Tagarchief: Mijn school

Derde keer, goeie keer

Standaard

Het is alweer voorbij, de gevreesde dag. De 15e oktober. De sterfdag van mijn papa. (Wat een afschuwelijk woord trouwens: sterfdag) Het was al de 3e editie dit jaar. 5 jaar, dat wordt pas een feesteditie!

Ik durf toch te zeggen dat het betert. ‘Derde keer, goeie keer’ zeggen ze. Wel, in dit geval klopt dat ook wel een beetje. Toen mijn papa een jaar overleden was, had ik het nog verschrikkelijk moeilijk. Na 2 jaar had ik het nog steeds heel erg moeilijk. En nu, na 3 jaar, heb ik het gewoon moeilijk. Moeilijk met momenten. En op zo’n dag als de 15e oktober, heb ik het moeilijk. Maar niet overdreven moeilijk.

Ja, ik heb traantjes gelaten. Maar geen emmers vol. Gewoon, ’s morgens en ’s avonds wat traantjes in mijn bed. En bijna traantjes voor de klas.

Lees de rest van dit bericht

Advertenties

Soms

Standaard

Soms mis ik hem zo.

Zo hard.

Soms mis ik hem zo hard.

Dat ik ervan bevries.

De koude pijn slaat om mijn hart.

En ik sta stil.

Zo stil.

 

Het komt weer dichterbij. Niet enkel het verdriet komt dichterbij mij. Ook de 15de oktober komt dichterbij. En dat voel ik aan alles. Bijna 3 jaar, bijna. Nog net niet. Nog 11 dagen en het is zover, dan kan ik zeggen dat mijn papa drie jaar geleden overleden is. 3 jaar!

Ik kan het niet geloven. 1084 dagen lang heb ik mijn papa niet meer gezien. Verschrikkelijk lang. En het wordt nog verschrikkelijk veel langer. En daar valt niets aan te doen. Dood is en blijft dood.

Soms kan ik mij erbij neerleggen, soms wordt ik boos. Heel boos. Want waarom kreeg MIJN papa kanker? Waarom moest MIJN papa zo hard vechten om uiteindelijk toch de strijd te moeten opgeven? Waarom kan hij gewoon niet even terugkomen? Heel even maar? Gewoon heel even.

Waarom stel ik mij nog steeds deze vragen? Het antwoord is simpel. Omdat ik mijn papa voor altijd zal blijven missen. Soms heel erg hard, soms wat minder hard. Maar altijd zal ik hem blijven missen.

Vorige zaterdag was het mijn ‘officiële’ proclamatie. Afgestudeerd als leerkracht lager onderwijs. Mijn grote droom en ook die van mijn papa. Ik hoor het hem nog zo zeggen, op onze laatste vakantie: met u komt alles wel goed, dat weet ik, ik weet wat er van u gaat worden: ge wordt juf, ge vindt een leuke man en samen krijgt ge veel kindjes.

En dat eerste is al zover, ik ben juf geworden. Een eerste grote mijlpaal in mijn leven. Zonder mijn papa. Ik had hem er zo graag bij gehad. Welke vader wil er nu niet zijn dochter zien afstuderen? Welke vader wil er nu niet dat zijn dochter de job van haar leven vindt? Welke vader wil zijn dochter nu niet gelukkig zien?

Het is en blijft hartverscheurend. Ik zat daar in de zaal, tijdens de proclamatie, en ik dacht aan hem. Ik dacht aan hoe ongelooflijk jammer het was dat hij er niet bij kon zijn. Ik dacht aan hoe ver ik geraakt ben, zonder hem en met hem in mijn gedachten. Ik dacht aan hoe trots hij zou geweest zijn. Ik dacht aan mijn lieve, lieve, lieve papa.

En ik blijf aan hem denken. Na bijna 3 jaar. Na altijd.

Ben je trots papa?

Standaard

Hèhè, eindelijk nog eens even tijd om iets te schrijven. Hoewel, ik heb er wel vaker wat tijd voor, maar dan ben ik te moe om iets te doen. Of dan heb ik er gewoon geen behoefte aan. Nu heb ik het gevoel dat ik toch weer even wat moet schrijven.

Eerst en vooral zal ik jullie vertellen hoe het mij vergaat als werkende mens. Wel, juf zijn is plezant! Heel erg plezant. Eindelijk ben ik de baas over de kinderen en kan ik doen wat ik wil en kan ik lesgeven hoe ik wil. Of toch ongeveer. Natuurlijk moet ik alles afspreken met mijn collega (duo-partner).

