Categorie archief: Zwarte rouw

Sneeuwvlokken en een donkere zon

Standaard

Het gaat even weer niet goed. Nee, ik weet niet echt hoe het komt. Nee, ik vind dit geen fijn gevoel. En nee, ik wil niet dat ik mij nog lang zo voel.

Het voelt alsof ik een kleine glazen sneeuwbol ben die hard door elkaar wordt geschud. De sneeuwvlokjes die al weken op de bodem lagen te rusten, worden plots wild naar boven gezwierd. En ik kan alleen maar wachten tot de vlokjes tergend langzaam weer naar beneden zijn gedwarreld.

Lees de rest van dit bericht

Advertenties

Pauze

Standaard

Het zit eventjes allemaal vast. Er komen geen gevoelens meer uit. Alsof mijn pauzeknop is ingedrukt.

Mijn papa is ondertussen 3 jaar en half dood en het lijkt even alsof ik het niet meer kan voelen. Dat robotje is weer in mijn hoofd gekropen en het heeft gezegd dat er geen tijd is om iets te voelen. Of misschien heeft dat robotje gewoon geen zin in dramatisch gedoe.

Of een andere optie is dat ik  er gewoon beter mee kan leven. Wat eigenlijk ook wel zo is. Maar toch, ik voel dat het weer anders is. Ik kan ook niets zinnigs meer schrijven. Mijn gevoelens, woorden, gedachten, tranen, … zijn op. Alles wat met mijn papa te maken heeft is even weg. Misschien laat ik het dan maar beter zo. Misschien maak ik er dan beter niet te veel (stomme) woorden aan vuil.

Vergeten of verloren

Standaard

Er zijn zo van die momenten. Momenten waarop ik mij stort op herinneringen van vroeger. Of momenten waarop ik oude berichten wil herlezen, terwijl ik goed genoeg weet dat het pijn zal doen. En dat het zal eindigen in een huilbui. Toch volg ik mijn gevoel op die momenten en doe ik wat het mij opdraagt.

Lees de rest van dit bericht

De dood is mijn leven

Standaard

Soms, heel soms, of eigenlijk wat vaker als heel soms, heb ik het gevoel als het allemaal nog maar pas gebeurd is. Dat mijn papa nog maar net gestorven is. Dat er nog geen 3 jaar voorbij is maar 3 uur. En dat ik zijn armen dan weer zo graag om mij heen wil voelen.

De laatste maand ben ik er weer veel meer mee bezig. De dood van mijn papa is haast mijn leven. Het is niet zo extreem als in de beginperiode, maar toch weer veel meer dan deze zomer bijvoorbeeld.

Hebben de donkere dagen er iets mee te maken? Of de feestperiode nog? Of is het omdat ik weer wat meer in aanraking kom met mensen die hebben meegemaakt wat ik heb meegemaakt? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik het niet fijn vind.

Wanneer ik de afgelopen maanden eens even wat verdrietig was, wat eigenlijk helemaal niet zo vaak meer gebeurde, huilde ik wat. Een uurtje ofzo en alles was eruit. En ik kon weer verder. Maar wanneer ik nu verdrietig ben, komt dat vreemde gevoel in mijn buik terug naar boven. Pal in het midden, alsof er een baksteen in zit die er NU uit wil. Als ik dat gevoel heb, word ik bang. Ontzettend bang. Bang omdat ik dan vrees dat ik de dood van mijn papa niet goed verwerkt heb of aan het verwerken ben.

Dat vraag ik me zo vaak af: verwerk ik het wel goed? Doe ik de juiste dingen? Doe ik te weinig of te veel? Praat ik te weinig en krop ik het op? Krijg ik binnen een aantal jaar een inzinking? Of is dit gewoon een nieuwe fase in het verwerkingsproces? Is dit tijdelijk en gaat het binnen enkele weken terug beter gaan? Stel ik te veel vragen? Moet ik het niet gewoon allemaal op mij laten afkomen?

Misschien wel.

Maar de dood is mijn leven. Ik leef met de dood. De dood van mijn papa zit voor altijd in mijn gedachten. Elke dag leef ik ermee. De ene dag is geweldig en de andere dan weer geweldig moeilijk. Maar moeilijk moet ook gaan hé.

Ja, moeilijk gaat ook. “Niet drijven over hé, meid.” zou mijn papa zeggen, waarmee hij bedoelde dat ik niet moet overdrijven.

