Tagarchief: praten

Vergeten of verloren

Standaard

Er zijn zo van die momenten. Momenten waarop ik mij stort op herinneringen van vroeger. Of momenten waarop ik oude berichten wil herlezen, terwijl ik goed genoeg weet dat het pijn zal doen. En dat het zal eindigen in een huilbui. Toch volg ik mijn gevoel op die momenten en doe ik wat het mij opdraagt.

Lees de rest van dit bericht

Bijna is alweer voorbij

Standaard

Wat een paar dagen geleden nog ‘bijna’ was, is nu alweer verleden tijd. Mijn papa is nu welgeteld twee jaar en 1 dag dood. Het is en blijft een eng en vies woord: dood. Maar ‘overleden’ vind ik dan weer te chique klinken. Daarom schrijf ik liever ‘dood’. Want dat is hij uiteindelijk ook, morsdood. Steendood. Doder dan dood.

En ik heb misschien 26 tranen gelaten, veel meer zal het niet geweest zijn. 26 tranen, vermengd met het water uit de douche. Want ja, na lange tijd is het mij nog eens gelukt om te wenen. En dan nog wel in de douche. En ja, ik heb mijzelf weer maar eens verplicht om te stoppen met bleiten. Want het haalt toch niets uit. En mijn mama moest niet zien dat ik geweend had.

Ze had het al moeilijk genoeg, ik zag ’s morgens dat ze wat geweend had. Maar natuurlijk heb ik er niets van gezegd. Want zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Zwijgen is uiteindelijk ook goud, zoals het gezegde zegt.

Er hebben niet veel mensen aan ons gedacht. Of ik kan beter zeggen: er hebben niet veel mensen aan mijn papa gedacht. Mijn peter (de broer van mijn papa) zette een kaarsje als profielfoto op zijn facebook en hij stuurde een smsje naar mijn mama. Dat was het.

De andere broer van mijn papa, mijn nonkel dus, stuurde bloemen op. Met een lief kaartje eraan: twee jaar geleden al, het is net of het gisteren was. we denken aan jullie. Dat vond ik wel heel erg lief. Hij (en zijn vrouw/vriendin eigenlijk) stuurden vorig jaar ook bloemen op mijn papa zijn sterfdag. Ik vraag me af of het binnen een jaar of 7 een verplicht nummertje wordt, die bloemen sturen.

Mijn oma, die van mijn mama haar kant, heeft gebeld met mijn mama en heeft blijkbaar over van alles en nog wat gebabbeld, maar heeft geen woord gezegd over mijn papa. Waarschijnlijk was ze het helemaal vergeten. Haar geheugen gaat de laatste tijd wat achteruit.

En mijn vriendinnen wisten dat het ‘die ene speciale dag’ was, maar hebben ook niet echt iets speciaals gezegd of gedaan. Maar dat neem ik hen helemaal niet kwalijk. In hun plaats zou ik ook niet weten wat te doen.

 

Dus om mijn verhaal samen te vatten: het was een eenzame, lange, saaie, moeilijke dag. Vol verdriet in mijn hoofd, hart en buik. Maar uiteindelijk is het ook maar een dag zoals een ander. Of dat probeer ik mijzelf toch wijs te maken. Geloven doe ik het voorlopig nog niet echt.

 

Ik wil wel proberen om mijn gevoel van de afgelopen (en waarschijnlijk de komende dagen ook) te beschrijven maar het lukt mij niet echt goed. Ik voel mij vooral eenzaam, verdrietig, zenuwachtig, onzeker, bang, wanhopig en soms hopend. Soms ook intens ongelukkig. Of zelfs nutteloos en zinloos. Dan bedenk ik mij waarom het nog zin heeft dat ik mijn best doe om iets te worden of te betekenen in deze grote, boze, harde wereld.

Eenzaam is misschien wel, nu ik er verder over nadenk, het meest overheersende gevoel. Er zijn veel mensen die mij willen steunen en die zeggen dat ik op hen kan rekenen. Maar uiteindelijk sta ik er altijd alleen voor. Het is mijn verdriet. Ik kan het delen zo graag en zo veel als ik wil. Het blijft bij mij en van mij. Het kan misschien heel erg traagjes minderen, maar het grootste gewicht blijft in mij zitten en rond mij hangen.

