Tagarchief: hoop

Crawling up a hill

Standaard

Ik weet niet goed wat te schrijven. Dat hebben jullie waarschijnlijk al gemerkt aangezien ik al bijna een maand niets meer heb geschreven. Ik voel mij niet slecht. Ik blijf gewoon een beetje hangen in mijn gevoelens. Ik mis mijn papa elke dag. Maar veel meer voel ik niet. Ik heb de laatste maand geen enkele traan gelaten. Ik heb geen enkele keer dat immens grote verdriet gevoeld. Nu vraag ik mij vaak af  of dat komt doordat ik met mijn mama heb gesproken of dat het gewoon een fase is of dat ik het nu echt aan het verwerken ben. Ik weet het niet.

Misschien ligt het ook aan het feit dat ik de drempel van één jaar heb overwonnen. Een jaar geleden was ik zo bang voor alles. Ik wist niet wat er allemaal op mij af ging komen. Nu ben ik soms nog steeds bang, maar veel minder als vroeger. Ik mag het ‘vroeger’ noemen want ik vind dat een jaar echt al lang is. Er is zoveel gebeurd op een jaar tijd. Ik heb zoveel stappen gezet. Ik heb vriendschappen gesloten, ik heb vriendschappen verwaarloosd en verloren. Ik heb geweend en geweend. Ik heb gelachen en gelachen. Ik heb gesproken. Ik heb geschreven. Ik heb geleerd. Ik heb stappen gezet. Been voor been. En ik weet gewoon dat ik ooit op de plek zal zijn die ik wil bereiken. Een gelukkige plaats. Met een lieve, zorgzame man en schatjes van kinderen. Met mijn mama als de liefste oma ooit en zonder mijn papa. Maar ik weet dat ik daar op een dag vrede mee zal kunnen nemen. Dat ik op een dag vol liefde kan vertellen over mijn papa. Over hoe geweldig hij was. Over hoe dapper hij was. Over mijn super papa. Dat kan niemand ooit van mij afnemen. Mensen kunnen zeggen wat ze willen maar mijn herinneringen blijven zo lang ik leef.

Mijn verdriet blijft ook zo lang ik leef. Maar het zal minderen. Dat heb ik eindelijk echt begrepen. Ik weet ook dat er nog heel veel momenten gaan komen waarop het verdriet meer dan ooit terug komt. Dat er momenten zullen komen waarop ik mijn papa zo hard nodig heb. Momenten waarop ik liever nooit meer zou wakker worden en bij mijn papa zou willen zijn. Maar die momenten zullen veel minder zwaar wegen tegenover het geluk. Tegenover de mooie dingen van het leven. Want ik hou eigenlijk wel van het leven.

Ik hou ervan om naar de regen te kijken (toch als ik lekker warm binnen zit). Ik hou ervan om de natuur te bewonderen. Ik hou ervan om uren en uren muziek te beluisteren (en heel vaak luidkeels mee te zingen/brullen). Ik hou ervan om mensen blij te maken, om mensen te helpen. Ik hou ervan om iets te bereiken. Ik hou ervan wanneer hard werk wordt beloond. Ik hou ervan om te lachen. Ik hou ervan om chips te eten tot ik bijna ontplof. Ik hou ervan om te verdikken van al dat lekker eten. Ik hou ervan om de kindjes van mijn stageklas te zien lachen en zwaaien naar mij. Ik hou ervan om dagen en dagen lessen voor te bereiden en ze dan eindelijk te kunnen uitvoeren voor een groep enthousiaste kindje.

Ik hou van zoveel dat ik nooit alles kan opnoemen. Maar waar ik het meest van hou ben ik kwijt. Mijn papa.

Maar al de andere dingen waarvan ik hou heb ik nog steeds. Die koester ik. Ik hou van mijn mama, hoewel ik dat nooit tegen haar zeg, weten we het allebei. We hebben elkaar nodig. Dankzij haar ben ik sterker. Voor haar hou ik vol. We kunnen nog niet openlijk over onze gevoelens praten maar dat komt. Ik voel dat. We groeien. En ik vind het goed zo. Ik heb veel meer vertrouwen in de toekomst. Ik zie het allemaal veel beter zitten als een jaar geleden. Een jaar en een maand eigenlijk. Want het is alweer bijna de 15e. De tijd vliegt en mijn gevoelens vliegen mee. Soms vliegen ze in een diep dal maar altijd vinden ze hun weg weer naar boven. Naar de mooie heldere lucht.

