Tagarchief: kindjes

Juf zijn is plezant

Standaard

Hèhè.

De stage zit erop. Oef! Toch al een hele hoop stress die van mijn schouders valt!

En het is goed gegaan, dat maakt mij vooral blij. Mijn mentor was heel tevreden en dat maakte mij dan weer tevreden.

Ze schreef een heleboel lieve woorden op mijn verslag. Mijn favoriete stukjes zijn:

– Sarah is een heel harde werker.

– Sarah heeft een heel groot hart voor de kinderen.

– Ze geeft heel veel complimentjes en de kinderen weten dat ze met hun verhaal bij haar terecht kunnen.

– Sarah is heel lief, vriendelijk en open naar de kinderen toe.

En op nummer 1 staat:

–> Sarah is echt een aanwinst voor het onderwijs.

 

Dat komt allemaal uit mijn verslag van de tweede week. Mijn eerste week was iets minder. Toen moest ik veel strenger zijn, meer gezag tonen, meer contact hebben met de collega’s en dat soort dingen. De maandag van de tweede week zei mijn juf: “Amai, er staat precies een nieuwe juf Sarah voor de klas. Echt heel goed!”

Dus ik heb mij blijkbaar heel goed herpakt 🙂 Ik ben best wel fier op mijzelf. Nu weet ik weer waarom ik al die uren werk erin heb gestoken. En nu weet ik weer waarom het het waard was om met griep voor de klas te staan. En om met een hese piepstem les te geven waardoor ik telkens hard op het bord moest kloppen om de kinderen stil te krijgen.

Juf zijn is plezant. Die schatten van kinderen iets bijleren is nog plezanter. En dat ze naar jou opkijken en dat ze je komen knuffelen is ook één van de leukste dingen die er bestaan. En het zijn altijd de luidruchtigste en wildste jongens zonder oren die je komen plat knuffelen. Ze vergeten blijkbaar na 5 minuten hoe boos je net op hen was. Want als er iemand door de klas roept: “Ik moet kakke!” dan word ik wel eens heel boos.

Maar, ik herhaal: juf zijn is plezant 😀

 

 

Sarah, heb jij een papa?

Standaard

Mijn vakantiewerk zit er al weer op. Gedaan met speelplein voor dit jaar. Misschien wel voor altijd. Want als ik volgend jaar ben afgestudeerd, ga ik niet meer werken op het speelplein. Maar dat zien we dan wel, ik ga mijn hoofd daar nu nog niet over breken.

Ik heb genoten van deze twee weekjes. De tweede week was ook veel leuker als de eerste. De moni’s van mijn groep waren veel leuker als die van vorige week. De kindjes waren gelijkaardig.

De eerste twee dagen van deze week waren voor mij wel totaal anders. Ik moest invallen als ‘inclusieanimator’. Dat wil zeggen dat je één kindje constant moet begeleiden. Dit kunnen kinderen zijn met een mentale of motorische handicap. Of zelfs kinderen met ADHD. Dat is een beslissing die afhangt van de ouders, zij moeten opgeven of hun kind al dan niet een ‘persoonlijke begeleider’ nodig heeft.

Ik moest deze week op Noor letten. Noor was een heel erg leuk meisje met het syndroom van down. Ze is dan ook nog eens transplantpatiënt en daardoor heeft ze een hele lage weerstand. Maar dat hield haar allemaal niet tegen om mee te spelen met de andere kinderen. Ze was steeds heel vrolijk en ze maakte constant grapjes. Ze heeft enorm veel fantasie en vertelt heel vaak dingen waarvan je denkt: waar haalt ze het.

Het liefste wat ze deed was doktertje spelen en andere kinderen verzorgen. Ik gaf haar een doktersjas en dan liep ze de speelplaats rond om te vragen aan andere kinderen of ze ergens pijn hadden. Soms kwam ze echt kindjes tegen die ergens pijn hadden en dan verzorgden we die kindjes samen. Dat vond ze geweldig. Haar lach was echt schattig. Soms moest ik ook erg hard lachen om de dingen die ze zei en dan vroeg ze steeds: “waarom lacht gij?” of “wat vindt ge zo grappig?” of “ge moet niet zo lachen gij!”

