Tagarchief: vragen

De dood is mijn leven

Standaard

Soms, heel soms, of eigenlijk wat vaker als heel soms, heb ik het gevoel als het allemaal nog maar pas gebeurd is. Dat mijn papa nog maar net gestorven is. Dat er nog geen 3 jaar voorbij is maar 3 uur. En dat ik zijn armen dan weer zo graag om mij heen wil voelen.

De laatste maand ben ik er weer veel meer mee bezig. De dood van mijn papa is haast mijn leven. Het is niet zo extreem als in de beginperiode, maar toch weer veel meer dan deze zomer bijvoorbeeld.

Hebben de donkere dagen er iets mee te maken? Of de feestperiode nog? Of is het omdat ik weer wat meer in aanraking kom met mensen die hebben meegemaakt wat ik heb meegemaakt? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik het niet fijn vind.

Wanneer ik de afgelopen maanden eens even wat verdrietig was, wat eigenlijk helemaal niet zo vaak meer gebeurde, huilde ik wat. Een uurtje ofzo en alles was eruit. En ik kon weer verder. Maar wanneer ik nu verdrietig ben, komt dat vreemde gevoel in mijn buik terug naar boven. Pal in het midden, alsof er een baksteen in zit die er NU uit wil. Als ik dat gevoel heb, word ik bang. Ontzettend bang. Bang omdat ik dan vrees dat ik de dood van mijn papa niet goed verwerkt heb of aan het verwerken ben.

Dat vraag ik me zo vaak af: verwerk ik het wel goed? Doe ik de juiste dingen? Doe ik te weinig of te veel? Praat ik te weinig en krop ik het op? Krijg ik binnen een aantal jaar een inzinking? Of is dit gewoon een nieuwe fase in het verwerkingsproces? Is dit tijdelijk en gaat het binnen enkele weken terug beter gaan? Stel ik te veel vragen? Moet ik het niet gewoon allemaal op mij laten afkomen?

Misschien wel.

Maar de dood is mijn leven. Ik leef met de dood. De dood van mijn papa zit voor altijd in mijn gedachten. Elke dag leef ik ermee. De ene dag is geweldig en de andere dan weer geweldig moeilijk. Maar moeilijk moet ook gaan hé.

Ja, moeilijk gaat ook. “Niet drijven over hé, meid.” zou mijn papa zeggen, waarmee hij bedoelde dat ik niet moet overdrijven.

Advertenties

Die ene week – deel 1

Standaard

Ik heb het gevoel dat ik moet verder gaan met mijn verhaal, dus dat doe ik dan ook.

Ik ben gestopt bij die ene nacht, dus nu ga ik verder met die ene week. De week na de dood van mijn papa.

Van de ochtend na die ene nacht weet ik niet veel meer. Ik weet niet meer of ik vroeg wakker was, ik weet niet meer of ik mij meteen heb aangekleed (maar ik veronderstel van niet). Ik weet wel nog dat ik samen met mijn mama op de chauffage ben gaan zitten. Dat is ons gezellige plekje of het plekje waar we troost en warmte zoeken, letterlijk dan. Daar, op de chauffage, heeft mama gebeld naar mijn broers. Daar heeft ze hen met een krop in de keel en tranen op haar wangen verteld dat hun vader gestorven is. En dat ze best naar huis kwamen maar dat ze hen niet mochten haasten.

Ik weet niet meer wat we in de tussentijd hebben gedaan. Ik weet niet of er hier thuis toen al iemand van de familie aanwezig was. Ik weet enkel nog dat Jeroen eerder thuis was dan Pieter. En dat Pieter zich geen houding wist te geven wanneer hij binnen kwam. Jeroen kwam mij en mama meteen knuffelen, Pieter niet. Meer weet ik niet meer.

Blijkbaar zitten de herinneringen aan de volgende dagen veel verder dan de momenten vlak na zijn dood. De hele week na de dood van mijn papa is heel vaag. Ik kan mij nog stukken herinneren maar ik weet vaak niet wat zich op welke dag heeft afgespeeld.