Maar voorlopig loopt alles goed. Ook mijn leerlingen zijn braaf, of toch meestal. Op één klein (lees groot en woest) voorval na dan toch. Een meisje van mijn klas kreeg plots een woedeaanval en begon op alles en iedereen te slaan en stampen. Dingen stukmaken, stoelen omvergooien, dingen van de muur trekken, … Met twee blauwe benen als gevolg. Achja, dat hoort erbij zeker?! Maar ik geef toe, ik was er wel heel erg van geschrokken. Ik had er geen idee van dat een kind van nog geen 7 jaar zo woest kon zijn, laat staan dat het zoveel kracht heeft om zich telkens opnieuw los te rukken uit mijn armen. Laten we hopen dat dit soort dingen niet al te vaak gebeuren, hoewel dat meisje dat al enkele jaren heeft. Speciaal geval dus.

Voor de rest is het heel erg leuk hoor 😀 Ik voel mij er wel al een beetje thuis. En voorlopig is het nog niet té druk of vermoeiend. Ja, het is druk en vermoeiend, maar niet té. Ik ben heel veel bezig voor school, bijna constant. Maar ik doe het met plezier. Ik steek mijn tijd in van die onnozele dingen die eigenlijk niet echt nodig zijn. Maar dat zijn net de leuke dingen!

Nu ik echt voor de klas sta, begin ik er steeds meer van overtuigd te worden dat dit mijn droomjob is. De kinderen laten lachen, ze iets bijleren, ze laten nadenken over van alles, ze laten genieten, … Het is geweldig!

 

Wat net iets minder geweldig is, is het feit dat mijn papa dit allemaal niet meer kan meemaken. Ik had hem zo graag al mijn verhalen verteld. En ik ben er zeker van dat hij er zo graag naar het geluisterd. Hij zou trots zijn, dat weet ik en dat voel ik. Ik hoop steeds dat hij het weet, dat ik nu voor de klas sta. Dat ik echt juf ben geworden, zoals ik al van kleins af aan zei. Ik hoor mijzelf nog steeds zeggen op de begrafenis: “Ikzelf zal een goede juffrouw worden zodat je trots op mij kan zijn.”

Juf Sarah

Standaard

Yes, yes, yes! Het is echt zover nu! Ik mag voor een heel jaar aan de slag in het 2de leerjaar! Halftijds, net zoals ik wou! Mijn geluk kan bijna niet op! Het is in een klein dorpsschooltje helemaal niet ver van mij, dus beter kan niet.

Deze ochtend had ik nog geen idee of ik ooit werk ging vinden en nu is het zover. Ik heb mij gisteren en eergisteren dan ook nog eens flink bezig gehouden met solliciteren. 79 mails heb ik toen gestuurd om precies te zijn. En het heeft dus zijn vruchten afgeworpen. 🙂

Mijn collega juf lijkt me heel erg sympathiek en vriendelijk. Ze wou nu plots halftijds werken omdat haar vader net voor de zomer overleden is en ze heeft het er erg moeilijk mee. Ik kan haar geen ongelijk geven, ik weet hoe het voelt.

Het lijkt bijna een beetje voorbestemd dat ik dit schooltje terecht kom. De naam van het schooltje heeft een soort van dubbele betekenis voor mij die te maken heeft met mijn papa. Dus dat maakt het nog extra speciaal. En dat de juf haar vader ook is verloren, schept alweer meteen een band.

Ik kijk er echt héél erg hard naar uit. Nog twee weekjes en ik mag al voor mijn klasje staan. Het is echt super spannend en ik moet nog héél veel regelen (denk ik toch). Maar ik ben er zeker van:

491f68a1468f78e10644b2a2a1095046

Juf juf juf – knutseljuf

Standaard

Hoera! Ik ben afgestudeerd! Vanaf nu ben ik officieel een juf.

Ik heb daarnet zelfs mijn aller eerste boeket bloemen ooit gekregen. Van mijn peter, om mij te feliciteren. Ik moet toegeven dat het mij ontroerde, zoiets had ik niet verwacht en al zeker niet van hem.

CYMERA_20140629_190900

Goed, ik ben dus juf. Maar eigenlijk voel ik mij niet anders dan enkele dagen geleden. Ik voel mij nog steeds jong en student. Ik zal het studeren missen! Want ja, ik wil wel werken. Ik zou graag mijn eigen klasje hebben en samen met hen dingen te leren en te ontdekken. Ik kijk er naar uit om een jaar lang met dezelfde kinderen aan de slag te gaan, hun verhalen te kennen en hun talenten te ontdekken.

