Tagarchief: twijfel

Something to hope for

Standaard

Op aanraden van een hele lieve vriendin ga ik opschrijven welke positieve dingen ik de laatste weken heb meegemaakt. Want ik moet eerlijk toegeven, eigenlijk heb ik wel een paar grote stappen gezet waar ik fier op mag zijn. Maar dat fier zijn vind ik zo moeilijk. Ik zal het toch maar eens proberen.

 

5 mei

Toen ik een beetje aangeschoten was na een paar hele lekkere cocktails heb ik een sms gestuurd naar een nicht van mij. Ik stuurde dat ik mijn papa miste. En sinds die dag kan ik er met haar over praten. Ik ben heel blij dat ik die stap heb gezet. Zij is de eerste van mijn familie aan wie ik mijn blog heb laten lezen. Ik kan er nu wel een beetje over praten met haar en dat doet mij deugt. Ik heb haar ook eerlijk gezegd dat ik dat niet van haar verwacht had dat ze mijn blog zo mooi enzo zou vinden. Dus ik ben nog steeds heel positief verrast door haar. En nu kan ik haar ook nog eventjes bedanken. Want dankzij haar heb ik weer een heel klein stukje angst overwonnen.

 

7 mei

Op deze dag heb ik mijn blog weer aan iemand getoond. Weer een klein stapje. Ik schreef toen al een aantal dagen niet meer op mijn blog maar ik had nog een grote behoefte om erop te kijken en was er nog hard mee bezig in mijn hoofd. (altijd eigenlijk) En ik was blij dat ik het opnieuw aan heb gedurfd om mijn blog te laten lezen door iemand die ik ken.

 

15 mei

Dat was een emotionele dag. Op zich logisch, omdat mijn papa dan 7 maand gestorven was. Maar ik heb hem nog dubbel zo emotioneel gemaakt. Tijdens de les godsdienst moesten we een bijbel verhaal omzetten naar een hedendaagse context. We moesten er een hongerdoek van maken (een tekening dus eigenlijk). We konden vooraan in de klas een kinder bijbel gaan nemen en daaruit een verhaal kiezen.

Ik nam een willekeurig boek. Ik deed het open op een willekeurige plaats. En de titel van het verhaal was: ‘De dood van Sara’. Oke, dat is eng, dacht ik. Gelukkig dat het zonder ‘h’ was, maar toch. Ik was benieuwd over wat het verhaal zou gaan. Ja, over de dood van Sara. Maar hoe zouden ze erover geschreven hebben vroeg ik mij af. En ik begon het verhaal te lezen. Wauw, ik was echt ontroerd. Het is een prachtig verhaal. Abraham, de man van Sara, zit aan haar sterfbed en blijft bij haar waken. Wanneer ze sterft zoekt hij een begraafplaats voor haar. Hij wil niet dat ze op een gewoon stuk grond wordt begraven. Hij wil dat ze in de grot wordt begraven. Maar dat kost geld. Hij moet er heel veel voor betalen maar dat heeft hij er voor over. Zo kan hij vanuit zijn tent altijd naar haar kijken. Zo is hij nog dicht bij haar.

Toen ik het verhaal had gelezen wist ik meteen wat ik ging tekenen. Ik ging iets over de dood van mijn papa tekenen. Ik werd meteen zenuwachtig want ik wist dat we het daarna aan de klas moesten voorstellen. Want de leerkracht had nog gezegd: “Onthoudt dat je alleen iets moet tekenen dat je met de klas wilt delen. Als je dat niet wilt, dan moet je iets anders tekenen.” Maar op één of andere manier werd ik precies gedwongen om dat te tekenen. Ik vond het toeval te groot dat ik het boek opende op dat verhaal, juist op de dag dat mijn papa 7 maand was gestorven. Dus ik voelde mij verplicht om het te tekenen. Dat klinkt nu misschien negatief, maar ik voelde het eerder als positief aan. Ik was wel héél nerveus en héél emotioneel. Maar ik heb het getekend.