Op een bepaald moment waren er veel mensen bij ons thuis. Dat was volgens mij zaterdag, de eerste dag dus na de dood van mijn papa. Wie er allemaal aanwezig was, weet ik niet meer. Ik denk dat ze rond de middag op ‘bezoek’ gingen bij mijn papa. Iedereen vroeg of ik niet mee wou maar ik had al lang beslist dat ik zijn lichaam nooit meer wou zien. De enige die het begreep, waren mijn tante en nicht. Mijn nicht is toen bij gebleven. Iedereen ging dus kijken naar mijn dode papa terwijl wij gezellig in de zetel naar Ice Age aan het kijken waren. Toevallig ook één van mijn papa zijn favoriete films. Geen idee welke Ice Age het was. Ik denk ook niet dat ik echt aan het opletten was. Gewoon wat kijken naar de beelden zonder na te denken of zonder eigenlijk te horen wat er gezegd wordt. Maar het was goed zo. Nog voor ik het wist, was iedereen al terug. Dat is een moment dat ik mij nog goed kan herinneren.

Daarna zijn we volgens mij begonnen aan de voorbereidingen voor de begrafenis. Eerst het doodsprentje. Mijn tante had allemaal voorbeeldjes bij. De begrafenisondernemer was ook van de partij. Dat was nogal een vreemde man. Ook helemaal niet sympathiek vond ik. Achja. Foto’s zoeken, foto’s vergelijken, tekstjes zoeken, tekstjes vergelijken, … Een keertje heel hard beginnen wenen, een keertje getroost worden, een keertje lachen, je een keertje schamen voor je lach, … Het is allemaal zo’n mengelmoes van gevoelens en gedachten. Je kan jezelf niet volgen, het gaat allemaal zo snel. En dat terwijl je al maanden wist dat dit eraan zat te komen.

Normaal gingen ik en mijn mama zaterdag naar de bib gaan, elk jaar is het een speciale ‘dag van de bib’ waarop je gratis CD’s en DVD’s mag ontlenen. Ik had de vrijdag allemaal leuke CD’s enzo opgezocht die ik wou ontlenen. Ik had alles netjes opgeschreven. Spijtig genoeg bracht de dood van mijn papa alle plannen in de war. We zijn niet meer in de bib geraakt. Mijn tante (de zus van mijn mama) werkt in die bib en zij moest wel nog even langsgaan. Zij had voor mij dan toch nog enkele CD’s geleend. En hetgene dat mij vooral is bijgebleven zijn de bladwijzers. Eentje met mijn naam, eentje met die van mijn broers, eentje met die van mijn mama én eentje met die van mijn papa. Ze had die speciaal nog laten maken. Alsof ik een bladwijzer ga gebruiken met ‘Koen’ erop? Maar het was wel lief bedoeld, dat wel.

’s Avonds kwam er een super lieve vriendin langs. Ik kende haar nog maar minder dan een maand. Maar toen ik haar het slechte nieuws sms’te, belde ze mij meteen om te vragen of ze langs moest komen. Er hadden ook al 3 andere vriendinnen hetzelfde voorgesteld. Op één of andere manier had ik daar geen behoefte aan. Of geen zin in. Maar het bezoek van mijn ‘nieuwe’ vriendin, dat zag ik wel zitten, ik liet haar langskomen. Hoe lang we hebben gepraat, dat weet ik niet meer. Ik weet wel dat ik niet zo heel veel heb gezegd. Ik was vooral aan het wenen en ik werd getroost en geknuffeld. Haar bezoek heeft mij echt enorm veel deugd gedaan. Gewoon ook eventjes wat andere verhalen horen, over haar nieuwe vlam bijvoorbeeld, deden mij deugd. Ik weet nog dat ze een paar dagen later verschoot dat ik haar verhaal nog wist. Ze dacht dat ik dat al vergeten was. Misschien was ik ook meer dan de helft vergeten maar dat stukje wist ik nog. Vanaf dat bezoek wist ik het zeker: ik sta er niet alleen voor. Ik kon mij echter nog helemaal niet voorstellen hoe de volgende maanden, jaren, … gingen verlopen. Volgens mij was dat het gene wat ik mij constant afvroeg: wat gaat er allemaal op mij afkomen? Hoe ga ik erop reageren? Hoe gaan andere mensen erop reageren? Wat als ik het nooit kan verwerken? Wat als ik gek word van verdriet? Enzoverder enzoverder.

