Maandelijks archief: november 2012

Don’t hurt yourself like that.

Standaard

Wat begint als een goede dag kan zo snel weer een slechte dag worden.

Ik heb mijn eigen autootje gekocht vandaag. Voorlopig moet ik mijn mama nog overtuigen om hem helemaal zelf te betalen (ze wil hem aan mij geven omdat ik niet op kot ga en mijn broers wel, maar ik wil hem wel zelf betalen omdat ik hem dan echt zelf heb gekocht). Ik heb dus een autootje. Schattig fel groen. Ik ga hem helemaal pimpen met bloemetjes zetels en allerlei andere prulletjes. Ik heb ook al een naam bedacht: the green flower power car.

Tot zover de leuke dingen.

Toen kwamen de stomme dingen. Allerlei kleine belachelijke probleempjes. Maar die probleempjes zorgden ervoor dat ik het grotere probleem onder ogen begon te zien. Ik heb mijn allereerste auto gekocht, wat op zich een belangrijke gebeurtenis is in een leven, en mijn papa was er niet bij. Hij weet niet dat ik een mooi autootje heb gekocht. Hij weet niet dat ik volop aan het leren rijden ben. Hij weet niet dat ik mijn schrik heb overwonnen. Hij weet niet dat ik morgen weer les ga geven in het tweede leerjaar. Hij weet niet dat ik hem mis. En ik mis hem zo.

Door al die dingen werd ik plots weer heel ongelukkig. Door al die dingen begon ik te wenen en te wenen. Door al die dingen begon ik te bidden. Ja, te bidden. Tot God. En ik vertelde hem dat ik niet goed weet of hij bestaat. Maar toch heb ik hem verteld over mijn papa. En ik heb gevraagd of hij mij kan vertellen waar mijn papa is. En ik vertelde erbij dat ik niet weet waarom ik het antwoord zou verdienen op die vraag. Want er zijn miljoenen mensen die zich afvragen waar hun geliefde is. Ik vraag mij hetzelfde af. En ik weet niet waarom God die vraag zou beantwoorden aan iemand zoals mij. Een gewoon meisje…
Al die dingen hebben mij verdrietig gemaakt. Al die dingen heb ik tegen God of tegen mijzelf misschien verteld. En misschien heeft het niets tastbaar opgeleverd maar ik voel me nu toch terug een beetje beter.

Bij deze was het een bijzondere dag. Mijn eerste auto en mijn eerste echte gebed tot God.

Crawling up a hill

Standaard

Ik weet niet goed wat te schrijven. Dat hebben jullie waarschijnlijk al gemerkt aangezien ik al bijna een maand niets meer heb geschreven. Ik voel mij niet slecht. Ik blijf gewoon een beetje hangen in mijn gevoelens. Ik mis mijn papa elke dag. Maar veel meer voel ik niet. Ik heb de laatste maand geen enkele traan gelaten. Ik heb geen enkele keer dat immens grote verdriet gevoeld. Nu vraag ik mij vaak af  of dat komt doordat ik met mijn mama heb gesproken of dat het gewoon een fase is of dat ik het nu echt aan het verwerken ben. Ik weet het niet.

Misschien ligt het ook aan het feit dat ik de drempel van één jaar heb overwonnen. Een jaar geleden was ik zo bang voor alles. Ik wist niet wat er allemaal op mij af ging komen. Nu ben ik soms nog steeds bang, maar veel minder als vroeger. Ik mag het ‘vroeger’ noemen want ik vind dat een jaar echt al lang is. Er is zoveel gebeurd op een jaar tijd. Ik heb zoveel stappen gezet. Ik heb vriendschappen gesloten, ik heb vriendschappen verwaarloosd en verloren. Ik heb geweend en geweend. Ik heb gelachen en gelachen. Ik heb gesproken. Ik heb geschreven. Ik heb geleerd. Ik heb stappen gezet. Been voor been. En ik weet gewoon dat ik ooit op de plek zal zijn die ik wil bereiken. Een gelukkige plaats. Met een lieve, zorgzame man en schatjes van kinderen. Met mijn mama als de liefste oma ooit en zonder mijn papa. Maar ik weet dat ik daar op een dag vrede mee zal kunnen nemen. Dat ik op een dag vol liefde kan vertellen over mijn papa. Over hoe geweldig hij was. Over hoe dapper hij was. Over mijn super papa. Dat kan niemand ooit van mij afnemen. Mensen kunnen zeggen wat ze willen maar mijn herinneringen blijven zo lang ik leef.