Ik heb aan de linker kant van het blad ‘de dood van Sara’ getekend en aan de rechter kant van het blad ‘de dood van mijn papa’. Abraham zat naast het sterfbed van zijn Sara. Eronder droeg hij zijn vrouw naar de grot. Aan de rechterkant stond ik achter het sterfbed van mijn papa, met tranen op mijn gezicht. Een leeg bed. Want ik wou mijn papa niet tekenen. Geen enkele tekening van hem zou goed genoeg zijn, dus daarom heb ik hem niet getekend. Daaronder heb ik mijn ring getekend. De ring waarin een klein beetje assen van mijn papa zitten. Mijn o zo dierbare ring. Boven de ring heb ik rond dwarrelende assen getekend.

Toen kwam de moment waarop ik mijn verhaal moest gaan uitleggen. De leerkracht had nog niet gezien wat ik had getekend. Dus hij was nog grapjes aan het maken: “Ah, nu is het aan Sarah, je bent een beetje zielig alleen hé.” (al de rest maakte zijn opdracht per 2) (weer een extra toeval dat ervoor zorgde dat ik die tekening heb gemaakt!). Ik ging al bevend naar voor, mijn hart klopte heel heel hard. Ik was super nerveus. Ik begon eerst het verhaal van Sara te vertellen. Of toch min of meer want ik geraakte amper uit mijn woorden. Ik zag al die blikken op mij gericht en op mijn tekening. Want ondertussen hadden ze al gezien dat ik de dood van mijn papa had getekend. Maar ik probeerde verder te gaan met mijn verhaal. Ik liet het blad bijna uit mijn handen vallen. Maar ik hakkelde verder. “En dit ben ik, naast het sterfbed van mijn papa. Daaronder heb ik mijn ring getekend, daarin zitten de assen van mijn papa. Voila.” En ik liep terug naar mijn plaats. Helemaal rillend en schokkend. Maar ik had het gedaan. Het was voorbij. Ik had het aangedurfd. De leerkracht was heel vriendelijk en vond het heel sterk dat ik dat voor de klas had verteld. Hij vond het mooi dat ik iemand waarvan ik veel heb gehouden, nog altijd van houd (zo zei hij het echt!) dicht bij mij hou in mijn ring. Ik vond het mooi dat hij dat zei. En ik vond het ook mooi dat de klas muisstil was. En dat de leerkracht dat dan ook nog eens zei: “en toen was het stil.”

Nadien kwam hij nog eens zeggen dat het heel sterk was. En toen heb ik mijn tekening in 4 stukken gescheurd. En daar heb ik nu natuurlijk heel veel spijt van. Ik heb ze daar in de klas in de vuilbak gegooid. Op die moment wou ik ze niet meer zien, ik wou dat enge moment vergeten. Maar als ik nu op die moment terug kijk was het inderdaad wel eng maar vooral een grote stap. Dat was de aller eerste keer dat ik vooraan in de klas iets over mijn papa heb verteld. De allereerste keer dat ik mij zo gevoelig opstelde en mét een leerkracht erbij. En ik ben eigenlijk heel blij dat ik het heb aangedurfd. Ik ben eigenlijk ook wel fier op mijzelf.

 

22 mei

De leerkracht van godsdienst was blijkbaar nog niet vergeten wat ik de week ervoor had gedaan want tijdens de les zei hij er iets over. Ik was eigenlijk niet echt aan het opletten maar plots wees hij naar één of ander begrip op het bord en zei hij: “zonder dit, was het bijvoorbeeld nooit mogelijk geweest wat jij vorige week hebt gedaan.” En hij keek mij aan. Dat vond ik ook heel lief, alhoewel ik de link met dat begrip niet snap, maar dat maakt niet veel uit. Ik vind het leuk dat hij er nog aan dacht.

 

24 mei

Ik had een soort examen van muvo-beeld (een soort van knutsel les). We moesten alle tekeningen en werkjes enzo die we tijdens heel het schooljaar hadden gemaakt meenemen en uitstallen. Dan moesten we een kaartje trekken. Wat er op dat kaartje stond moest je aantonen aan de hand van de werken die je had meegenomen. Ik had het oranje kaartje. Het kaartje waarop iets stond dat met gevoel en betekenis enzo te maken had. Een goed kaartje voor mij. Ik had veel tekeningen waaraan betekenis vast hangt.