Spijtig genoeg kon ze de rest van de week niet komen. Ik begon ze net beter te leren kennen. Want in het begin was ik nog erg onwennig met haar, ik had nog nooit eerder voor een ‘inclusiekindje’ gezorgd. Ik kreeg echt al een soort van band met haar. Na 2 daagjes al. Ik kan mij voorstellen als je een heel jaar les geeft aan iemand als Noor, dat je echt heel hard aan elkaar gehecht raakt. Toen ze de 2e dag ’s morgens toekwam, stond toevallig net in de inkomhal. Ze zag mij van ver al staan en begon uitbundig te zwaaien. Dat maakte mijn dag al meteen goed.

Doordat ik nu, al was het maar 2 daagjes, als inclusieanimator heb gestaan, zie ik het al beter zitten om stage te doen in het buitengewoon onderwijs. Want dat heb ik opgegeven als keuzestage volgend schooljaar. Nadat ik dat had opgegeven, begon ik daaraan te twijfelen, maar nu ben ik al terug wat zekerder van mijn keuze.

Oké, genoeg over Noor. Ik heb nog andere dingen te vertellen. Trouwens, dit is echt al een lang bericht, dat had ik niet verwacht toen ik eraan begon.

Kinderen in het algemeen zijn altijd heel nieuwsgierig en durven alles te vragen wat je maar kan bedenken. Ze praten en vragen over van alles en nog wat. Zo is het een paar keer gebeurd dat ze naar mijn papa vroegen. Dan moet ik mijn pijn in mijn hart zeggen dat ik geen papa meer heb. Dan vragen ze steeds: “waarom niet?” en dan moet ik zeggen dat hij is gestorven omdat hij heel erg ziek was. Dan knikken ze eens of dan zeggen ze iets in de aard van “ahja”. Die kinderen zijn dat volgens mij na 1 minuut alweer vergeten. Maar bij mij blijven die vragen een paar uur lang nazinderen. Die vragen breken mij telkens op nieuw.

Eén keer gebeurde het dat iemand van de moni’s van alles aan het vertellen was tegen de kinderen over haar papa die ze nooit heeft gekend. Toen vroeg ze of ik een papa heb. Ik stond met mijn mond vol tanden. Maar ik wist dat ik moest antwoorden. Voor een stuk of 10 kinderen tegelijk antwoordde ik: “ik heb geen papa meer.” Meer kon ik niet uitbrengen. Ik was compleet van mijn melk. Ik stond te bibberen op mijn benen en voelde mij helemaal slap. Dat gevoel had ik al lang niet meer gehad. Dat was het gevoel van angst om tegen anderen te vertellen dat ik geen papa meer heb. Het gevoel dat ik opeens weer doorheb dat mijn papa echt dood is. Het gevoel van de waarheid plots weer te ontdekken.

Maar misschien is dat wel goed dat dat is gebeurt. Misschien helpt het mij weer een beetje verder. Misschien helpt het mij om alles nog meer te aanvaarden en te verwerken. Want dat proces is nog lang niet voltooid. Ik heb nog een lange weg te gaan.

Juuuf, ik vind jou mooi!

Standaard

Ik sta dit jaar weer op het speelplein. Het is ondertussen al mijn 4e jaar. Ik vind het nog altijd even leuk. De kindjes toch. De mede-animatoren vind ik niet allemaal even leuk. Maar ik ben er dan ook voor de kindjes en niet voor de rest.

Deze week sta ik bij de 6-jarigen. De rode sjaaltjes. En volgende week is het de beurt aan de 7-jarigen, de groene sjaaltjes. Ik vind dit echt een leuke leeftijd. Die kinderen zijn zo vrolijk en heel lief. Of toch bijna altijd. 🙂

Natuurlijk heb ik weer een paar lievelingetjes, hoewel dat eigenlijk niet mag. Alhoewel, het zijn niet écht écht mijn lievelingetjes, het zijn gewoon super schattige en lieve kindjes. Zo is er een jongetje en hij zegt elke dag tegen mij dat hij mij mooi vind. Als hij dat zegt, smelt mijn hart.