Mijn verdriet blijft ook zo lang ik leef. Maar het zal minderen. Dat heb ik eindelijk echt begrepen. Ik weet ook dat er nog heel veel momenten gaan komen waarop het verdriet meer dan ooit terug komt. Dat er momenten zullen komen waarop ik mijn papa zo hard nodig heb. Momenten waarop ik liever nooit meer zou wakker worden en bij mijn papa zou willen zijn. Maar die momenten zullen veel minder zwaar wegen tegenover het geluk. Tegenover de mooie dingen van het leven. Want ik hou eigenlijk wel van het leven.

Ik hou ervan om naar de regen te kijken (toch als ik lekker warm binnen zit). Ik hou ervan om de natuur te bewonderen. Ik hou ervan om uren en uren muziek te beluisteren (en heel vaak luidkeels mee te zingen/brullen). Ik hou ervan om mensen blij te maken, om mensen te helpen. Ik hou ervan om iets te bereiken. Ik hou ervan wanneer hard werk wordt beloond. Ik hou ervan om te lachen. Ik hou ervan om chips te eten tot ik bijna ontplof. Ik hou ervan om te verdikken van al dat lekker eten. Ik hou ervan om de kindjes van mijn stageklas te zien lachen en zwaaien naar mij. Ik hou ervan om dagen en dagen lessen voor te bereiden en ze dan eindelijk te kunnen uitvoeren voor een groep enthousiaste kindje.

Ik hou van zoveel dat ik nooit alles kan opnoemen. Maar waar ik het meest van hou ben ik kwijt. Mijn papa.

Maar al de andere dingen waarvan ik hou heb ik nog steeds. Die koester ik. Ik hou van mijn mama, hoewel ik dat nooit tegen haar zeg, weten we het allebei. We hebben elkaar nodig. Dankzij haar ben ik sterker. Voor haar hou ik vol. We kunnen nog niet openlijk over onze gevoelens praten maar dat komt. Ik voel dat. We groeien. En ik vind het goed zo. Ik heb veel meer vertrouwen in de toekomst. Ik zie het allemaal veel beter zitten als een jaar geleden. Een jaar en een maand eigenlijk. Want het is alweer bijna de 15e. De tijd vliegt en mijn gevoelens vliegen mee. Soms vliegen ze in een diep dal maar altijd vinden ze hun weg weer naar boven. Naar de mooie heldere lucht.

Het komt goed. Ik voel het.

Somebody found me here

Standaard

Mijn nieuwe hobby (verbale vorming en voordracht) verloopt nog steeds goed. Ik vind het heel leuk. Alhoewel. Heel leuk is misschien voorlopig een beetje overdreven. Ik vind het leuk. Ik voel mij nog vaak een beetje onwennig en nieuw. Binnen een les of 3 zal dat probleem wel helemaal weg zijn. Ik ken mijzelf op dat vlak.

Verbale vorming is de theorie. Soms een beetje grappig door de rare oefeningen die we moeten doen (een klein voorbeeldje: al neuriënd een zin voorlezen) Voordracht is helemaal anders. Daar is het gezelliger en gemoedelijker. Dat zal ook wel aan het aantal mensen liggen. (17 tegenover 5) Maar hoe gezellig het er ook is, ik durf het nog niet aan om te vertellen over mijn papa. Ik vertrouw mijn groep wel maar ik kan het gewoon nog niet over mijn lippen krijgen. Langs de ene kant zou ik het zo langs mijn neus weg willen zeggen maar dan lijkt het alsof het mij niets kan schelen en dat is alles behalve zo. Dus dan zou ik het op een rustig en gepast moment moeten vertellen maar dat is juist het moeilijke. Als er zich zo’n moment voordoet word ik helemaal zenuwachtig. Zoals vorige week…