Soms

Standaard

Soms mis ik hem zo.

Zo hard.

Soms mis ik hem zo hard.

Dat ik ervan bevries.

De koude pijn slaat om mijn hart.

En ik sta stil.

Zo stil.

 

Het komt weer dichterbij. Niet enkel het verdriet komt dichterbij mij. Ook de 15de oktober komt dichterbij. En dat voel ik aan alles. Bijna 3 jaar, bijna. Nog net niet. Nog 11 dagen en het is zover, dan kan ik zeggen dat mijn papa drie jaar geleden overleden is. 3 jaar!

Ik kan het niet geloven. 1084 dagen lang heb ik mijn papa niet meer gezien. Verschrikkelijk lang. En het wordt nog verschrikkelijk veel langer. En daar valt niets aan te doen. Dood is en blijft dood.

Soms kan ik mij erbij neerleggen, soms wordt ik boos. Heel boos. Want waarom kreeg MIJN papa kanker? Waarom moest MIJN papa zo hard vechten om uiteindelijk toch de strijd te moeten opgeven? Waarom kan hij gewoon niet even terugkomen? Heel even maar? Gewoon heel even.

Waarom stel ik mij nog steeds deze vragen? Het antwoord is simpel. Omdat ik mijn papa voor altijd zal blijven missen. Soms heel erg hard, soms wat minder hard. Maar altijd zal ik hem blijven missen.

Vorige zaterdag was het mijn ‘officiële’ proclamatie. Afgestudeerd als leerkracht lager onderwijs. Mijn grote droom en ook die van mijn papa. Ik hoor het hem nog zo zeggen, op onze laatste vakantie: met u komt alles wel goed, dat weet ik, ik weet wat er van u gaat worden: ge wordt juf, ge vindt een leuke man en samen krijgt ge veel kindjes.

En dat eerste is al zover, ik ben juf geworden. Een eerste grote mijlpaal in mijn leven. Zonder mijn papa. Ik had hem er zo graag bij gehad. Welke vader wil er nu niet zijn dochter zien afstuderen? Welke vader wil er nu niet dat zijn dochter de job van haar leven vindt? Welke vader wil zijn dochter nu niet gelukkig zien?

Het is en blijft hartverscheurend. Ik zat daar in de zaal, tijdens de proclamatie, en ik dacht aan hem. Ik dacht aan hoe ongelooflijk jammer het was dat hij er niet bij kon zijn. Ik dacht aan hoe ver ik geraakt ben, zonder hem en met hem in mijn gedachten. Ik dacht aan hoe trots hij zou geweest zijn. Ik dacht aan mijn lieve, lieve, lieve papa.

En ik blijf aan hem denken. Na bijna 3 jaar. Na altijd.

Papa was al dood

Standaard

Ik vraag me vaak af vanaf wanneer je kan zeggen dat het lang geleden is. Vanaf wanneer is het lang geleden dat iemand dierbaar is overleden? Een jaar, twee jaar, 3 jaar, 5 jaar, 10 jaar, 20 jaar?

Naar mijn gevoel is het vanaf nu. Het is bijna 3 jaar geleden dat mijn papa stierf. Klinkt wel eng als ik het zo schrijf, maar het is zo. En in die drie jaar tijd is er van alles veranderd en toch ook nog hetzelfde gebleven. Maar wat ik eigenlijk wil vertellen is het volgende.

Het is volgens mij lang geleden als volgende zin wordt uitgesproken: “Papa was al dood.” Mijn mama doet zulke uitspraken tegenwoordig vaker en vaker. Wanneer we spreken over een tijdje geleden, dan begint ze na te denken: leefde papa nog of niet. Dit is blijkbaar haar nieuwe referentie. Als hij al niet meer leefde, dan is het al een tijdje geleden.

Maar het stoort mij, de manier waarop ze het zegt. Er zijn enkele varianten: “Papa leefde al niet meer.”, “Papa was toen al ziek.”, “Papa was er al niet meer.” en de pijnlijkste vind ik de papa-was-al-dood-variant. Die is zo hard en hakt meteen in mijn gevoelens in. Tsjaka.

Ik doe deze uitspraken nooit en ik denk ook niet op deze manier over vroeger of over een tijdje geleden na. Naar mijn gevoel is mijn papa nog steeds maar een weekje weg. Dan lijkt het dat ik nog bijna geen nieuwe dingen heb meegemaakt of heb opgebouwd, waardoor ik dus nog niet moet refereren naar ‘papa was toen al dood’ momenten.