Doordat ik zelden (of eerder nooit) nog praat over mijn verdriet, verleer ik steeds meer en meer hoe ik erover moet praten. Ik kan het gewoon echt niet meer. Ik wil er wel over praten, maar ik kan het niet. Iemand moet de woorden uit mij sleuren, anders lukt het niet. En er is bijna niemand die dat begrijpt. Ze willen het wel begrijpen, ze proberen misschien zelfs hard, maar het lukt niet.

En dan zijn er nog de vele andere mensen die denken dat je na 2 jaar er wel over bent. Ik hoef jullie waarschijnlijk niet uit te leggen dat dat niet zo is.

Ik zit vast in mijn verdriet. Ik functioneer normaal, je ziet mijn verdriet niet. Maar het is er wel. Diep vanbinnen, goed verstopt, onder mijn glimlach en achter mijn domme mopjes. En soms zou ik willen schreeuwen, schreeuwen van verdriet, van pijn, van wanhoop, van ellende. En schreeuwen tot mijn papa mij kan horen en begrijpt dat hij terug moet komen.

 

mooi......

Sarah, heb jij een papa?

Standaard

Mijn vakantiewerk zit er al weer op. Gedaan met speelplein voor dit jaar. Misschien wel voor altijd. Want als ik volgend jaar ben afgestudeerd, ga ik niet meer werken op het speelplein. Maar dat zien we dan wel, ik ga mijn hoofd daar nu nog niet over breken.

Ik heb genoten van deze twee weekjes. De tweede week was ook veel leuker als de eerste. De moni’s van mijn groep waren veel leuker als die van vorige week. De kindjes waren gelijkaardig.

De eerste twee dagen van deze week waren voor mij wel totaal anders. Ik moest invallen als ‘inclusieanimator’. Dat wil zeggen dat je één kindje constant moet begeleiden. Dit kunnen kinderen zijn met een mentale of motorische handicap. Of zelfs kinderen met ADHD. Dat is een beslissing die afhangt van de ouders, zij moeten opgeven of hun kind al dan niet een ‘persoonlijke begeleider’ nodig heeft.

Ik moest deze week op Noor letten. Noor was een heel erg leuk meisje met het syndroom van down. Ze is dan ook nog eens transplantpatiënt en daardoor heeft ze een hele lage weerstand. Maar dat hield haar allemaal niet tegen om mee te spelen met de andere kinderen. Ze was steeds heel vrolijk en ze maakte constant grapjes. Ze heeft enorm veel fantasie en vertelt heel vaak dingen waarvan je denkt: waar haalt ze het.

Het liefste wat ze deed was doktertje spelen en andere kinderen verzorgen. Ik gaf haar een doktersjas en dan liep ze de speelplaats rond om te vragen aan andere kinderen of ze ergens pijn hadden. Soms kwam ze echt kindjes tegen die ergens pijn hadden en dan verzorgden we die kindjes samen. Dat vond ze geweldig. Haar lach was echt schattig. Soms moest ik ook erg hard lachen om de dingen die ze zei en dan vroeg ze steeds: “waarom lacht gij?” of “wat vindt ge zo grappig?” of “ge moet niet zo lachen gij!”

Spijtig genoeg kon ze de rest van de week niet komen. Ik begon ze net beter te leren kennen. Want in het begin was ik nog erg onwennig met haar, ik had nog nooit eerder voor een ‘inclusiekindje’ gezorgd. Ik kreeg echt al een soort van band met haar. Na 2 daagjes al. Ik kan mij voorstellen als je een heel jaar les geeft aan iemand als Noor, dat je echt heel hard aan elkaar gehecht raakt. Toen ze de 2e dag ’s morgens toekwam, stond toevallig net in de inkomhal. Ze zag mij van ver al staan en begon uitbundig te zwaaien. Dat maakte mijn dag al meteen goed.

