Tagarchief: kapot

Never get enough

Standaard

Het gaat niet goed met mij. Ik herleef alle momenten van vorig jaar. Het enige dat nog door mijn hoofd spookt zijn dingen die te maken hebben met mijn papa en met zijn dood.

Ik voel mij zo verdrietig. Zo, zo verdrietig. Het verdriet zit tot in mijn keel. Als ik eraan denk grijpt het mij vast en kan ik niets anders doen dan de tranen weg slikken.

Ik heb hulp nodig. Ik heb steun nodig. Veel steun en hulp. Ik heb een sterke schouder nodig die mij ondersteunt wanneer ik dreig om te vallen. Ik heb een liefdevolle knuffel nodig die mij toont dat ik er niet alleen voor sta.

En ik weet en voel van wie ik die steun nodig heb. Maar ik durf haar die steun niet te vragen. Ik heb natuurlijk over mijn mama. Ik hoop gewoon dat ze binnenkort door heeft dat ik haar nodig heb. Want ik ga het volgens mij nog véél moeilijker krijgen de volgende dagen en weken.

Ik wil op deze moment (en op elke moment eigenlijk) niets liever dan mijn papa terug te zien en te knuffelen. Dat is onmogelijk, ik weet het. En dat maakt mij langzaam kapot. Ik wil hem gewoon terug en het gaat niet.

Advertenties

Every now and then I see you cry

Standaard

Het verdriet heeft mij weer eens overvallen. Of overspoeld is misschien een beter woord. Of ondergedompeld. Of doen happen naar adem.

Er zijn zoveel woorden om het te beschrijven. Maar pas als je het echt hebt gevoeld, dan weet je wat ik bedoel.

Ik was op weg naar school, met mijn i-pod op (sinds het nieuwe schooljaar zit ik altijd alleen op de trein dus is mijn i-pod mijn nieuwe BFF). Ik heb veel – vooral eigenlijk – triestige liedjes erop staan. Toen ik deze ochtend die liedjes hoorde werd ik dus overspoeld door het verdriet. Met tranen in mijn ogen zat ik op de trein. Met tranen in mijn ogen stapte ik de school binnen. Met tranen in mijn ogen stapte ik richting toilet. Daar sloot ik mij op. En de tranen liet ik vrij. Ze moesten eruit. Ik voelde het. Ik kon ze niet langer bedwingen. Ik moest mij inhouden om daar niet te blijven zitten en te blijven wenen. Maar zo ben ik niet. Ik zet door, ik probeer. Met rode ogen ging ik richting klas. (wat mij trouwens doet denken aan de titel van mijn blog gisteren, wat zoals altijd een zinnetje is uit een liedje)

Ik heb mij door de dag gesleept. Vooral de eerste lesuren had ik het nog heel moeilijk. Ik haat het om in de les te zitten terwijl het enige waar ik zin in heb wenen is. Dan wil ik naar buiten rennen en in een hoekje gaan zitten snikken. En dat gaat niet. Ik zou het ook nooit durven.

In de namiddag heb ik mij wel geamuseerd. Maar zodra ik niets meer om handen had, behalve naar de leerkracht haar uitleg luisteren, werd ik alweer triestig en gingen mijn gedachten automatisch naar mijn papa.

 

Ik heb het zo moeilijk met het naderen van 15 oktober. Dan is het 1 jaar. 1 jaar! Ik kan het niet geloven.

Deze week heb ik al elke nacht wakker gelegen en gedacht aan vorig jaar. Aan de begrafenis, aan de laatste weken, de laatste maanden, aan de dagen na zijn dood, aan de dagen na de begrafenis, aan zo veel. Ook zijn er veel dingen die ik mij nu plots weer herinner aan die periode. Geen leuke dingen. Allemaal triestige dingen. Overal zijn er triestige dingen. Ik ben ook zo bang voor de komende dagen, weken. Ik ga het nog zo lastig krijgen. Ik ga nog vele avonden en nachten wenen. En ik kijk er alles behalve naar uit. Maar het kan niet anders.

Kop op en been voor been vooruit.

 

 

 

That is how you survived the war

Standaard

Het was opnieuw een hele moeilijke dag. Weer anders moeilijk als gisteren. Nu voelde ik mij nog hopelozer en machtelozer. Praat met je mama zei een vriendin. Het gaat je zo opluchten. En tot mijn grote spijt ben ik zo bang. Bang van mijn eigen gevoelens denk ik. Bang van de reactie van mijn mama. Bang om haar nog meer pijn te bezorgen.

Toen zei (niet echt zeggen, het was chatten) ik tegen die vriendin: typ dat hij nooit meer terug komt.  En ze typte heel mooi: ‘Hij komt nooit meer terug.’ Met een mooie hoofdletter en een punt. Het leek bijna een officiële mededeling. Maar dat was goed. Dat had ik nodig op die moment. Ik wou het zien staan op mijn scherm. Niet door mijzelf getypt maar door iemand anders. En toen ik die zin las, barstte het verdriet weer los. Het deed pijn. En toch was het ergens goed. Omdat ik soms zo bang ben dat ik het nog altijd niet helemaal besef dat hij nooit terug komt. Door zo’n dingen leer ik het misschien beter te beseffen.

