Tagarchief: pijn

De dood is mijn leven

Standaard

Soms, heel soms, of eigenlijk wat vaker als heel soms, heb ik het gevoel als het allemaal nog maar pas gebeurd is. Dat mijn papa nog maar net gestorven is. Dat er nog geen 3 jaar voorbij is maar 3 uur. En dat ik zijn armen dan weer zo graag om mij heen wil voelen.

De laatste maand ben ik er weer veel meer mee bezig. De dood van mijn papa is haast mijn leven. Het is niet zo extreem als in de beginperiode, maar toch weer veel meer dan deze zomer bijvoorbeeld.

Hebben de donkere dagen er iets mee te maken? Of de feestperiode nog? Of is het omdat ik weer wat meer in aanraking kom met mensen die hebben meegemaakt wat ik heb meegemaakt? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik het niet fijn vind.

Wanneer ik de afgelopen maanden eens even wat verdrietig was, wat eigenlijk helemaal niet zo vaak meer gebeurde, huilde ik wat. Een uurtje ofzo en alles was eruit. En ik kon weer verder. Maar wanneer ik nu verdrietig ben, komt dat vreemde gevoel in mijn buik terug naar boven. Pal in het midden, alsof er een baksteen in zit die er NU uit wil. Als ik dat gevoel heb, word ik bang. Ontzettend bang. Bang omdat ik dan vrees dat ik de dood van mijn papa niet goed verwerkt heb of aan het verwerken ben.

Dat vraag ik me zo vaak af: verwerk ik het wel goed? Doe ik de juiste dingen? Doe ik te weinig of te veel? Praat ik te weinig en krop ik het op? Krijg ik binnen een aantal jaar een inzinking? Of is dit gewoon een nieuwe fase in het verwerkingsproces? Is dit tijdelijk en gaat het binnen enkele weken terug beter gaan? Stel ik te veel vragen? Moet ik het niet gewoon allemaal op mij laten afkomen?

Misschien wel.

Maar de dood is mijn leven. Ik leef met de dood. De dood van mijn papa zit voor altijd in mijn gedachten. Elke dag leef ik ermee. De ene dag is geweldig en de andere dan weer geweldig moeilijk. Maar moeilijk moet ook gaan hé.

Ja, moeilijk gaat ook. “Niet drijven over hé, meid.” zou mijn papa zeggen, waarmee hij bedoelde dat ik niet moet overdrijven.

Advertenties

Koning papa

Standaard

Het is weer die periode van het jaar: de feestdagen. De derde keer zonder mijn liefste papa.

De laatste maanden ging het allemaal heel erg goed. Ik heb mijn papa natuurlijk gemist, elke dag. Maar niet op een verpletterende, zware, supertrieste manier. Ik miste hem gewoon, in de dagdagelijkse dingen. Zijn aanwezigheid bij wat moeilijkere momenten op school of thuis of tijdens mijn toneelrepetities. Of zijn aanwezigheid op leuke momenten zoals mijn toneelvoorstellingen.

Maar sinds enkele dagen gaat het weer wat moeilijker. Afgelopen vrijdag, na de drukke Kerstdagen, moest het er allemaal uit. Ik had het niet verwacht eigenlijk. Natuurlijk vond ik een nieuwe Kerst zonder mijn papa niet makkelijk. Maar het waren gezellige feestjes. En toch… Vrijdag stortte ik even in. Het trieste gevoel kroop weer in mijn lijf. Ik dacht, ik schrijf eventjes een brief aan mijn papa in mijn schriftje. Door mijn gedachten en gevoelens daar te zien staan, werden die gevoelens precies extra bevestigd. Ik werd extra verdrietig en extra onrustig.

De tranen kwamen en het duurde lang voor ze weer vertrokken. Snikkend en bevend viel ik in slaap. De volgende ochtend hadden mijn tranen duidelijk z’n sporen nagelaten. Ach, het moest er eens uit. Nu is er weer wat meer plaats voor andere emoties of gedachten.

 

Gelukkig was er een lieve vriendin die me tijdens mijn moeilijke nacht steunde via sms’jes. Het laatste berichtje dat ze mij stuurde bezorgde me kippenvel en een nieuwe uitbarsting van mijn tranendal.