Doordat ik nu, al was het maar 2 daagjes, als inclusieanimator heb gestaan, zie ik het al beter zitten om stage te doen in het buitengewoon onderwijs. Want dat heb ik opgegeven als keuzestage volgend schooljaar. Nadat ik dat had opgegeven, begon ik daaraan te twijfelen, maar nu ben ik al terug wat zekerder van mijn keuze.

Oké, genoeg over Noor. Ik heb nog andere dingen te vertellen. Trouwens, dit is echt al een lang bericht, dat had ik niet verwacht toen ik eraan begon.

Kinderen in het algemeen zijn altijd heel nieuwsgierig en durven alles te vragen wat je maar kan bedenken. Ze praten en vragen over van alles en nog wat. Zo is het een paar keer gebeurd dat ze naar mijn papa vroegen. Dan moet ik mijn pijn in mijn hart zeggen dat ik geen papa meer heb. Dan vragen ze steeds: “waarom niet?” en dan moet ik zeggen dat hij is gestorven omdat hij heel erg ziek was. Dan knikken ze eens of dan zeggen ze iets in de aard van “ahja”. Die kinderen zijn dat volgens mij na 1 minuut alweer vergeten. Maar bij mij blijven die vragen een paar uur lang nazinderen. Die vragen breken mij telkens op nieuw.

Eén keer gebeurde het dat iemand van de moni’s van alles aan het vertellen was tegen de kinderen over haar papa die ze nooit heeft gekend. Toen vroeg ze of ik een papa heb. Ik stond met mijn mond vol tanden. Maar ik wist dat ik moest antwoorden. Voor een stuk of 10 kinderen tegelijk antwoordde ik: “ik heb geen papa meer.” Meer kon ik niet uitbrengen. Ik was compleet van mijn melk. Ik stond te bibberen op mijn benen en voelde mij helemaal slap. Dat gevoel had ik al lang niet meer gehad. Dat was het gevoel van angst om tegen anderen te vertellen dat ik geen papa meer heb. Het gevoel dat ik opeens weer doorheb dat mijn papa echt dood is. Het gevoel van de waarheid plots weer te ontdekken.

Maar misschien is dat wel goed dat dat is gebeurt. Misschien helpt het mij weer een beetje verder. Misschien helpt het mij om alles nog meer te aanvaarden en te verwerken. Want dat proces is nog lang niet voltooid. Ik heb nog een lange weg te gaan.

Pijnlijke tranen

Standaard

De tranen zitten weer hoog. Gisteren is de dam even opengebarsten. Maar ik heb de overstroming tot het minimum kunnen behouden.

Mijn oma verjaarde gisteren. De mama van mijn papa. Of zoals wij ze noemen: ‘papa zijn moeke’. Ik haat het om op bezoek te gaan bij haar. Het is er alles behalve gezellig. Ik kom ook niet goed overeen met de rest van die kant van de familie. Maar dat is nog het minst erge.

Wanneer ik daar kom, wordt ik constant herinnerd aan hoe het vroeger was. Vroeger. Met vake er nog bij. En vooral met mijn papa er nog bij. Mijn papa is de persoon die ik zo mis aan tafel. En als ik dan rondkijk, zie ik zijn mama. Zijn zus, met wie hij goed overeen kwam. En zijn twee broers, op wie hij zo hard lijkt. Dat doet mij elke keer pijn. Hen aankijken. Ik voel zelfs bijna dat ze hetzelfde als mij denken. Ik voel dat het hen ook pijn doet om zo op hem te lijken. Het doet mij zelfs al pijn dat ik ongeveer dezelfde ogen heb als mijn papa. Als ik in de spiegel kijk, beeld ik mij in dat het zijn ogen zijn en dat doet pijn. Het aankijken van mijn papa zijn broers doet dus ook pijn. Zien hoe ze zich bewegen. Horen hoe ze spreken.