Er is maar één klein probleempje: ik moet nog een job vinden. Ik heb al verschillende sollicitatiebrieven verzonden én ik heb al één sollicitatiegesprek achter de rug. Dat was één van de meest stressy momenten van mijn leven!

Ik was echt bloednerveus, al een dag op voorhand, want toen belde de directrice me dat ik de volgende dag mocht langskomen. Om er zeker van te zijn dat ik op tijd zou zijn, nam ik een extra vroege trein. Mijn trein had ten eerste al vertraging. Eens aangekomen moest ik de weg nog zoeken. Het eerste stuk wist ik, maar daarna volgde het moeilijke deel. Google Streetview kende de straat niet waar ik moest zijn, dus ik moest het zelf zoeken. De helft van de mensen kende de school waar ik naar opzoek was niet en de andere helft dacht dat ik een andere school zocht. Er was zelfs een man die ervan overtuigd was dat ik in de school achter de hoek moest zijn en wandelde met mij mee tot daar. Helaas was dat dus de foute school. Uiteindelijk was er een vrouw die het wist zijn en legde mij de route uit. Gelukkig was ik nog op tijd, nog 5 minuten wachten en ik mocht binnen!

De directrice stelde enkele moeilijke vragen die ik niet meteen verwacht had, maar echt raar is dat niet aangezien ik niet wist wat ik moest verwachten. Maar wat was ik blij toen ik daar buiten was! Mijn aller eerste sollicitatiegesprek ooit achter de rug! Fjoew! Wat een opluchting, er viel tien ton van mijn schouders. Of het een goed gesprek was, betwijfel ik. Maar ach! Het was gedaan! Morgen belt de directrice mij om me te melden wat het wordt, maar ik ga er al vanuit dat het niets is.

Ik hoop stiekem dat een andere school, waarnaar ik vrijdag heb gestuurd, mij morgen ook belt om te zeggen dat ik mag langskomen. Die school lijkt mij nog leuker en ze is vooral dichterbij!

Solliciteren, het is toch niet echt mijn ding. Veel te stresserend allemaal!

 

Maar tussendoor geniet ik al volop van de vakantie! Eindelijk, na een schooljaar hard werken, zonder pauzes, is het tijd voor rust. Hoewel, rusten heb ik nog niet echt gedaan. Ik ben constant met van alles bezig, maar zo heb ik het graag. De eerste dag van mijn vakantie (vorig weekend) ben ik naar de bib getrokken. Daar heb ik enkele boeken ontleend en eens we thuis waren, ben ik beginnen lezen. Ik had al zo lang geen boek meer vastgehad, toch geen leesboek. Op 2 dagen was mijn boek uit! P.S. I Love You

En het was trouwens geweldig mooi. Zo geweldig mooi dat ik er een hele nacht lang mee heb moeten wenen. Maar dat deed deugt, het moest er weer eens uit.

 

Voor de rest heb ik veel geknutseld. En dat leverde, al zeg ik het zelf, al enkele mooie resultaten op!

CYMERA_20140629_200626
Ik was al een tijdje op zoek naar een leuk prikbord. Ik had namelijk hele mooie duimspijkers kado gekregen, maar ik had nog geen prikbord! Daarom ging ik naar de Ikea en daar kocht ik enkele kurken placemats. Ik heb ze mooi uitgeknipt en dik karton aan de achterkant gekleefd, want anders zou ik in mijn muur prikken. Ik ben er echt fier op! 🙂

CYMERA_20140629_200649

Ik had nog wat stukjes kurk over en daarmee heb ik dan onderleggers voor glazen gemaakt. Die zijn iets minder geslaagd maar het kan ermee door.

CYMERA_20140629_200712

Mijn broer had zijn spaarpot weer eens leeggemaakt. Het resultaat was: 112 muntjes van 5 cent, 27 van 2 cent en 21 van 1 cent. Mijn mama zag ertegenop om dit weer allemaal uit te geven in de winkel. Gelukkig wist ik de perfecte oplossing! Ik had al een tijdje een coole vaas ‘gepind’ op mijn pinterest. Zo gezegd zo gedaan!

 

 

CYMERA_20140629_183449

En dan mijn favoriet! Dit wou ik al super lang maken. Ik had helaas geen speelgoedfiguurtjes liggen. De kringwinkel was mijn redder in nood. In het echt is het nog véél mooier dan op de foto hoor.

 

Als ik maar kan knutselen en prutsen, dan ben ik gelukkig!

 

Dutje doen?