“De man die met jou het leven mag delen, heeft immens veel geluk. En al zal hij een prins zijn, jouw papa blijft altijd jouw koning.” 

Prachtige woorden van mijn prachtige vriendin. Ik ga ze voor altijd onthouden en met mij meedragen.

 

 

Derde keer, goeie keer

Standaard

Het is alweer voorbij, de gevreesde dag. De 15e oktober. De sterfdag van mijn papa. (Wat een afschuwelijk woord trouwens: sterfdag) Het was al de 3e editie dit jaar. 5 jaar, dat wordt pas een feesteditie!

Ik durf toch te zeggen dat het betert. ‘Derde keer, goeie keer’ zeggen ze. Wel, in dit geval klopt dat ook wel een beetje. Toen mijn papa een jaar overleden was, had ik het nog verschrikkelijk moeilijk. Na 2 jaar had ik het nog steeds heel erg moeilijk. En nu, na 3 jaar, heb ik het gewoon moeilijk. Moeilijk met momenten. En op zo’n dag als de 15e oktober, heb ik het moeilijk. Maar niet overdreven moeilijk.

Ja, ik heb traantjes gelaten. Maar geen emmers vol. Gewoon, ’s morgens en ’s avonds wat traantjes in mijn bed. En bijna traantjes voor de klas.

Lees de rest van dit bericht

De lange weg

Standaard

Gisterenavond kon ik niet slapen, ik voelde de drang om mijn schriftje te herlezen. Het schriftje waarin ik veel heb geschreven het eerste jaar nadat mijn papa was gestorven. De eerste maanden schreef ik minstens elke week een stukje. Nu nog zelden of nooit.

Wanneer ik alles herlas merkte ik dat er veel is veranderd. Niet de dingen om me heen. Maar de dingen in mij. Mijn gevoel, mijn gedachten en mijn verwachtingen. De dingen die ik toen voelde waren zo zwaar en triest. Wanneer ik nu eens een mindere dag of zelfs een slechte dag heb, is dat in niets te vergelijken met hoe ik mij toen voelde. Ik had het zo moeilijk en ik was zo verdrietig. Er staat haast nergens een positief woord in mijn schriftje. Alles was zwart en doods. Ik voelde mij zelfs bijna doods.

Het herlezen van mijn woorden raakte mij, ik was bijna vergeten dat ik mij zo gevoeld heb. Ik denk dat ik die periode naar een achterhoekje in mijn hoofd heb geduwd. Het is te pijnlijk om er vaak aan terug te denken. Er voor even aan terugdenken was wel goed. Even mijn tranen de vrije loop laten en even weer die pijn ervaren, deed mij beseffen welke weg ik heb afgelegd.

Als ik nu terugkijk op die eerste maanden, op dat eerste jaar, ben ik zo blij dat ik daar doorheen ben geraakt. Ik heb het overleefd en ik ben verder kunnen gaan met mijn leven. Het was alles behalve makkelijk en ik ben meer gevallen dan ik ben opgestaan – voor zover dat mogelijk is. Maar ik sta nu weer op mijn beide voeten recht. Niet altijd even stevig en niet rotsvast in de grond, maar ik sta. En ik ben trots op waar ik sta.

Ik kan soms met een glimlach aan mijn papa terugdenken. Ik kan een foto van hem bekijken zonder die stekende pijn te voelen en zonder dat rare gevoel in mijn buik te ervaren. Ik kan dingen doen zonder elke seconde aan hem te denken. Ik kan naar liedjes luisteren die hij zo graag hoorde zonder te wenen.

 

Een keertje stoefen over mijzelf kan geen kwaad zeker? Want dan wil ik even zeggen dat ik toch wel een beetje trots ben op mijzelf. Op de weg die ik heb afgelegd. Ik heb het niet in mijn eentje gedaan, mijn vriendinnen hebben mij geholpen en mijn familie misschien onbewust ook wel een beetje. Maar toch dank ik het meeste aan mijzelf, aan mijn doorzettingsvermogen.

