Tagarchief: speelplein

Sarah, heb jij een papa?

Standaard

Mijn vakantiewerk zit er al weer op. Gedaan met speelplein voor dit jaar. Misschien wel voor altijd. Want als ik volgend jaar ben afgestudeerd, ga ik niet meer werken op het speelplein. Maar dat zien we dan wel, ik ga mijn hoofd daar nu nog niet over breken.

Ik heb genoten van deze twee weekjes. De tweede week was ook veel leuker als de eerste. De moni’s van mijn groep waren veel leuker als die van vorige week. De kindjes waren gelijkaardig.

De eerste twee dagen van deze week waren voor mij wel totaal anders. Ik moest invallen als ‘inclusieanimator’. Dat wil zeggen dat je één kindje constant moet begeleiden. Dit kunnen kinderen zijn met een mentale of motorische handicap. Of zelfs kinderen met ADHD. Dat is een beslissing die afhangt van de ouders, zij moeten opgeven of hun kind al dan niet een ‘persoonlijke begeleider’ nodig heeft.

Ik moest deze week op Noor letten. Noor was een heel erg leuk meisje met het syndroom van down. Ze is dan ook nog eens transplantpatiënt en daardoor heeft ze een hele lage weerstand. Maar dat hield haar allemaal niet tegen om mee te spelen met de andere kinderen. Ze was steeds heel vrolijk en ze maakte constant grapjes. Ze heeft enorm veel fantasie en vertelt heel vaak dingen waarvan je denkt: waar haalt ze het.

Het liefste wat ze deed was doktertje spelen en andere kinderen verzorgen. Ik gaf haar een doktersjas en dan liep ze de speelplaats rond om te vragen aan andere kinderen of ze ergens pijn hadden. Soms kwam ze echt kindjes tegen die ergens pijn hadden en dan verzorgden we die kindjes samen. Dat vond ze geweldig. Haar lach was echt schattig. Soms moest ik ook erg hard lachen om de dingen die ze zei en dan vroeg ze steeds: “waarom lacht gij?” of “wat vindt ge zo grappig?” of “ge moet niet zo lachen gij!”

Spijtig genoeg kon ze de rest van de week niet komen. Ik begon ze net beter te leren kennen. Want in het begin was ik nog erg onwennig met haar, ik had nog nooit eerder voor een ‘inclusiekindje’ gezorgd. Ik kreeg echt al een soort van band met haar. Na 2 daagjes al. Ik kan mij voorstellen als je een heel jaar les geeft aan iemand als Noor, dat je echt heel hard aan elkaar gehecht raakt. Toen ze de 2e dag ’s morgens toekwam, stond toevallig net in de inkomhal. Ze zag mij van ver al staan en begon uitbundig te zwaaien. Dat maakte mijn dag al meteen goed.

Doordat ik nu, al was het maar 2 daagjes, als inclusieanimator heb gestaan, zie ik het al beter zitten om stage te doen in het buitengewoon onderwijs. Want dat heb ik opgegeven als keuzestage volgend schooljaar. Nadat ik dat had opgegeven, begon ik daaraan te twijfelen, maar nu ben ik al terug wat zekerder van mijn keuze.

Oké, genoeg over Noor. Ik heb nog andere dingen te vertellen. Trouwens, dit is echt al een lang bericht, dat had ik niet verwacht toen ik eraan begon.

Kinderen in het algemeen zijn altijd heel nieuwsgierig en durven alles te vragen wat je maar kan bedenken. Ze praten en vragen over van alles en nog wat. Zo is het een paar keer gebeurd dat ze naar mijn papa vroegen. Dan moet ik mijn pijn in mijn hart zeggen dat ik geen papa meer heb. Dan vragen ze steeds: “waarom niet?” en dan moet ik zeggen dat hij is gestorven omdat hij heel erg ziek was. Dan knikken ze eens of dan zeggen ze iets in de aard van “ahja”. Die kinderen zijn dat volgens mij na 1 minuut alweer vergeten. Maar bij mij blijven die vragen een paar uur lang nazinderen. Die vragen breken mij telkens op nieuw.

Eén keer gebeurde het dat iemand van de moni’s van alles aan het vertellen was tegen de kinderen over haar papa die ze nooit heeft gekend. Toen vroeg ze of ik een papa heb. Ik stond met mijn mond vol tanden. Maar ik wist dat ik moest antwoorden. Voor een stuk of 10 kinderen tegelijk antwoordde ik: “ik heb geen papa meer.” Meer kon ik niet uitbrengen. Ik was compleet van mijn melk. Ik stond te bibberen op mijn benen en voelde mij helemaal slap. Dat gevoel had ik al lang niet meer gehad. Dat was het gevoel van angst om tegen anderen te vertellen dat ik geen papa meer heb. Het gevoel dat ik opeens weer doorheb dat mijn papa echt dood is. Het gevoel van de waarheid plots weer te ontdekken.

Maar misschien is dat wel goed dat dat is gebeurt. Misschien helpt het mij weer een beetje verder. Misschien helpt het mij om alles nog meer te aanvaarden en te verwerken. Want dat proces is nog lang niet voltooid. Ik heb nog een lange weg te gaan.

Juuuf, ik vind jou mooi!

Standaard

Ik sta dit jaar weer op het speelplein. Het is ondertussen al mijn 4e jaar. Ik vind het nog altijd even leuk. De kindjes toch. De mede-animatoren vind ik niet allemaal even leuk. Maar ik ben er dan ook voor de kindjes en niet voor de rest.