De ene broer, is mijn peter. De andere broer hebben we nooit heel veel gezien. Die woont wat verder weg. Toen mijn papa ziek was, had die broer heel veel last van zijn rug. Een hernia. Al een paar jaar. Tijdens de laatste maanden van mijn papa zijn leven, moest hij dringend opnieuw geopereerd worden. Maar eerst wou hij dat niet, want dan kon hij mijn papa niet meer komen bezoeken omdat hij dan plat moest liggen.

Toen hij uiteindelijk had beslist om hem toch te laten opereren zag ik gewoon hoeveel verdriet die keuze hem deed. Maar hij kon niet anders. Wanneer hij voor de laatste keer mijn papa bezocht, voor zijn operatie, wist hij gewoon dat dat de laatste keer was dat hij zijn broer ging zien. Mijn papa heeft dat niet echt meer beseft denk ik. Dat is misschien wel goed.

Ik voel dat die ene broer, met de hernia, nog steeds heel veel verdriet heeft. Hij zat daar gisteren ook maar wat te staren tijdens het ‘feest’. Volgens mij voelt hij zich enorm schuldig.

Ik kan er gewoon niet aan denken zonder dat de tranen opkomen. Zijn verdriet doet mij verdriet. Mijn verdriet doet hem waarschijnlijk ook verdriet. We hebben eigenlijk nooit veel gepraat. Na de dood van mijn papa hebben we volgens mij niet meer tegen elkaar gepraat. Behalve misschien een keertje over school en ‘hallo’ en ‘dag’. Maar ik weet gewoon dat hij verdriet heeft. En ik weet gewoon dat hij weet dat ik verdriet heb. Verdriet doet pijn. Weten dat iemand hetzelfde verdriet voelt als dat je zelf hebt, doet ook pijn.

Mijn papa missen doet pijn.

Crawling up a hill

Standaard

Ik weet niet goed wat te schrijven. Dat hebben jullie waarschijnlijk al gemerkt aangezien ik al bijna een maand niets meer heb geschreven. Ik voel mij niet slecht. Ik blijf gewoon een beetje hangen in mijn gevoelens. Ik mis mijn papa elke dag. Maar veel meer voel ik niet. Ik heb de laatste maand geen enkele traan gelaten. Ik heb geen enkele keer dat immens grote verdriet gevoeld. Nu vraag ik mij vaak af  of dat komt doordat ik met mijn mama heb gesproken of dat het gewoon een fase is of dat ik het nu echt aan het verwerken ben. Ik weet het niet.

Misschien ligt het ook aan het feit dat ik de drempel van één jaar heb overwonnen. Een jaar geleden was ik zo bang voor alles. Ik wist niet wat er allemaal op mij af ging komen. Nu ben ik soms nog steeds bang, maar veel minder als vroeger. Ik mag het ‘vroeger’ noemen want ik vind dat een jaar echt al lang is. Er is zoveel gebeurd op een jaar tijd. Ik heb zoveel stappen gezet. Ik heb vriendschappen gesloten, ik heb vriendschappen verwaarloosd en verloren. Ik heb geweend en geweend. Ik heb gelachen en gelachen. Ik heb gesproken. Ik heb geschreven. Ik heb geleerd. Ik heb stappen gezet. Been voor been. En ik weet gewoon dat ik ooit op de plek zal zijn die ik wil bereiken. Een gelukkige plaats. Met een lieve, zorgzame man en schatjes van kinderen. Met mijn mama als de liefste oma ooit en zonder mijn papa. Maar ik weet dat ik daar op een dag vrede mee zal kunnen nemen. Dat ik op een dag vol liefde kan vertellen over mijn papa. Over hoe geweldig hij was. Over hoe dapper hij was. Over mijn super papa. Dat kan niemand ooit van mij afnemen. Mensen kunnen zeggen wat ze willen maar mijn herinneringen blijven zo lang ik leef.

Mijn verdriet blijft ook zo lang ik leef. Maar het zal minderen. Dat heb ik eindelijk echt begrepen. Ik weet ook dat er nog heel veel momenten gaan komen waarop het verdriet meer dan ooit terug komt. Dat er momenten zullen komen waarop ik mijn papa zo hard nodig heb. Momenten waarop ik liever nooit meer zou wakker worden en bij mijn papa zou willen zijn. Maar die momenten zullen veel minder zwaar wegen tegenover het geluk. Tegenover de mooie dingen van het leven. Want ik hou eigenlijk wel van het leven.