Laten we daarop klinken!

 

Papa-dag

Standaard

Het is weer papa-dag. Deze keer een ‘officiële’.

De derde vaderdag zonder mijn papa. Zo gek, aangezien hij nog niet eens 3 jaar geleden gestorven is.

Natuurlijk mis ik hem. Elke dag mis ik hem. En ja, vandaag nog meer dan anders. Overal berichtjes zien verschijnen over leuke, lieve, geweldige superpapa’s doet pijn. En hoe hard je je er ook tegen verzet, je kan er niet omheen. Niet om de berichten en niet om de pijn.

Mijn papa was uiteraard niet zo geweldig als al die andere papa’s. Hij was nog veel bijzonderder. Liever, slimmer, leuker, grappiger, zotter, sterker maar vooral dapperder. Mijn papa noemde niet voor niets Koen, wat dapper wil zeggen. En hij was dan ook nog eens een leeuw. Veel meer woorden hoef ik daaraan niet meer vuil te maken.

 

Wensen dat mijn papa terug komt, heeft niet veel zin. Dus dan zal ik maar wensen dat ik net zo dapper wordt als hij.

 

papsieNu houd ik je vast,
op een plaatsje ergens diep in mijn hart.

Ik-mis-mijn-dode-papa-dag

Standaard

Soms heb ik het nog steeds verschrikkelijk moeilijk met de dood van mijn papa. Dan sta ik ’s ochtends op en denk ik: het is weer zo’n dag. Zo’n dag waarop alles mij aan hem doet denken. En ja, je raadt het al. Gisteren was zo’n dag.

Ik was alleen thuis, mijn mama ging een dagje naar zee. Dus ik dacht: gezellig, dan ga ik een dagje winkelen. Ik werd wakker en deed mijn gordijn omhoog. Ik keek naar mijn vensterbank en bekeek de foto van mijn papa. Voorzichtig nam ik de mini-urne vast. Ik moest er een dun laagje stof afvegen, zo lang was het geleden dat ik het had vastgenomen. Het is nu eenmaal geen prettige gedachte om je vader in zo’n potje te hebben zitten en dat een beetje te aaien. Daarom neem ik het zelden of nooit uit het doosje. Af en toe wrijf ik er wel eens over, zodat het proper blijft. En dat was nu blijkbaar een tijdje geleden. Laten we het op mijn stage steken.

En daar stond ik dus, met een paar restjes papa in mijn handen, starend naar zijn ogen. Mijn ogen. Heel even dacht ik: wat als ik mij hier nu op de grond zou leggen en een paar uur lang zou huilen? Maar ik bedacht mij al gauw dat dat geen zin heeft. Opnieuw heel voorzichtig legde ik de urne terug in het doosje. Andere mensen zouden het misschien iets schattigs of moois vinden, want je kan bijna niet raden dat het een urne is. Maar ik vind het eigenlijk vrij vies hoewel het er wel mooi uitziet. Datgene wat erin zit, maakt het vies.

Mijn dag was dus al goed gestart! Ach, het kan alleen maar beteren, dacht ik. De zon komt er misschien wat door en straks ga ik winkelen, enkel leuke vooruitzichten. Want ja, ik ben nu eenmaal dol op winkelen en het was zo lang geleden!

Iets voor de middag vertrok ik (eerst heb ik nog een paar uur opgeruimd – stage brengt zooooveel rommel met zich mee!) richting station. Toen ik op mijn trein stond te wachten kroop dat vreemde gevoel al langzaam in mijn huid en hoofd.

Hoe vaak heb ik hier wel niet gestaan met tranen in mijn ogen, dacht ik. Hoeveel uur na de dood van mijn papa stond ik hier al niet terug? Hoe vaak heb ik wel niet gedacht: is onder de trein springen minder erg dan het gemis van mijn papa? Hoe vaak heb ik niet gevloekt dat ik mijn papa terug wil? Het station is zo wat mijn plaatsje waar ik tot rust kom. Ik sta er graag te wachten (toch als het niet ijskoud is) op mijn trein. Ik hou van de stilte en de voorbijrijdende treinen. Ik hou ervan dat ik daar zo vaak heb gestaan en dat ik zo vaak niet wist hoe het verder moest met mijn leven. Ik hou ervan dat er dan bijna een jaar lang een lieve vriendin mij stond op te wachten om mij te troosten of te knuffelen. Ik hou ervan dat ik daar gewoon wat kan zitten en staren.