Standaard

Soms ben ik zo verschrikkelijk moe. Vandaag is weer zo’n dag. Stage doen is zo vermoeiend! Stage slorpt zowat mijn hele leven op. Buiten stage is er niets meer. Van ’s morgens tot ’s avonds ben ik bezig voor school. Voorbereiden, verbeteren, voorbereiden, verbeteren, voorbereiden, verbeteren, … Druk druk druk.

Tijdens de week voel ik me nog niet zo moe. Elk weekend val ik precies in een zwart gat. Gisteren was het schoolfeest, toen was ik dus ook helemaal niet zo moe. En vandaag, nu ik niet voor de klas sta of niet op school ben, maar gewoon thuis, krijg ik mijn klop weer. Mijn hoofd voelt zwaar, ik heb het warm en koud, mijn ogen pikken, ik ben op. En ja, morgen zal ik weer fris en monter voor de klas moeten staan. En ja, ik denk dat dat wel weer zal lukken.

Maar hetgeen ik mij telkens afvraag is: hoe kan ik dit ooit een heel schooljaar volhouden? Laat staan 20 schooljaren?! En maakt lesgeven mij gelukkig? Soms denk ik van wel, soms denk ik van niet. Ik vraag mij af of ik het ooit zal weten. Ik vraag mij ook af wat ik volgend jaar (lees: binnen 4 maand) ga doen. En soms wil ik gewoon van de wereld verdwijnen zodat ik mij over niets meer zorgen hoef te maken.

Ach, een keertje heel hard klagen en zagen, kan geen kwaad zeker?

Die ene week – deel 2

Standaard

Ik ga weer eens verder met het belangrijkste en meest indrukwekkende verhaal uit mijn jonge leventje. De dood van mijn papa.

Die ene week, de week na de dood van mijn papa, daar was ik gebleven.

Vrijdagnacht is hij gestorven, maandagochtend zat ik alweer in de les. Maandagavond gingen we gezellig zijn urne uitkiezen.

Wat we de rest van de week hebben gedaan, dat weet ik totaal niet meer.

Ik ben wel alle dagen naar school geweest, dat weet ik nog wel. En ik weet dat ik het heel vaak enorm moeilijk had. Dat mijn lichaam schreeuwde en dat ik toch niets kon uitbrengen. Dat de tranen stegen en stegen maar  dat er geen enkele overboord viel. Pas wanneer ik ’s avonds in mijn bed kroop, rolden de tranen eruit. Uren aan een stuk.

Terwijl ik in de les zat, wou ik zo vaak naar buiten lopen en blijven lopen. Zo ver als ik kon, zo ver totdat ik niet meer wist waar ik was. Maar ik kon het niet. Ik durfde niet te bewegen. Bang voor de reacties denk ik. Bang voor de blikken. Dus ik bleef rustig zitten.

Ik weet niet goed meer op welke dag het was, ik denk woensdag of donderdagavond, was het de laatste groet. De laatste keer dat de mensen mijn papa konden gaan bekijken. En groeten. Voor de aller aller laatste keer. Ik was enorm zenuwachtig en bang. Ik wou het dode lijf van mijn papa niet zien. En we wisten niet zeker of ik wel ergens in een aparte ruimte kon zitten zonder hem te zien liggen. Dus dat was nog extra spannend. Het was ook een koude avond. Ofwel leek het gewoon zo. Ik stond alleszins te bibberen.

Gelukkig was er een apart kamertje. Heel klein en vlak naast de deur van de kamer waar zijn lichaam lag. Als ik het mij goed herinner stond er niet eens een deur in. Gewoon een opening. In dat aparte zaaltje stonden 4 stoelen. Net genoeg aangezien we niet langer met 5 waren. Er stond ook een lelijke kaars. De eerste 5-tal minuten kwam er niemand. Behalve mijn tante en oma, die waren er al. Daarna kwam het volk. Veel mensen had ik nog nooit gezien. Ze gaven mij een hand of een kus. Ze zeiden allemaal “sterkte” of “innige deelneming” of “mijn deelneming” of “christelijke deelneming” of “hou je goed” of “hij was nog zo jong hé” of “hij ligt er mooi” of weet ik veel wat. Dat laatste kon ik nooit begrijpen. Hoe kan een dood lichaam er mooi bij liggen? Een dood lichaam is afschuwelijk. Zeker als in dat lichaam de beste papa ooit zat.

Het gekste moment dat ik mij nog herinner was toen de directeur van mijn hogeschool binnenkwam. Hij is (was eigenlijk, want hij is ondertussen met pensioen) ook de baas van mijn tante, die ook op mijn hogeschool werkt. Hij deed alsof hij mij al jaren kende, terwijl hij eerst dacht dat mijn broer voor lager onderwijs studeerde. Hij bood wel 5 keer zijn excuses aan omdat hij niet aanwezig zou kunnen zijn op de begrafenis. Hij bleef ook zeggen hoe verschrikkelijk het was en blabla. Gekke man. Daarna heb ik hem misschien nog 3 keer gezien, maar hij herkende mij al niet eens meer.

