Maandelijks archief: oktober 2013

43 ongewassen varkentjes.

Standaard

Afgelopen weekend zijn we met heel de familie Verhoeven naar Centerparcs geweest. Vroeger deden we dat elk jaar. Ondertussen was het al 6 jaar geleden dat we dat hebben gedaan, dus ze vonden het tijd dat we nog eens gingen.

6 jaar, en nog langer,  geleden, vond ik dat weekend Centerparcs geweldig. Allemaal samen genieten van elkaar, van het zwembad, van de spelletjes en van het ‘sporten’.

Een beetje quality time met mijn papa, dat vond ik volgens mij nog het leukst van alles. Vooral in het zwembad hadden we elke keer de tijd van ons leven. Elkaar onder water duwen. Om ter langst onder water blijven. Om ter hoogst springen. En het leukst van alles vond ik: mijn papa oppakken in het water. Want ja, in het water had ik superkrachten en was ik sterk genoeg om mijn papa op te pakken. Zelfs mijn mama kon erbij. Papa in de op het ene hand, mama op het andere. En maar draaien en lachen.

Of wanneer mijn papa mij in de lucht gooide en mij achterwaarts in het water liet vallen, kon mijn geluk ook niet op. Of op zijn schouders gaan staan en in het water springen, dat was al even geweldig.

Ik en mijn papa waren twee echte waterratten. We konden er uren blijven inzitten zonder ons één seconde te vervelen.

14 -zwembad

En nu voelde ik mij eenzaam in het zwembad. Maar de herinnering aan ik en mijn papa in het water, maakte het voor een heel klein klein beetje goed. En de tientallen onbekende, spelende kindjes met hun lieve papa’s kon mij ook laten glimlachen.

PS: jaja, ik ben 2 dagen te laat. Maar het maakt mij niets uit. Ik heb tijdens die 2 constant aan mijn papa gedacht, dat is het belangrijkste.
Advertenties

42 ongewassen varkentjes

Standaard

bambi

Lieve, schattige Bambi was een grote vriend van mijn papa.

Als kind vond hij het al de mooiste Disney film, hoewel hij ook heel erg bang was geweest tijdens de film. Dat verhaal vertelde mijn mama graag om mijn papa te plagen. Blijkbaar was hij onder de zetel gekropen tijdens de scène waarin Bambi zijn mama wordt doodgeschoten.

Tijdens mijn papa zijn laatste maanden had Bambi opnieuw een belangrijke rol in zijn leven. Ik had al een paar jaar een knuffel van Bambi, we hadden die gespaard via de krant Het Laatste Nieuws. Die knuffel was de perfecte steun voor de arm van mijn papa. Na zijn eerste epilepsie-achtige aanval, was zijn arm lam geworden. Wanneer hij de Bambi-knuffel op zijn schoot legde, paste zijn arm perfect op Bambi zijn rugje. Het was niet alleen handig, het was ook mooi en lief. Bambi is nu eenmaal een gezellig beestje.

Zelfs toen mijn papa, helemaal op het einde, in het ziekenhuis lag op de palliatieve afdeling, was Bambi er nog steeds bij. Alle verpleegsters vonden het heel schattig, dat hij Bambi altijd vast had en nodig had. Wanneer hij niet meer kon spreken, legden we Bambi nog steeds naast hem. Voordat Bambi bij in zijn bed lag, vertrokken we niet naar huis. Volgens mij heeft Bambi mijn papa soms geholpen.

Hoe oud je ook bent, soms kan een knuffel letterlijk en figuurlijk steun bieden. En diezelfde Bambi biedt mij nu ook nog steeds steun.

Bambi ligt nu altijd bij mij in bed. Ja, je mag het belachelijk vinden. Maar die Bambi heeft een hele speciale betekenis voor mij. Een triestige maar ook een mooie. Wanneer ik lig te wenen in mijn bed, neem ik Bambi eens goed vast.

Net zo stevig als toen die ene nacht, de nacht van 15 oktober 2011, de nacht waarop ik voor het bed van mijn dode papa stond. Want daar lag Bambi toen, aan de voeten van mijn dode papa. De verpleegsters hadden hem daar gelegd. Eigenlijk wel lief, maar ik kon er niet tegen. Ik heb hem er meteen af genomen en vastgehouden. Ik heb hem volgens mij niet gelost totdat ik een paar uur later weer in mijn bed lag. Huilend, met Bambi in mijn armen.

Mijn papa zijn Bambi en mijn Bambi.

Onze Bambi, voor altijd.

 

Bijna is alweer voorbij

Standaard

Wat een paar dagen geleden nog ‘bijna’ was, is nu alweer verleden tijd. Mijn papa is nu welgeteld twee jaar en 1 dag dood. Het is en blijft een eng en vies woord: dood. Maar ‘overleden’ vind ik dan weer te chique klinken. Daarom schrijf ik liever ‘dood’. Want dat is hij uiteindelijk ook, morsdood. Steendood. Doder dan dood.