Maar ik wil niet te veel meer schrijven. Ik ben het beu. Niet het schrijven op zich. Het verdriet, dat ben ik beu. Dus als ik er niet meer over schrijf gaat het misschien heel eventjes weg.

 

11 – Toen ik de 4e aflevering, na elkaar, van Grey’s Anatomy aan het kijken was. De knappe dokters waren er in geslaagd om een ziek meisje van 10 jaar te redden.

Burst wide open

Standaard

De tranen druppelen weer langs alle kanten. Ik kan ze niet meer tegenhouden. Wat ik nu voel heb ik nog niet zo veel gevoeld. En zeker de laatste tijd niet meer. Het alsof iemand met een hamer op mijn blijft slagen, ik wil roepen van de pijn maar ik kan alleen wenen. Mijn buik verdrinkt in de tranen en mijn hoofd barst van de tranen. Bij alles wat ik nu doe komen er weer nieuwe tranen. Het is alsof ik weer net weet dat mijn papa dood is.

Ik voelde net weer de drang om de foto’s te bekijken van mijn dode papa. Hoe hij daar ligt in dat bed, dat is mijn papa niet. Ik kan het niet anders zeggen. Dat is hem gewoon niet. Soms voelt het alsof hij nog leeft. Maar daarnet voelde ik duidelijk dat hij er niet meer is.

 

Ik heb eventjes ‘pauze’ genomen. Ik moest kalmeren. Ik was mijzelf niet meer. Het verdriet nam bezit over mijn lichaam.  Ik weende en weende en riep en stampte en ik knuffelde mijzelf, ik ging op de grond zitten, ik ging in de zetel liggen, ik weende en weende en ik snikte en snotterde en weende en weende. Het deed echt pijn. Zoveel verdriet doet pijn. Niet zo’n pijn als wanneer je in je vinger snijdt ofzo. Gemis-pijn. Die pijn valt niet te vergelijken met gewone pijn.

Het voelt alsof de wereld niet meer bestaat en alleen jij en je immens grote verdriet nog bestaan. Alsof je jaren lang geweend hebt en het enige wat je ooit nog zal kunnen doen, wenen is. Alsof je niet meer kan stappen omdat het verdriet je samendrukt en je benen pudding zijn. Het voelt alsof het verdriet eeuwen stond te wachten en het er plots allemaal tegelijk uit wil, zoals een massa mensen die zich naar binnen wurmt omdat ze stonden te wachten voor één of andere nieuwe coole winkel die gaat openen. Het is alsof je nooit geluk hebt gekend. Alsof je alleen ongelukkig kan zijn. Alsof je niets meer weet, behalve dat je die ene persoon mist. Alsof je lijf binnenstebuiten zit en al het verdriet er zo uit kan. Het is alsof je verstand zegt ‘ga weg verdriet’ maar dat het niet weet welk verdriet er weg gaat en of het ooit nog terug komt. Alsof het verdriet weg gaat maar onmiddellijk terug komt zoals een boemerang. Het is alsof het gemis je kapot gaat scheuren. Alsof je blijft steken in die grote snikken. Alsof je niet meer kan ademen omdat het verdriet al je woorden afneemt. Het is alsof je verdrinkt in je verdriet omdat je nooit hebt geleerd hoe je moet zwemmen. Alsof je in een heel dramatische film speelt en je de persoon bent die theatraal aan het wenen is. Het is alsof de zon is ontploft en de lucht zwart is. Alsof je nooit hebt bestaan en je nooit zal bestaan. Alsof het allemaal fantasie is terwijl je weet dat het echt is. Het is alsof jij de pijn bent.

 

Ik kan blijven doorgaan maar nooit zal er een zin zijn die precies kan uitleggen hoe ik mij voelde. Er zal altijd iets ontbreken. Ik zou even goed kunnen zeggen dat ik mij heel slecht voelde. Want dat is eigenlijk hetzelfde voor jullie. Jullie kunnen wel lezen hoe ik mij voelde, maar zolang je niet mijzelf bent, weet je niet hoe ik mij echt voelde. Ik ben ik en niemand anders. Mijn verdriet is mijn verdriet. Mijn woorden zijn mijn woorden. Jullie lezen en jullie denken. Jullie denken dat je weet hoe ik mij voel. Maar elk gevoel is anders. Elk verdriet is anders. Elke keer als ik ween voelt het anders. Deze keer voelde het anders. Intenser, dramatischer, gevoeliger en oneindiger.

 

Hoe ik gestopt ben met wenen weet ik al niet meer. Het was echt alsof ik iemand anders was. En ik denk dat ik plots naar mijzelf terugkeerde en dacht: rustig Sarah, het komt goed. Nu voel ik mij natuurlijk ook weer raar. Er is al 2 uur voorbij gegaan merk ik net. 2 uur en het leek 1 minuut terwijl het ook een eeuw leek te duren. Het lijkt alsof ik een week niet meer heb geslapen, mijn ogen pikken, mijn hoofd barst van de hoofdpijn, mijn keel doet pijn, mijn mond plakt toe, mijn neus zit verstopt van al dat gesnotter, mijn benen trillen nog en soms krijg ik plots kippenvel. Het lijkt alsof ik een hele inspanning heb gedaan, terwijl ik gewoon heel hard heb zitten wenen.