Ik beken, ik ben expres een half uur te vroeg vertrokken zodat ik daar nog wat kon zitten en staren. En nadenken. En treuren. Waarom is mijn papa dood? MIJN papa. Niet die van iemand anders, net mijn papa. Het blijft na meer dan 2 jaar en 7 maand oneerlijk. Zo oneerlijk. En het oneerlijkste is nog dat je er niets aan kan veranderen, hoe graag je ook wilt. Dood is dood en dat blijft voor altijd doder dan dood. Dit en nog veel meer spookte door mijn hoofd.

Eens aangekomen bij de winkels voelde ik mij niet beter. Zelfs niet heel even. Ik kon het zelf bijna niet eens geloven, de kledij, de juwelen, de schoenen, de hebbedingetjes, … maakten mij niet gelukkig. Ik voelde de euforie van nieuwe spulletjes niet. Normaal word ik even dolblij van winkelen. Deze keer dus niet.

Ik dwaalde wat rond in de winkels, ik kocht enkele spulletjes en slenterde door de drukke straten met muziek in mijn oren. Ik liep langs gelukkige koppeltjes, lieve oudjes, gezellige gezinnen en schattige vaders met dochters. Dat laatste raakte mij natuurlijk het diepst. Toen mijn papa nog maar net was gestorven kreeg ik automatisch tranen in mijn ogen als ik dit soort gelukkige duo’s tegen kwam. Maar na verloop van tijd werd ik hieraan gewoon en dacht ik niet meteen aan mijzelf en mijn papa. Gisteren dus wel. Plots zag ik overal geweldige vaders met aanhankelijke dochters. Plots voelde ik weer diezelfde, stekende pijn. Jaloerse pijn ook. Waarom zij wel en ik niet? Waarom mag ik niet gelukkig zijn? Waarom mag ik hier niet rondlopen met mijn papa?

Waarom? Die waarom-vragen waren al zo lang achterwege gebleven en nu waren ze plots terug. Ik weet niet WAAROM.

Ik had verschrikkelijk veel hoofdpijn gekregen dus ik zette mij even neer op een rustig pleintje. Ik moest mij heel erg hard inhouden om niet in tranen uit te barsten. Ik miste mijn papa plots weer zo verschrikkelijk hard en ik wist niet hoe het kwam. Het was gewoon zo’n dag. Een ik-mis-mijn-dode-papa-dag. Misschien had ik een bordje met die tekst rond mijn nek moeten hangen. Dan hadden voorbijgangers mij misschien wat kunnen troosten. Of ze hadden mij een zielige blik kunnen toewerpen.

Vandaag is het gelukkig niet zo’n dag. Ik voel mij nog steeds niet tiptop maar toch al wat beter. Het einde van een stage, het doet wat met een mens. Ik steek het daar maar op, dan moet ik het niet op mijzelf steken.

 

Laat ik nog eens afsluiten met een mooi liedje. Dat maakt alles toch nog altijd wat beter.

 

Bijna is alweer voorbij

Standaard

Wat een paar dagen geleden nog ‘bijna’ was, is nu alweer verleden tijd. Mijn papa is nu welgeteld twee jaar en 1 dag dood. Het is en blijft een eng en vies woord: dood. Maar ‘overleden’ vind ik dan weer te chique klinken. Daarom schrijf ik liever ‘dood’. Want dat is hij uiteindelijk ook, morsdood. Steendood. Doder dan dood.

En ik heb misschien 26 tranen gelaten, veel meer zal het niet geweest zijn. 26 tranen, vermengd met het water uit de douche. Want ja, na lange tijd is het mij nog eens gelukt om te wenen. En dan nog wel in de douche. En ja, ik heb mijzelf weer maar eens verplicht om te stoppen met bleiten. Want het haalt toch niets uit. En mijn mama moest niet zien dat ik geweend had.