Het komt goed. Ik voel het.

Happiness hit her like a train on a track

Standaard

Ik heb nood aan een bericht. Een lang bericht vrees ik. Ik moet het allemaal van mij af schrijven.

Het zijn weer moeilijke dagen. Altijd na goeie dagen komen de slechte dagen. Zo is het leven nu eenmaal, dat weet ik. Maar toch zou het leuker zijn als er alleen goeie dagen bestaan.

Ik heb de voorbije 3 nachten gedroomd. Elke nacht een andere droom. En toch ook elke nacht toch ongeveer dezelfde. Het lijkt wel een soort patroon om een misdadiger op te sporen. Ik ben de politie en ik moet onderzoeken wat mijn dromen mij willen vertellen.

Ik zal kort mijn dromen vertellen.

  1. Ik was

Nee… Het lukt niet. Ik zit al 5 minuten aan die eerste zin en ik kan niet verder. Ik vind de woorden niet. Misschien is dat een teken dat het eigenlijk niet echt nodig is om het hier allemaal neer te schrijven. Ik heb die drie dromen al in mijn eigen schriftje geschreven. Misschien is dat wel voldoende.

Ik wil wel over de rest praten. Ik moet toegeven dat ik het raar vind om terug hier op mijn blog te schrijven. Een paar maand geleden kon ik bijna geen dag voorbij gaan zonder hier iets te schrijven. Of toch zeker geen week. Nu voel ik zelden nog die drang om zoveel te schrijven. Ik schrijf nog wel. Maar helemaal niet zoveel meer als een tijdje geleden. Soms twijfel ik of dat nu goed of slecht is. Is het goed omdat dat wil zeggen dat ik een stap verder zit in het verwerkingsproces? Of is dat slecht omdat dat wil zeggen dat ik mijn gevoelens verdring? Of is dat slecht omdat ik soms te lui ben om iets te schrijven. Of is dat goed omdat ik mijn tijd aan andere dingen besteed? (aan welke andere dingen eigenlijk? ik lui-lekker heel de dag door) Ik weet het gewoon niet. Zoals altijd dus.

De reden dat ik hier terug iets schrijf zal al wel duidelijk zijn ondertussen… Het gaat weer minder goed. Slecht zelfs. Of kan ik het gevoel dat ik nu heb niet slecht noemen? Misschien moet ik het gewoon ‘triestig’ noemen.

Ik ben opnieuw triestig. Triestig. Triestig. Triestig. Waarom ben ik triestig? Komt het door die dromen? Komt het omdat het morgen 1 jaar geleden is dat alles erger is geworden met mijn papa? Komt het omdat ik hele dagen thuis zit en niks om handen heb en het enige wat ik dus kan doen nadenken is? Komt het door de combinatie van al die dingen? Waarschijnlijk wel.

Morgen is het 7 augustus. Een dag zoals een ander. Nee. Toch niet.

  1. mijn broer verjaart
  2. we kunnen dat niet vieren aangezien hij zich ergens in Zuid-Amerika op één of ander klein eiland bevind
  3. hij blijft nog 6 maand weg, dus een cadeautje voor hem bewaren heeft ook niet zoveel nut
  4. precies 1 jaar geleden reed ik voor de laatste keer met de auto (voorlopig rijbewijs) naar een markt om een kip (zijn lievelingseten – ondanks dat hij vegetariër is- ) te kopen voor mijn broer zijn verjaardag
  5. precies 1 jaar geleden bakte ik pannenkoeken voor mijn broer zijn verjaardag
  6. precies 1 jaar geleden kreeg mijn papa een soort van epilepsie aanval. De aanval die alles veranderde
  7. precies 1 jaar geleden stortte mijn wereld nog verder in elkaar
  8. precies 1 jaar geleden verloor ik mijn hoop
  9. precies 1 jaar geleden begreep ik dat mijn papa echt ging doodgaan
  10. precies 1 jaar geleden is mijn papa langzaam maar zeker vertrokken naar een andere soort wereld, een wereld waar ik hoop dat hij gelukkig en gezond is

Al deze dingen zullen wel mede oorzaak zijn van mijn triestige gevoel.