 

De dag erna, zondag dus, was alles ongeveer hetzelfde denk ik. Misschien zijn we die dag een kist gaan uitkiezen, ofwel was dat maandag, dat weet ik niet meer.

Zoals altijd, vond ik het belangrijk dat ik mijn schoolwerk niet liet liggen. Ik had nog een taak te maken, dus daar begon ik aan te werken. Normaal moest ik daar een kind van de lagere school voor interviewen. Dat heb ik maar achterwege gelaten, ik heb mijn (ik denk toen 14-jarige) nicht geïnterviewd. Niet de nicht die mee naar Ice Age had gekeken. Eén van mijn vele andere nichten.

Wat we voor de rest hebben gedaan, dat weet ik niet meer. Echt niet.

 

Tijd voor maandag. Maandag, een schooldag, dus ging ik naar school. Ik schraapte al mijn moed bij elkaar en was eigenlijk blij dat ik thuis weg kon. Even weg van al het verdriet.

Die ene lieve vriendin, die al op bezoek was geweest, nam altijd samen de trein met mij. Ze kon mij dus meteen opvangen. Volgens mij heeft ze die dag bijna geen seconde van mijn zijde geweken, voor zover ik mij kan herinneren. Want veel weet ik er eigenlijk ook niet meer van.

De blikken, die starende blikken, die herinner ik mij wel nog perfect. Ik zag en voelde hoe ze naar mij keken. Allemaal. Ook de leerkrachten. Dát is dat meisje dat haar vader is verloren. Ocharme het kind. Ik kon er niet echt tegen. Niemand die iets zei, enkel die blikken. Of misschien waren er wel enkele die er iets van zeiden maar het zullen er toch niet veel geweest zijn.

Tijdens de pauze ging ik naar het toilet, daar kwam ik 2 andere goeie vriendinnen tegen. Ze wisten zich geen houding te geven. Eentje vroeg: “Gaat het een beetje?” Volgens mij heb ik toen het volgende geantwoord: “Nee, maar het zal toch wel moeten gaan hé.” Daarna heb ik mij even opgesloten op het toilet. Daar zat ik veilig. Veilig genoeg om de tranen te laten lopen. Ik had geen zin om terug naar de klas te gaan. Maar ik moest, ik verplichte mijzelf, ik kon niet daar blijven. Dus ik stond recht en ging de klas opnieuw binnen. Met rode ogen en wangen ging ik braaf op mijn stoel zitten. Opnieuw diezelfde blikken. En een troostend gebaar van mijn lieve vriendin. Wat was ik blij dat zij er was.

’s Middags moest ik naar huis. We moesten opnieuw naar de begrafenisondernemer. Ik denk om de urne enzo uit te kiezen. Ik nam afscheid van mijn vriendin. Zij ging samen met de rest van de ‘klik’ gezellig iets eten. En ik bleef achter. Ik had nog even afgesproken met een andere vriendin, Lissa, ik ken haar al sinds de kleuterklas. Samen zaten we op de trap, naast de cafetaria van onze school. Veel zeiden we niet. Er waren dan ook geen woorden om duidelijk te maken hoe erg we het allebei vonden. Dus even later vertrok ik dan maar.