Ze had het al moeilijk genoeg, ik zag ’s morgens dat ze wat geweend had. Maar natuurlijk heb ik er niets van gezegd. Want zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Zwijgen is uiteindelijk ook goud, zoals het gezegde zegt.

Er hebben niet veel mensen aan ons gedacht. Of ik kan beter zeggen: er hebben niet veel mensen aan mijn papa gedacht. Mijn peter (de broer van mijn papa) zette een kaarsje als profielfoto op zijn facebook en hij stuurde een smsje naar mijn mama. Dat was het.

De andere broer van mijn papa, mijn nonkel dus, stuurde bloemen op. Met een lief kaartje eraan: twee jaar geleden al, het is net of het gisteren was. we denken aan jullie. Dat vond ik wel heel erg lief. Hij (en zijn vrouw/vriendin eigenlijk) stuurden vorig jaar ook bloemen op mijn papa zijn sterfdag. Ik vraag me af of het binnen een jaar of 7 een verplicht nummertje wordt, die bloemen sturen.

Mijn oma, die van mijn mama haar kant, heeft gebeld met mijn mama en heeft blijkbaar over van alles en nog wat gebabbeld, maar heeft geen woord gezegd over mijn papa. Waarschijnlijk was ze het helemaal vergeten. Haar geheugen gaat de laatste tijd wat achteruit.

En mijn vriendinnen wisten dat het ‘die ene speciale dag’ was, maar hebben ook niet echt iets speciaals gezegd of gedaan. Maar dat neem ik hen helemaal niet kwalijk. In hun plaats zou ik ook niet weten wat te doen.

 

Dus om mijn verhaal samen te vatten: het was een eenzame, lange, saaie, moeilijke dag. Vol verdriet in mijn hoofd, hart en buik. Maar uiteindelijk is het ook maar een dag zoals een ander. Of dat probeer ik mijzelf toch wijs te maken. Geloven doe ik het voorlopig nog niet echt.

 

Ik wil wel proberen om mijn gevoel van de afgelopen (en waarschijnlijk de komende dagen ook) te beschrijven maar het lukt mij niet echt goed. Ik voel mij vooral eenzaam, verdrietig, zenuwachtig, onzeker, bang, wanhopig en soms hopend. Soms ook intens ongelukkig. Of zelfs nutteloos en zinloos. Dan bedenk ik mij waarom het nog zin heeft dat ik mijn best doe om iets te worden of te betekenen in deze grote, boze, harde wereld.

Eenzaam is misschien wel, nu ik er verder over nadenk, het meest overheersende gevoel. Er zijn veel mensen die mij willen steunen en die zeggen dat ik op hen kan rekenen. Maar uiteindelijk sta ik er altijd alleen voor. Het is mijn verdriet. Ik kan het delen zo graag en zo veel als ik wil. Het blijft bij mij en van mij. Het kan misschien heel erg traagjes minderen, maar het grootste gewicht blijft in mij zitten en rond mij hangen.

Doordat ik zelden (of eerder nooit) nog praat over mijn verdriet, verleer ik steeds meer en meer hoe ik erover moet praten. Ik kan het gewoon echt niet meer. Ik wil er wel over praten, maar ik kan het niet. Iemand moet de woorden uit mij sleuren, anders lukt het niet. En er is bijna niemand die dat begrijpt. Ze willen het wel begrijpen, ze proberen misschien zelfs hard, maar het lukt niet.

En dan zijn er nog de vele andere mensen die denken dat je na 2 jaar er wel over bent. Ik hoef jullie waarschijnlijk niet uit te leggen dat dat niet zo is.

Ik zit vast in mijn verdriet. Ik functioneer normaal, je ziet mijn verdriet niet. Maar het is er wel. Diep vanbinnen, goed verstopt, onder mijn glimlach en achter mijn domme mopjes. En soms zou ik willen schreeuwen, schreeuwen van verdriet, van pijn, van wanhoop, van ellende. En schreeuwen tot mijn papa mij kan horen en begrijpt dat hij terug moet komen.