————————————————————————————————————————————————————————–

Ondertussen ben ik eventjes TV gaan kijken, ik had nood aan ontspanning. Eventjes weg van al die triestige woorden. En wat ben ik blij dat de TV is uitgevonden! Zelfs al kijk ik maar een halfuurtje naar een programma, toch voel ik mij daarna meestal beter. Ik zeg meestal, want dat is dus niet altijd het geval. Nu heeft het mij een beetje geholpen. Ik heb naar de Premiejagers gekeken. Eén van mijn favoriete programma’s de laatste tijd. Oké, dit heeft eigenlijk totaal geen belang.

Maar het heeft mij weer doen inzien dat triestig zijn maar een fase is. Alles gaat voorbij. Mijn triestige of slechte gevoel ook. Ik zit nu in een dipje of in de put maar wie weet is het morgen beter. En als het morgen niet beter is, dan is het overmorgen misschien beter. En als het overmorgen niet beter is dan is het … Je begrijpt mij wel.

Ik zou terug elke dag iets moeten opschrijven wat mij gelukkig heeft gemaakt. Want ik vond dat eigenlijk wel leuk toen ik dat een paar maand geleden deed. Oké, hier ga ik weer. (ik begin terug van 1 want het is een nieuw begin!)

1 – Ik voelde mij vandaag gelukkig toen mijn mama terug kwam van de winkel en ik haar knuffelde

(ja, ik ben een groot klein kind en daar ben ik blij om 🙂 )

Ik mag de hoop niet opgeven. Ik mag de hoop nooit opgeven. Ik moet en zal doorgaan. Ik weet niet hoe of waar ik nog de kracht vandaan kan halen om verder te strijden tegen het krachtige verdriet. Maar het moet. Ik zal ooit uit de put geraken. Ik sta er niet alleen voor. Dat weet ik. Alleen is het soms moeilijk om daaraan te denken als je je zo verdrietig voelt. Dan is het zelfs moeilijk om je te herinneren hoe gelukkig zijn voelt.

Maar zoals ik al zei. Ik geef niet op. Verhoevens geven niet op. Ik ben fier dat ik de dochter van mijn papa ben. (dat klinkt nogal logisch dat ik de dochter van mijn papa ben, maar toch) En omdat ik zo fier ben wil ik hem ook fier maken door te tonen dat ik niet opgeef.

“Loop met je gezicht in de zon. Dan valt de schaduw achter je. “

Dat moet ik proberen te doen. Dat wil ik proberen te doen. Dat zal ik doen.

En om af te sluiten een mooi liedje. Met zoals altijd, volgens mij toch, een mooie tekst.

The whole world is moving and I’m standing still.

Standaard

Omdat het maar stom zou zijn als ik alleen schrijf als ik mij slecht voel, wil ik vandaag (nu ik mij eens goed voel) ook iets schrijven! Vandaag was dus weer eens een goeie dag, die mogen er ook zijn hé. Ik ben tevreden over de dag. Ik heb gelachen, ik heb me geamuseerd én ik heb aan mijn papa gedacht zonder al te veel verdriet. Dat is ook heel positief. Maar nu krijg ik weer schrik, want ik denk dat als ik te veel goeds en te veel positiefs ga schrijven, dat het daarna alleen maar slechter kan of gaat worden.

Dus daarom wil ik het er gewoon bij houden dat het een goede dag was. Niet meer niet minder. Gewoon om het jullie te laten weten. (ik weet niet wie ‘jullie’ precies allemaal zijn maar ik schrijf maar jullie want dan klinkt het alsof er veel mensen in mij geïnteresseerd zijn 🙂 )

Omdat ik voor een leuk einde wil zorgen plaats ik hier nog een ‘leuk’ liedje.

De melodie vind ik vrolijk (voor mijn doen toch 😉 ) en de tekst is prachtig net zoals de stemmen.

Love is someone watching die. So who’s gonna watch you die?

Standaard

Where are you going to find that healing?

Ik weet het niet. Ik weet niet hoe ik het ooit allemaal ga kunnen verwerken. Ik kan enkel hopen dat alle dingen die ik doe mij een beetje helpen. Zelfs met een héél héél klein beetje ben ik al tevreden. Of nee, ik moet niet gaan overdrijven. Ik zou niets liever willen dan dat ik in mijn vingers knip (alhoewel ik dat niet kan) en dat al het verdriet weg is. Geen verdriet meer, geen gemis, geen pijn, geen rouw.

