Tagarchief: enthousiast

Crumbling through the hours

Standaard

Voorlopig was het een goeie dag. Vermoeiend. Maar goed.

Weer op observatie geweest. Als ik zie hoe die kindjes opkijken naar hun slimme juf, als ik zie hoe ze schrikken als ze boos wordt, als ik zie hoe ze lachen, als ik zie hoe graag ze een antwoord willen geven, als ik zie hoe ze graag ze hun verhaal willen vertellen, dan word ik blij.

Hoe moe ik ook ben, hoe triestig ik ook ben, die kindjes kunnen een glimlach op mijn gezicht doen verschijnen.

En dat hebben ze ook vandaag weer gedaan.

Misschien word ik ooit wel juf. Misschien ook niet. Dat zal ik later wel te weten komen. Wat ik nu moet doen is gewoon mijn hart volgen. Zolang ik mij goed voel bij deze richting, dan moet ik verder doen. Zolang de twijfel het niet overneemt van mijn motivatie, dan is het oké. Maar als ik met tegenzin naar de stageschool zou gaan, dan is het niet goed. Heel eventjes was dat het geval vandaag, maar dat was gewoon omdat ik zo moe was. (Ik weet het, ik kan zagen, sorry, dat is één van mijn beste vakken 😉 )

Dus, ik moet mijn hart volgen en afwachten. Nog niet te ver vooruit willen zien. Gewoon dag per dag, stap per stap, been voor been. Ik moet nog niet nadenken over de stage, over dat ‘enthousiaster-zijn-gedoe’. Ik moet nog niet denken dat ik het niet goed ga doen. Ik mag nog niet panikeren.

Gewoon alles op mij af laten komen. Maar dat is toch zo moeilijk. Ik ben ongeduldig. Ik wil mijn toekomst kennen, ik wil alle dingen die ik ooit ga doen nu al weten. Ik wil het allemaal kunnen plannen en kunnen regelen. Ik hou van regelmaat en van afspraken. Ik hou niet van het onverwachte. Ik wil zekerheid en stabiliteit. Wie weet is dat helemaal niet zo goed voor mij. Wie weet zou het veel beter zijn als ik eens wat meer risico’s neem, als ik dingen doe die niemand van mij verwacht, als ik dapperder ben en als ik spontaner ben.

Wie weet? Wie weet? Niemand. Opnieuw afwachten. Bah, wat een saai leven. Afwachten, afwachten, afwachten. Ik wil iets meemaken, echt waar. Maarja, ik heb het probleem daarnet al uitgelegd. Ik kan niet tegen onregelmatigheden en ik kan niet tegen spontane uitstapjes of onverwachte wendingen. Of risico’s nemen, dat is al helemaal niets voor mij.

Tijdens de stage moet ik een lesje filosoferen geven. Het onderwerp is: “wie ben ik?”

Echt iets voor mij 🙂 En rarara, welk verhaal ga ik voorlezen? Eentje van Toon Tellegen! Joepie jee 🙂 Ik kijk wel uit naar die les. Ik ben benieuwd hoe die kindjes zichzelf gaan beschrijven, welke eigenschappen ze aan zichzelf toeschrijven. Ze moeten ook een dier tekenen dat bij hun past, op basis van die eigenschappen. Omdat ik ze een voorbeeldje wil geven heb ik voor mijzelf ook een dier gezocht.

http://www.scoutsengidsenvlaanderen.be/totem/stokstaart

Dat ben ik 🙂 (behalve die dapper, druk, energiek en onstuimig)

Ahja, bijna vergeten!

3- Het moment waarop mijn juf tegen mij zei dat ik mijn les wel mocht geven zodat ik ze had gemaakt. (al die moeite was toch niet voor niets)

Give me wings to fly

Standaard

Raar.

Raar.

Raar.

 

Ik wil schrijven maar ik weet niet wat. Ik wil iets doen maar ik weet niet wat. Ik wil wenen maar ik kan het niet. Ik wil gelukkig zijn maar ik kan het niet. Ik wil leren maar ik kan het niet. Ik wil slapen maar ik kan het niet. Ik wil mijn papa maar dat kan niet.

Ik wil veel en ik wil niets.

Ik wil de wereld begrijpen en ik wil mijzelf begrijpen. Misschien moet ik bij het laatste beginnen. Dat zal een beetje makkelijker zijn. Maar toch… Hoe begin ik daaraan? Ik kan moeilijk aan mijzelf vragen: “Sarah, wie ben jij? ” Of toch. Misschien moet ik dat maar eens proberen. Proberen kan nooit kwaad.

“Sarah, wie ben jij?”