En ik heb misschien 26 tranen gelaten, veel meer zal het niet geweest zijn. 26 tranen, vermengd met het water uit de douche. Want ja, na lange tijd is het mij nog eens gelukt om te wenen. En dan nog wel in de douche. En ja, ik heb mijzelf weer maar eens verplicht om te stoppen met bleiten. Want het haalt toch niets uit. En mijn mama moest niet zien dat ik geweend had.

Ze had het al moeilijk genoeg, ik zag ’s morgens dat ze wat geweend had. Maar natuurlijk heb ik er niets van gezegd. Want zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Zwijgen is uiteindelijk ook goud, zoals het gezegde zegt.

Er hebben niet veel mensen aan ons gedacht. Of ik kan beter zeggen: er hebben niet veel mensen aan mijn papa gedacht. Mijn peter (de broer van mijn papa) zette een kaarsje als profielfoto op zijn facebook en hij stuurde een smsje naar mijn mama. Dat was het.

De andere broer van mijn papa, mijn nonkel dus, stuurde bloemen op. Met een lief kaartje eraan: twee jaar geleden al, het is net of het gisteren was. we denken aan jullie. Dat vond ik wel heel erg lief. Hij (en zijn vrouw/vriendin eigenlijk) stuurden vorig jaar ook bloemen op mijn papa zijn sterfdag. Ik vraag me af of het binnen een jaar of 7 een verplicht nummertje wordt, die bloemen sturen.

Mijn oma, die van mijn mama haar kant, heeft gebeld met mijn mama en heeft blijkbaar over van alles en nog wat gebabbeld, maar heeft geen woord gezegd over mijn papa. Waarschijnlijk was ze het helemaal vergeten. Haar geheugen gaat de laatste tijd wat achteruit.

En mijn vriendinnen wisten dat het ‘die ene speciale dag’ was, maar hebben ook niet echt iets speciaals gezegd of gedaan. Maar dat neem ik hen helemaal niet kwalijk. In hun plaats zou ik ook niet weten wat te doen.

 

Dus om mijn verhaal samen te vatten: het was een eenzame, lange, saaie, moeilijke dag. Vol verdriet in mijn hoofd, hart en buik. Maar uiteindelijk is het ook maar een dag zoals een ander. Of dat probeer ik mijzelf toch wijs te maken. Geloven doe ik het voorlopig nog niet echt.

 

Ik wil wel proberen om mijn gevoel van de afgelopen (en waarschijnlijk de komende dagen ook) te beschrijven maar het lukt mij niet echt goed. Ik voel mij vooral eenzaam, verdrietig, zenuwachtig, onzeker, bang, wanhopig en soms hopend. Soms ook intens ongelukkig. Of zelfs nutteloos en zinloos. Dan bedenk ik mij waarom het nog zin heeft dat ik mijn best doe om iets te worden of te betekenen in deze grote, boze, harde wereld.

Eenzaam is misschien wel, nu ik er verder over nadenk, het meest overheersende gevoel. Er zijn veel mensen die mij willen steunen en die zeggen dat ik op hen kan rekenen. Maar uiteindelijk sta ik er altijd alleen voor. Het is mijn verdriet. Ik kan het delen zo graag en zo veel als ik wil. Het blijft bij mij en van mij. Het kan misschien heel erg traagjes minderen, maar het grootste gewicht blijft in mij zitten en rond mij hangen.

Doordat ik zelden (of eerder nooit) nog praat over mijn verdriet, verleer ik steeds meer en meer hoe ik erover moet praten. Ik kan het gewoon echt niet meer. Ik wil er wel over praten, maar ik kan het niet. Iemand moet de woorden uit mij sleuren, anders lukt het niet. En er is bijna niemand die dat begrijpt. Ze willen het wel begrijpen, ze proberen misschien zelfs hard, maar het lukt niet.

En dan zijn er nog de vele andere mensen die denken dat je na 2 jaar er wel over bent. Ik hoef jullie waarschijnlijk niet uit te leggen dat dat niet zo is.

Ik zit vast in mijn verdriet. Ik functioneer normaal, je ziet mijn verdriet niet. Maar het is er wel. Diep vanbinnen, goed verstopt, onder mijn glimlach en achter mijn domme mopjes. En soms zou ik willen schreeuwen, schreeuwen van verdriet, van pijn, van wanhoop, van ellende. En schreeuwen tot mijn papa mij kan horen en begrijpt dat hij terug moet komen.

 

mooi......