Nog een ander gek, maar mooi, moment was toen mijn beste vriendinnetje, van in de lagere school, mijn papa kwam groeten. Ik had haar al een jaar of 6 niet meer gesproken. En plots stond ze daar, ze had mij niets laten weten. Ze was er samen met haar lieve oma. Het ontroerde mij wel dat ze er was. Het ontroert mij nog steeds eigenlijk. Ik wist niet wat ik tegen haar moest zeggen, volgens mij heb ik dan ook niet veel meer dan 10 zinnen uitgewisseld met haar. Achja, het is en blijft heel lief van haar dat ze er was.

Ik was ergens blij dat dat deel ook al achter de rug was. Maar de begrafenis kwam dichter en dichter. Ik vond het allemaal zo eng en ik was constant zenuwachtig. Ik was bang voor wat er zou komen, ik wou niet definitief afscheid nemen van mijn papa. Geen begrafenis stond voor mij gelijk aan geen dood. Zolang hij niet begraven was, leek hij nog een beetje bij ons te zijn.

 

Maar zaterdag was het toch zover. Net iets meer dan een week na zijn dood dus. Mijn papa zijn begrafenis. Het moment waar ik al maanden bang voor was, was daar. Mijn papa wou gecremeerd worden, dat hadden we enkele maanden ervoor besproken. Die avond dat we dat hadden besproken, heb ik beseft dat ik mijn papa zou moeten afgeven. Die avond staat in mijn geheugen gegrift en eraan denken doet mij heel veel verdriet en pijn. Maar daar gaat het nu eigenlijk niet over.

De begrafenis. We hadden veel mensen verwacht en er waren ook echt veel mensen. De kerk zat vol en er moesten zelfs nog veel mensen rechtstaan. En het is niet om te stoefen, maar het was geen kleine kerk hoor. Achteraan stonden mijn klasgenoten uit het middelbaar. Ik wist dat ze zouden komen. Ik blijf het een beetje raar vinden omdat ik helemaal niet overeen kwam met mijn klasgenoten. Er keek nooit iemand naar mij om, ik was met niemand bevriend en niemand zag dat het slecht met me ging. Niemand is niet helemaal waar eigenlijk, ik had twee goede vriendinnen in mijn klas. Die vriendschap verliep niet altijd even goed, maar dat zal ik misschien nog een andere keer vertellen. Mijn klastitularis had tijdens de rapportuitdeling, enkele maanden ervoor dus, tegen mijn klasgenoten gezegd dat mijn papa ging sterven en dat ze naar de begrafenis moesten gaan. En ze hadden dus geluisterd want daar stonden ze ongemakkelijk te wezen. Ik vond het leuk dat ze zich ongemakkelijk voelden. Soms heb ik dat gevoel nog steeds maar ik weet dat het fout is. Zij konden er niets aan doen dat ik niet goed in de klasgroep lag, ik was de stille en ‘andere’ leerling.

Hoe de begrafenis juist verlopen is, weet ik niet echt meer. Het is één grote waas. Misschien mede omdat ik een soort kalmeerpilletje had genomen, eentje die mijn papa moest nemen wanneer hij één van zijn aanvallen kreeg. Het heeft mij rustig gehouden. En het heeft ervoor gezorgd dat ik mijn tekst heb kunnen voorlezen. Eerst las mijn broer een tekst voor, ik stond achter hem te wachten. Daarna was het aan mij en ging mijn broer dus achter mij staan. Alles ging heel vlot. Ik liet geen snik of traan. Totdat ik ver aan het einde van mijn tekst zat, ik vertelde over mijn broer en omdat ik hem wou aankijken, moest ik even achterom kijken. Hij stond te wenen en toen kreeg ik het ook. Snikkend las ik verder. De laatste zin: ‘Ik hoop dat ik een goede juf zal worden, zodat je trots kan zijn op mij.’ heeft bijna niemand kunnen verstaan door mijn gesnotter. Veel mensen kwamen nadien vragen wat ik nog had gezegd aan het einde. En al die mensen zeiden ook dat ik het zo goed had gedaan, zo straf dat ik dat kon. Ik was eigenlijk ook wel fier dat het gelukt was. En ze vonden mijn tekst ook heel mooi. Na de mis moesten we op een rijtje gaan staan zodat alle mensen ons een hand konden geven bij het naar buiten gaan. Ik vond het gek om al die mensen te zien. Ook verschillende docenten  van mijn hogeschool waren er. De liefste kwam mij een hand geven en stelde zich voor aan mijn mama. Deze docente heeft mij nadien nog een paar keer aangesproken, echt een lieve vrouw!

