Maandelijks archief: februari 2014

Zonnige badkamer

Standaard

Ik hou van onze badkamer. Waarom? Gewoon. Omdat ik ervan houd. Simpel als dat.

En ik houd vooral van het uitzicht vanuit onze badkamer. Eigenlijk is het helemaal geen bijzonder uitzicht. De zon maakt het bijzonder. De laatste maanden zag ik vaak een prachtig gekleurde lucht achter ons badkamerraam verschijnen. En daar kan ik van genieten. Vooral als ik dan de vogels erdoorheen zie zwaaien. Want ja, eigenlijk zwaaien vogels een beetje.

Als ik dan telkens die mooie ‘luchten’ zag, kon ik niet anders dan er een foto van te nemen. Ik heb er ondertussen al een heel pak verzameld. De mooiste heb ik gebundeld.

Nee, ik ben hélemaal geen professionele fotograaf. Nee, ik heb helemaal geen goed fototoestel. Ja, ik heb teveel ingezoomd waardoor de foto’s al zeker geen goede kwaliteit meer hebben. Ja, ik heb ze niet helemaal recht naast elkaar geplaatst. En nee, dat kan mij allemaal niet schelen want ik ben trots op mijn fotootjes. Oh en ook nog het vermelden waard: ik heb op geen enkele foto één of ander effect geplaatst. De lucht is soms écht zo roos als een barbiepop.

 

zon vanuit de badkamer

 

PS: School drives me crazy! Vandaar dat ik enkel nog tijd heb om foto’s vanuit mijn badkamer te trekken. Mijn blogje mist mij, ik weet het…

PSS: Ja, er zit eigenlijk één foutje in mijn collage. De maan is niet gelijk aan de zon. Achja, ik vond die volle maan ook zo mooi!

Advertenties

Die ene week – deel 1

Standaard

Ik heb het gevoel dat ik moet verder gaan met mijn verhaal, dus dat doe ik dan ook.

Ik ben gestopt bij die ene nacht, dus nu ga ik verder met die ene week. De week na de dood van mijn papa.

Van de ochtend na die ene nacht weet ik niet veel meer. Ik weet niet meer of ik vroeg wakker was, ik weet niet meer of ik mij meteen heb aangekleed (maar ik veronderstel van niet). Ik weet wel nog dat ik samen met mijn mama op de chauffage ben gaan zitten. Dat is ons gezellige plekje of het plekje waar we troost en warmte zoeken, letterlijk dan. Daar, op de chauffage, heeft mama gebeld naar mijn broers. Daar heeft ze hen met een krop in de keel en tranen op haar wangen verteld dat hun vader gestorven is. En dat ze best naar huis kwamen maar dat ze hen niet mochten haasten.

Ik weet niet meer wat we in de tussentijd hebben gedaan. Ik weet niet of er hier thuis toen al iemand van de familie aanwezig was. Ik weet enkel nog dat Jeroen eerder thuis was dan Pieter. En dat Pieter zich geen houding wist te geven wanneer hij binnen kwam. Jeroen kwam mij en mama meteen knuffelen, Pieter niet. Meer weet ik niet meer.

Blijkbaar zitten de herinneringen aan de volgende dagen veel verder dan de momenten vlak na zijn dood. De hele week na de dood van mijn papa is heel vaag. Ik kan mij nog stukken herinneren maar ik weet vaak niet wat zich op welke dag heeft afgespeeld.

Op een bepaald moment waren er veel mensen bij ons thuis. Dat was volgens mij zaterdag, de eerste dag dus na de dood van mijn papa. Wie er allemaal aanwezig was, weet ik niet meer. Ik denk dat ze rond de middag op ‘bezoek’ gingen bij mijn papa. Iedereen vroeg of ik niet mee wou maar ik had al lang beslist dat ik zijn lichaam nooit meer wou zien. De enige die het begreep, waren mijn tante en nicht. Mijn nicht is toen bij gebleven. Iedereen ging dus kijken naar mijn dode papa terwijl wij gezellig in de zetel naar Ice Age aan het kijken waren. Toevallig ook één van mijn papa zijn favoriete films. Geen idee welke Ice Age het was. Ik denk ook niet dat ik echt aan het opletten was. Gewoon wat kijken naar de beelden zonder na te denken of zonder eigenlijk te horen wat er gezegd wordt. Maar het was goed zo. Nog voor ik het wist, was iedereen al terug. Dat is een moment dat ik mij nog goed kan herinneren.