Het is eigenlijk ook wel vrij zielig dat dat jongetje de eerste man is die tegen mij heeft gezegd dat ik mooi ben. Buiten mijn papa en mijn broers dan. Alhoewel ik mij nu afvraag of mijn broers dat al ooit hebben gezegd. Maar kom, dat maakt nu niet veel uit. Het blijft een schattig jongetje en een hele schattige opmerking die mijn dag steeds goed maakt.

And all that time, I felt just fine

Standaard

Morgen mijn laatste dagje werken. Eerst was ik een beetje aan het klagen dat ik het beu was en dat ik moe was en blabla. Maar nu vind ik het spijtig dat het morgen al de laatste dag is. Want ik weet nu al dat ik het ga missen. Vooral de kindjes. En het bezig zijn. En het gevoel dat de tijd snel voorbij gaat. En het vergeten van de pijn. En het vergeten van het gemis. Voor een paar minuutjes toch.

 

25 – Toen ik met een aantal kinderen aan het voetballen was en ik probeerde te sjotten maar ik helemaal naast de bal trapte.

even hevig als de kinderen daar!

 

Heavy as the horses that carry me away

Standaard

20 – Toen ik en mijn mama aan het chatten waren met mijn broer, die in Zuid-Amerika zit, vertelde hij dat er een probleem was met de visa van zijn vriend, antwoordde mijn mama: ‘oei, dan moet ge is naar de ambassade gaan.’

(ze dacht eventjes dat visa = visum was, toen begonnen we allebei heel hard te lachen)

 

Voor de rest is alles wel redelijk oké met mij. Ik ben moe van dat weekje werken en ik maandag moet ik er alweer invliegen. Volgende week is het ergens anders, dus ik hoop dat het daar beter meevalt. Alhoewel ik moet toegeven dat het elke dag een beetje beter begon mee te vallen. Ik werd de -soms vervelende- kindjes gewoon.

Maar ik ben lieve moe zoals ik nu moe ben, in plaats van verdriet-moe. Ik stort mij graag op ‘mijn werk’ of op school of op weet ik veel wat. Alle afleiding is goed.

Eén van mijn nieuwste afleidingen is Grey’s Anatomy. Ik ben lichtjes verslaafd. Vandaag heb ik 8 afleveringen gezien. Echt waar, eens je begint kan je niet meer stoppen! En de tranen zijn ook moeilijk te stoppen. Bij mij toch. Er was een vrouw die een hersentumor had en ze had hallucinaties en ze zag haar dode verloofde. Als ik zo’n dingen zie moet ik altijd aan mijn papa denken. Natuurlijk niet dat deel van die verloofde enzo. Maar hersentumor, hallucinaties, kanker, pijn, dood, … En toch kijk ik graag naar Grey’s Anatomy. Het is meer als slecht nieuws en ziektes en doden. Er zit achter elk personage een mooi verhaal. Ja, inderdaad, ze hebben allemaal wel iets voor. Soms wat overdreven en soms een beetje te toevallig alllemaal. En ze hebben al met bijna elke dokter een relatie gehad. Maar toch… Het verhaal is mooi. Vind ik toch.

 

 

Een vriendin vroeg gisteren aan mij welk beroep ik in een ander leven zou willen doen en ik zei dokter. Zoals die dokters in Grey’s Anatomy. Maar voor dit leven kies ik toch liever voor juf.

 

Het leven gaat door, je begint weer vanvoor.

Standaard

19 – Toen Hanna een geschaafde knie had en ik de plakker er na een tijdje weer wou afdoen, begon ze al te roepen van de pijn, nog voor ik de plakker had aangeraakt. Ik zei: “maar kheb nog niets gedaan!” en dan stopte het wenen van slag en zei ze: “ah oei, hihihi!” Toen moeste ik toch ook wel lachen.

