Tagarchief: stress

Ssssstttt-age

Standaard

En het is weer zover, morgen begint er alweer een nieuwe stage. Deze keer is het onze ‘keuzestage’ dat wil zeggen dat we zelf mochten kiezen in wat voor school we zouden staan. We mochten echt eender wat kiezen, maar natuurlijk kreeg niet iedereen zomaar zijn keuze. De school in kwestie moet natuurlijk stagiaires willen.

Ik koos voor buitengewoon onderwijs, type 2. En ik kreeg zo’n school. En nu start ik daar morgen met lesgeven. Of toch ongeveer. Morgen moet ik nog maar 100 minuten een les ‘muvo’ geven. Muvo-lessen zijn altijd mijn favoriete lessen! Toch als ik niet zelf moet zingen 😀

Naar de les van morgen kijk ik wel uit. Naar de volgende dagen niet echt. Ik weet helemaal niet waaraan ik mij moet verwachten, ik heb mijn klasje nog maar 2 keer gezien. Daardoor wist ik het niveau van de leerlingen niet goed en kon ik niet inschatten hoe moeilijk ik mijn lessen mocht maken. Dus, om mijn uitleg samen te vatten: wie weet zegt mijn juf straks: maak alles maar opnieuw want het is veel te moeilijk! En dan ga ik wenen denk ik. Maarja, het zal wel goed komen zeker?

 

Om eventjes tot rust te komen (want ja, ik ben een echte stresskip!) deel ik een mooie quote met jullie. Eentje van mijn spirituele kalender Happinez!. Dat was mijn kadootje aan mijzelf voor het nieuwe jaar. Zo kan ik 365 ochtenden genieten van de mooie woorden. En zo

happinez-scheurkalender-2014

Wie naar buiten kijkt droomt.
Wie naar binnen kijkt ontwaakt.

-Carl Gustav Jung-

Advertenties

Juf zijn is plezant

Standaard

Hèhè.

De stage zit erop. Oef! Toch al een hele hoop stress die van mijn schouders valt!

En het is goed gegaan, dat maakt mij vooral blij. Mijn mentor was heel tevreden en dat maakte mij dan weer tevreden.

Ze schreef een heleboel lieve woorden op mijn verslag. Mijn favoriete stukjes zijn:

– Sarah is een heel harde werker.

– Sarah heeft een heel groot hart voor de kinderen.

– Ze geeft heel veel complimentjes en de kinderen weten dat ze met hun verhaal bij haar terecht kunnen.

– Sarah is heel lief, vriendelijk en open naar de kinderen toe.

En op nummer 1 staat:

–> Sarah is echt een aanwinst voor het onderwijs.

 

Dat komt allemaal uit mijn verslag van de tweede week. Mijn eerste week was iets minder. Toen moest ik veel strenger zijn, meer gezag tonen, meer contact hebben met de collega’s en dat soort dingen. De maandag van de tweede week zei mijn juf: “Amai, er staat precies een nieuwe juf Sarah voor de klas. Echt heel goed!”

Dus ik heb mij blijkbaar heel goed herpakt 🙂 Ik ben best wel fier op mijzelf. Nu weet ik weer waarom ik al die uren werk erin heb gestoken. En nu weet ik weer waarom het het waard was om met griep voor de klas te staan. En om met een hese piepstem les te geven waardoor ik telkens hard op het bord moest kloppen om de kinderen stil te krijgen.

Juf zijn is plezant. Die schatten van kinderen iets bijleren is nog plezanter. En dat ze naar jou opkijken en dat ze je komen knuffelen is ook één van de leukste dingen die er bestaan. En het zijn altijd de luidruchtigste en wildste jongens zonder oren die je komen plat knuffelen. Ze vergeten blijkbaar na 5 minuten hoe boos je net op hen was. Want als er iemand door de klas roept: “Ik moet kakke!” dan word ik wel eens heel boos.

Maar, ik herhaal: juf zijn is plezant 😀

 

 

De herfstblues

Standaard

De voorbereidingen voor mijn stage van volgende week eisen stilaan zijn tol.

Vorige week heb ik elke dag van 8 uur ’s morgens tot 10 uur ’s avonds gewerkt. Enkel ’s middags en ’s avonds een half uurtje pauze. Lessen maken is véél werk. Een eindeloos werk lijkt het soms wel. En wanneer je juf dan een mailtje stuurt om te zeggen dat je de helft van je lessen opnieuw mag maken omdat de opbouw slecht is, zakt de moed je wel eventjes in de schoenen.