Of ik ooit zo zal spreken over mijn papa weet ik niet. Ik zal het misschien wel eens denken, maar het zo hard benoemen denk ik niet dat ik kan. Te pijnlijk. Het uitspreken maakt het nog echter en stiekem wil ik dat nog steeds niet. Ik wil nog elke dag dat mijn papa weer leeft en bij ons is.En elke dag weet ik ook dat dat onmogelijk is.

Papa was en is al bijna 3 jaar dood.

Ik-mis-mijn-dode-papa-dag

Standaard

Soms heb ik het nog steeds verschrikkelijk moeilijk met de dood van mijn papa. Dan sta ik ’s ochtends op en denk ik: het is weer zo’n dag. Zo’n dag waarop alles mij aan hem doet denken. En ja, je raadt het al. Gisteren was zo’n dag.

Ik was alleen thuis, mijn mama ging een dagje naar zee. Dus ik dacht: gezellig, dan ga ik een dagje winkelen. Ik werd wakker en deed mijn gordijn omhoog. Ik keek naar mijn vensterbank en bekeek de foto van mijn papa. Voorzichtig nam ik de mini-urne vast. Ik moest er een dun laagje stof afvegen, zo lang was het geleden dat ik het had vastgenomen. Het is nu eenmaal geen prettige gedachte om je vader in zo’n potje te hebben zitten en dat een beetje te aaien. Daarom neem ik het zelden of nooit uit het doosje. Af en toe wrijf ik er wel eens over, zodat het proper blijft. En dat was nu blijkbaar een tijdje geleden. Laten we het op mijn stage steken.

En daar stond ik dus, met een paar restjes papa in mijn handen, starend naar zijn ogen. Mijn ogen. Heel even dacht ik: wat als ik mij hier nu op de grond zou leggen en een paar uur lang zou huilen? Maar ik bedacht mij al gauw dat dat geen zin heeft. Opnieuw heel voorzichtig legde ik de urne terug in het doosje. Andere mensen zouden het misschien iets schattigs of moois vinden, want je kan bijna niet raden dat het een urne is. Maar ik vind het eigenlijk vrij vies hoewel het er wel mooi uitziet. Datgene wat erin zit, maakt het vies.

Mijn dag was dus al goed gestart! Ach, het kan alleen maar beteren, dacht ik. De zon komt er misschien wat door en straks ga ik winkelen, enkel leuke vooruitzichten. Want ja, ik ben nu eenmaal dol op winkelen en het was zo lang geleden!

Iets voor de middag vertrok ik (eerst heb ik nog een paar uur opgeruimd – stage brengt zooooveel rommel met zich mee!) richting station. Toen ik op mijn trein stond te wachten kroop dat vreemde gevoel al langzaam in mijn huid en hoofd.

Hoe vaak heb ik hier wel niet gestaan met tranen in mijn ogen, dacht ik. Hoeveel uur na de dood van mijn papa stond ik hier al niet terug? Hoe vaak heb ik wel niet gedacht: is onder de trein springen minder erg dan het gemis van mijn papa? Hoe vaak heb ik niet gevloekt dat ik mijn papa terug wil? Het station is zo wat mijn plaatsje waar ik tot rust kom. Ik sta er graag te wachten (toch als het niet ijskoud is) op mijn trein. Ik hou van de stilte en de voorbijrijdende treinen. Ik hou ervan dat ik daar zo vaak heb gestaan en dat ik zo vaak niet wist hoe het verder moest met mijn leven. Ik hou ervan dat er dan bijna een jaar lang een lieve vriendin mij stond op te wachten om mij te troosten of te knuffelen. Ik hou ervan dat ik daar gewoon wat kan zitten en staren.

Ik beken, ik ben expres een half uur te vroeg vertrokken zodat ik daar nog wat kon zitten en staren. En nadenken. En treuren. Waarom is mijn papa dood? MIJN papa. Niet die van iemand anders, net mijn papa. Het blijft na meer dan 2 jaar en 7 maand oneerlijk. Zo oneerlijk. En het oneerlijkste is nog dat je er niets aan kan veranderen, hoe graag je ook wilt. Dood is dood en dat blijft voor altijd doder dan dood. Dit en nog veel meer spookte door mijn hoofd.