Deze week sta ik bij de 6-jarigen. De rode sjaaltjes. En volgende week is het de beurt aan de 7-jarigen, de groene sjaaltjes. Ik vind dit echt een leuke leeftijd. Die kinderen zijn zo vrolijk en heel lief. Of toch bijna altijd. 🙂

Natuurlijk heb ik weer een paar lievelingetjes, hoewel dat eigenlijk niet mag. Alhoewel, het zijn niet écht écht mijn lievelingetjes, het zijn gewoon super schattige en lieve kindjes. Zo is er een jongetje en hij zegt elke dag tegen mij dat hij mij mooi vind. Als hij dat zegt, smelt mijn hart.

Het is eigenlijk ook wel vrij zielig dat dat jongetje de eerste man is die tegen mij heeft gezegd dat ik mooi ben. Buiten mijn papa en mijn broers dan. Alhoewel ik mij nu afvraag of mijn broers dat al ooit hebben gezegd. Maar kom, dat maakt nu niet veel uit. Het blijft een schattig jongetje en een hele schattige opmerking die mijn dag steeds goed maakt.

Help me out of the dark

Standaard

9 – Toen we met duizenden snippers aan het gooien waren op het speelplein en de kindjes maar op mij bleven gooien. De snippers zaten tot in mijn onderbroek merkte ik daarstraks!

Het was weer een super dag! (behalve het kuisen aan het einde van de dag) De kindjes waren even leuk, tof, grappig en enthousiast als altijd én even druk 😉 Maar het blijven toch schatjes!

 

Morgen is het weer een moeilijke dag. Ik weet dat ik dat niet op voorhand mag denken maar dat gaat vanzelf. 10 maand… De tijd vliegt en kruipt nog steeds. Het is allemaal zo dubbel. Vreugde en verdriet. Geluk en ongeluk. Maar het geluk is meer waard als het ongeluk. Daar moet ik mij aan optrekken! En hopelijk valt het morgen allemaal mee.

 

I can feel the love, can you feel it too?

Standaard

8 – Toen ik op het springkasteel zat met een paar kindjes en ze veel plezier hadden en ze super hard aan het lachen waren waardoor ik ook zo moest lachen.

Het was dus een leuke dag op het speelplein. Het viel beter mee als ik had gedacht. Ik heb er wel van genoten. Vooral die momenten op het springkasteel waren super. Toen heb ik mij eventjes laten gaan en zot gedaan en eigenlijk was dat echt heel tof! Ik zou mij meer moeten kunnen laten gaan maar ik vind dat altijd zo moeilijk. Maar nu ik weer eens heb gemerkt dat zot zijn ervoor kan zorgen dat ik mijzelf gelukkig maak en andere kindjes erbij, ga ik er meer werk van proberen te maken om meer zot te doen!

Morgen nog een dagje speelplein en dan zit het er alweer op. Spijtig! Maar ik ga ervan genieten.

Met een stoet animatoren om je heen ben je nooit alleen.

Standaard

“Wanneer komen u ouders u halen?”

stilte…

 

Dat vind ik zo ongemakkelijk als iemand zoiets vraagt. Ik weet dan niet hoe ik moet reageren. Moest iemand dat vragen die ik vertrouw en die ik wel beter wil leren kennen zou ik het heel misschien aan durven om te zeggen dat mijn papa dood is. Maar dat meisje dat die vraag stelde, vond ik vrij irritant dus had ik helemaal geen zin om dat aan haar te vertellen. Dat is wel logisch denk ik. Als je je niet goed voelt in de buurt van iemand kan je daar zoiets niet tegen zeggen vind ik. Of dat kan ik toch niet.

Ik was dus op animatorenweekend, van het speelplein. Soms was het er leuk. Soms niet. Het was leuk als we activiteiten deden. Maar als we daar gewoon rondhingen in de zetels, dan verveelde ik mij. Het is al sowieso niets voor mij om te niksen. Maar als ik bij mensen ben die ik amper ken, dan kan ik dat helemaal niet, zo niksen en gewoon babbelen. Ik voelde mij vaak eenzaam. En ik weet dat dat mijn eigen schuld is. Ik ben oud genoeg om zelf een gesprek aan te knopen met iemand die ik niet (goed )ken. En ik heb dat ook gedaan. Soms. Het klinkt gemeen en eigenlijk is het ook gemeen, maar wat die mensen allemaal zeiden, interesseerde mij eigenlijk niet. En ja, dat ligt ook aan mijzelf.

Hoe ik het hier nu allemaal schrijf lijkt het alsof er echt niemand was die ik tof vond en dat is nu ook niet echt waar. Er waren een paar toffe mensen. Maar wat mij ook vooral opviel is dat ik mij oud begin te voelen. Oke, dat klinkt belachelijk. Maar het is wel zo. Als ik zag hoe die jongeren (17 jaar) deden en over wat ze spraken, dan voelde ik mij volwassen. En nee, eigenlijk ben ik niet volwassen. Maar als ik mijzelf of andere leeftijdsgenoten vergelijk met die 17jarigen, dan merk ik echt wel verschil. Ik denk dat dat komt door de overgang van middelbaar naar hogeschool/universiteit. Door die overgang wordt je volwassener. Denk ik toch. Maar wat weet ik er eigenlijk van? Ik ben maar een seutig meisje dat hier zit te zagen en te klagen over kinderachtige jongeren. Ik zal er maar over ophouden.

 

Wat heeft mij vandaag gelukkig gemaakt? Gemakkelijke vraag, vandaag toch.

4- Een knuffel van mijn mama en het moment waarop ze een dekentje op mij legde toen ik een beetje ging rusten in de zetel.

 

(misschien verander ik nu van een papa’s kindje naar een mama’s kindje? anders ben ik gewoon een kindje, dat is ook maar saai)