 

Ik had dus toch gelijk gisteren. Het is een moeilijke dag vandaag.

Happiness hit her like a train on a track

Standaard

Ik heb nood aan een bericht. Een lang bericht vrees ik. Ik moet het allemaal van mij af schrijven.

Het zijn weer moeilijke dagen. Altijd na goeie dagen komen de slechte dagen. Zo is het leven nu eenmaal, dat weet ik. Maar toch zou het leuker zijn als er alleen goeie dagen bestaan.

Ik heb de voorbije 3 nachten gedroomd. Elke nacht een andere droom. En toch ook elke nacht toch ongeveer dezelfde. Het lijkt wel een soort patroon om een misdadiger op te sporen. Ik ben de politie en ik moet onderzoeken wat mijn dromen mij willen vertellen.

Ik zal kort mijn dromen vertellen.

  1. Ik was

Nee… Het lukt niet. Ik zit al 5 minuten aan die eerste zin en ik kan niet verder. Ik vind de woorden niet. Misschien is dat een teken dat het eigenlijk niet echt nodig is om het hier allemaal neer te schrijven. Ik heb die drie dromen al in mijn eigen schriftje geschreven. Misschien is dat wel voldoende.

Ik wil wel over de rest praten. Ik moet toegeven dat ik het raar vind om terug hier op mijn blog te schrijven. Een paar maand geleden kon ik bijna geen dag voorbij gaan zonder hier iets te schrijven. Of toch zeker geen week. Nu voel ik zelden nog die drang om zoveel te schrijven. Ik schrijf nog wel. Maar helemaal niet zoveel meer als een tijdje geleden. Soms twijfel ik of dat nu goed of slecht is. Is het goed omdat dat wil zeggen dat ik een stap verder zit in het verwerkingsproces? Of is dat slecht omdat dat wil zeggen dat ik mijn gevoelens verdring? Of is dat slecht omdat ik soms te lui ben om iets te schrijven. Of is dat goed omdat ik mijn tijd aan andere dingen besteed? (aan welke andere dingen eigenlijk? ik lui-lekker heel de dag door) Ik weet het gewoon niet. Zoals altijd dus.

De reden dat ik hier terug iets schrijf zal al wel duidelijk zijn ondertussen… Het gaat weer minder goed. Slecht zelfs. Of kan ik het gevoel dat ik nu heb niet slecht noemen? Misschien moet ik het gewoon ‘triestig’ noemen.

Ik ben opnieuw triestig. Triestig. Triestig. Triestig. Waarom ben ik triestig? Komt het door die dromen? Komt het omdat het morgen 1 jaar geleden is dat alles erger is geworden met mijn papa? Komt het omdat ik hele dagen thuis zit en niks om handen heb en het enige wat ik dus kan doen nadenken is? Komt het door de combinatie van al die dingen? Waarschijnlijk wel.

Morgen is het 7 augustus. Een dag zoals een ander. Nee. Toch niet.

  1. mijn broer verjaart
  2. we kunnen dat niet vieren aangezien hij zich ergens in Zuid-Amerika op één of ander klein eiland bevind
  3. hij blijft nog 6 maand weg, dus een cadeautje voor hem bewaren heeft ook niet zoveel nut
  4. precies 1 jaar geleden reed ik voor de laatste keer met de auto (voorlopig rijbewijs) naar een markt om een kip (zijn lievelingseten – ondanks dat hij vegetariër is- ) te kopen voor mijn broer zijn verjaardag
  5. precies 1 jaar geleden bakte ik pannenkoeken voor mijn broer zijn verjaardag
  6. precies 1 jaar geleden kreeg mijn papa een soort van epilepsie aanval. De aanval die alles veranderde
  7. precies 1 jaar geleden stortte mijn wereld nog verder in elkaar
  8. precies 1 jaar geleden verloor ik mijn hoop
  9. precies 1 jaar geleden begreep ik dat mijn papa echt ging doodgaan
  10. precies 1 jaar geleden is mijn papa langzaam maar zeker vertrokken naar een andere soort wereld, een wereld waar ik hoop dat hij gelukkig en gezond is

Al deze dingen zullen wel mede oorzaak zijn van mijn triestige gevoel.

————————————————————————————————————————————————————————–

Ondertussen ben ik eventjes TV gaan kijken, ik had nood aan ontspanning. Eventjes weg van al die triestige woorden. En wat ben ik blij dat de TV is uitgevonden! Zelfs al kijk ik maar een halfuurtje naar een programma, toch voel ik mij daarna meestal beter. Ik zeg meestal, want dat is dus niet altijd het geval. Nu heeft het mij een beetje geholpen. Ik heb naar de Premiejagers gekeken. Eén van mijn favoriete programma’s de laatste tijd. Oké, dit heeft eigenlijk totaal geen belang.