En nu is de moed tot diep in de grond gezakt. Ik ben moe. Ik ben kapot. Ik heb geen energie meer. En ik moet maar energie blijven geven. Blijven gaan. Non stop. En ik wil stoppen. Ik wil zo graag schreeuwen dat het allemaal moet stoppen. De tijd stopzetten. En wenen, wenen en nog eens wenen.

Wenen om mijn papa. Wenen om het triestige weer. Wenen om de stomme lesvoorbereidingen. Wenen omdat ik er nog altijd niet 100% zeker van ben dat ik juf wil worden. Wenen omdat ik niet kan wenen. Gewoon eens veel en hard wenen.

Maar ik krijg er geen enkele traan uitgeperst. Blijkbaar heb ik de ‘aan’ knop voor mijn tranen weer eens goed verstopt. Te goed blijkbaar.

 

Elke keer wanneer er iets niet goed gaat, wordt dat slechte gevoel dubbel zo slecht omdat het gemis van mijn papa dan ook sterker wordt. Als ik het even niet meer zie zitten, heb ik mijn papa nodig. Zijn sterke armen en zijn zachte handen om in uit te huilen. Zijn mooie stem die zegt dat alles wel weer goed komt. Dat ik gewoon eventjes moet doorzetten. Dat ik het wel zal kunnen. Dat ik alles kan. Dat hij fier is op mij.

Ik haat alles soms zo hard. Zo hard dat ik soms denk: als ik nu eens die bocht niet neem, dan vlieg ik tegen dat huis en ben ik misschien dood. Maar 1 seconde later denk ik dan al weer: dat durft gij niet Sarah. En het is waar, ik zou het niet durven.

Ik durf niets. Ik durf niet eens te wenen. Hoe zielig is dat eigenlijk wel niet?

 

 

Voila, je bent geslaagd.

Standaard

Joepie de poepie! Ik heb mijn rijbewijs!!!

Gisteren was ik te moe (en te slechtgezind) om jullie dit goede nieuws mee te delen. En maandag namiddag had ik helemaal geen tijd meer. Want, amai, maandag was echt een drukke dag!

Maar, dat maakt eigenlijk allemaal niet veel uit. Het belangrijkste is dat ik mijn rijbewijs heb! Of ze zijn nu toch bezig in het gemeentehuis met het aan te maken. Wanneer ik terugkom van vakantie zou het er moeten zijn. En dan kan ik in mijn eentje rondrijden in mijn groene autootje. Als ik dat durf tenminste. Zo in mijn eentje rijden lijkt mij maar eng. Achja, we zien wel. Twee jaar geleden dacht ik dat ik nooit van mijn leven op de autostrade ging durven rijden. En nu vind ik daar bijna niets meer aan. Dus, het zal wel allemaal in orde komen!

Deze keer ga ik geen uitgebreid verslag doen van mijn rijexamen. Voor een kort verslag heb ik nog net tijd genoeg. Hier komt het:

Nadat we een kwartier zaten te wachten in het zaaltje van het rijexamencentrum kwam er een mevrouw naar binnen die mijn naam riep. Ze zag er niet onvriendelijk maar ook niet super vriendelijk uit. Dat was wat ik had gehoopt, een gewone, typische, examinator.

Ik moest de remvloeistof aanduiden in mijn koffer, opnieuw de lichtjes enzo testen en daarna mocht ik vertrekken. Zo gezegd zo gedaan. Alles ging goed. Ik moest, in tegenstelling tot de vorige keer, geen miljoen keer afslagen. Ik mocht zelfs op een bepaald moment 3 minuten lang rechtdoor rijden. Daardoor voelde ik mij al veel meer op mijn gemak.

Na 10 minuutjes was het moeilijkste (of meest stresserende) moment voorbij: ik had goed geparkeerd en mij goed gedraaid in een straatje. En de vrouw had nog niets gezegd over de kosten van een zijspiegel, dat maakte mij vooral blij!

Na nog een klein half uurtje rijden, had ik plotseling door dat we terug op weg naar het examencentrum waren. Yes, yes, yes. Volgens mij ben ik erdoor, dacht ik toen.

Ik mocht mijn motor afzetten en de vrouw zei meteen dat ik geslaagd was. Whoehooooooew!! Ik was super, super opgelucht. Alle stress ebde weg, ik kon terug normaal ademen. Daarna begon de vrouw nog een paar dingen te zeggen die niet goed waren, maar eigenlijk kon mij dat niet zoveel meer schelen, waaant: ik was erdoor!