Ik hou ervan om naar de regen te kijken (toch als ik lekker warm binnen zit). Ik hou ervan om de natuur te bewonderen. Ik hou ervan om uren en uren muziek te beluisteren (en heel vaak luidkeels mee te zingen/brullen). Ik hou ervan om mensen blij te maken, om mensen te helpen. Ik hou ervan om iets te bereiken. Ik hou ervan wanneer hard werk wordt beloond. Ik hou ervan om te lachen. Ik hou ervan om chips te eten tot ik bijna ontplof. Ik hou ervan om te verdikken van al dat lekker eten. Ik hou ervan om de kindjes van mijn stageklas te zien lachen en zwaaien naar mij. Ik hou ervan om dagen en dagen lessen voor te bereiden en ze dan eindelijk te kunnen uitvoeren voor een groep enthousiaste kindje.

Ik hou van zoveel dat ik nooit alles kan opnoemen. Maar waar ik het meest van hou ben ik kwijt. Mijn papa.

Maar al de andere dingen waarvan ik hou heb ik nog steeds. Die koester ik. Ik hou van mijn mama, hoewel ik dat nooit tegen haar zeg, weten we het allebei. We hebben elkaar nodig. Dankzij haar ben ik sterker. Voor haar hou ik vol. We kunnen nog niet openlijk over onze gevoelens praten maar dat komt. Ik voel dat. We groeien. En ik vind het goed zo. Ik heb veel meer vertrouwen in de toekomst. Ik zie het allemaal veel beter zitten als een jaar geleden. Een jaar en een maand eigenlijk. Want het is alweer bijna de 15e. De tijd vliegt en mijn gevoelens vliegen mee. Soms vliegen ze in een diep dal maar altijd vinden ze hun weg weer naar boven. Naar de mooie heldere lucht.

Het komt goed. Ik voel het.

Somebody found me here

Standaard

Mijn nieuwe hobby (verbale vorming en voordracht) verloopt nog steeds goed. Ik vind het heel leuk. Alhoewel. Heel leuk is misschien voorlopig een beetje overdreven. Ik vind het leuk. Ik voel mij nog vaak een beetje onwennig en nieuw. Binnen een les of 3 zal dat probleem wel helemaal weg zijn. Ik ken mijzelf op dat vlak.

Verbale vorming is de theorie. Soms een beetje grappig door de rare oefeningen die we moeten doen (een klein voorbeeldje: al neuriënd een zin voorlezen) Voordracht is helemaal anders. Daar is het gezelliger en gemoedelijker. Dat zal ook wel aan het aantal mensen liggen. (17 tegenover 5) Maar hoe gezellig het er ook is, ik durf het nog niet aan om te vertellen over mijn papa. Ik vertrouw mijn groep wel maar ik kan het gewoon nog niet over mijn lippen krijgen. Langs de ene kant zou ik het zo langs mijn neus weg willen zeggen maar dan lijkt het alsof het mij niets kan schelen en dat is alles behalve zo. Dus dan zou ik het op een rustig en gepast moment moeten vertellen maar dat is juist het moeilijke. Als er zich zo’n moment voordoet word ik helemaal zenuwachtig. Zoals vorige week…