 

Toen we uit de kerk kwamen, was het mooi weer. Het zonnetje scheen ligtjes. Ik zag mijn klasgenoten vertrekken. Ik bleef nog wat ongemakkelijke babbeltjes doen met enkele ‘nieuwe’ vriendinnen.

Wanneer de lijkwagen toe kwam om de kist uit de kerk te halen, zijn we vertrokken. Als ik het mij goed voor heb, is mijn papa die dag niet gecremeerd. er was geen tijd meer ofzo. Maar dat maakte mij niet zoveel uit. Nu was MIJN papa voor goed weg. Alleen wist ik nog steeds niet hoe dat ging voelen.

 

Na de begrafenis volgde uiteraard de koffietafel. Ook hier was wel wat volk aanwezig. Ik herinner mij dat wij (ik, mama en mijn twee broers) bijna als laatste toe kwamen want heel de zaak was al vol. Ze hadden twee plaatsen voor mij vrij gehouden, één naast mijn vriendinnen en één naast mijn familie. Ik koos ervoor om eerst bij mijn familie te gaan zitten. Ik had na de mis een briefje toegestopt gekregen van mijn nieuwe lieve vriendin. Ik kon niet wachten om het te lezen en opende de brief. Ik denk dat ik na 2 zinnen al in tranen uitbarstte. Mijn broer, die recht over mij zat, kwam naar me toe om mij te troosten. Ik zie nog zo voor mij hoe hij de brief in zijn jaszak stopte, dan kon ik hem s’ avonds op mijn gemakje lezen.

De rest van de koffietafel verliep zoals elke koffietafel. Het enige verschil was dat deze koffietafel voor mijn papa werd gehouden en niet voor één of ander ver familielid. We lachten wat, we praatten wat, we mijmerden wat. Ik vertelde enthousiast aan mijn neef over mijn leuke nieuwe studies.

Nadien ging ik bij mijn vriendinnen zitten. Mijn oude vriendinnen, de nieuwe had ik niet uitgenodigd. Ik heb geen idee meer over wat we het gehad hebben. Ik weet wel nog dat L. en I. als laatste gebleven zijn. Dat vond ik wel leuk, ondanks de strubbelingen die onze vriendschap hadden moeten doorstaan.

Na de koffietafel gingen we uiteraard naar huis. Hoe het daar verliep, vertel ik een andere keer. Het is me allemaal wat te veel aan het worden.

 

 

 

 

 

Overval

Standaard

Verdriet. Het overvalt je. Als een dief in de nacht. Sluipend, langzaam, steeds verder in je huis En plots schrik je wakker en hoor je het lawaai. Je jaagt de dief weg door zelf lawaai te maken. Of je laat de dief verdergaan en wacht tot hij alles heeft meegenomen.

Zo gaat het dus ook met verdriet. Ofwel verjaag je het. Ofwel laat je het bezit over jou nemen. Wat het verdriet bij mij heeft gedaan weet ik niet goed. Volgens mij is het verdriet nog steeds aanwezig. Wat stiller en rustiger dan voorheen. Maar het is er nog steeds. Ergens in een achterkamertje waarvan het deurtje af en toe eens open gaat.

Je raadt het al. Gisteren ging dat deurtje weer eens open.

 

’s Nachts droomde ik over mijn papa. We hadden een bier ontworpen, speciaal ter nagedachtenis van hem. Hoe het juist in elkaar zat weet ik niet meer. En mijn peter kwam er ook in voor. Hij was blij dat we hem, de nacht dat mijn papa stierf, hadden verwittigd. Hij had dan wel heel ver moeten rijden, maar hij had het ervoor over. Hij was tevreden. Spijtig genoeg is het in het echte leven niet zo gegaan, we hadden hem niet verwittigd. Of hij daar boos om is, weet ik niet.

 

Overdag zag ik een bericht op facebook verschijnen van een meisje dat ik ken van op speelplein. ‘Verloor een geliefde: vader’. Slik. Ik plaatste ook zo’n bericht toen mijn papa net gestorven was. Ik ken het meisje niet super super goed maar we kwamen vorige zomer wel goed overeen, we zaten heel vaak bij elkaar. Ze studeert ook voor leerkracht lager onderwijs. En nu heeft ze dus ook geen papa meer. Ik heb even met haar gesproken via facebook. Door zo’n gesprek komen de akelige herinneringen automatisch weer naar boven. Door te lezen hoe zij zich voelt, komen mijn gevoelens van toen weer terug. Dan voel ik mij weer even zenuwachtig en bang. Door dit nu te schrijven, voel ik het weer.