 

mooi......

Slapende waarheden

Standaard

 

Volgens mij heb ik het al eerder geschreven op mijn blog: dromen zijn bedrog. En Marco Borsato zingt dat natuurlijk ook.

 

Toen mijn wekker deze ochtend afging, leek het alsof de laatste zinnen van mijn droom nog maar net gezegd waren. Ik hoorde ze nog nazinderen. Heel raar gevoel.

Zoals zo vaak, droomde ik over mijn papa. Ik weet spijtig genoeg enkel die laatste 2 zinnen nog.

 

“Papa was zo niet.” zei ik. Mijn mama antwoordde: “Ge moet niet zeggen ‘was’, papa leeft nog.”

 

Raar hoor, met die zinnen wakker worden. Ik was er niet goed van. Papa leeft nog. Hoe kan ik zoiets nu dromen? Papa is DOOD. Morsdood. En dan droom ik dat mijn mama zegt dat hij nog leeft. Ze zei het precies op een toon waarmee ze duidelijk wou maken dat ze niet kon geloven dat hij dood is, maar het eigenlijk wel weet. Ofwel zei ze het op een toon waarmee ze duidelijk wou maken dat hij nog in ons verder leeft. Ik weet het niet goed.

Ik weet alleen dat ik het helemaal niet aangenaam vind om te dromen over mijn papa. Soms word ik al wenend wakker. Soms ween ik enkel in mijn droom, maar lijkt het alsof ik tranen met tuiten lig te huilen, te schokken en te roepen van verdriet, terwijl ik 1 seconde later wakker word en er geen traan te bespeuren is.  Dat wenen kan soms zo echt lijken terwijl het blijkbaar toch niet echt is. Maar soms is het dus wel echt.

 

Dromen over mijn papa gebeurt minstens elke week. Soms alle dagen. Soms droom ik over vroeger, over leuke dingen die we samen deden, over nieuwe avonturen. Maar meestal droom ik de waarheid en droom ik over zijn dood of over dingen waarin zijn dood ter sprake komt. Heel vaak droom ik dat iemand mij vertelt dat hij dood is. En dat vind ik de ergste dromen. Dat zijn de dromen waarin ik het weer eens allemaal extra hard besef. De harde dromen.

 

In het begin van mijn bericht schreef ik: dromen zijn bedrog. Misschien moet ik het wat bijsturen, net als Marco. De meeste dromen zijn bedrog. Want sommige zijn gewoon de harde waarheid.

 

 

Sevilla & wat wijsheid minder

Standaard

Helaas, helaas, helaas. De vakantie zit er weer op. Ik ben ondertussen al 2 daagjes terug thuis van een super leuke vakantie. Samen met mijn mama ben ik naar Sevilla geweest. Prachtige stad, echt waar. Er is zoveel te zien! De meeste mensen gaan blijkbaar maar voor 2 of 3 dagen naar daar, maar ik en mijn mama bezoeken een stad graag op ons gemakje, dus wij zijn voor een week gegaan. En die week hadden we eigenlijk helemaal nodig. (tenzij we die 2,5dagen winkelen hadden laten vallen. maar dan zou de reis toch niet compleet geweest zijn)

Kortom, we hebben ervan genoten. Ik, samen met mijn mama. Dat was onze eerste zomervakantie die we met ons tweetjes deden. We waren al wel een keertje voor een paar dagen naar Londen geweest en ook naar Amsterdam. Maar voor een week naar een zuiderse en warme, bestemming, dat nog niet.

DSC08056

DSC07960

DSC07989

DSC08052

DSC08115

DSC08180

DSC08186

DSC08275

DSC08303 DSC08327

 

DSC08394

Het blijft toch raar om zonder mijn papa op vakantie te gaan. Zijn flauwe grapjes, zijn geknuffel, zijn gelach,… Op vakantie is iedereen toch een beetje anders als in het dagelijkse leven. En dat was bij mijn papa ook het geval. Hij was rustiger op vakantie. Vrolijker. Maar natuurlijk kon hij zijn gsm of zijn black berrie nooit achterlaten. Hij controleerde altijd regelmatig zijn mails en hij werd vaak gebeld. Maar toch. Het was vakantie. En dat was zalig.