Ik had een nieuwe tekst meegenomen die ik heel graag wou voorlezen. Hieronder staat hij. (je kan nu al eventjes omlaag scrollen als je niet meer kan wachten) Ik begon hem te lezen, trillend van angst. Ik probeerde rustig te ademen maar dat kon ik niet meer. Ik probeerde rustig voor te lezen zonder dat die bibber in mijn stem duidelijk was maar dat lukte ook niet meer. Het enige wat ik kon doen was verder lezen met een krop in mijn keel en de daver op mijn lijf. Toen mijn tekst af was bekeken ze me afwachtend en tegelijk doordringend. Alsof ze me begrepen en toch ook weer helemaal niet. Het was lang stil. Tot de ‘juf’ zei dat het een hele zware tekst is. De man, Koen – toevallig ook de naam van mijn papa… – vroeg zich af waarom de schrijfster van dat boek zo’n verhaal vertelde. Ik legde uit dat haar man overleden was en dat ze op zoek was naar geluk. Dat was dé moment dat ik over mijn papa moest vertellen. Maar je kan het al raden. Dat deed ik dus niet. Ik kon het niet. Waarom weet ik niet. Het was te vroeg denk ik. Er blokkeerde weer iets in mij. Iets waardoor ik er niet over kon praten. Achja. Maar als de tekst graag wil lezen dan mag ik er verder op oefenen. Dat heb ik dan ook gedaan.

Gisteren was poging nummer 2 aan de beurt. Deze keer lukte het al veel beter. Ik ben erin geslaagd om mi of meer kalm te blijven en om rustig en beheerst voor te lezen. En met gevoel. Want dat is het belangrijkste aan mijn tekst. Het juiste gevoel erin leggen zodat de boodschap duidelijk is voor de luisteraar. En dat was zo zeiden ze. Al veel beter als de eerste keer. Toen hadden ze er niet zoveel van begrepen. Ze vinden ook allemaal dat de tekst heel goed bij mij past en dat ze dat horen dat ik hem graag wil lezen. Gelijk hebben ze.

“Zolang je hetzelfde lied blijft zingen, kom je niet vooruit”
Ik dacht een ogenblik na over deze woorden.
“Maar”, vroeg ik, “hoe kun je je lied veranderen als je bent vastgelopen?”
“Je gaat naar een heilige plaats, daar stel je je volledig open en dan luister je naar wat je moet horen”
“Hoe hoor je dat?”
“Je houdt je hele lichaam stil. De vogels zingen je toe. Het water praat tegen je. De sterren, de dieren doen mee om je te laten begrijpen wie je bent en wat je moet doen met je leven”
“Nemen ze de pijn ook weg?”
“De pijn gaat niet weg. Die blijft waar hij hoort. Hier”, zei Max en klopte op zijn hart. “De pijn die hier zit, zorgt dat je hart groter wordt. Je zou niet willen dat die pijn helemaal wegging. Door die pijn kun je liefhebben. Als je een heleboel verzamelde pijn meedraagt, draag je een hoop liefde mee. Als je die pijn niet kent, kun je voor niemand iets betekenen. Ook niet voor jezelf.”

“Dus als je niet vecht tegen de pijn, kun je er misschien iets positiefs mee doen? Bedoel je dat?”

“Ja, dat bedoel ik”, zei Max. “De pijn is een deel van jezelf Je zegt: Dat is er met me gebeurt. Dat houd ik bij me. Dan wordt het een verrijking in plaats van een belemmering”.
“Maar hoe zorg je dat dat gebeurt?”
“Je luistert. Naar de stem van de aarde. Wanneer je dat doet, luister je naar jezelf”, antwoordde Max. “Als je eenmaal geleerd hebt naar alles om je heen te luisteren, dan stel je je van binnen helemaal open en maak je contact. Zo kom je vanzelf op de goede weg. Het is niet de pijn, die je belemmert te leven, het is de angst voor pijn die je verlamt.”

Het komt uit een boek van Elizabeth Fuller, De stem van de aarde.

Ik heb het zelf nog niet gelezen maar iemand heeft me dit fragment doorgestuurd omdat die vond dat het bij mijn gevoelens paste. Dat is dus helemaal waar.

Ik hoop dat ik deze tekst binnen een paar lessen heel mooi kan voordragen, zonder beven en zonder slikken. Maar ik hoop nog meer dat mijn mede-voordracht-leerlingen de reden kennen voor het kiezen van deze tekst. Dat hoop ik.

Trying to get inside her soul

Standaard

Binnen ongeveer 4 uur is mijn papa 1 jaar dood.

Dat klinkt zo ongeloofwaardig en toch is het de waarheid. De harde waarheid.

Hoe ik mij nu voel kan ik niet echt beschrijven maar ik zal een poging wagen.