Maar het heeft mij weer doen inzien dat triestig zijn maar een fase is. Alles gaat voorbij. Mijn triestige of slechte gevoel ook. Ik zit nu in een dipje of in de put maar wie weet is het morgen beter. En als het morgen niet beter is, dan is het overmorgen misschien beter. En als het overmorgen niet beter is dan is het … Je begrijpt mij wel.

Ik zou terug elke dag iets moeten opschrijven wat mij gelukkig heeft gemaakt. Want ik vond dat eigenlijk wel leuk toen ik dat een paar maand geleden deed. Oké, hier ga ik weer. (ik begin terug van 1 want het is een nieuw begin!)

1 – Ik voelde mij vandaag gelukkig toen mijn mama terug kwam van de winkel en ik haar knuffelde

(ja, ik ben een groot klein kind en daar ben ik blij om 🙂 )

Ik mag de hoop niet opgeven. Ik mag de hoop nooit opgeven. Ik moet en zal doorgaan. Ik weet niet hoe of waar ik nog de kracht vandaan kan halen om verder te strijden tegen het krachtige verdriet. Maar het moet. Ik zal ooit uit de put geraken. Ik sta er niet alleen voor. Dat weet ik. Alleen is het soms moeilijk om daaraan te denken als je je zo verdrietig voelt. Dan is het zelfs moeilijk om je te herinneren hoe gelukkig zijn voelt.

Maar zoals ik al zei. Ik geef niet op. Verhoevens geven niet op. Ik ben fier dat ik de dochter van mijn papa ben. (dat klinkt nogal logisch dat ik de dochter van mijn papa ben, maar toch) En omdat ik zo fier ben wil ik hem ook fier maken door te tonen dat ik niet opgeef.

“Loop met je gezicht in de zon. Dan valt de schaduw achter je. “

Dat moet ik proberen te doen. Dat wil ik proberen te doen. Dat zal ik doen.

En om af te sluiten een mooi liedje. Met zoals altijd, volgens mij toch, een mooie tekst.

So I packed my things and ran far away from all the trouble

Standaard

Op 3 dagen tijd welgeteld 4 mensen die mijn blog bekeken hebben. Wie weet hebben ze hem niet eens gelezen, gewoon fout geklikt en meteen weer gesloten. Voor wie of voor wat schrijf ik hier dan? Niemand leest dit. Behalve een paar vriendinnen. Waarschijnlijk zijn zij de enige bezoekers.

Ik denk dat ik weer gewoon in mijn schriftje ga schrijven. Misschien voel ik mij dan beter. In mijn schriftje schrijf ik helemaal anders. Alles wat ik daar schrijf is voor mijn papa. Daarin schrijf ik rechtstreeks naar hem. Een brief die ik in gedachten naar hem verstuur. Ik ga voor een tijdje afstand nemen van deze blog. Als het mij lukt tenminste. Want ik ben steeds nieuwsgierig hoeveel bezoekers ik heb gehad. En telkens ben ik weer teleurgesteld. Onnozel, ik weet het wel. Want  uiteindelijk schrijf ik voor mijzelf en niet voor anderen. Maar toch, iedereen weet dat het leuker is als je weet dat mensen je woorden lezen.

Oké, ik beschouw dit als een tussenstop. Een test. Eens zien hoelang ik het volhoud om hier niets meer te schrijven.

Tot ik weet niet wanneer.

PS: het is nog steeds een slechte dag (voor als er iemand daarin geïnteresseerd zou zijn)

niets niets niets

Standaard

Wat een slechte dag. Ik ben opgestaan en ik ben direct beginnen wenen. Ik heb bijna nog niets anders gedaan vandaag als wenen. En met dingen gegooid. Ik zit hier te typen terwijl ik de miljoenste traan van mijn wangen veeg.

Ik word er boos en verdrietig van. Ik stamp als een klein kind met mijn voeten op de grond maar dat helpt ook niet. Ik wil werken voor school want dat is dringend nodig, maar dat lukt mij ook al niet! Ik kan niets vandaag. Gelukkig dat ik alleen thuis ben. Ik heb niet eens zin om hier verder te schrijven.

My tears are refusing to show up.

Standaard

Wonder o wonder. Weer een redelijk goeie dag vandaag. Waar komen die toch vandaan? Maar ik zal het mij maar niet afvragen of er niet over nadenken. Gewoon verder leven, niet nadenken, niet piekeren. Gewoon lachen en genieten. Of toch proberen te genieten. Want genieten, dat vind ik nog heel moeilijk. Maar ik probeer en dat is al veel vind ik.

Omdat ik mij goed voel dacht ik dat het misschien weer een goed moment is om verder te gaan met ‘mijn verhaal’. Misschien niet, misschien wel. Ik ben er niet helemaal zeker van maar ik doe het gewoon. Niet twijfelen, leven.