Daarna zijn we volgens mij begonnen aan de voorbereidingen voor de begrafenis. Eerst het doodsprentje. Mijn tante had allemaal voorbeeldjes bij. De begrafenisondernemer was ook van de partij. Dat was nogal een vreemde man. Ook helemaal niet sympathiek vond ik. Achja. Foto’s zoeken, foto’s vergelijken, tekstjes zoeken, tekstjes vergelijken, … Een keertje heel hard beginnen wenen, een keertje getroost worden, een keertje lachen, je een keertje schamen voor je lach, … Het is allemaal zo’n mengelmoes van gevoelens en gedachten. Je kan jezelf niet volgen, het gaat allemaal zo snel. En dat terwijl je al maanden wist dat dit eraan zat te komen.

Normaal gingen ik en mijn mama zaterdag naar de bib gaan, elk jaar is het een speciale ‘dag van de bib’ waarop je gratis CD’s en DVD’s mag ontlenen. Ik had de vrijdag allemaal leuke CD’s enzo opgezocht die ik wou ontlenen. Ik had alles netjes opgeschreven. Spijtig genoeg bracht de dood van mijn papa alle plannen in de war. We zijn niet meer in de bib geraakt. Mijn tante (de zus van mijn mama) werkt in die bib en zij moest wel nog even langsgaan. Zij had voor mij dan toch nog enkele CD’s geleend. En hetgene dat mij vooral is bijgebleven zijn de bladwijzers. Eentje met mijn naam, eentje met die van mijn broers, eentje met die van mijn mama én eentje met die van mijn papa. Ze had die speciaal nog laten maken. Alsof ik een bladwijzer ga gebruiken met ‘Koen’ erop? Maar het was wel lief bedoeld, dat wel.

’s Avonds kwam er een super lieve vriendin langs. Ik kende haar nog maar minder dan een maand. Maar toen ik haar het slechte nieuws sms’te, belde ze mij meteen om te vragen of ze langs moest komen. Er hadden ook al 3 andere vriendinnen hetzelfde voorgesteld. Op één of andere manier had ik daar geen behoefte aan. Of geen zin in. Maar het bezoek van mijn ‘nieuwe’ vriendin, dat zag ik wel zitten, ik liet haar langskomen. Hoe lang we hebben gepraat, dat weet ik niet meer. Ik weet wel dat ik niet zo heel veel heb gezegd. Ik was vooral aan het wenen en ik werd getroost en geknuffeld. Haar bezoek heeft mij echt enorm veel deugd gedaan. Gewoon ook eventjes wat andere verhalen horen, over haar nieuwe vlam bijvoorbeeld, deden mij deugd. Ik weet nog dat ze een paar dagen later verschoot dat ik haar verhaal nog wist. Ze dacht dat ik dat al vergeten was. Misschien was ik ook meer dan de helft vergeten maar dat stukje wist ik nog. Vanaf dat bezoek wist ik het zeker: ik sta er niet alleen voor. Ik kon mij echter nog helemaal niet voorstellen hoe de volgende maanden, jaren, … gingen verlopen. Volgens mij was dat het gene wat ik mij constant afvroeg: wat gaat er allemaal op mij afkomen? Hoe ga ik erop reageren? Hoe gaan andere mensen erop reageren? Wat als ik het nooit kan verwerken? Wat als ik gek word van verdriet? Enzoverder enzoverder.

 

De dag erna, zondag dus, was alles ongeveer hetzelfde denk ik. Misschien zijn we die dag een kist gaan uitkiezen, ofwel was dat maandag, dat weet ik niet meer.

Zoals altijd, vond ik het belangrijk dat ik mijn schoolwerk niet liet liggen. Ik had nog een taak te maken, dus daar begon ik aan te werken. Normaal moest ik daar een kind van de lagere school voor interviewen. Dat heb ik maar achterwege gelaten, ik heb mijn (ik denk toen 14-jarige) nicht geïnterviewd. Niet de nicht die mee naar Ice Age had gekeken. Eén van mijn vele andere nichten.

Wat we voor de rest hebben gedaan, dat weet ik niet meer. Echt niet.