Heel gek. Heel vies. Heel stom en helemaal niet leuk. Maar niks aan te doen. Ik wou dat ik dat meisje kon helpen. Echt kon helpen. En ik weet dat dat niet mogelijk is. En dat doet mijn bijna nog meer pijn. Want ik weet hoe het voelt en ik wil niet dat iemand hetzelfde voelt. Niemand zou dat verdriet mogen voelen. En toch zijn er elke dag honderden of duizenden mensen die zo’n slecht nieuws te horen krijgen. Mensen die in elkaar zakken van hartverscheurende pijn of mensen die blijven staren naar dezelfde plek van ongeloof. Mensen die niet weten wat te doen of mensen die niet stil kunnen zitten. Mensen die hun geliefde verliezen en nooit of nooit meer terug kunnen zien. Mensen waarvan hun leven voor goed veranderd. Mensen die nog miljoenen keer zullen wensen dat dit nooit gebeurd was. Mensen die zich uiteindelijk zullen moeten neerleggen bij het verdriet. Willen of niet. Dood is dood.

 

En de zon, die blijft maar schijnen. Zoals Yevgueni  het ook zo mooi zingt.

 

Trouwens nog een vrolijk Pasen gewenst.

 

Trouwens nog een kort verhaaltje: mijn tantes hebben mij daarnet op het Paas’feest’ teleurgesteld. Ze moeien zich zo met mijn keuze om al dan niet verder te studeren. Volgens hen MOET ik de job aannemen in mijn stageschool. Terwijl ik niet eens een job aangeboden heb gekregen… Verder studeren gewoon om iets te doen te hebben, is dom. Terwijl ik niet eens zomaar wil verder studeren. Buiten gewoon onderwijs lijkt mij echt wel leuk om te doen. Dat begrijpen ze precies niet. Werken is de boodschap volgens hen.

Achja, mijn leuke familie zal mij nooit begrijpen.

Wat ik wil?

Standaard

Wat ik wil… Dat weet ik nog niet. Nee, nog altijd niet.

Wil je volgend jaar gaan werken? Misschien.

Wil je nog iets bij studeren? Misschien.

Wat dan? Geen idee.

 

Twijfel, twijfel, twijfelbeest. Dat ben ik. En dat weet ik. Meer weet ik niet.

Nog ongeveer 3 maand en ik ben afgestudeerd. Help!

Elke week krijg ik wel van iemand de vraag ‘en wat ga je volgend jaar doen?’ en elke week moet ik antwoorden dat ik het nog niet weet.

 

En eigenlijk, diep in mijn hart, weet ik het wel. Ik wil rust. Lange rust. Misschien wel een jaar. Een jaar lang bekomen van alles. Bekomen van de dood van mijn papa, want soms heb ik het gevoel dat ik dat nog steeds niet heb kunnen doen.

Maar even later bedenk ik mij dan weer: ik verveel mij altijd zo snel! Als ik een week niets te doen heb, (wat de laatste 2 jaar en half enkel in de grote vakantie gebeurde) verveel ik me. Dan weet ik niets meer te doen. Dan ga ik 12 boeken halen in de bib en kan ik niet te beslissen in welk boek ik ga beginnen waardoor ik niet begin. Dan ga ik dingen knutselen waarmee ik niets ben. Dan ga ik chatten met vriendinnen en vraag ik om af te spreken waarna iedereen ‘jammer, ik heb geen tijd’. Dan ga ik kasten opruimen die ik nooit gebruik om ze daarna nog steeds nooit te gebruiken. Dan ga ik rondneuzen op blogs naar leuke ideeën en doe ik er niets mee. Dan ga ik zagen dat ik me verveel. Dan ga ik wensen dat het alweer school is.

Dusja, wat moet ik dan doen? Een jaar lang niksen is niks voor mij vrees ik. (leuke woordspeling sèg)

Nog een jaartje bij studeren, dat zie ik wel zitten. Maar een nieuwe ‘klas’ dat zie ik dan weer niet zitten. Mensen die mij niet kennen, die mijn verhaal niet kennen, vind ik eng. De mensen waar ik nu mee om ga, kennen mijn situatie. Die mensen weten dat ze niet moeten vragen ‘gaat je papa niet mee op vakantie?’ of ‘kijkt jouw papa ook altijd naar de voetbal?’.