7 augustus. De dag waarop het allemaal veranderde. Die dag heb ik al uitgebreid beschreven. Op naar de volgende dagen. 8 augustus was niet zo heel speciaal denk ik. We waren gewoon nog heel bang dat die ‘bibber’ of wat het juist was zou terug komen. De dokter is toen langs geweest. Het eerste bezoek van een lange reeks. Ze wist niet helemaal zeker wat het was maar ze had er een naam op geplakt. Welke het was weet ik al niet meer. Toen kon ik het allemaal goed onthouden en doorvertellen maar ondertussen ben ik al die namen al vergeten. Het was een soort van kortsluiting in zijn hoofd, daar kwam het op neer. Het had weg van epilepsie maar een vele ergere vorm. Het rare was dat zijn arm nog steeds half verlamd was. Maar dat ging misschien nog weggaan. Zijn been was ook nog niet helemaal de oude. Hij kon daar niet echt op steunen. Daarom liep hij enkele dagen met een wandelstok. Vanaf toen is hij pillen beginnen slikken. Pilletjes om die aanvallen te voorkomen en allerlei pilletjes om sterker te worden.Wat er 9 augustus is gebeurd weet ik niet meer, toen zal er niets speciaals gebeurd zijn veronderstel ik.

10 augustus, de verjaardag van mijn oma. Een feestje met de familie. Gaan eten op restaurant. Ik ben toen niet meegegaan want ik stond dus op het speelplein. Papa is daar dus naartoe gegaan met zijn wandelstok. Hij heeft daar mosselen gegeten (één van zijn lievelingsgerechten) en dat lukte nog redelijk goed. Soms had hij wat hulp nodig van mama om iets op te scheppen maar voor de rest was hij toen nog heel zelfstandig.

De dag erna of een paar dagen erna, ik weet het niet meer, toen was er een nieuwe aanval. Nog erger als de vorige. Ik weet er niet veel meer van, niet waar of wanneer, niet hoe het eruit zag, niet wat wij hebben gedaan. Maar er was een aanval. Een aanval waardoor alles erger werd. Zijn arm was nu helemaal lam. Daar was niks of niks meer mee aan te vangen. Nu was de dokter zeker dat het niet meer beter ging worden.

Ik denk dat we één van die dagen beneden een bed hebben geïnstalleerd. Papa geraakte niet meer boven. Dus moest het bed naar beneden. De eerste twee nachten heeft hij alleen beneden geslapen. Maar dat was niet te betrouwen. Wie weet kreeg hij ’s nachts weer een aanval. Wie weet moest hij ’s nachts naar het WC. Dus daarom zat er niets anders op dan een ziekenhuis bed te bestellen. Niet alleen een bed was nodig, ook een rolstoel en krukken. Die krukken dat was in de hoop dat hij misschien nog zelf zou kunnen stappen. Maar die hebben nooit gediend. (enkel ik heb ze gebruikt om eens te testen hoe het is om op krukken te lopen) De rolstoel was papa zijn nieuwe stoel. Daar zat hij heel veel in. De eerste week nog niet constant. Toen konden we hem nog makkelijk verplaatsen naar een andere stoel. Toen kon ik dat zelfs nog in mijn eentje. Maar week na week werd het erger. De volgende weken zijn eigenlijk één grote waas. Ik weet niets precies meer. Ik kan mij enkel herinneren dat papa zieker en zieker werd. Wanneer en hoe hij weer een stap achteruit ging weet ik allemaal niet meer. Maar hij ging achteruit. En snel. Elke dag was er iets anders dat hij niet meer alleen kon. Elke dag werd hij zieker, triestiger, levenlozer, moedelozer, stiller en gewoon minder.

20 augustus. Een dag die ik mij wel nog goed herinner. De verjaardag van papa. De laatste verjaardag. Dat wisten we allemaal. Maar vooral papa besefte dat. Ik weet nog dat ik ’s morgens in mijn bed aan het bedenken was wat ik kon zeggen. Gelukkige verjaardag. Dat past toch niet. Gelukkig, dat is alles behalve wat papa was of wat wij waren. En toch, ik kwam beneden en ik zei: gelukkige verjaardag papa. Met een rare glimlach en er kwam een verdrietige glimlach op papa zijn gezicht. Een paar sms’jes. In sommige stond ook gelukkige verjaardag. Ik zag dat hij er niet mee overweg kon. Een telefoontje van zijn broer. Toen kreeg hij tranen in zijn ogen. Dan ben ik maar weggegaan want ik vond niet dat ik dat gesprek moest horen. Dus ik weet niet wat ze juist hebben gezegd, maar veel zal het niet geweest zijn. Dat was echt een zware dag. Voor ons allemaal. Maar voor papa moet het het zwaarste geweest zijn. Weten dat het je laatste verjaardag ooit is. Weten dat 365 dagen later je gezin zonder jou leeft. Dat ze aan je zullen denken, dat ze aan je verjaardag zullen denken, dat ze je zullen missen. Ik kan mij niet inbeelden hoe dat moet voelen. Het idee dat je dood gaat, dat je familie achterblijft. Dat jij alleen weg gaat. Naar waar? Hoe gaat het voelen? Wat komt erna? Weet je wanneer je sterft? Besef je dat? Zie ik mijn vrouw ooit nog terug? Weet ik dat ik dood ben?