Ik ben, ondertussen, 19 jaar. Ik woon in … Ik heb twee broers, een lieve mama en geen papa meer. Ik studeer voor leerkracht lager onderwijs maar ik ben niet zeker meer of ik wel een goeie juf kan worden. Ik heb geen hobby’s, behalve schrijven, muziek luisteren, lezen en mij vervelen. Alhoewel dat laatste nog zelden voorkomt. Werken voor school, dat is eerder mijn hobby geworden. Maar eigenlijk kan je dat niet echt een hobby noemen. Eerder een verplichting. Ik ben single, al heel mijn korte leven lang (behalve in de kleuterklas, joepie!). Ik ben lelijk. Ik ben raar. Waarom ben ik raar? Ik doe dingen waarvan anderen raar opkijken. Wat dan? Afval heel grondig sorteren 😉 😉 , heel vroeg opstaan om mijzelf dan heel traag klaar te maken, nooit in de jacuzzi gaan terwijl we er eentje in onze tuin hebben staan, niets op mijn boterham eten behalve choco en heel heel zelden confituur, mijn sms’en korter maken door enkele letters weg te laten zodat het in één bericht past, ’s morgens overal de radio of CD speler opzetten, ’s morgens altijd cornflakes eten (zonder melk!) en niets drinken tot 18u (alhoewel ik dat tegenwoordig probeer te veranderen door een flesje water of sprite te kopen op school en aanduiden met bik tot waar ik het moet opdrinken), op school altijd een frangipaneke eten, mooie kleedjes en schoenen kopen en toch nooit uitgaan, … Zo kan ik uren en uren doorgaan. Misschien vinden anderen dit raar, zoals ik al zei. Maar voor mij zijn die dingen zo gewoon en vanzelfsprekend. Daarom noemen we zo’n dingen ook ‘gewoontes’. Die gewoontes maken mensen tot de persoon die ze zijn. Moest iedereen dezelfde gewoontes hebben waren we allemaal dezelfde en was alles heel saai.

Maar veel wijzer ben ik nog niet geworden. Wie ben ik? Misschien moet ik eens karaktereigenschappen opnoemen. Sorry als het stoeferig overkomt, want dat ben ik eigenlijk niet 🙂 Dus ik zal dan maar beginnen met bescheiden. Eerlijk, vriendelijk (cliché), lief (nog een cliché), verlegen als ik nieuwe mensen ontmoet of verlegen in grote groepen, stil in grote groepen en soms luidruchtig in kleine groepjes (alhoewel, luidruchtig is overdreven maar ik weet geen ander woord). Zorgzaam, rustig (vooral als ik moe of slechtgezind ben, maar ik zal nooit de wildste van de groep zijn), leergierig, afwachtend, soms ook spontaan, soms sociaal, soms initiatief nemend (is dat een woord?), goedlachs (als ik mij goed voel tenminste). Nu zit ik eventjes vast. Ahja, twijfelaar! Ik twijfel als aan alles. Alles wat ik hier tot nu toe heb geschreven is eigenlijk heel afwisselend. Het hangt echt af van de situatie hoe ik mij gedraag. Als ik mij op mijn gemak voel, bij vrienden ofzo, dan komen alle ‘positievere’ eigenschappen in mij naar boven. Dan ben ik niet meer verlegen, dan ben ik rechtuit, enthousiast, zot en belachelijk. Maar als ik mij niet op mijn gemak voel, dan ben ik onzeker en terughoudend, verlegen, afwachtend en stil. Eens ik mensen beter leer kennen heb ik het gevoel dat ik meer mijzelf durf te zijn. Maar soms heb ik het gevoel dat ik niet zeker ben wie dat is, die ‘mijzelf’. Dan denk ik: ben ik wel enthousiast, sociaal, spontaan, oprecht, durf ik wel voor mijn eigen mening uit te komen? En als ik erover nadenk, dan denk ik dat ik wel die persoon ben. Want als ik bij mijn vrienden/vriendinnen ben, dan voel ik mij goed. Dus als je je goed voelt, dan is dat toch een teken dat je jezelf bent. Niet?

 

Als ik mijzelf op deze moment zou moeten beschrijven met één woord, dan zou ik zeggen: wisselvallig. Want de laatste maanden ben ik heel wisselvallig. Ik kan de ene moment blij en opgewekt zijn maar twee minuten later kan dat al helemaal zijn omgeslagen. Dan kan ik juist heel verdrietig zijn. Wisselvallig zoals het weer in België. De ene moment lijkt het alsof de zon gaat schijnen terwijl ze eventjes later nergens meer te bespeuren is.

