk wel uit naar dit schooljaar. Ik hoop dat ik nu de tijd en de moed vind om elke dag met plezier aan mijn taken te beginnen. Ik kijk er naar uit om elke dag druk bezig te zijn. (ook al weet ik nu al dat ik daarover ga klagen, zo ben ik)

 

PS: Ik ben echt opgelucht dat ik gestopt ben met dat 366 dagen geluk-gedoe! Nu ben ik veel vrijer om te schrijven wanneer ik wil en wat ik wil.

 

PS: http://www.youtube.com/watch?v=GH6SoY6qQmo&feature=relmfu

I’ll be your crying shoulder

Standaard

Bij deze probeer ik een belofte te maken aan mijzelf:

Morgen ga ik met het meisje/vrouw praten die haar papa ook is verloren.

Een nieuw schooljaar, nieuwe mensen dus. We werden verdeeld in verschillende groepjes van 4. We moesten spelletjes voorbereiden en we waren aan het bespreken welk materiaal we nodig hadden. Badges! Eén van de meisjes zei dat zij er veel had liggen thuis. Van haar papa met daarop zijn naam P. De jongen in mijn groepje zei voor het lachen: “aah en hoe ist met de P. ?” Waarop het meisje zei “Dood. Niet goed dus.”

Wow. Ik verschoot. Ze zei dat zo kalm. Moest iemand zo’n opmerking tegen mij maken zou ik dichtklappen en niet weten wat te antwoorden. Maar zij bleef kalm. Ze is dan ook al een stuk ouder als mij. Daarom dat ik schreef ‘meisje/vrouw’.

De jongen zei snel “sorry” en “oei, dat wist ik niet.” Ze vond het niet erg zei ze. Ik was eventjes ondersteboven van die korte conversatie. Een tijdje later kwam weer iets ter sprake over haar papa. Hij was blijkbaar ook ziek. Ik veronderstel kanker. Maar dat weet ik natuurlijk niet zeker. Daarom zou ik graag met haar eens babbelen. Maar ik ken mijzelf en weet dat ik het niet ga durven. Dus daarom schrijf ik het hier op als een belofte, in de hoop dat ik het dan wel aandurf!

Ik moet morgen enkel met haar samenwerken, 2 uur lang. Dus er moet wel een moment zijn waarop ik er naar kan vragen. Het lijkt mij een heel lieve, dus ik moet geen schrik hebben. En toch heb ik nu al schrik.

Neen neen, geen schrik hebben Sarah. Toon dat je volwassen genoeg bent om over je dode papa te praten tegen een ander meisje met een dode papa.

Nails. Nails. Nails.

Standaard

prachtig assorti met mijn kleren 😀

Speciaal voor Isaline van de hele toffe blog http://kwijtaanmezelf.wordpress.com/ zet ik deze foto’s erop. Als bewijs dat het lukt om dit met een tandenstoker te maken. Alhoewel ik vooral gebruik heb gemaakt van mijn kopspeldje.

Hier http://www.youtube.com/watch?v=Dz5Yva9kgEc en hier  http://www.youtube.com/watch?v=ivoEVUU_w7I zijn nog andere ideetjes!

Zeker een kijkje nemen op Isaline haar blog maar pas op, je kan verslaafd raken aan Rituals producten…

Until it disappeared

Standaard

Morgen eindelijk weer school! Ja, ik ben een beetje raar. Ja, ik ben een beetje een school-verslaafde.

Ik ga graag naar school. Ik hou ervan om te babbelen met mijn vriendinnen tijdens de lessen. Ik hou ervan om ’s middags franchipannekes en brownies te eten. Ik hou van het moment waarop je iets eindelijk snapt. Ik hou ervan om naar het einde van de les uit te kijken en naar de volgende les te gaan. Ik hou van de verschillende leekrachten, de verschillende manieren waarop ze lesgeven, de verschillende tics die ze hebben. Ik hou ervan te dromen tijdens de les. Ik hou van dingen bijleren. Ik hou ervan om lessen saai te vinden en erover te klagen. Ik hou van de rare opdrachten die we krijgen en er ook over te klagen. Ik hou ervan om na een vermoeiende schooldag thuis te komen.

Ik hou van school. En wat ben ik blij dat ik ervoor heb gekozen om een heel groot deel van mijn leven op school door te brengen!

 

Ik heb niet altijd van school gehouden. Wel bijna altijd. De kleuterklas zal ik ook wel tof gevonden hebben maar daar weet ik niets meer van (beetje logisch). De lagere school vond ik geweldig! Tranen met tuiten heb ik gelaten toen ik afscheid moest nemen van mijn beste vriendinnetje. Het 1e middelbaar was matig, een beetje eng, een beetje tof. Het 2e middelbaar was fantastisch. Het mooiste jaar. Van dat jaar heb ik zo genoten. We hadden echt een toffe klas, met veel kliekjes, maar o zo tof! Het 3e middelbaar was opnieuw matig, veel minder tof als het 2e middelbaar, maar wel nog steeds tof. Het 4e middelbaar was meer als matig maar ook niet zo super geweldig. Het 5e middelbaar was een keerpunt. Het 6e nog meer.

Daarstraks heb ik een lange mail gestuurd naar een vriendin van mij, uit het middelbaar. Ik had het over het 5e en 6e middelbaar. Ik had het over hoeveel spijt ik heb van die twee jaar. Ik was mijzelf toen niet meer. Ik denk dat het ergens in mei 2010 was dat alles stilletjes aan veranderde. Het moment dat ik te weten kwam dat het kankermonster mijn papa opnieuw had aangevallen. Ik wist niet hoe ik mij moest gedragen. Ik was zo bang. Ik wist niet wat ik moest zeggen, wat ik moest doen, wat ik niet mocht doen, wat ik net wel moest doen. Ik wist niets meer. Dus deed ik ook niets. Ik heb zoveel uren gewoon in de klas gezeten. Zitten staren. Zitten wenen in mijzelf. Zitten hopen in mijzelf. Zitten afwachten.

De dagen gingen voorbij. De dagen gingen heel langzaam voorbij. Mijn papa kreeg chemo. En bestralingen en een paar operaties. En ik werd banger en banger. Zo bang om mijn papa te verliezen. Zo bang dat ik er niet over kon praten. Met niemand. Ik sloot mijzelf helemaal op. Ik kroop in mijn schelp en kwam er zelden nog uit. Ik was mijzelf niet meer. Ik leefde in een soort roes. Ik besefte dat ik mijzelf niet meer was en ik kon het niet veranderen. Mijn vriendinnen konden niet meer met mij overweg en dat begrijp ik nu goed. Maar toen begreep ik dat niet.

Als ik mijzelf vergelijk met hoe ik toen was en met wie ik nu ben is dat zo’n groot verschil. Ik ben helemaal veranderd. En ik heb het niet over mijn uiterlijk. Ik denk eigenlijk niet zo graag terug aan die laatste twee jaar van het middelbaar. Normaal gezien zouden dat leuke jaren moeten zijn maar voor mij was dat alles behalve zo…

Gelukkig was mijn 1e jaar hoger onderwijs wel super! Ondanks al mijn verdriet was het zo’n mooi en leuk schooljaar. Dankzij mijn geweldige vriendinnen! En dat is de reden dat ik uitkijk naar morgen. De 1e schooldag!