Ik voel mij raar, verward, moe, eenzaam, triestig, ongeduldig, voorzichtig, angstig. Maar toch ook een beetje vrolijk op sommige momenten. Want eerlijk gezegd had ik gedacht dat ik mij op deze moment veel slechter zou voelen. Ik heb een paar moeilijke momenten gehad de laatste week maar het viel veel beter mee als ik eerst had gedacht. Ik denk dat mijn enorme hoop schoolwerk er voor een groot deel tussenzit. Ik ben constant bezig voor school. Letterlijk vanaf ik opsta tot ik ga slapen. (naast mijn bed liggen 3 boeken voor school waarin ik lees als ik ga slapen en als ik opsta) Ik word bijna achtervolgd door het schoolwerk.

En mijn verdriet en gemis sleept er zo maar een beetje achter. Het is de schaduw van mijzelf. Zoals die ene mooie spreuk. “Loop met je gezicht in de zon, dan valt de schaduw achter je.” Ik probeer in de zon te lopen, ik probeer me te amuseren. Dat lukt ook vaak. Maar niet altijd. En de momenten waarop dat niet lukt overvalt de schaduw mij en overmeestert hij mij. Dan slokt het verdriet mij op en verdrink ik bijna. Maar ik heb geleerd hoe ik moet blijven verder zwemmen. Dat probeer ik dan ook zoveel mogelijk te doen.

Dit doet mij trouwens denken aan een gedicht dat iemand tijdens mijn lessen voordracht voorleest.

“Als ik één ding kan is het liefhebben. Dat lijkt niet veel bijzonders, maar ik ben er trots op.
Ik heb het geleerd zoals een zwerfhond leert zwemmen: omdat hij met de rest van de worp in een jutezak werd gepropt en in een snelstromende rivier is geworpen.
Die ene die het tegen alle verwachtingen in gered heeft, dat ben ik.
Met in mijn oren nog het gejank van degenen die het niet haalden, moest ik leren ergens van te houden.
Ik ben niet onder gegaan.
Ik heb de kant bereikt.
Ik heb lief.
Andere mensen dragen hun verdriet in hun hart.
Ongezien holt dat hen vanbinnen uit. Het is mijn redding geweest dat ik mijn verdriet aan de buitenkant draag, waar het niemand kan ontgaan.”

 

Een heel, heel mooi gedicht. Maar het past niet helemaal bij mij. Ik draag mijn verdriet langs de binnenkant. En inderdaad, het holt mij uit.

Door met mijn mama te praten probeer ik het naar buiten te brengen. Morgen gaan we weer een stapje zetten. We gaan oude foto albums bekijken. Herinneringen ophalen. Denken aan papa. Dat mag wel op zo’n dag als morgen. 1 jaar… Niet te geloven…
Papa, ik mis je!

 

What’s done is done.

Standaard

Het is gebeurd.

(Zo zou Erik Van Looy het zeggen.)

Ik heb met mijn mama gesproken.

Ik heb samen met haar geweend. We hebben elkaar geknuffeld. Ik heb naast haar in de zetel gelegen. Ik heb haar mijn ‘rouwboek’ laten lezen. Ik heb samen met haar naar de muziek van de begrafenis geluisterd. Ik heb gezegd tegen haar dat ik mijn blog zou tonen. Maar dat kan ik nog niet. Ik denk dat ik daar meer tijd voor nodig heb.

En voor nu heb ik weer eventjes genoeg van mijn blog. Het is blijkbaar weer een periode waarin ik er afstand van moet nemen want het lukt mij niet om te schrijven. Eender wat. Dus ik wou nu gewoon laten weten, aan weet ik veel wie, dat ik de stap heb gezet.

Ik heb met mijn mama gesproken.

Het is gebeurd.

(Zo zou Erik Van Looy het zeggen.)

I might be a little closer to you

Standaard

Amai, amai, amai. Wat een dag! Wat een goeie dag eigenlijk.

Ik heb een stap gezet. Een grote stap vind ik.