Die vragen doen zoveel pijn. Als ik die bedenk, dan word ik zo triestig. Ik zal nooit of nooit weten hoe papa daarover dacht. Ik zal nooit weten hoe hij zich écht voelde. Hoe hij dacht over doodgaan, hoe hij dacht over wat er na de dood is.. Ik zal het nooit weten en dat doet pijn, dat vergroot die leegte nog meer. Ik vraag mij zo vaak af waarom we daar nooit over hebben gesproken. Het is helemaal niet zoals in de films verlopen. In de films stellen ze zoveel filosofische levensvragen, praten ze uren aan een stuk met de persoon die gaat sterven, zeggen ze lieve woorden, knuffelen ze alsof ze weten dat het de laatste knuffel ooit is. Maar onze realiteit is zo anders. Zo, zo anders. Die laatste maanden waren stom, hard, moeilijk, zwaar, triestig, eindeloos en woordeloos. Nooit hebben we over onze gevoelens gesproken. Nooit. Waarom? Waarom hebben we dat niet gedaan? Soms word ik er boos van maar nu niet. Nu word ik er gewoon triestig van.

Ik weet niet meer hoe slecht het toen al met papa was. Maar ik denk dat het niet veel later écht slecht werd. Ik schrijf hier nu wel ‘écht slecht’. Maar je kan het je niet voorstellen hoe het is tot je het zelf meemaakt met iemand uit je gezin. Zelfs onze familie kon niet snappen hoe het was. Zij kwamen wel op bezoek, ze zagen hoe papa erbij zat, ze zagen dat hij niets meer zelf kon. Maar ze moesten hem niet een hele dag en nacht verzorgen. Dat moesten wij doen. Zij kwamen gewoon op bezoek en namen chocolaatjes mee. Véél chocolaatjes. Die zomer heb ik alle verschillende soorten pralines leren kennen. Er zaten lekkere tussen en hele vieze. De vieze gaven we weg aan het bezoek, de lekkere hielden we voor ’s avonds als het bezoek weg was. Toch nog iets waar we een beetje plezier aan beleefden.

De nachten en de ochtenden waren het ergst. ’s nachts moest papa zo vaak overgeven. We wisselden af wie er bij hem moest slapen. Meestal was het mama, ze wou ons (mij en Jeroen) niet belasten. Maar wij wouden mama ontlasten. Dus mama sliep 3 of 4 keer per week beneden bij papa en de overige dagen ik of Jeroen. Ik schrijf slapen, maar eigenlijk sliep ik niet. Het was bijna letterlijk de wacht houden. Die nachten waren zo vermoeiend, zo eng, zo zwaar. Ik kon niet slapen van de schrik, schrik dat er iets ging gebeuren met papa. En telkens als ik bijna indommelde had papa iets nodig. De nacht-taak was: van 10uur ’s avonds tot 7uur ’s morgens constant papa in het oog houden. Bakjes gaan halen (zo van die niervormige bakjes om in over te geven, zo hadden we er 100-den), bakjes voor papa houden, bakjes weggooien, pilletjes geven, kussen opschudden, laken wegdoen, laken terugleggen, pilletje geven, bed omhoog, bed omlaag, naar het WC gaan (mama halen, in de rolstoel zetten, naar de WC ‘rijden’, op het WC zetten, terug in de rolstoel, terug in zijn bed leggen, mama weer naar boven). De WC avonturen duurden in het begin een kwartier. Maar elke dag werd het erger, elke dag kon papa minder goed meewerken, elke dag moesten we meer gewicht heffen omdat hij nog amper op zijn benen kon staan, elke dag duurde het langer om hem in en uit de rolstoel te heffen. Na twee weken ofzo duurde zo een WC avontuur één uur! Dat was niet meer normaal. Niets was nog normaal. Alles was anders. Heel ons leven werd in de war gestuurd door papa. Alles moesten we aan hem aanpassen. Heel ons huis was omgebouwd. Precies een mini-ziekenhuis. Twee bedden in de living (één ziekenhuis bed en één gewoon bed), een strandstoel (daar zat hij graag in), een zetel die je kon platleggen, een rolstoel, een rollend tafeltje,… En dan nog al onze andere meubels. We konden amper nog in onze kasten, wie in de zetel wou zitten moest over de bedden kruipen. Enkel de rolstoel kon nog net door. Wel maar in één richting, als je terug wou moest je een toertje doen door de gang en terug langs de keuken naar de living. Een doolhof in ons mini-ziekenhuis dus.

Ik zit hier nu te klagen en te zagen over hoe lastig het allemaal voor ons was. Maar dat is omdat ik er niet wil aan denken hoe het voor papa was. Ik wil of kan het mij niet inbeelden. Nooit. Nooit. Nooit.

Tenzij ik dezelfde kanker krijg (en die kans is eigenlijk vrij groot).

Ik denk dat ‘mijn verhaal’ ondertussen al tot eind augustus is verteld. De rest is voor een andere keer. Het word mij weer te veel.

I cried for you

Standaard

De stage zit er weer op. Het was wel leuk. Maar ik had zó graag tegen papa willen vertellen hoe het was. Hij zou misschien niet altijd even aandachtig luisteren. Maar hij zou trots zijn, zo trots, zo blij. Hij zou het zo leuk vinden dat ik, na al die jaren dromen over juf worden, eindelijk echt op weg ben om juf te worden. Zijn blik zien als ik aan één stuk door zou vertellen over mijn dag, over de kindjes, zijn hand op mijn rug voelen als hij zegt dat ik het goed zal doen, zijn stem horen, zijn lach zien.