Weg van school, terug op weg naar het verdrietige thuisfront. Om daar dan een urne uit te kiezen. En dat was ook het moment waarop we ontdekten dat er een hele sector bestaat i.v.m. urnen en andere dingen om assen in op te bergen. Kettingen, ringen, armbandjes, fotokaders, … Urnen in alle kleuren van de regenboog en in alle mogelijke formaten: van een mini ‘knuffelurne’ tot een grote urne voor je dode kat (inclusief met een kattenpootjes design).Door die grote keuzemogelijkheid konden we niet meteen beslissen. We mochten zijn folders mee naar huis nemen om nog eens goed na te denken.

Het is echt zoals ze zeggen: er komt veel meer bij kijken dan je denkt!

 

De rest van ‘die ene week’ is voor een andere keer. Het is zwaar en vermoeiend om alle herinneringen naar boven te laten drijven.

Don’t hurt yourself like that.

Standaard

Wat begint als een goede dag kan zo snel weer een slechte dag worden.

Ik heb mijn eigen autootje gekocht vandaag. Voorlopig moet ik mijn mama nog overtuigen om hem helemaal zelf te betalen (ze wil hem aan mij geven omdat ik niet op kot ga en mijn broers wel, maar ik wil hem wel zelf betalen omdat ik hem dan echt zelf heb gekocht). Ik heb dus een autootje. Schattig fel groen. Ik ga hem helemaal pimpen met bloemetjes zetels en allerlei andere prulletjes. Ik heb ook al een naam bedacht: the green flower power car.

Tot zover de leuke dingen.

Toen kwamen de stomme dingen. Allerlei kleine belachelijke probleempjes. Maar die probleempjes zorgden ervoor dat ik het grotere probleem onder ogen begon te zien. Ik heb mijn allereerste auto gekocht, wat op zich een belangrijke gebeurtenis is in een leven, en mijn papa was er niet bij. Hij weet niet dat ik een mooi autootje heb gekocht. Hij weet niet dat ik volop aan het leren rijden ben. Hij weet niet dat ik mijn schrik heb overwonnen. Hij weet niet dat ik morgen weer les ga geven in het tweede leerjaar. Hij weet niet dat ik hem mis. En ik mis hem zo.

Door al die dingen werd ik plots weer heel ongelukkig. Door al die dingen begon ik te wenen en te wenen. Door al die dingen begon ik te bidden. Ja, te bidden. Tot God. En ik vertelde hem dat ik niet goed weet of hij bestaat. Maar toch heb ik hem verteld over mijn papa. En ik heb gevraagd of hij mij kan vertellen waar mijn papa is. En ik vertelde erbij dat ik niet weet waarom ik het antwoord zou verdienen op die vraag. Want er zijn miljoenen mensen die zich afvragen waar hun geliefde is. Ik vraag mij hetzelfde af. En ik weet niet waarom God die vraag zou beantwoorden aan iemand zoals mij. Een gewoon meisje…
Al die dingen hebben mij verdrietig gemaakt. Al die dingen heb ik tegen God of tegen mijzelf misschien verteld. En misschien heeft het niets tastbaar opgeleverd maar ik voel me nu toch terug een beetje beter.

Bij deze was het een bijzondere dag. Mijn eerste auto en mijn eerste echte gebed tot God.

I fall on my knees. Tell me how’s the way to be.

Standaard

Wauw. Ik zag net dat ik gisteren mijn honderdste post heb geplaats. En dan heb ik die nog niet eens zelf getypt. Ik heb hem laten typen omdat ik zo moe was. Moe en vooral pijn. Ik heb een belachelijk klein wondje aan mijn enkel en dat is ontstoken en opgezwollen en zéér pijnlijk. En dan moest ik gisteren juist ver stappen. De weg naar huis leek een eeuwigheid. Gelukkig was die lieve vriendin van mij er om mij te ondersteunen en om duizend keer te zeggen: “Pas op, rustig, we hebben tijd. Doe maar kalm.” Ons gezellig avondje was er aan door mijn gezaag en geklaag en gejammer over mijn voet. Ondanks de pijn hebben we soms toch goed kunnen lachen. Toen ik de trap op kroop bijvoorbeeld. Ik had super veel pijn en zij stond daar maar te lachen en als ik niet zoveel pijn had gehad, dan had ik ook de slappe lach gehad. Gelukkig was mijn voet deze ochtend beter. Maar helaas pindakaas, nu doet hij weer meer pijn.