 

Tijd voor maandag. Maandag, een schooldag, dus ging ik naar school. Ik schraapte al mijn moed bij elkaar en was eigenlijk blij dat ik thuis weg kon. Even weg van al het verdriet.

Die ene lieve vriendin, die al op bezoek was geweest, nam altijd samen de trein met mij. Ze kon mij dus meteen opvangen. Volgens mij heeft ze die dag bijna geen seconde van mijn zijde geweken, voor zover ik mij kan herinneren. Want veel weet ik er eigenlijk ook niet meer van.

De blikken, die starende blikken, die herinner ik mij wel nog perfect. Ik zag en voelde hoe ze naar mij keken. Allemaal. Ook de leerkrachten. Dát is dat meisje dat haar vader is verloren. Ocharme het kind. Ik kon er niet echt tegen. Niemand die iets zei, enkel die blikken. Of misschien waren er wel enkele die er iets van zeiden maar het zullen er toch niet veel geweest zijn.

Tijdens de pauze ging ik naar het toilet, daar kwam ik 2 andere goeie vriendinnen tegen. Ze wisten zich geen houding te geven. Eentje vroeg: “Gaat het een beetje?” Volgens mij heb ik toen het volgende geantwoord: “Nee, maar het zal toch wel moeten gaan hé.” Daarna heb ik mij even opgesloten op het toilet. Daar zat ik veilig. Veilig genoeg om de tranen te laten lopen. Ik had geen zin om terug naar de klas te gaan. Maar ik moest, ik verplichte mijzelf, ik kon niet daar blijven. Dus ik stond recht en ging de klas opnieuw binnen. Met rode ogen en wangen ging ik braaf op mijn stoel zitten. Opnieuw diezelfde blikken. En een troostend gebaar van mijn lieve vriendin. Wat was ik blij dat zij er was.

’s Middags moest ik naar huis. We moesten opnieuw naar de begrafenisondernemer. Ik denk om de urne enzo uit te kiezen. Ik nam afscheid van mijn vriendin. Zij ging samen met de rest van de ‘klik’ gezellig iets eten. En ik bleef achter. Ik had nog even afgesproken met een andere vriendin, Lissa, ik ken haar al sinds de kleuterklas. Samen zaten we op de trap, naast de cafetaria van onze school. Veel zeiden we niet. Er waren dan ook geen woorden om duidelijk te maken hoe erg we het allebei vonden. Dus even later vertrok ik dan maar.

Weg van school, terug op weg naar het verdrietige thuisfront. Om daar dan een urne uit te kiezen. En dat was ook het moment waarop we ontdekten dat er een hele sector bestaat i.v.m. urnen en andere dingen om assen in op te bergen. Kettingen, ringen, armbandjes, fotokaders, … Urnen in alle kleuren van de regenboog en in alle mogelijke formaten: van een mini ‘knuffelurne’ tot een grote urne voor je dode kat (inclusief met een kattenpootjes design).Door die grote keuzemogelijkheid konden we niet meteen beslissen. We mochten zijn folders mee naar huis nemen om nog eens goed na te denken.

Het is echt zoals ze zeggen: er komt veel meer bij kijken dan je denkt!

 

De rest van ‘die ene week’ is voor een andere keer. Het is zwaar en vermoeiend om alle herinneringen naar boven te laten drijven.

Die ene nacht.

Standaard

Ik vertelde jullie dat er weer oude herinneringen boven kwamen door het overlijden van de nonkel van een vriendin van mij. (wat een lange en ingewikkelde zin, seg)

En ik wil deze herinneringen graag neerschrijven en dat ga ik bij deze dus doen. Het zijn herinneringen die zich afspelen vlak na de dood van mijn papa.

De nacht waarin ik hoorde dat mijn papa dood was, voelde ik mij even opgelucht. Heel erg opgelucht zelfs. Een zware last viel van mijn schouders. Het was gedaan. Het afzien was gedaan, de pijn van mijn papa was gedaan. Dit gevoel bleef jammer genoeg maar enkele minuten duren. Daarna kwam meer en meer het besef dat einde het begin was van een nieuw leven. Een nieuw leven zonder mijn papa. Een zwaar, moeilijk en triestig leven. Een leven dat ik mij totaal niet kon voorstellen. Ik werd enorm zenuwachtig. Zenuwachtig voor wat er mij allemaal te wachten stond. Mijn dode vader gaan bezichtigen, de begrafenis regelen voor mijn dode vader, feestdagen zonder mijn dode vader, studeren zonder mijn dode vader, een eigen huis kopen zonder mijn dode vader, … Kortom: een leven zonder mijn lieve papa. Je zou voor minder zenuwachtig worden.