Ik heb een mail verzonden naar mijn mama. (ja, een mail naar mijn eigen mama, zo raar ben ik) Ik heb geschreven dat ik volgens mij klaar ben om met haar te praten, dat ik het wil proberen maar dat ik niet zeker weet of het gaat lukken. Maar proberen is al een stap. En die mail sturen was ook een stap. En zo ga ik been voor been vooruit. Zo wil ik been voor been gelukkiger worden. Zo wil ik been voor been het verlies van mijn papa een plaats geven. En zo wil ik been voor been kunnen glimlachen als ik aan mijn papa denk.

En dit allemaal heb ik te danken aan dat ene meisje (vrouw) waarover ik al eerder heb geschreven. Ik heb deze middag lang met haar gepraat. Zij heeft vooral verteld over haar verlies en hoe zij ermee is omgegaan. En dat vond ik perfect. Ik heb veel geleerd door naar haar te luisteren. Ik heb ook verteld dat ik er niet met mijn mama over kan praten en dan hebben we bedacht dat ik een mail kon sturen. En voor de eerste keer had ik het gevoel dat ik het ook écht ging doen. Zo komt het dus dat ik die mail ook écht, écht, écht heb verzonden!

Het enige dat ik nu kan doen is bang en zenuwachtig afwachten. Maar ik heb een stap gezet. En voorlopig voel ik mij opgelucht.

De volgende stap is dat ik morgen, na school, de deur open en haar zie staan. En dat we ‘moeten’ praten of wenen of weet ik veel wat.

 

 

I’m busy erasing voices of the dead

Standaard

Ik ben mijn belofte nagekomen. Yes! Ik ben best wel trots op mijzelf. Ik heb het aangedurfd om tegen dat meisje te praten. Ik denk dat ik ze we nog steeds een meisje mag noemen, hoewel ze eigenlijk al heel volwassen is. Maar het maakt niet eens uit hoe ik ze noem. Het gaat er gewoon over dat ik eventjes met haar heb gesproken over haar overleden vader en ik héél eventjes over de mijne.

Zij heeft al redelijk veel verteld over haar papa. Maar ze is dan ook een echte flapuit en ze durft veel te vertellen. Hij is gestorven aan een hele zeldzame ziekte waarvan ze de naam niet eens kan uitspreken omdat het zoiets ingewikkelds is. Ondertussen is het al 5 jaar geleden dat hij overleden is. Nog net niet eigenlijk. Nu vrijdag pas. Ze gaat dan niet naar school komen zei ze, dat vindt ze veel te moeilijk. Toen zei ik dat het bij mij op 15 oktober juist een jaar zal zijn dat mijn papa dood is. Daarop zei ze dat dat nog maar kort is op zich en dat zij toen nog een wrak was en dat ze niet zoals mij hier op school zou zitten. Ik wou nog wel verder babbelen maar toen kwam er een groepje 1e jaars ons spel spelen dus moesten we stoppen met praten. Nadien had ik de moed niet meer om er terug over te beginnen. Maar ik ben er zeker van dat ik nog wel eens met haar erover ga praten. Zij zit al veel verder in haar rouwproces en misschien kan ze mij tips geven of gewoon haar gevoelens vertellen en ik de mijne. Dat kan ook al veel helpen, denk ik toch.

Ze is ook heel erg lief en vriendelijk. Ik voel mij op mijn gemak bij haar en ik vertrouw haar. Dat vind ik heel belangrijk. Anders had ik nooit dat gesprek met haar aangeknoopt.

Ik kijk wel uit naar dit schooljaar. Ik hoop dat ik nu de tijd en de moed vind om elke dag met plezier aan mijn taken te beginnen. Ik kijk er naar uit om elke dag druk bezig te zijn. (ook al weet ik nu al dat ik daarover ga klagen, zo ben ik)

 

PS: Ik ben echt opgelucht dat ik gestopt ben met dat 366 dagen geluk-gedoe! Nu ben ik veel vrijer om te schrijven wanneer ik wil en wat ik wil.

 

PS: http://www.youtube.com/watch?v=GH6SoY6qQmo&feature=relmfu