 

Sarah is wisselvallig.

 

Zozo, veel bijgeleerd over mijzelf seg. Misschien wel, misschien niet. Dat is weer de onzekere twijfelaar die in mij naar boven komt. Nu zal ik weer afwachtend moeten zijn. Afwachten wat de toekomst brengt. Want wie weet ben ik binnen een paar maand een heel ander persoon. Want dat is al eens gebeurd, een paar maand geleden, was ik anders. Toen dacht ik anders na over de dingen. Maar mijn karaktertrekken zijn toch nog niet veranderd. Misschien komt dat nog, misschien ook niet. Afwachten. Vooruitkijken. Niet stilstaan. Niet achteruit gaan. Vooruit is de enige weg die ik op mag gaan. Vooruit!

 

I saw you in my dream. Again.

Standaard

Ik twijfel. Ik twijfel aan alles. Ik twijfel over wat ik doe, over wat ik zeg, over wat ik denk, over wat ik wil, over wie ik ben.

Wie ben ik? Ik ben Sarah. Maar zal ik ooit ‘juf Sarah’ zijn? Ik begin eraan te twijfelen. En die twijfel maakt mij triestig. Ik wil al zo lang juf worden, dat is al altijd mijn grote droom geweest. Ik heb nooit (behalve de laatste 2 maanden voor het school echt begon) getwijfeld. Maar toch was ik zeker van mijn keuze. Het was zo voor de hand liggend. Ik wou juf worden, al altijd, dus daarom studeer ik er nu ook voor.

Maar als ik nu iedereen hoor vertellen over hun stage, dan slaagt de twijfel bij mij toe. Iedereen vindt het zo geweldig, zo plezant, ze genieten er allemaal van. Ik weet niet of ik dat ook doe. Soms denk ik van wel, soms denk ik van niet. Het was wel leuk, maar geweldig nu ook weer niet. Vermoeiend en stress, die woorden passen het best bij de afgelopen 2 dagen. Waarom kan ik de woorden super of geweldig er niet bij plaatsen? Ik weet het niet. Het gene dat mij ook zo aan het denken heeft gezet is de commentaar van mijn mentor. Ik ben niet enthousiast genoeg. Ik dacht dat wel leek dat ik het allemaal graag doe. En dat is eigenlijk ook zo. Ik sta daar graag vooraan in de klas, ondanks de stress en zenuwen en angst. Ik vind het leuk als die kindjes antwoorden, als ze zeggen dat het leuk was. Maar het is niet dat ik er super gelukkig van word. Daarom twijfel ik. Ben ik wel echt gemaakt om juf te worden? Moet ik toch niet iets anders kiezen? Want enthousiaster zijn, ik weet niet of ik dat kan. Nu toch niet. Of nu nog niet. Mijn leven is zo overhoop gegooid dat ik het moeilijk vind om enthousiast en vrolijk te zijn. Enkel als ik mij echt op mijn gemak voel en als ik mij echt ‘thuis’ voel, dan kan ik mijzelf zijn. Ik denk dat ik het daarom ook moeilijk vind om voor de klas zo spontaan en enthousiast te zijn. Alhoewel, spontaan ben ik denk ik wel. Of toch soms.

Ik vond het ook zo moeilijk als er een moment was waarop ik iets over ‘ouders’ of over ‘mama en papa’ moest zeggen. Want elke keer als ik dat woord uitspreek of schrijf of denk, dan denk ik meteen: ik heb geen papa meer. En soms dacht ik: ik wil dat tegen die kindjes zeggen. Maar dan denk ik: wat maakt dat uit voor die kinderen? Of hoe gaat mij dat helpen? Niet? Soms voelde ik ook de behoefte om dat tegen de (echte) juf te zeggen. Maar ik kan toch moeilijk zeggen: “hallo, ik moet nog iets zeggen, mijn papa is dood.” Soms dacht ik ook dat ik het misschien tegen een juf van vroeger kon vertellen. Want er is één juf, waarvan ik bijna zeker ben dat ze nog weet dat mijn papa toen ik daar op school zat ziek was. Maar natuurlijk durf ik dat weer niet. Zelfs als ik dat zou aandurven, dan is er niet eens een geschikt moment voor.

Ik twijfel dus. Over mijn toekomst. Ben ik wel de juiste persoon om juf te worden? Misschien zit het gewoon niet in mij. Ik weet het niet. Het heeft mij alleszins gekwetst dat ik niet enthousiast genoeg ben. Daardoor ben ik dus ook beginnen nadenken. Het enige wat ik kan doen is verder nadenken. En wachten tot ik het weet.