Krokodillen tranen voor niets…

                                                                                          

Be the water where I’m wading

Standaard

Kinderen zijn toch altijd zo rechtuit… Deze ochtend vroeg Thomas: “met wie ben je getrouwd?”  “Ik ben nog niet getrouwd” zei ik. “Wanneer ga je dan trouwen?” “Ik heb nog geen vriendje.” antwoordde ik. “Maar wie vindt je heel speciaal?” vroeg hij nieuwsgierig. Ik antwoordde dat ik hem heel speciaal vond en toen begon hij schattig te lachen. Ik zei ook dat hij wel nog te jong was om met mij te trouwen. Toen zei hij dat ik wel met Quinten kon trouwen want die is al veel ouder; 7 jaar! Schattig 🙂

‘mijn’ kindjes zijn net zo’n deugnieten en gekke bekken trekkers als den deze hier

Iets minder schattig vond ik het toen ze begonnen te vragen hoe mijn mama en papa noemen. Mijn mama noemt Hilde zei ik. “En je papa?” “Ik heb geen papa meer.” zei ik na een korte stilte. Eventjes keken ze verbaasd. Toen vroeg er eentje of die dan al gestorven was en ik zei ja. “Hoe noemde die dan?” vroeg Stan dan weer opgewekt. “Koen.” zei ik. Ik dacht, daarmee is het onderwerp afgerond. Niet dus… Ik moest nog de achternamen vertellen, de namen van mijn oma’s en opa’s, uitleggen dat mijn opa’s ook al gestorven waren. De namen van mijn meter en peter en de namen van mijn huisdieren die ik niet eens heb.

Ik wist al lang dat kinderen nieuwsgierig en oprecht en spontaan zijn. En ik wist ook al lang dat ze alles durven vragen. En op het speelplein hebben ze ook wel al eens gevraagd naar mijn mama en papa. Toen lukte het mij telkens om het onderwerp van de baan te schuiven of om rond te pot te draaien of om iets te verzinnen. Maar deze keer kreeg ik het niet over mijn hart. Daarom heb ik de waarheid verteld. Ik heb geen papa meer. Zo is het. Zo moet ik het ook zeggen.

 

17 – Toen Thomas heel opgewekt met de radio begon mee te zingen: “aai aai folloooj joe teep sie beebie, aai aai folloooj joe, aai aai follooj joe teeep sie beebiiiii”

En hij wou het zelfs solo voor mijn camera zingen. Als ik dat filmpje nu terug bekijk moet ik elke keer weer lachen. Een 5-jarig kind dat zo’n liedje meezingt 🙂

I will do the running for you

Standaard

Pfieow… wat een vermoeiende dag! Ik vind speelplein al vermoeiend, maar dit is nog 10 keer zo vermoeiend. Deze week doe ik buitenschoolse kinderopvang en ik sta helemaal alleen bij 9 kindjes (4 kleuters van 2-3 jaar, 3 kleuters van 5 jaar en 2 kindjes van 9 jaar) Ik alleen ben verantwoordelijk over die kindjes. Er is niemand anders aanwezig in dat gebouw, behalve een paar werkmannen buiten die aan het nieuwe schoolgebouw werken. Ik vind dat wel eng, zo al die verantwoordelijkheid. Ik durf die kindjes niet alleen te laten maar soms is dat toch nodig. Pff ik ben zelfs te moe om mijn uitleg af te maken. Veel maakt het eigenlijk toch niet uit want het is alleen geklaag.

 

Het was zo druk vandaag dat ik zelfs geen minuut tijd had om aan mijn papa te denken. Mijn papa die vandaag 50 jaar zou geworden zijn. 50… De helft van een leven. Ongeveer toch. Mijn mama had het er precies wel moeilijk mee. Ze kreeg ’s morgens al een smsje van de broer van mijn papa. Dat ze aan ons denken… Ik weet niet hoeveel berichtjes ze nog heeft gekregen maar het zullen er wel een paar geweest zijn.

Ik heb het voorlopig dus nog niet moeilijk gehad. Ik ben nu ook te moe om er veel over na te denken of te piekeren of te treuren. Het enige dat ik nog kan en moet doen is voorbereiden voor morgen.

 

15 – Toen er een kindje toe kwam en een ander kindje daar tegen zei: “dat is juf Sarah”