Mijn broers waren toen nog van niets op de hoogte. Jeroen was een weekendje weg (ik weet niet meer naar waar) en Pieter zat zoals altijd op zijn kot. Ik en mijn mama hadden beslist dat het beter was hen pas de volgende ochtend te bellen. Het had toch geen zin dat ze midden in de nacht nog naar huis kwamen.

Ik en mama gingen die nacht wel nog naar mijn papa toe. Of toch naar wat nog van hem overbleef. Een wit-geel-achtig levenloos en scheef lichaam. De gedachte eraan maakt mij alweer misselijk en draaierig. We stonden daar trouwens niet in ons eentje. Mijn mama haar zus is ons thuis komen oppikken en heeft ons naar de Cirkel gebracht. Daar hebben we even in de gang gewacht en toen kwamen de zus en mama (mijn oma dus) van mijn papa en mijn nicht ook toe. Ondertussen waren de verpleegsters mijn papa nog aan het ‘klaarmaken’. Toen ze klaar waren, gingen we samen naar binnen.Er stonden kaarsjes te branden en er klonk muziek van Katie Melua. Bambi lag op de benen van mijn papa. Hij had een chique kostuum aan, een lichtpaars hemd en donkerpaarse plastron. Dat lag al allemaal klaar in zijn kastje daar.

Ik kon er niet lang blijven staan. Volgens mij ben ik er nog geen 5 minuten binnen gebleven. Ik kon dat beeld niet aanzien. En die Bambi op zijn benen al zeker niet. Bambi hoorde vanaf nu terug bij mij, in mijn armen. Bambi moest mij troosten. Samen met mijn nicht ben ik terug naar buiten gegaan. Samen hebben we in de rode lederen zeteltjes gewacht terwijl de rest nog bij dat dode lichaam stond te huilen. En ik vertelde aan mijn nicht over mijn nieuwe school en over de vele taakjes. Gek eigenlijk dat ik zelfs die dingen nog weet. Misschien omdat het zo gek is dat ik daarover vertelde. De dood van mijn papa was nog te afschuwelijk om over te praten, dus dan sprak ik maar over mijn tweede grote liefde: school.

We namen afscheid van elkaar (nee, ik nam geen afscheid van mijn papa) en vertrokken weer naar huis. Van de terugrit herinner ik mij niets. Van de heenrit trouwens wel. Ik weet nog dat het heel kalm was onderweg. Nergens beweging, bijna geen licht. Wij zaten in de grote veilige auto op weg naar het lichaam van mijn papa. Ik kan mij zelfs nog de geur herinneren van de auto, terwijl ik eigenlijk helemaal geen ‘geuren-geheugen’ heb.

Ik en mama kwamen thuis in een groot, leeg huis. Een huis dat plots helemaal anders aanvoelde. Veel killer. Veel triestiger. Ik weet nog dat mama vroeg of ik bij haar wou slapen. Ik zei dat het wel zou lukken om in mijn eentje in te slapen. En daar lagen we dan, elk in ons eigen bed. Mijn mama in haar grote, lege bed. Ik in mijn kleine bedje met Bambi tegen mij aangedrukt. Ik, denkend aan de volgende dagen, aan de begrafenis, aan de beelden van mijn dode papa. En denkend aan de tranen die niet echt kwamen. Ik was nog steeds enorm zenuwachtig. Ik kon niet slapen van de zenuwen. Ik weet niet meer hoe lang ik heb wakker gelegen maar ik denk niet dat het een eeuwigheid was. Ik was waarschijnlijk te vermoeid om lang wakker te liggen.

 

Het verhaal van de volgende ochtend, dat bewaar ik voor een volgende keer.

Het verbaasd mij trouwens hoeveel details ik nog weet. Ik dacht dat ik al veel vergeten was. Blijkbaar vergeet je zo’n gebeurtenissen niet zo snel. Toch denk ik dat ik er goed aan doe om ze neer te schrijven. Voor later. En ook een beetje voor nu, om ze weer wat meer plaats te geven.