We moesten die tekeningen of werkjes selecteren en tonen aan de leerkracht en er uitleg bij geven. Maar je zat niet alleen bij de leerkracht, er zaten nog een paar andere leerlingen bij, waaronder een goeie vriendin van mij. Ik begon (opnieuw heel zenuwachtig) te vertellen over mijn tekeningen. Ik ga het hier nu niet allemaal uitleggen. Maar achter elke tekening of foto zat er wel een betekenis. Vriendschap, warmte, hoop (veel hoop). En ook een tekening van mijn ring (dat was de eerste tekening die ik van mijn ring had gemaakt). Ik vond ze heel mooi gelukt. En rond mijn ring had ik allemaal kleine streepjes getekend, die stelden mijn tranen voor. Ik legde mijn tekening uit. “Dit is mijn ring en die betekend heel veel voor mij. Alles eigenlijk. Want daarin zitten de assen van mijn papa. En dit zijn mijn tranen. Heel veel tranen.”

Ik was opnieuw emotioneel en aangedaan en eigenlijk ook uitgeput door alle emoties. Ik weet niet eens of het goed was wat ik allemaal heb verteld en uitgelegd. Maar opnieuw, ik heb het gedurfd. En dat is het belangrijkste.

 

Zo, dit zijn alle ‘grote’ stappen die ik heb gezet. Het is inderdaad misschien wel eens goed dat ik die opschrijf. Want anders vergeet ik ze misschien he 😉

Langs de ene kant ben ik fier op mijzelf maar lans de andere kant ook niet. Want eigenlijk is dat niet zo speciaal, al die dingen die ik heb gedaan. Voor mij wel, maar voor andere mensen zou dat niets zijn. En ja, ik weet het. Ik moet mij niet vergelijken. Ik ben ik en niemand anders. Maar toch…

Oké, dit is een véél langer bericht geworden als ik had gedacht. Misschien kan ik toch nog schrijven? Misschien moest ik er gewoon weer eventjes inkomen. En misschien is het wel goed als ik terug regelmatig op mijn blog schrijf. Zeker nu. Want (jooepieee!) de blok is begonnen! En dat is toch weer een andere periode. Ik weet nog dat ik het tijdens de vorige blok vaak moeilijk had. Ondertussen zijn er wel al een paar maanden voorbij. Maar ik zal het wel zien hoe het allemaal verloopt.

Been voor been 🙂

 

 

Give me wings to fly

Standaard

Raar.

Raar.

Raar.

 

Ik wil schrijven maar ik weet niet wat. Ik wil iets doen maar ik weet niet wat. Ik wil wenen maar ik kan het niet. Ik wil gelukkig zijn maar ik kan het niet. Ik wil leren maar ik kan het niet. Ik wil slapen maar ik kan het niet. Ik wil mijn papa maar dat kan niet.

Ik wil veel en ik wil niets.

Ik wil de wereld begrijpen en ik wil mijzelf begrijpen. Misschien moet ik bij het laatste beginnen. Dat zal een beetje makkelijker zijn. Maar toch… Hoe begin ik daaraan? Ik kan moeilijk aan mijzelf vragen: “Sarah, wie ben jij? ” Of toch. Misschien moet ik dat maar eens proberen. Proberen kan nooit kwaad.

“Sarah, wie ben jij?”