Nu was het ook een zalige vakantie, maar anders. Want het zal nooit meer hetzelfde zijn. Vakantie zonder papa. Het is iets raars.

 

Nog iets raars. Ik heb gisteren mijn wijsheidstanden laten trekken. Gelukkig had ik er enkel 2 bovenaan. Dat maakte mijn nachtmerrie al iets minder erg. Hoewel, ik vond het nog steeds een nachtmerrie.

Ik werd enkel plaatselijk verdoofd. 6 pijnlijke prikjes in mijn mond. En ik die dacht dat de verdoving altijd het ergste is… Nu weet ik wel beter. Ik werd achterover gekanteld in die slechte tandartsstoel. Mijn ogen afgedekt, een doek over heel mijn hoofd en buik. Enkel mijn neus – en natuurlijk mijn mond – waren nog vrij. Dat alleen al vond ik super beangstigend. En daarna begon het pas echt.

Het leek alsof de dokter met heel zijn hand in mijn mond zat. Gekraak en geduw en getrek. Heel eng en ook wel vrij pijnlijk ondanks de verdoving. Gelukkig duurde dat gedoe maar een kwartier, hoewel het een dag leek te duren.

En nu zitten mijn 2 tandjes (eerder tanden want ik vind ze toch vrij groot) in een potje. Gezellig.

Ook een gezellig einde van mijn vakantie. Twee dikke kaken en niet normaal meer kunnen eten. Heel gezellig.

 

Bewegende herinneringen

Standaard

Ik heb soms het gevoel dat de tijd vliegt. En soms heb ik het gevoel dat de tijd kruipt. Gisteren was het alweer de 15e. Mijn papa is nu een jaar en 9 maanden dood. Soms lijkt het een eeuwigheid. Soms ook niet.

Soms ben ik zo bang dat ik alles van hem ga vergeten. Ik weet niet meer hoe zijn lach klonk, laat staan dat ik nog weet hoe zijn stem klonk. Ik weet niet meer welke houding hij aannam wanneer hij aan tafel zat. Ik weet niet meer hoe hij zijn tanden poetste. Ik weet niet meer hoe hij de krant las. Ik weet niet meer hoe hij fietste. Ik weet niet meer hoe hij een glas wijn dronk, hoe hij uit de auto stapte, hoe hij achter het fornuis stond, hoe hij mij een afscheidskus gaf, hoe hij zijn aktetas neerzette in de gang, hoe hij de deuren opendeed, hoe hij stapte, hoe hij knipoogde naar mij,…

Ik weet zoveel niet meer. Na zo weinig tijd. Of is een jaar en 9 maand niet meer zo weinig tijd? Ik heb er geen idee van. Wanneer ik 30 ben, zal ik moeten zeggen dat mijn papa al 11 jaar dood is. Dat lijkt mij pas lang. Of als ik 60 ben, dan is hij al 41 jaar dood. Of als ik 70 ben, is hij 51 jaar dood. Dan is hij al langer dood dan hij geleefd heeft. Hoe raar zit het leven wel niet in elkaar.

Ik kan het niet tegenhouden dat ik zoveel dingen vergeet. Het gaat vanzelf. Ik herinner mij nog dat ik een week na zijn dood al niet meer wist hoe zijn stem klonk. Daar was ik kapot van. Een beetje later wist ik al niet goed meer hoe zijn ogen bewogen. Alles vervaagt zo ongelooflijk snel.

Alle bewegingen die hij maakte, zijn ondertussen ook vervaagd. Ik kan me nog zo weinig voorstellen. Ik zie nog maar heel weinig beelden voor mij. Ik kan ze wel verzinnen, maar dan lijkt het zo onecht. Ik kan me vaak voorstellen wat mijn papa zou hebben gedaan en op welke manier, maar het is nooit een echt beeld of filmpje dat ik voor mij zie. En dat breekt mij soms.

Gelukkig bestaat er nog zoiets als foto’s. En gelukkig hou ik van foto’s.

papa en ik