Rouw of rauw = homoniem. Een duidelijk voorbeeld van hoe hard de betekenis van homoniemen verschilt. Rauw. Niets ergs aan. Rauw vlees is misschien niet lekker, maar als je het opeet is het weg. Gedaan ermee, geen last meer van. Rouw. Wel erg. Niet fijn. Niet leuk. Rouwen gaat niet zomaar voorbij. Ik wil wel elke dag dat ik niet moet rouwen. Maar niet alles wat je wilt krijg je. Ik krijg mijn papa niet terug. Ik krijg mijn oude leuke leventje niet terug.

Nu zit ik hier weer voor mijn laptop en ik weet niet wat ik nog meer kan schrijven. Soms stromen de woorden er even snel uit als mijn tranen. Maar vandaag gaat het niet zo vlot. Het enige waar ik aan kan denken is aan niets. Niets is niet veel. Dus daarom heb ik niet veel te schrijven.

Maar dan denk ik weer: het kan toch niet dat ik aan niets denk. En dan denk ik: het is gewoon weer dat lege gevoel dat ik nu heb. En inderdaad, als ik mij concentreer en niets doe, dan voel ik het weer zitten in mijn buik. Héél raar. Maar ik voel de leegte zitten. Het klinkt echt niet logisch. Want hoe kan je nu een leegte voelen? En toch is het zo. Ik voel dat er iets ontbreekt.

Terwijl ik dit schrijf vraag ik mij af hoe het dan wel niet moet voelen als je je eigen kind verliest. Dan moet dat een immense leegte zijn. Een krater. Iets dat niets of niemand ooit nog kan herstellen. Een eigen kind van vlees en bloed verliezen. Ik wil niet weten hoe het voelt. Ik vind dit al zo erg. Ik kan mij niet inbeelden hoeveel erger zoiets is. Nee, ik wil het nooit weten. Als ik zoiets ooit meemaak ben ik er zeker van dat ik compleet instort. Maar eigenlijk moet ik mij daar nu niet mee bezig houden. Focussen op mijn eigen rOUw. Rouwen is een vermoeiend en lang proces dat bij iedereen anders verloopt. Zo stond het toch in dat ene boek. Als ik het vorige boek dat ik heb gelezen over rouw vergelijk met het boek dat ik nu heb, denk ik dat dit boek veel beter is voor mij. Dankzij de beste vriendin ooit, heb ik dat ene boek waar ik een tijdje geleden over heb geschreven (wat nooit verloren gaat) hier voor mij liggen. Ze heeft het mij kado gedaan en daar ben ik haar ENORM ENORM ENORM dankbaar voor! Ik hoop echt dat dit boek mij gaat helpen. En ik denk van wel, want het is echt iets voor mij. Ik kan er dus in schrijven en er staan gedichtjes en liedjes enzo in. Echt iets voor mij dus 🙂

Oké, ik ga niet denken aan de leegte, niet denken aan het verdriet of aan de pijn of aan het gemis of aan vroeger. Ik ga de roeispanen van herstel vastnemen en verder roeien. Vandaag en morgen moet ik vooruit geraken. Steeds verder en verder weg van vroeger. Ik wil niet meer denken aan vroeger. Eigenlijk wil ik ook niet denken aan vandaag of morgen. Ik wil tien jaar verder zijn. Alhoewel, wie weet hoe ziek ben ik dan wel niet? Het beste zal wel zijn (zoals overal geschreven staat) van dag tot dag te leven. Maar of ik dat kan, dat is een andere vraag.

I’m the runner

Standaard

Een reis van duizend mijl begint met één enkele stap.

Een boom groeit uit één zaaiing.

Een toren begint met één baksteen.

                    – Wayne Dyer –

Dit gedichtje heb ik op een blog gevonden en ik vind het zo mooi, zo krachtig, zo waar. Het doet mij denken aan ‘been voor been’ (van Bart Moeyaert). Ik moet verder gaan, ik moet over de dood van mijn papa heen geraken. En de enige manier waarop ik dat kan doen is door te beginnen. Door aan mijn nieuwe leven te bouwen, te werken, verder te gaan, door niet bij de pakken te blijven zitten. Stap voor stap, been voor been, steen voor steen, dag per dag, …

Ik wil het zo graag, ik wil niets liever dan verder gaan, gelukkig zijn. Ik zeg niet dat ik papa niet meer wil missen, dat ik niet meer aan hem wil denken. Ik wil gewoon zonder verdriet aan hem kunnen denken. Zonder pijn, zonder spijt, zonder tranen. Gewoon aan hem denken. Met een kleine glimlach op mijn gezicht. Dat ik oprecht en tevreden kan zeggen dat mijn papa de beste papa ooit was en dat ik hem nooit zal vergeten, dat ik altijd aan hem blijf denken.

