Maandelijks archief: juli 2015

BAM! BAM!

Standaard

Het gaat niet goed met mijn moeke. Mijn liefste oma, of moeke zoals wij haar altijd noemen. Ze is al een tijdje aan het sukkelen met haar gezondheid, zoals ze dat zo mooi kunnen zeggen. Maar dat sukkelen begon ons stilaan wel wat meer zorgen te baren. Ook moeke zelf begon zich zorgen te maken. Ze gaat sowieso al regelmatig naar haar huisdokter maar de laatste weken volgden die bezoekjes elkaar steeds sneller en sneller op. Onderzoekje hier en onderzoekje daar.

En eergisteren hadden ze eindelijk een antwoord klaar: darmkanker. BAM! Daar is dat boze woord weer. Het boze woord waarvan ik had gewenst het nooit meer tegen te komen – wat uiteraard een kinderachtige wens was, want kanker is overal – komt plots mijn leven weer binnengestormd.

Het voelt ook als een storm. Ik kan weer niets beginnen tegen het kankermonster. Ik heb het gevoel dat het monster al gewonnen heeft voordat het gevecht zelfs nog maar gestart is. Mijn oma is niet meer van de jongste en ze is het laatste jaar sterk verzwakt (mooie woordspeling trouwens hé).

Mijn mama was nog maar tien minuten terug thuis, ze was met moeke naar het ziekenhuis geweest om nog een scan te laten nemen van haar longen, toen de telefoon plots begon te rinkelen. Mijn hart sloeg een paar slagen over. Mijn mama werd rood en ik zag duidelijk de angst en paniek in haar ogen. Een blik die pijnlijke herinneringen naar boven bracht. Diezelfde blik had ze toen een tante belde om te zeggen dat mijn opa was overleden. Diezelfde blik had ze toen we weer eens slecht nieuws kregen over de gezondheid van mijn papa.

Ze nam haar handtas terwijl ze nog aan het bellen was, mijn mama. Dit is niet goed. Dit is helemaal niet goed, dacht ik. Ik twijfelde wie er aan de lijn was, mijn tante of mijn oma. Blijkbaar was het mijn oma. Haar dokter had haar gebeld om te zeggen dat ze meteen terug naar het ziekenhuis moest. Verschillende klonters in de longen en een longembolie. BAM!

En dan zeggen dat ik deze middag nog gezellig naast moeke zat te babbelen over mijn nieuwe job. Maar in mijn achterhoofd bedacht ik mij terwijl dat dit misschien één van de laatste ‘normale’ babbeltjes kon zijn. In mijn achterhoofd ben ik verschrikkelijk, maar dan ook verschrikkelijk, bang. In mijn achterhoofd heb ik zelfs al een tekstje klaar voor op haar begrafenis.

Ik weet dat ik zo niet mag denken, maar het is sterker als mijzelf. En daarbovenop komt nog eens dat mijn voorgevoel mij op momenten als deze vaak niet in de steek laat. Ik voel die pijn in mijn buik alweer. Ik voel dat het niet goed komt, maar ik wil zo graag geloven dat het wel goed komt. Want mijn moeke is een sterke vrouw, altijd al geweest. En als ik nog maar een sikkepitje van haar sterkte in mij heb, dan zou ik daar al heel fier op zijn.

Laat ik maar gewoon geloven en hopen in de kracht van moeke.

Tinderdate nummero 4

Standaard

Na, een toch wel een lange pauze, ben ik nog eens op Tinderdate geweest! En wat voor eentje.

Even een korte samenvatting van de voorbije periode. De vorige Tinderboy, J., daar heb ik jammer genoeg niet meer mee afgesproken. Hij twijfelde te veel. Na veel twijfelen heb ik dan zelf een paar weken geleden gevraagd of hij toch niet nog eens wou afspreken waarop hij ja zei. “YES!” dacht ik, maar een paar dagen later zei hij dat het niet kon doorgaan: te druk. Toch wou hij echt wel nog afspreken, zei hij. Ondertussen zijn we dus een enkele weken verder en heb ik niets meer van hem gehoord. 