Oké, ik ga stoppen met zagen. Toch over mijn voet.

 

100 berichten. 100 berichten waarin ik over mijn diepste gevoelens heb geschreven. Over dingen waar ik met niemand over durf te praten. Over belachelijke dingen. Over triestige dingen. Over moeilijke dingen. Over grappige dingen. Over twijfelachtige dingen. Over mijn gevoel.

En ik moet nog mijn verontschuldigingen aanbieden. Sorry dat ik eergisteren niet had geschreven wat mij gelukkig had gemaakt. Geen verontschuldigingen tegenover jullie. Maar tegenover mijzelf. Ik heb mijzelf teleurgesteld. Ik kan nog niet eens 35 dagen iets volhouden. Ik geef zo vaak dingen op. Dit wou ik zo graag volhouden. En het is al om zeep. Ik heb veel zin om ermee te stoppen. Maar dan geef ik wéér eens op. Dus ik moet volhouden. Dan is het maar eens 1 dagje dat ik het vergeten ben. Ik heb het de dag erna wel opgeschreven. Dat telt misschien ook een klein beetje. Maar volgens mijn gevoel niet echt. Ik voel mij als een opgever. En ja, jullie zullen wel denken dat dat overdreven is. Maar ik ben nu eenmaal een perfectionist en als er iets niet gaat zoals ik dat wil, dan word ik lastig, dan vind ik mijzelf een mislukkeling.

Oké, ik ga stoppen met zagen. Toch over mijn blog.

 

 

Daarstraks lag ik in de zetel en ik was tegen mijn papa aan het praten. Ik zal mijn geweldige monoloog eens opschrijven voor jullie.

 

“Dag papa.”

– stilte –

“Papa, waar zijt ge? Ik weet niet waar ge zijt. Hier bij mij of ergens in een ander leven of in de lucht of de hemel. Ik weet het niet. Zijt ge hier bij mij? Komt ge pas als ik mijn ogen sluit? Staat ge dan voor mij?”

– ogen toe –

“Papa? Als ik mijn ogen opendoe zijt ge weer weg. Misschien zijt ge er zelfs nooit geweest. Maar ik mis u. Ik mis u zo zo zo hard…”

– betraande ogen open –

 

Er zijn zo van die momenten dat ik zo’n dingen hoop. Hoewel ik weet dat het niet kan. Hij is gewoon dood. Een hoopje assen dat overal verspreidt is. Niet meer als dat. Zijn hele persoon, zijn zijn, is weg. Verdwenen. Dood. Soms verbaas ik mij daar zo over. Hoe is het toch mogelijk dat iemand kan doodgaan? Dat heel zijn persoonlijkheid, gedachten, gevoelens, gebaren, gezicht, alles, weg is. Dat er niets meer overblijft behalve de herinnering eraan. Niets tastbaar. Alleen een beetje gedachten aan hoe het allemaal was. Ik kan foto’s bekijken, of voorwerpen aanraken, of plaatsen bezoeken, maar hij is er nooit echt. Hij zal er ook nooit meer echt zijn. Dood. Voor altijd. Het lijkt zo onmogelijk, zo onrealistisch en toch is het de waarheid. De harde waarheid van deze harde wereld.

Zoals de titel van mijn blog zegt, we moeten samen verder, samen tegen de harde wereld. Die samen is iedereen. Mijn familie, mijn vrienden, maar vooral mijn papa. Ik moet samen met de gedachte aan hem verder leven. Verder leven in de harde wereld met het gedacht, met de waarheid, dat mijn liefste papa dood is. Samen tegen de harde wereld. Het zijn geen woorden die ik zelf heb uitgevonden. Het zijn woorden die de liefste vriendin ooit heeft geschreven naar mij. Die woorden raakten mij zo. In die woorden ligt zoveel waarheid. Die woorden vatten mijn verdere leven samen. Want ik moet verder. Ik moet samen met iedereen tegen de harde wereld opboksen. Want mij krijgen ze niet klein. De wereld is hard. Maar ik ook.