Eens aangekomen bij de winkels voelde ik mij niet beter. Zelfs niet heel even. Ik kon het zelf bijna niet eens geloven, de kledij, de juwelen, de schoenen, de hebbedingetjes, … maakten mij niet gelukkig. Ik voelde de euforie van nieuwe spulletjes niet. Normaal word ik even dolblij van winkelen. Deze keer dus niet.

Ik dwaalde wat rond in de winkels, ik kocht enkele spulletjes en slenterde door de drukke straten met muziek in mijn oren. Ik liep langs gelukkige koppeltjes, lieve oudjes, gezellige gezinnen en schattige vaders met dochters. Dat laatste raakte mij natuurlijk het diepst. Toen mijn papa nog maar net was gestorven kreeg ik automatisch tranen in mijn ogen als ik dit soort gelukkige duo’s tegen kwam. Maar na verloop van tijd werd ik hieraan gewoon en dacht ik niet meteen aan mijzelf en mijn papa. Gisteren dus wel. Plots zag ik overal geweldige vaders met aanhankelijke dochters. Plots voelde ik weer diezelfde, stekende pijn. Jaloerse pijn ook. Waarom zij wel en ik niet? Waarom mag ik niet gelukkig zijn? Waarom mag ik hier niet rondlopen met mijn papa?

Waarom? Die waarom-vragen waren al zo lang achterwege gebleven en nu waren ze plots terug. Ik weet niet WAAROM.

Ik had verschrikkelijk veel hoofdpijn gekregen dus ik zette mij even neer op een rustig pleintje. Ik moest mij heel erg hard inhouden om niet in tranen uit te barsten. Ik miste mijn papa plots weer zo verschrikkelijk hard en ik wist niet hoe het kwam. Het was gewoon zo’n dag. Een ik-mis-mijn-dode-papa-dag. Misschien had ik een bordje met die tekst rond mijn nek moeten hangen. Dan hadden voorbijgangers mij misschien wat kunnen troosten. Of ze hadden mij een zielige blik kunnen toewerpen.

Vandaag is het gelukkig niet zo’n dag. Ik voel mij nog steeds niet tiptop maar toch al wat beter. Het einde van een stage, het doet wat met een mens. Ik steek het daar maar op, dan moet ik het niet op mijzelf steken.

 

Laat ik nog eens afsluiten met een mooi liedje. Dat maakt alles toch nog altijd wat beter.

 

Overval

Standaard

Verdriet. Het overvalt je. Als een dief in de nacht. Sluipend, langzaam, steeds verder in je huis En plots schrik je wakker en hoor je het lawaai. Je jaagt de dief weg door zelf lawaai te maken. Of je laat de dief verdergaan en wacht tot hij alles heeft meegenomen.

Zo gaat het dus ook met verdriet. Ofwel verjaag je het. Ofwel laat je het bezit over jou nemen. Wat het verdriet bij mij heeft gedaan weet ik niet goed. Volgens mij is het verdriet nog steeds aanwezig. Wat stiller en rustiger dan voorheen. Maar het is er nog steeds. Ergens in een achterkamertje waarvan het deurtje af en toe eens open gaat.

Je raadt het al. Gisteren ging dat deurtje weer eens open.

 

’s Nachts droomde ik over mijn papa. We hadden een bier ontworpen, speciaal ter nagedachtenis van hem. Hoe het juist in elkaar zat weet ik niet meer. En mijn peter kwam er ook in voor. Hij was blij dat we hem, de nacht dat mijn papa stierf, hadden verwittigd. Hij had dan wel heel ver moeten rijden, maar hij had het ervoor over. Hij was tevreden. Spijtig genoeg is het in het echte leven niet zo gegaan, we hadden hem niet verwittigd. Of hij daar boos om is, weet ik niet.

 

Overdag zag ik een bericht op facebook verschijnen van een meisje dat ik ken van op speelplein. ‘Verloor een geliefde: vader’. Slik. Ik plaatste ook zo’n bericht toen mijn papa net gestorven was. Ik ken het meisje niet super super goed maar we kwamen vorige zomer wel goed overeen, we zaten heel vaak bij elkaar. Ze studeert ook voor leerkracht lager onderwijs. En nu heeft ze dus ook geen papa meer. Ik heb even met haar gesproken via facebook. Door zo’n gesprek komen de akelige herinneringen automatisch weer naar boven. Door te lezen hoe zij zich voelt, komen mijn gevoelens van toen weer terug. Dan voel ik mij weer even zenuwachtig en bang. Door dit nu te schrijven, voel ik het weer.