IK MIS HET ALLEMAAL ZO HARD.

Allemaal.

Het lijkt misschien dat ik stappen zet in de goede richting maar mijn gevoel zegt van niet. Mijn gevoel zegt dat het nooit over zal gaan. Dat ik mij altijd slecht zal blijven voelen. Maar mijn verstand zegt dan weer van niet, dat dat niet kan. Dat zegt iedereen. En toch gelooft mijn gevoel dat nog steeds niet.

Slechte dag/avond vandaag. Ik zit weer eens de muziek van tijdens de begrafenis te beluisteren. Met mijn oortjes in. Dan klinkt het allemaal nog veel specialer en echter dan in mijn CD speler. Die muziek snijdt recht door mij heen. Ik weet niet wat ik heb maar ik wil ergens op slagen, kloppen, meppen, gooien, smijten, werpen, aanvallen, roepen, tieren en vooral wenen.

De regen druppelt van mijn wangen

Soms zijn het stortbuien

Soms een vlaag

Soms een beetje miezer

Soms slechts enkele druppels

Maar altijd zit er zoveel pijn in die tranen.

einde.

She dreams of paradise

Standaard

Oké, ik heb nog zin om verder te schrijven. Ik weet niet hoe het komt maar plots wil ik het allemaal opschrijven.

Ik weet niet meer wanneer we juist zijn terug gekomen van die vakantie in Frankrijk. Maar ik denk dat dat eind juli was. Wat we de volgende week of weken hebben gedaan weet ik helemaal niet meer. Hoe ik mij toen voelde weet ik ook helemaal niet meer. Ik weet dat ik twee weken op het speelplein heb gestaan. Blijkbaar van 8 augustus tot 18 augustus. Dus de 7de was het dan al vergadering voor het speelplein. Raar. Ik ben helemaal in de war nu. Ik zal vertellen hoe het komt.

7 augustus is de dag waarop het allemaal begon. 7 augustus, de verjaardag van Jeroen. Ik dacht dat ik die ochtend nog ben gaan rijden. Ik kon toen al enkele dagen rijden en wou eens tonen aan papa wat ik ondertussen al kon. Want hij had mij de eerste les gegeven, maar dat was niet goed verlopen want ik vond dat hij het niet goed uitlegde. Dus had Pieter de uitleg verder gedaan. Daarna heb ik een paar dagen samen met mama gereden en ondertussen kon ik het al een klein klein beetje. Ik deed wel nog steeds in mijn broek van de schrik (niet letterlijk!). Maar ik wou toch tonen aan papa watt ik al kon. We zijn toen kip gaan kopen op de markt. Op de terug weg panikeerde ik en ben ik uitgestapt. Mama heeft toen verder gereden. ’s middags hebben we die kip opgegeten, voor Jeroen zijn verjaardag dus. De frietjes waren blijkbaar op dus heeft papa zelf nog frietjes met de hand geschreven. Wat ik hier nu allemaal schrijf lijkt zo stom, maar eigenlijk is het heel speciaal. ’s avonds heb ik pannenkoeken gebakken voor Jeroen. Terwijl ik die aan het bakken was kwam papa in de keuken en toonde hij aan mij en mama dat zijn hand en zijn arm zo raar deed, die bibberde en schokte. Hij was in paniek, dat zag ik. Die angst in zijn ogen was zo groot. Hij was zich aan het opjagen. Mama zei dat hij moest gaan liggen maar hij wou niet luisteren. Hij bleef rondlopen. Na een paar minuten stopte dat bibberen. De pannenkoeken waren klaar. We gingen aan tafel en we (ik alleen eigenlijk) zongen ‘happy birthday’ voor Jeroen. Een paar minuten later panikeerde papa helemaal. Zijn hoofd begon te schokken. Dat was echt heel vies om te zien. Hij kon nog gemakkelijk spreken en van alles doen, maar dat was echt een vies zicht. En hij had ook veel schrik, dat zag ik duidelijk. Maar het enige wat hij deed was mij gerust stellen. Nu ging hij wel op het zetelbed liggen. Hij zei dat ik niet moest kijken als ik dat vies vond, dat het niet erg was, dat het wel zou stoppen. Dat was ook zo, een paar minuten later was dat schokken weer voorbij. Oef. Alles weer normaal.