Ik heb nog te weinig verkeersinzicht (wat mij eigenlijk niet echt verwonderd, want ik heb nooit inzicht gehad in iets, vooral niet in wiskunde, dus eigenlijk vind ik het logisch dat ik ook geen verkeersinzicht heb – grapje hé 😉  ) Ik had namelijk voor een minuut lang de weg geblokkeerd aan een kruispunt voor enkele auto’s. En nog enkele andere dingetjes die ik ondertussen al vergeten ben.

Maar wat maakt het uit! Lang leve die vrouw! De vrouw die mijn dag goed maakte! De vrouw aan wie ik mijn rijbewijs te danken heb! En ook een klein beetje lang leve mijzelf, omdat ik goed heb gereden. 🙂

Zo, nu kan ik op vakantie vertrekken met een gerust hart. En met een rijbewijs op zak. Of voorlopig een denkbeeldige versie ervan.

Tot volgende week!

Something to hope for

Standaard

Op aanraden van een hele lieve vriendin ga ik opschrijven welke positieve dingen ik de laatste weken heb meegemaakt. Want ik moet eerlijk toegeven, eigenlijk heb ik wel een paar grote stappen gezet waar ik fier op mag zijn. Maar dat fier zijn vind ik zo moeilijk. Ik zal het toch maar eens proberen.

 

5 mei

Toen ik een beetje aangeschoten was na een paar hele lekkere cocktails heb ik een sms gestuurd naar een nicht van mij. Ik stuurde dat ik mijn papa miste. En sinds die dag kan ik er met haar over praten. Ik ben heel blij dat ik die stap heb gezet. Zij is de eerste van mijn familie aan wie ik mijn blog heb laten lezen. Ik kan er nu wel een beetje over praten met haar en dat doet mij deugt. Ik heb haar ook eerlijk gezegd dat ik dat niet van haar verwacht had dat ze mijn blog zo mooi enzo zou vinden. Dus ik ben nog steeds heel positief verrast door haar. En nu kan ik haar ook nog eventjes bedanken. Want dankzij haar heb ik weer een heel klein stukje angst overwonnen.

 

7 mei

Op deze dag heb ik mijn blog weer aan iemand getoond. Weer een klein stapje. Ik schreef toen al een aantal dagen niet meer op mijn blog maar ik had nog een grote behoefte om erop te kijken en was er nog hard mee bezig in mijn hoofd. (altijd eigenlijk) En ik was blij dat ik het opnieuw aan heb gedurfd om mijn blog te laten lezen door iemand die ik ken.

 

15 mei

Dat was een emotionele dag. Op zich logisch, omdat mijn papa dan 7 maand gestorven was. Maar ik heb hem nog dubbel zo emotioneel gemaakt. Tijdens de les godsdienst moesten we een bijbel verhaal omzetten naar een hedendaagse context. We moesten er een hongerdoek van maken (een tekening dus eigenlijk). We konden vooraan in de klas een kinder bijbel gaan nemen en daaruit een verhaal kiezen.

Ik nam een willekeurig boek. Ik deed het open op een willekeurige plaats. En de titel van het verhaal was: ‘De dood van Sara’. Oke, dat is eng, dacht ik. Gelukkig dat het zonder ‘h’ was, maar toch. Ik was benieuwd over wat het verhaal zou gaan. Ja, over de dood van Sara. Maar hoe zouden ze erover geschreven hebben vroeg ik mij af. En ik begon het verhaal te lezen. Wauw, ik was echt ontroerd. Het is een prachtig verhaal. Abraham, de man van Sara, zit aan haar sterfbed en blijft bij haar waken. Wanneer ze sterft zoekt hij een begraafplaats voor haar. Hij wil niet dat ze op een gewoon stuk grond wordt begraven. Hij wil dat ze in de grot wordt begraven. Maar dat kost geld. Hij moet er heel veel voor betalen maar dat heeft hij er voor over. Zo kan hij vanuit zijn tent altijd naar haar kijken. Zo is hij nog dicht bij haar.

Toen ik het verhaal had gelezen wist ik meteen wat ik ging tekenen. Ik ging iets over de dood van mijn papa tekenen. Ik werd meteen zenuwachtig want ik wist dat we het daarna aan de klas moesten voorstellen. Want de leerkracht had nog gezegd: “Onthoudt dat je alleen iets moet tekenen dat je met de klas wilt delen. Als je dat niet wilt, dan moet je iets anders tekenen.” Maar op één of andere manier werd ik precies gedwongen om dat te tekenen. Ik vond het toeval te groot dat ik het boek opende op dat verhaal, juist op de dag dat mijn papa 7 maand was gestorven. Dus ik voelde mij verplicht om het te tekenen. Dat klinkt nu misschien negatief, maar ik voelde het eerder als positief aan. Ik was wel héél nerveus en héél emotioneel. Maar ik heb het getekend.