Ik schrijf dit terwijl ik in zijn zetel zit. De zetel waar hij de laatste twee maanden bijna constant heeft ingezeten. Ik zit in het zonnetje in de veranda, laptop op mijn schoot, muziek op en gedachten uit. Gewoon schrijven wat er in mij opkomt. En dat gaat zoals meestal verrassend goed. Ondertussen heb ik weer een nieuw (lievelings)liedje gevonden!

I follow rivers.

         -Trigger Finger-

(prachtige versie! zeker eens opzoeken!)

You’re just living in my head

Standaard

Ik wil iets vertellen/schrijven maar ik weet niet wat. Ik heb het gevoel dat ik iets kwijt moet, dat er iets op mijn lever ligt. Maar ik weet niet wat het is. Ik heb ook het gevoel dat ik morgen weer een slechte dag ga hebben. Vandaag was een goeie dag. Of toch min of meer.

Ik heb de mail voor mijn tante getypt. Ik ga hem verzenden.Ik ga hem nog niet verzenden. Maandag avond. Of dinsdag avond. Volgende week zeker. Ik verplicht mezelf. Ik weet ergens wel dat ik het kan, het is alleen zo moeilijk. Als ik eraan denk hoe mijn tante naar mij zal kijken nadat ze die mail heeft gelezen, maakt mij zo bang. Bang, bang, bang en nog eens bang. Waarom ben ik zo bang?! Belachelijk is het!

Ik wil niet langer bang zijn! Ik wil leven. Nu. Leven in het nu. Niet aan gisteren denken, nog niet aan morgen denken. Nu.

Leven, niet twijfelen 😉  deze knipoog is voor iemand speciaal bedoelt en terwijl ze dit leest zal er een glimlach op haar gezicht verschijnen.

Ik sla eventjes te boeg om want ik wil het over iets anders hebben. Enkele dagen geleden ben ik naar een toneelstuk geweest in Het Paleis. ‘De tocht van de olifant’ heb ik daar gezien. Ik vond het een heel mooi stuk. Soms een beetje langdradig (maar dat kwam vooral omdat ik toen een hele slechte dag had). In het begin en aan het eind zeiden ze iets dat mij hard aangreep. Ik weet niet meer helemaal zeker hoe het juist gezegd werd maar het was ongeveer dit:

“Ik zit vast tussen heden en toekomst. Zonder hoop in één van beide.”

Ik vond dat echt prachtig. En vooral heel herkenbaar. Er was ook nog iets anders dat ze zeiden dat ik heel mooi vond. Dat stukje weet ik helemaal niet letterlijk meer, maar het kwam hierop neer.

“Het verleden is een weg vol kasseien. Sommigen willen er liefst zo snel mogelijk overheen razen. Anderen willen de stenen één voor één opheffen om te kijken wat eronder ligt. Wie weet wat kom je dan allemaal tegen.”

Na het toneel voelde ik mij nog steeds slecht en aangegrepen door wat ze allemaal hadden gezegd. Toen we terug naar huis gingen zag ik een gedicht van Bart Moeyaert op de gevel staan van Het Paleis. Opnieuw was ik geraakt. Vooral het laatste stukje van dat gedicht, ‘Klein’, vind ik prachtig!

“Wat een kuil is
voor een mens
is voor de dood een graf.
Tijd is zoiets als lucht,
en mensen zijn geen wijn.
Niemand wordt beter
met de jaren,
dus klein verklaren
heeft geen zin.
Begin bij het begin
en leef dan
net als iedereen
eenvoudig
been voor been.”

Begin bij het begin en leef dan net als iedereen eenvoudig been voor been. WAUW. Zo krachtig en zo mooi! Ik wil dat graag proberen. Ik probeer het al, maar het is moeilijk. Ik probeer en eigenlijk is dat al heel veel. Ik denk na over mijn leven, over het leven. Ik sta stil bij zaken waar ik vroeger nooit bij heb stil gestaan. Ik probeer een betere versie van mezelf te worden. Ik wil niet vastzitten tussen heden en toekomst. Ik wil hoop hebben in allebei. Ik wil niet voorbij razen aan het verleden. Ik wil er tevreden aan terug kunnen denken. Ik wil kunnen glimlachen als ik aan mijn papa denk. Ik wil kunnen glimlachen als ik opsta, als ik ga slapen. Ik wil leven.

En ik leef. Been voor been.