Tot dat ene moment. Mama zat in de zetel, op haar vaste plaats, in het hoekje. Papa zat naast haar. Samen zaten ze naar Het Nieuws te kijken, zoals elke avond. Tot er ineens veel paniek was. Dat was echt zo raar. Plots gebeurde er zoveel tegelijk. Ik zat aan de PC en ik stond onmiddellijk recht. Ik zag meteen dat dit niet goed was. Niet goed, heel slecht zelfs. Papa zijn rechter hand stond helemaal gespannen, heel heel vies. Een soort spastische trek leek het wel. Heel zijn lichaam was aan het schokken. Zijn ogen op die moment zal ik nooit of nooit vergeten. Zoveel paniek en angst in zijn ogen. Zo, zo, zo bang. Mama stond daar maar. Ik stond daar ook maar. Na enkele seconden schoot ik pas in actie. Papa was half aan het roepen: “Het doet pijn, pijn, auw, auw. Belt den ambulance. Bel. Pijn..” En zijn hoofd, armen en benen bleven maar schokken en die vieze, vreselijke kramp in zijn hand bleef maar duren. Dat knikkende hoofd, die stuiptrekkingen in zijn been,… Ik zie het zo voor mij. Afschuwelijk eng en vies. Ik probeerde papa te kalmeren. Meer kon ik niet doen. “Rustig papa, rustig. Rustig papa, papa…” Mama probeerde een kussen in zijn hand te steken. “Wat moet ik doen? Wat moet ik doen? Belt de jongens!” zei mama. Ik belde en ze kwamen heel snel de trap af. Blijkbaar voelden ze aan ofzo dat er iets niet pluis was. Ik stond dan met de gsm in mijn hand om de ziekenwagen te bellen want papa bleef maar zeggen dat ik den ambulance moest bellen.. Ik wist de nummer niet eens. Jeroen en Pieter stonden daar. Ze wisten niet wat er gebeurde. Mama zocht de telefoon nummer van de huisdokter. Ze belde maar die nam niet op. Dan zocht ze de nummer van de palliatieve afdeling (die waren al een keertje thuis langs geweest en hadden gezegd dat we altijd mochten bellen als er iets was). Die namen ook al niet op. Niemand nam op. Mama was helemaal in paniek. Ik probeerde papa nog steeds te kalmeren. Ik aaide over zijn gezicht. “Rustig papa, het komt goed. Rustig.” Mama zei dat het waarschijnlijk epilepsie was. Jeroen ging boven op zijn PC snel opzoeken wat we moesten doen bij zo’n aanval. Pieter zocht beneden op de PC op. Ik kalmeerde papa nog steeds. Mama probeerde nog steeds te bellen. Papa lag daar nog steeds te schokken met zoveel angst en pijn in zijn ogen. “Op zijn zij leggen.” zei Pieter. Jeroen kwam ook naar beneden. We probeerden alle drie te samen hem op zijn zij te leggen. Dat was zo moeilijk door al die schokken. Maar het lukte. Jeroen was al heel de tijd aan het wenen.. De schokken leken te minderen. Die vieze kramp in zijn hand begon te verslappen. Ik probeerde zoveel mogelijk kussens achter papa zijn zij te leggen maar hij bleef steeds terug op zijn rug rollen. Dus ging op mijn knieën achter hem zitten om hem te ondersteunen. Eindelijk nam de mevrouw van de palliatieve afdeling op. Mama legde paniekerig de situatie uit. Een pilletje moesten we hem geven, iets om te kalmeren. Alle pillen die die vrouw opnoemde hadden we niet in huis. Toen kwam Pieter met één van zijn pillen af en die hielp ook zei de vrouw. De naam van die pil weet ik al niet meer, terwijl papa die nog zo vaak heeft moeten nemen. Maar dat maakt nu niet uit eigenlijk. Papa begon eindelijk terug ‘normaal’ te worden. De schokken waren helemaal verdwenen. Hij lag terug rustig. Maar hij was nog steeds heel bang. Dat zag ik zooo duidelijk. Nog nooit had ik mijn sterke, dappere papa zo bang gezien. We moesten papa in zijn bed leggen. Pieter moest terug naar de instelling, dus Jeroen bracht hem weg (iets wat hij anders NOOIT zou doen). Mama bleef boven naast papa liggen, tot dat hij gekalmeerd was. Maar hij was nog steeds bang dat die schokken gingen terug komen. Waar hij nog het meeste schrik van had was dat zijn arm lam was geworden. Vanaf het moment dat die schokken en die kramp gedaan was, had hij totaal geen gevoel meer in zijn arm. Hij kon er niets of niets mee doen. Dat vond hij zo erg en eng. Hij bleef maar zeggen: “mijn arm, mijn arm, ik voel niets, da’s lam,…” Maar ik probeerde hem gerust te stellen. Het zou wel goed komen zei ik, het is niet erg. Daarna zocht ik een manier waarop papa kon laten weten dat er iets was, terwijl dat ik en mama beneden zaten. Ik vond een oude speelgoedbel van mij. Die heb ik naast zijn bed gelegd. Daar kon hij op drukken als er iets was, en dan konden wij meteen naar boven gaan.

Maar het was niet nodig, het was een rustige, normale nacht. De volgende ochtend had hij al een klein beetje meer gevoel in zijn arm. Nog helemaal niet veel, maar al iets meer. Dus er was hoop dat het terug goed zou komen.

Wat ik dus helemaal niet meer wist was dat ik de volgende ochtend speelplein had. Blijkbaar is dat onbelangrijk detail uit mijn geheugen gewist.

 

Oké, nu ben ik uitgeput van dit hier allemaal te vertellen. Nu is het echt genoeg voor vandaag.