Ik heb aan de linker kant van het blad ‘de dood van Sara’ getekend en aan de rechter kant van het blad ‘de dood van mijn papa’. Abraham zat naast het sterfbed van zijn Sara. Eronder droeg hij zijn vrouw naar de grot. Aan de rechterkant stond ik achter het sterfbed van mijn papa, met tranen op mijn gezicht. Een leeg bed. Want ik wou mijn papa niet tekenen. Geen enkele tekening van hem zou goed genoeg zijn, dus daarom heb ik hem niet getekend. Daaronder heb ik mijn ring getekend. De ring waarin een klein beetje assen van mijn papa zitten. Mijn o zo dierbare ring. Boven de ring heb ik rond dwarrelende assen getekend.

Toen kwam de moment waarop ik mijn verhaal moest gaan uitleggen. De leerkracht had nog niet gezien wat ik had getekend. Dus hij was nog grapjes aan het maken: “Ah, nu is het aan Sarah, je bent een beetje zielig alleen hé.” (al de rest maakte zijn opdracht per 2) (weer een extra toeval dat ervoor zorgde dat ik die tekening heb gemaakt!). Ik ging al bevend naar voor, mijn hart klopte heel heel hard. Ik was super nerveus. Ik begon eerst het verhaal van Sara te vertellen. Of toch min of meer want ik geraakte amper uit mijn woorden. Ik zag al die blikken op mij gericht en op mijn tekening. Want ondertussen hadden ze al gezien dat ik de dood van mijn papa had getekend. Maar ik probeerde verder te gaan met mijn verhaal. Ik liet het blad bijna uit mijn handen vallen. Maar ik hakkelde verder. “En dit ben ik, naast het sterfbed van mijn papa. Daaronder heb ik mijn ring getekend, daarin zitten de assen van mijn papa. Voila.” En ik liep terug naar mijn plaats. Helemaal rillend en schokkend. Maar ik had het gedaan. Het was voorbij. Ik had het aangedurfd. De leerkracht was heel vriendelijk en vond het heel sterk dat ik dat voor de klas had verteld. Hij vond het mooi dat ik iemand waarvan ik veel heb gehouden, nog altijd van houd (zo zei hij het echt!) dicht bij mij hou in mijn ring. Ik vond het mooi dat hij dat zei. En ik vond het ook mooi dat de klas muisstil was. En dat de leerkracht dat dan ook nog eens zei: “en toen was het stil.”

Nadien kwam hij nog eens zeggen dat het heel sterk was. En toen heb ik mijn tekening in 4 stukken gescheurd. En daar heb ik nu natuurlijk heel veel spijt van. Ik heb ze daar in de klas in de vuilbak gegooid. Op die moment wou ik ze niet meer zien, ik wou dat enge moment vergeten. Maar als ik nu op die moment terug kijk was het inderdaad wel eng maar vooral een grote stap. Dat was de aller eerste keer dat ik vooraan in de klas iets over mijn papa heb verteld. De allereerste keer dat ik mij zo gevoelig opstelde en mét een leerkracht erbij. En ik ben eigenlijk heel blij dat ik het heb aangedurfd. Ik ben eigenlijk ook wel fier op mijzelf.

 

22 mei

De leerkracht van godsdienst was blijkbaar nog niet vergeten wat ik de week ervoor had gedaan want tijdens de les zei hij er iets over. Ik was eigenlijk niet echt aan het opletten maar plots wees hij naar één of ander begrip op het bord en zei hij: “zonder dit, was het bijvoorbeeld nooit mogelijk geweest wat jij vorige week hebt gedaan.” En hij keek mij aan. Dat vond ik ook heel lief, alhoewel ik de link met dat begrip niet snap, maar dat maakt niet veel uit. Ik vind het leuk dat hij er nog aan dacht.

 

24 mei

Ik had een soort examen van muvo-beeld (een soort van knutsel les). We moesten alle tekeningen en werkjes enzo die we tijdens heel het schooljaar hadden gemaakt meenemen en uitstallen. Dan moesten we een kaartje trekken. Wat er op dat kaartje stond moest je aantonen aan de hand van de werken die je had meegenomen. Ik had het oranje kaartje. Het kaartje waarop iets stond dat met gevoel en betekenis enzo te maken had. Een goed kaartje voor mij. Ik had veel tekeningen waaraan betekenis vast hangt.