Ik had een nieuwe tekst meegenomen die ik heel graag wou voorlezen. Hieronder staat hij. (je kan nu al eventjes omlaag scrollen als je niet meer kan wachten) Ik begon hem te lezen, trillend van angst. Ik probeerde rustig te ademen maar dat kon ik niet meer. Ik probeerde rustig voor te lezen zonder dat die bibber in mijn stem duidelijk was maar dat lukte ook niet meer. Het enige wat ik kon doen was verder lezen met een krop in mijn keel en de daver op mijn lijf. Toen mijn tekst af was bekeken ze me afwachtend en tegelijk doordringend. Alsof ze me begrepen en toch ook weer helemaal niet. Het was lang stil. Tot de ‘juf’ zei dat het een hele zware tekst is. De man, Koen – toevallig ook de naam van mijn papa… – vroeg zich af waarom de schrijfster van dat boek zo’n verhaal vertelde. Ik legde uit dat haar man overleden was en dat ze op zoek was naar geluk. Dat was dé moment dat ik over mijn papa moest vertellen. Maar je kan het al raden. Dat deed ik dus niet. Ik kon het niet. Waarom weet ik niet. Het was te vroeg denk ik. Er blokkeerde weer iets in mij. Iets waardoor ik er niet over kon praten. Achja. Maar als de tekst graag wil lezen dan mag ik er verder op oefenen. Dat heb ik dan ook gedaan.

Gisteren was poging nummer 2 aan de beurt. Deze keer lukte het al veel beter. Ik ben erin geslaagd om mi of meer kalm te blijven en om rustig en beheerst voor te lezen. En met gevoel. Want dat is het belangrijkste aan mijn tekst. Het juiste gevoel erin leggen zodat de boodschap duidelijk is voor de luisteraar. En dat was zo zeiden ze. Al veel beter als de eerste keer. Toen hadden ze er niet zoveel van begrepen. Ze vinden ook allemaal dat de tekst heel goed bij mij past en dat ze dat horen dat ik hem graag wil lezen. Gelijk hebben ze.

“Zolang je hetzelfde lied blijft zingen, kom je niet vooruit”
Ik dacht een ogenblik na over deze woorden.
“Maar”, vroeg ik, “hoe kun je je lied veranderen als je bent vastgelopen?”
“Je gaat naar een heilige plaats, daar stel je je volledig open en dan luister je naar wat je moet horen”
“Hoe hoor je dat?”
“Je houdt je hele lichaam stil. De vogels zingen je toe. Het water praat tegen je. De sterren, de dieren doen mee om je te laten begrijpen wie je bent en wat je moet doen met je leven”
“Nemen ze de pijn ook weg?”
“De pijn gaat niet weg. Die blijft waar hij hoort. Hier”, zei Max en klopte op zijn hart. “De pijn die hier zit, zorgt dat je hart groter wordt. Je zou niet willen dat die pijn helemaal wegging. Door die pijn kun je liefhebben. Als je een heleboel verzamelde pijn meedraagt, draag je een hoop liefde mee. Als je die pijn niet kent, kun je voor niemand iets betekenen. Ook niet voor jezelf.”

“Dus als je niet vecht tegen de pijn, kun je er misschien iets positiefs mee doen? Bedoel je dat?”

“Ja, dat bedoel ik”, zei Max. “De pijn is een deel van jezelf Je zegt: Dat is er met me gebeurt. Dat houd ik bij me. Dan wordt het een verrijking in plaats van een belemmering”.
“Maar hoe zorg je dat dat gebeurt?”
“Je luistert. Naar de stem van de aarde. Wanneer je dat doet, luister je naar jezelf”, antwoordde Max. “Als je eenmaal geleerd hebt naar alles om je heen te luisteren, dan stel je je van binnen helemaal open en maak je contact. Zo kom je vanzelf op de goede weg. Het is niet de pijn, die je belemmert te leven, het is de angst voor pijn die je verlamt.”

Het komt uit een boek van Elizabeth Fuller, De stem van de aarde.

Ik heb het zelf nog niet gelezen maar iemand heeft me dit fragment doorgestuurd omdat die vond dat het bij mijn gevoelens paste. Dat is dus helemaal waar.

Ik hoop dat ik deze tekst binnen een paar lessen heel mooi kan voordragen, zonder beven en zonder slikken. Maar ik hoop nog meer dat mijn mede-voordracht-leerlingen de reden kennen voor het kiezen van deze tekst. Dat hoop ik.