Heel gek. Heel vies. Heel stom en helemaal niet leuk. Maar niks aan te doen. Ik wou dat ik dat meisje kon helpen. Echt kon helpen. En ik weet dat dat niet mogelijk is. En dat doet mijn bijna nog meer pijn. Want ik weet hoe het voelt en ik wil niet dat iemand hetzelfde voelt. Niemand zou dat verdriet mogen voelen. En toch zijn er elke dag honderden of duizenden mensen die zo’n slecht nieuws te horen krijgen. Mensen die in elkaar zakken van hartverscheurende pijn of mensen die blijven staren naar dezelfde plek van ongeloof. Mensen die niet weten wat te doen of mensen die niet stil kunnen zitten. Mensen die hun geliefde verliezen en nooit of nooit meer terug kunnen zien. Mensen waarvan hun leven voor goed veranderd. Mensen die nog miljoenen keer zullen wensen dat dit nooit gebeurd was. Mensen die zich uiteindelijk zullen moeten neerleggen bij het verdriet. Willen of niet. Dood is dood.

 

En de zon, die blijft maar schijnen. Zoals Yevgueni  het ook zo mooi zingt.

 

Trouwens nog een vrolijk Pasen gewenst.

 

Trouwens nog een kort verhaaltje: mijn tantes hebben mij daarnet op het Paas’feest’ teleurgesteld. Ze moeien zich zo met mijn keuze om al dan niet verder te studeren. Volgens hen MOET ik de job aannemen in mijn stageschool. Terwijl ik niet eens een job aangeboden heb gekregen… Verder studeren gewoon om iets te doen te hebben, is dom. Terwijl ik niet eens zomaar wil verder studeren. Buiten gewoon onderwijs lijkt mij echt wel leuk om te doen. Dat begrijpen ze precies niet. Werken is de boodschap volgens hen.

Achja, mijn leuke familie zal mij nooit begrijpen.

De dood wandelt weer eens met me mee

Standaard

Het verdriet komt me weer langs verschillende kanten besluipen. Heel zachtjes en traag kruipt het op mij en in mij. De tranen stapelen zich op. Ze dreigen alweer de rand van mijn emmertje te bereiken. Maar ik probeer ze er schepje per schepje uit te halen, zodat ik niet overspoeld wordt door de tranen.

Even wat meer duidelijkheid voor de geïnteresseerden.

Een vriendin van mij heeft een paar dagen geleden haar peter verloren. Heel plots door een auto-ongeluk. Ik ken de man helemaal niet, maar dat maakt mij niets uit. Ik zie hoe hard die vriendin erdoor geraakt is. Ik zie dezelfde pijn bij haar als de pijn die ik had. Door haar verdriet, komt mijn verdriet terug naar boven. De herinneringen aan de dagen na de dood van mijn papa komen weer bovendrijven.

Ik probeer haar zo goed mogelijk te helpen en te steunen. Hoe moeilijk ik het ook vind. Ik weet hoe het voelt en net daarom vind ik het zo verschrikkelijk moeilijk om de juiste woorden te vinden. Want ik weet dat er geen juiste woorden zijn. Enkel foute woorden, woorden die kwetsen en pijn doen. Dat zijn de woorden die ik wil vermijden. Maar wat zijn die woorden dan net? Zijn dat dezelfde woorden als bij mij? Of zijn dat andere? Geen idee. Ik doe wat ik denk dat ik moet doen. En hopelijk is dat goed.

 

En dan nog een andere oorzaak. Mijn nieuwe ‘stagepartner’, ook een Sara (zonder ‘h’ weliswaar) raakte mij gisteren met haar verhaal. Ze is haar papa ook verloren aan kanker. Toen ze nog maar 12 jaar was… We hebben er zeker een half uur over gesproken. Wel gek om zoiets pas na 3 jaar met elkaar in de klas te zitten, te ontdekken. Zij wist het natuurlijk al die tijd al van mijn papa, maar ik niet van de hare. Dus de Sara(h)’s hebben weer iets met elkaar gemeen. Spijtig genoeg.

 

De dood is overal. Elke dag. En toch komt hij soms weer heel dicht naast je lopen, op jouw pad. En eventjes vriendelijk goeiedag knikken, zorgt er niet voor dat hij ergens anders gaat lopen. Enkel aanvaarden dat hij daar loopt, zorgt ervoor dat je weer met een gerust geweten en hart verder kan.

Dus bij deze probeer ik dat weer maar eens.