Meteen gaan werken? Dat weet ik niet of ik dat zie zitten. Het zal zwaar zijn, ongelooflijk zwaar. 10 keer zo vermoeiend dan de vermoeidheid die ik nu al ervaar tijdens stages. 20 keer zo vermoeiend dan ik mij kan inbeelden. En dan moet ik nog werk vinden!

Ach, ik stel mijzelf steeds gerust door het feit dat ik nog tijd heb. Maar ik stel mijzelf nu al meer dan een jaar gerust. Ik moet nu echt wel gaan beslissen. Dubbele help!!

Waar stage doen al niet goed voor is!

Standaard

Hallo daar! Wat leuk om hier terug te zijn! Ik heb mijn blogje veel te lang in de steek gelaten. En mijn enkele trouwe lezers ook. I’m so sorry! Maar ach, jullie zullen al wel weten waarom jullie zo lang niets van mij hebben gehoord. Inderdaad: stage!

En het was een geslaagde stage! Een super super geslaagde stage. De allerleukste stage! En dat meen ik echt. Ik had voor het eerst een brave, leuke, lieve, enthousiaste, hardwerkende, geweldige klas. En dat voor een vijfde leerjaar, ik had het niet verwacht.

Ervoor had ik al elke keer een moeilijke klas of een klas waarin er enkele leerlingen de sfeer helemaal konden verpesten. En nu… Wat een droomklas. Dankzij deze klas weet ik helemaal zeker dat ik juf wil worden. Het was een plezier om aan hen les te geven. Het was een plezier om leuke activiteiten voor te bereiden omdat ik wist dat ze er dankbaar voor gingen zijn.

Ook mijn projectweek over WO I was super! Aanvankelijk dacht ik dat het saai en zwaar en moeilijk ging zijn. Maar ik heb er iets leuks van kunnen maken. De leerlingen hebben super veel mogen doen en zelf mogen ontdekken. De kinderen vonden het geweldig en ook geweldig leerrijk. En mijn twee mentoren (juffen) waren ook meer dan tevreden. Dus conclusie: ik ben ook meer dan tevreden!

Op naar de laatste stage: 5 weken in het derde leerjaar! Ik ben benieuwd! Ik kijk er al naar uit 😀 Het is in dezelfde school als mijn stage die net is afgelopen. Dat maakt het nog extra leuk.

 

Ik voelde mij echt helemaal thuis in de klas. Ik vertrouwde de leerlingen en zij vertrouwden mij. Ik heb hen zelfs verteld over mijn papa. Niet zomaar natuurlijk. Tijdens een les taal ging het over gevoelens en herinneringen die aan muziek vast hangen. Ik heb toen ‘Veel te mooie dag’ van Yevgueni laten horen, een liedje dat we op de begrafenis van mijn papa hebben gespeeld. De kinderen waren muisstil en gaapten mij allemaal aan. Nadien durfden ze ook allemaal vertellen over hun overleden overgrootoma, opa, buurman, …  Tijdens een speeltijd kwamen er nog enkele meisjes vragen aan wat mijn papa gestorven was: “Toch niet van ouderdom want jij bent nog jong dus jouw papa was dan ook nog niet zo oud hé?”.

En dat was nog niet alles. Tijdens de lessen godsdienst ging het over rouw en verlies. Ik sprak vanzelf weer over hoe ik met de dood van mijn papa ben omgegaan. Het is nu ook weer niet zo dat ik heel veel heb zitten vertellen. Gewoon enkele kleine dingen. Ik heb hen ook niet verteld dat ik kapot was van verdriet, dat ik het vaak niet meer zag zitten, dat ik nachten lang heb zitten wenen in mijn bed enzoverder. Dat zou een beetje te zwaar en te veel zijn voor de kinderen.

Ik zag wel dat ze het fijn vonden dat ik zo’n persoonlijke dingen vertelde. Eén van mijn juffen apprecieerde het ook enorm dat ik dat durfde. Ik moet zeggen dat ik wel verschoten ben van mijzelf dat ik het heb aangedurfd. Ik heb al vaak gedacht tijdens een stage: nu zou ik kunnen vertellen over mijn papa. Maar ik had het nog nooit echt gedaan. Blijkbaar sta ik weer een stapje verder. Stage doen is voor alles goed!

 

See you later alligator!

 

PS: voor de geïnteresseerden: ik en de coole leerlingen van het 5e leerjaar hebben een mooie blog gemaakt over ons project ‘Nooit meer oorlog’: http://nooitmeeroorlog5.blogspot.be/