Ik ben, ondertussen, 19 jaar. Ik woon in … Ik heb twee broers, een lieve mama en geen papa meer. Ik studeer voor leerkracht lager onderwijs maar ik ben niet zeker meer of ik wel een goeie juf kan worden. Ik heb geen hobby’s, behalve schrijven, muziek luisteren, lezen en mij vervelen. Alhoewel dat laatste nog zelden voorkomt. Werken voor school, dat is eerder mijn hobby geworden. Maar eigenlijk kan je dat niet echt een hobby noemen. Eerder een verplichting. Ik ben single, al heel mijn korte leven lang (behalve in de kleuterklas, joepie!). Ik ben lelijk. Ik ben raar. Waarom ben ik raar? Ik doe dingen waarvan anderen raar opkijken. Wat dan? Afval heel grondig sorteren 😉 😉 , heel vroeg opstaan om mijzelf dan heel traag klaar te maken, nooit in de jacuzzi gaan terwijl we er eentje in onze tuin hebben staan, niets op mijn boterham eten behalve choco en heel heel zelden confituur, mijn sms’en korter maken door enkele letters weg te laten zodat het in één bericht past, ’s morgens overal de radio of CD speler opzetten, ’s morgens altijd cornflakes eten (zonder melk!) en niets drinken tot 18u (alhoewel ik dat tegenwoordig probeer te veranderen door een flesje water of sprite te kopen op school en aanduiden met bik tot waar ik het moet opdrinken), op school altijd een frangipaneke eten, mooie kleedjes en schoenen kopen en toch nooit uitgaan, … Zo kan ik uren en uren doorgaan. Misschien vinden anderen dit raar, zoals ik al zei. Maar voor mij zijn die dingen zo gewoon en vanzelfsprekend. Daarom noemen we zo’n dingen ook ‘gewoontes’. Die gewoontes maken mensen tot de persoon die ze zijn. Moest iedereen dezelfde gewoontes hebben waren we allemaal dezelfde en was alles heel saai.

Maar veel wijzer ben ik nog niet geworden. Wie ben ik? Misschien moet ik eens karaktereigenschappen opnoemen. Sorry als het stoeferig overkomt, want dat ben ik eigenlijk niet 🙂 Dus ik zal dan maar beginnen met bescheiden. Eerlijk, vriendelijk (cliché), lief (nog een cliché), verlegen als ik nieuwe mensen ontmoet of verlegen in grote groepen, stil in grote groepen en soms luidruchtig in kleine groepjes (alhoewel, luidruchtig is overdreven maar ik weet geen ander woord). Zorgzaam, rustig (vooral als ik moe of slechtgezind ben, maar ik zal nooit de wildste van de groep zijn), leergierig, afwachtend, soms ook spontaan, soms sociaal, soms initiatief nemend (is dat een woord?), goedlachs (als ik mij goed voel tenminste). Nu zit ik eventjes vast. Ahja, twijfelaar! Ik twijfel als aan alles. Alles wat ik hier tot nu toe heb geschreven is eigenlijk heel afwisselend. Het hangt echt af van de situatie hoe ik mij gedraag. Als ik mij op mijn gemak voel, bij vrienden ofzo, dan komen alle ‘positievere’ eigenschappen in mij naar boven. Dan ben ik niet meer verlegen, dan ben ik rechtuit, enthousiast, zot en belachelijk. Maar als ik mij niet op mijn gemak voel, dan ben ik onzeker en terughoudend, verlegen, afwachtend en stil. Eens ik mensen beter leer kennen heb ik het gevoel dat ik meer mijzelf durf te zijn. Maar soms heb ik het gevoel dat ik niet zeker ben wie dat is, die ‘mijzelf’. Dan denk ik: ben ik wel enthousiast, sociaal, spontaan, oprecht, durf ik wel voor mijn eigen mening uit te komen? En als ik erover nadenk, dan denk ik dat ik wel die persoon ben. Want als ik bij mijn vrienden/vriendinnen ben, dan voel ik mij goed. Dus als je je goed voelt, dan is dat toch een teken dat je jezelf bent. Niet?

 

Als ik mijzelf op deze moment zou moeten beschrijven met één woord, dan zou ik zeggen: wisselvallig. Want de laatste maanden ben ik heel wisselvallig. Ik kan de ene moment blij en opgewekt zijn maar twee minuten later kan dat al helemaal zijn omgeslagen. Dan kan ik juist heel verdrietig zijn. Wisselvallig zoals het weer in België. De ene moment lijkt het alsof de zon gaat schijnen terwijl ze eventjes later nergens meer te bespeuren is.

 

Sarah is wisselvallig.

 

Zozo, veel bijgeleerd over mijzelf seg. Misschien wel, misschien niet. Dat is weer de onzekere twijfelaar die in mij naar boven komt. Nu zal ik weer afwachtend moeten zijn. Afwachten wat de toekomst brengt. Want wie weet ben ik binnen een paar maand een heel ander persoon. Want dat is al eens gebeurd, een paar maand geleden, was ik anders. Toen dacht ik anders na over de dingen. Maar mijn karaktertrekken zijn toch nog niet veranderd. Misschien komt dat nog, misschien ook niet. Afwachten. Vooruitkijken. Niet stilstaan. Niet achteruit gaan. Vooruit is de enige weg die ik op mag gaan. Vooruit!