We moesten die tekeningen of werkjes selecteren en tonen aan de leerkracht en er uitleg bij geven. Maar je zat niet alleen bij de leerkracht, er zaten nog een paar andere leerlingen bij, waaronder een goeie vriendin van mij. Ik begon (opnieuw heel zenuwachtig) te vertellen over mijn tekeningen. Ik ga het hier nu niet allemaal uitleggen. Maar achter elke tekening of foto zat er wel een betekenis. Vriendschap, warmte, hoop (veel hoop). En ook een tekening van mijn ring (dat was de eerste tekening die ik van mijn ring had gemaakt). Ik vond ze heel mooi gelukt. En rond mijn ring had ik allemaal kleine streepjes getekend, die stelden mijn tranen voor. Ik legde mijn tekening uit. “Dit is mijn ring en die betekend heel veel voor mij. Alles eigenlijk. Want daarin zitten de assen van mijn papa. En dit zijn mijn tranen. Heel veel tranen.”

Ik was opnieuw emotioneel en aangedaan en eigenlijk ook uitgeput door alle emoties. Ik weet niet eens of het goed was wat ik allemaal heb verteld en uitgelegd. Maar opnieuw, ik heb het gedurfd. En dat is het belangrijkste.

 

Zo, dit zijn alle ‘grote’ stappen die ik heb gezet. Het is inderdaad misschien wel eens goed dat ik die opschrijf. Want anders vergeet ik ze misschien he 😉

Langs de ene kant ben ik fier op mijzelf maar lans de andere kant ook niet. Want eigenlijk is dat niet zo speciaal, al die dingen die ik heb gedaan. Voor mij wel, maar voor andere mensen zou dat niets zijn. En ja, ik weet het. Ik moet mij niet vergelijken. Ik ben ik en niemand anders. Maar toch…

Oké, dit is een véél langer bericht geworden als ik had gedacht. Misschien kan ik toch nog schrijven? Misschien moest ik er gewoon weer eventjes inkomen. En misschien is het wel goed als ik terug regelmatig op mijn blog schrijf. Zeker nu. Want (jooepieee!) de blok is begonnen! En dat is toch weer een andere periode. Ik weet nog dat ik het tijdens de vorige blok vaak moeilijk had. Ondertussen zijn er wel al een paar maanden voorbij. Maar ik zal het wel zien hoe het allemaal verloopt.

Been voor been 🙂

 

 

niets niets niets

Standaard

Wat een slechte dag. Ik ben opgestaan en ik ben direct beginnen wenen. Ik heb bijna nog niets anders gedaan vandaag als wenen. En met dingen gegooid. Ik zit hier te typen terwijl ik de miljoenste traan van mijn wangen veeg.

Ik word er boos en verdrietig van. Ik stamp als een klein kind met mijn voeten op de grond maar dat helpt ook niet. Ik wil werken voor school want dat is dringend nodig, maar dat lukt mij ook al niet! Ik kan niets vandaag. Gelukkig dat ik alleen thuis ben. Ik heb niet eens zin om hier verder te schrijven.

Druk druk druk

Standaard

Niet alleen gewoon druk, van druk bezet, veel werk, geen tijd.

Ook druk, van stress en dingen die ik moet doen, dingen waar ik niet onderuit kan.

Oké, dit slaagt echt op niets. Maar zoals ik al zei, was het een drukke dag vandaag. En omdat ik toch snel iets wou schrijven, dacht ik: ik zal schrijven over welk gevoel ik nu heb (en dat is druk).

Om het toch héél eventjes over iets anders als druk druk te hebben, wil ik nog zeggen dat mijn tante heeft geantwoord op mijn mail 🙂 Een hele lieve, triestige, aangrijpende, warme mail. De tranen sprongen in mijn ogen en ik kreeg een krop in mijn keel. Heel ontroerend. Maar mooi. Antwoorden ga ik pas later doen, morgen ofzo of overmorgen. Als de tijd rijp is. De tijd rijp, rare uitspraak eigenlijk. Ik zal de tijd een beetje in de zon en water zetten, dan groeit hij sneller, zoals de tomaatjes in onze serre. De geliefde serre van mijn papa waarover Jeroen zich nu bekommerd.

Al bij al was het een goeie dag, slechte momenten, goeie momenten, drukke momenten, grappige momenten, triestige momenten. Ups en downs. Heuvels en dalen. Maar de wind staat in de goeie richting, ik voel het. En anders draai ik de zeilen en stuur ik mijzelf de goeie kant op.