Ik bleef – voornamelijk uit verveling – verder Tinderen. Hier en daar leerde ik nog eens een toffe jongen kennen, maar afspraakjes kwamen er niet van. Afgelopen woensdag had ik een match met ene Y. . Ik zag meteen dat we mijn broer als gemeenschappelijk connectie hadden. Blijkbaar hadden ze vroeger altijd samen naar school gefietst. Ik kende hem niet, maar ik vond het wel een leuke babbel. Na een paar uur vroeg ik of Y. verder wou babbelen via What’s app, wat ik toch makkelijker vind dan Tinder. “Vraag jij nu mijn gsm nummer?” Blijkbaar vond hij het gek dat een meisje dat als eerste vraagt. Vervolgens wou hij mij voor zijn met – volgens hem de volgende stap – de vraag om iets te gaan drinken. Waarom niet, dacht ik. J. antwoordde toch niet meer en eens een avondje weg is wel eens plezant. We maakten plannen voor vrijdag.

De volgende dag kreeg ik echter al wat spijt van mijn beslissing, ik begon stilaan te beseffen dat deze Y. niet mijn type was. Veel blabla over geld en auto’s. Maar ik had nu eenmaal ja gezegd, dus dan kon ik niet meer terugkrabbelen, vond ik.

Gisteren, vrijdagavond dus, was het zover. Meneer (deze benaming past perfect bij hem!) kwam mij ophalen met zijn – volgens hem – chique en dure BMW die normaal gezien niet voor mensen van zijn leeftijd is weggelegd. Eerder voor iemand die al rond de 50 is. Maar meneer heeft nu eenmaal een job in de IT en mag zich daar blijkbaar veel veroorloven.

Mijn voorgevoel klopte, meneer sprak in het echte leven ook maar al te graag over dikke wagens, geld en zijn IT-wereldje. Laten dat nu net de drie dingen zijn die ik totaal niet interessant vind. En dat is nog zacht uitgedrukt. Y. bleef maar doordrammen over zijn dure opties in zijn wagen, over zijn vorige auto’s (met bijhorende foto’s), over het aantal kilometers op zijn kilometerteller, over hoeveel benzine er in zijn tank kan, over het aantal boxen in zijn BMW, …

Ik had al verscheidene keren laten vallen dat ik niets van auto’s ken en dat het mij eigenlijk ook niet interesseert. Toch vond hij het nodig om constant terug datzelfde gespreksonderwerp boven te halen. Hoe vaak ik ook probeerde om over iets anders te praten, het kwam altijd daarop terug. Of op geld. Of op IT. Drie vierde van de tijd ging het over auto’s. Drie vierde van de tijd begreep ik er nauwelijks iets van.

Y. vond het ook nog nodig om mij financieel advies te geven. Een appartement huren mag ik echt niet doen: geldverspilling. Ik moet mijn loonfiche beter nakijken. Ik moet mijn vakantiegeld aanvragen. Ik mag niet alleen gaan wonen zolang in niet genoeg gespaard heb. Blablabla.

Mijn interesses vond Y. dan weer niet boeiend. Y. vindt zijn geld en zijn auto blijkbaar het belangrijkste in zijn leven. Ik vind dat het minst belangrijke in mijn leven. Wanneer ik vertelde dat ik er enorm van kan genieten wanneer ik een regenboog zie, of een vlinder of een mooi liedje op de radio hoor, bekeek hij mij maar wat raar.

Kortom: er was totaal geen klik. En de avond bleef maar eindeloos lang duren. Het enige positieve was dat meneer trakteerde, want ik moet toegeven, hij is wel een gentleman. Of hij probeert zich alleszins zo voor te doen. Het jammere (of dan toch voor hem) is dat ik het niet voor gentlemannen heb.

Twee cocktails en een Fanta later (ik durfde helaas niet te zeggen dat ik niets meer moest drinken) kwam er eindelijk een einde aan de uiteenzetting over geld en auto’s. Dat dacht ik toch. Want, uiteraard, toen we eenmaal in zijn BMW zaten, begon hij weer allerlei snufjes te tonen. Snufjes die hij al eerder had vermeld én – joepie jeej – ook nog wat nieuwe snufjes. En tot slot demonstreerde hij hoe luid zijn 14 boxen wel niet klinken. Ik werd gek en doof.

“Tot een volgende keer, misschien.” was het laatste dat ik zei voor ik probeerde uit te stappen, wat niet lukte omdat alweer een snufje dat verhinderde. Dubbele beveiliging waardoor ik blijkbaar twee keer aan het handvat moest trekken. Wat was ik blij toen ik thuis was!

Als hij denkt dat hij mij heeft kunnen imponeren mijn zijn chique wagen en zijn chique praatjes, dan zit hij fout. Ik vond het zelfs eerder zielig hoe materialistisch hij was. Neen, ik zou nooit kunnen samenleven met zo iemand. Geef mij maar iemand met héél wat minder noten op zijn zang. En nee, het bedrag op zijn rekening maakt mij ook niets uit!