 

I saw you in my dream. Again.

Standaard

Ik twijfel. Ik twijfel aan alles. Ik twijfel over wat ik doe, over wat ik zeg, over wat ik denk, over wat ik wil, over wie ik ben.

Wie ben ik? Ik ben Sarah. Maar zal ik ooit ‘juf Sarah’ zijn? Ik begin eraan te twijfelen. En die twijfel maakt mij triestig. Ik wil al zo lang juf worden, dat is al altijd mijn grote droom geweest. Ik heb nooit (behalve de laatste 2 maanden voor het school echt begon) getwijfeld. Maar toch was ik zeker van mijn keuze. Het was zo voor de hand liggend. Ik wou juf worden, al altijd, dus daarom studeer ik er nu ook voor.

Maar als ik nu iedereen hoor vertellen over hun stage, dan slaagt de twijfel bij mij toe. Iedereen vindt het zo geweldig, zo plezant, ze genieten er allemaal van. Ik weet niet of ik dat ook doe. Soms denk ik van wel, soms denk ik van niet. Het was wel leuk, maar geweldig nu ook weer niet. Vermoeiend en stress, die woorden passen het best bij de afgelopen 2 dagen. Waarom kan ik de woorden super of geweldig er niet bij plaatsen? Ik weet het niet. Het gene dat mij ook zo aan het denken heeft gezet is de commentaar van mijn mentor. Ik ben niet enthousiast genoeg. Ik dacht dat wel leek dat ik het allemaal graag doe. En dat is eigenlijk ook zo. Ik sta daar graag vooraan in de klas, ondanks de stress en zenuwen en angst. Ik vind het leuk als die kindjes antwoorden, als ze zeggen dat het leuk was. Maar het is niet dat ik er super gelukkig van word. Daarom twijfel ik. Ben ik wel echt gemaakt om juf te worden? Moet ik toch niet iets anders kiezen? Want enthousiaster zijn, ik weet niet of ik dat kan. Nu toch niet. Of nu nog niet. Mijn leven is zo overhoop gegooid dat ik het moeilijk vind om enthousiast en vrolijk te zijn. Enkel als ik mij echt op mijn gemak voel en als ik mij echt ‘thuis’ voel, dan kan ik mijzelf zijn. Ik denk dat ik het daarom ook moeilijk vind om voor de klas zo spontaan en enthousiast te zijn. Alhoewel, spontaan ben ik denk ik wel. Of toch soms.

Ik vond het ook zo moeilijk als er een moment was waarop ik iets over ‘ouders’ of over ‘mama en papa’ moest zeggen. Want elke keer als ik dat woord uitspreek of schrijf of denk, dan denk ik meteen: ik heb geen papa meer. En soms dacht ik: ik wil dat tegen die kindjes zeggen. Maar dan denk ik: wat maakt dat uit voor die kinderen? Of hoe gaat mij dat helpen? Niet? Soms voelde ik ook de behoefte om dat tegen de (echte) juf te zeggen. Maar ik kan toch moeilijk zeggen: “hallo, ik moet nog iets zeggen, mijn papa is dood.” Soms dacht ik ook dat ik het misschien tegen een juf van vroeger kon vertellen. Want er is één juf, waarvan ik bijna zeker ben dat ze nog weet dat mijn papa toen ik daar op school zat ziek was. Maar natuurlijk durf ik dat weer niet. Zelfs als ik dat zou aandurven, dan is er niet eens een geschikt moment voor.

Ik twijfel dus. Over mijn toekomst. Ben ik wel de juiste persoon om juf te worden? Misschien zit het gewoon niet in mij. Ik weet het niet. Het heeft mij alleszins gekwetst dat ik niet enthousiast genoeg ben. Daardoor ben ik dus ook beginnen nadenken. Het enige wat ik kan doen is verder nadenken. En wachten tot ik het weet.