Bijna…

Standaard

Nog 2 nachtjes slapen en het is zover. 2 jaar zonder papa. 2 nachtjes slapen waar ik niet naar uitkijk. 2 nachtjes slapen waar ik bang voor ben. Maar het meest bang ben ik nog voor de 15e zelf. Een ongemakkelijke dag. Een triestige, eenzame, moeilijke, rare dag. Weer een extra dag zonder papa.

Als ik aan dinsdag denk, word ik al zenuwachtig. Het verdriet op zich is al meer als genoeg. Maar op school komt er ook nog heel wat extra’s bij. We moeten een belangrijke presentatie houden. Een presentatie op de dag dat mijn allerliefste papa 2 jaar lang dood is. Dat vind ik nog extra eng en extra moeilijk. Ik ben bang dat ik mijn hoofd er niet ga kunnen bijhouden. En op zich weet ik dat ik mij daar niet mee moet bezig houden. Op zo’n dag mag ik het moeilijk hebben, dat weet ik. Maar zo zit ik niet in elkaar. Ik wil doen alsof er niets aan de hand is. En tegelijkertijd wil ik in een hoekje kruipen, wenen, roepen en tieren dat ik mijn papa mis en dat ik geen zin heb in een presentatie.

Ik wou gewoon dat ik de tijd eventjes kon doorspoelen en dat ik de 15e kon overslagen. Of nee, nog liever zou ik de tijd terugspoelen. Terug naar een jaar of 4 geleden. Dan was alles anders. Mooier. Gelukkiger.

Spijtig genoeg weet ik dat dat niet mogelijk is. Ik moet er gewoon door. Met een lach en een traan. Of met een heel klein lachje en enorm veel tranen. Het maakt al niet uit.

41 ongewassen varkentjes

Standaard

Wanneer we op vakantie gingen, dan moest mijn mama overal het woord voeren. Frans, Engels, Duits, mijn papa kon het allemaal. Zelfs beter als mijn mama. En toch moest zij altijd het woord voeren.

Mijn papa was te verlegen om iets te vragen. Als we toekwamen in een hotel, dan moest mijn mama vertellen op welke naam de reservatie stond. Ze moest naar de receptie gaan om te reclameren over een tv die niet werkte, bijvoorbeeld. Bij het binnen komen in een restaurant moest zij zeggen voor hoeveel personen we een tafel wouden. Wanneer we een uitstap maakten en we informatie over de tijdstippen of de plaats moesten hebben, dan moest mijn mama dat allemaal vragen.

Papa deed nooit iets. Hij stond erbij en keek ernaar. Terwijl hij dacht: nee, vraag dat toch zo. Of: nee, zeg dat er ook nog bij.

Hij was gewoon te verlegen om zelf iets te zeggen. Maar hij kon het eigenlijk beter als mijn mama. Zelfs in Polen moest mijn mama vaak iets regelen, terwijl hij perfect Pools sprak.

Eigenlijk waren die situaties altijd heel erg grappig. We moesten elke keer lachen als hij zei dat mama maar weer eens het woord moest voeren.

Daarin lijk ik ook erg op mijn papa. Ik vind het ook vaak eng om zelf iets te vragen, toch als mijn mama erbij is. Dan zeg ik altijd heel snel: zegt gij het maar mama. Als ik alleen ben of met vriendinnen, dan durf ik wel snel het woord te nemen.

Om mijn verhaal samen te vatten: mijn papa was altijd een beetje verlegen in nieuwe situaties. Best wel schattig.

40 ongewassen varkentjes

Standaard

Ik heb al eerder verteld dat mijn papa een goede klusser was. Alhoewel, soms ook weer niet.

Hij kon van alles en nog wat opknappen in ons huis. En hij had er plezier in. Maar op sommige vlakken was hij een beetje een klungel.

Hij was vaak lomp en stootte met zijn hoofd tegen een openstaande kastdeur. Met als gevolg een snee in zijn hoofd, zijn 3 Lambik-haartjes boden namelijk weinig bescherming. Hij maakte ook snel iets stuk aan zijn werkgerief. De ene keer was de boor stuk gedraaid, de andere keer een nagel krom geklopt, … Of hij sneed in zijn eigen vingers. Na een dagje werken lagen zijn handen meestal helemaal open. Of nee, helemaal is een groot woord.

Wat ik altijd het grappigste vond wanneer hij aan het werk was, was het feit dat hij altijd zijn potloodje achter zijn oor had steken.

022

Wanneer hij dingen moest opmeten of iets anders moest opschrijven, dan had hij natuurlijk een potlood nodig. Maar hij vergat altijd waar hij zijn potlood had achter gelaten. Daarom kwam hij op een dag op een schitterend idee! “Ik steek vanaf nu mijn potlood gewoon altijd achter mijn oor, dan verlies ik het niet. En dan weet ik altijd waar het is.”

Zo gezegd zo gedaan, wanneer mijn papa aan het klussen was, stak zijn potlood altijd achter zijn oor. En het bleef verdomd goed zitten.