En mijn papa zeker.

 

37 – Toen ik een prachtig liedje luisterde. Muziek kan zo mooi en ontroerend zijn!

Don’t become a ghost without no colour

Standaard

Wat een dag, wat een dag…

Het begon allemaal zo leuk en dan ging het steeds minder en minder goed.

Zoals ik in mijn vorige bericht al schreef, mijn oma verjaarde vandaag. We gingen voor haar verjaardag op restaurant iets eten. Maar ik ben voor het dessert vertrokken omdat ik naar een barbecue met mijn vriendinnen en vrienden wou gaan. Dus ik ben met de trein terug naar huis gegaan. Ik moest lang wachten op mijn trein dus ik zet me eventjes neer op mijn handtas. Een tijdje later bekijk ik de gsm van mijn mama (die zat per ongeluk in mijn handtas!) en heel het scherm was stuk! Ik was zo verschoten dat ik meteen begon te wenen. Ik wist niet wat ik moest doen… In die gsm zitten alle berichtjes nog die mijn papa naar mijn mama heeft gestuurd. Nu is ze al die berichtjes dus kwijt. Ik voel mij zo schuldig. Mijn mama was niet boos toen ik het haar liet weten maar dat schuldgevoel blijft toch.

En dat etentje dan… Ik wou zo graag meegaan omdat ik al 3 jaar na elkaar niet was meegegaan omdat ik altijd moest werken. Dus dit jaar wou ik echt graag mee. Maar ik had er niet echt bij stilgestaan hoe moeilijk deze dag zou zijn.
Vorig jaar was mijn papa nog meegegaan met dat jaarlijkse etentje. Toen had hij drie dagen ervoor, op mijn broer zijn verjaardag dus, die aanval gekregen. Maar hij kon nog wel een beetje stappen dus was hij nog mee op restaurant gegaan. En dat hebben ze vandaag genoeg gezegd. Eerst mijn mama. Dan mijn oma. Dan mijn tante. En allemaal wreven ze het er precies nog extra in door mijn gevoelige snaar/snaren te raken. Mijn oma zei nog hoe fier mijn papa zou zijn op mij en op mijn school resultaten. Daarna zei mijn tante dat ze het lief vond dat ik op facebook een foto van mij en mijn papa had gezet. Toen vroeg ze of ik hem veel mis. Ik antwoordde: “soms”

Waarom kan ik niet gewoon zeggen dat ik hem constant mis, elk uur van de dag? Mijn mama was ondertussen al aan het wenen en mijn tante had ook wat tranen in haar ogen. Waarom is het toch allemaal zo moeilijk? Waarom? En waarom bestaat er geen antwoord op die vraag? Waarom waarom waarom? Waarom zijn bananen krom? (gelukkig bestaat humor nog!)

 

Pff nee, het was echt een moeilijke dag. Zoveel emoties. En toen ik bij mijn vriendinnen was kon ik mijn tranen niet meer tegenhouden. Of toch nog half en half. In het begin heb ik mij niet geamuseerd maar na een tijdje begon ik mijn gedachten te verzetten. Vooral toen ik mijn mama had gebeld om te zeggen wat er met haar gsm was gebeurd. Ze was zo lief aan de telefoon.

En dan nog het toppunt van de dag! Toen ik net wou gaan slapen zag ik dat ik mijn eigen gsm kwijt was! Ondertussen is hij al terecht, ik was hem in de auto van iemand verloren. Gelukkig dat ik hem terug heb want nog meer gsm problemen kon ik niet meer aan deze dag.

Toen ik op de trein zat ik heb een paar gedichtjes geschreven maar er zat niet echt een mooi tussen. Ik had weer het gevoel dat ik zo vaak heb, dat er een gedichtje klaar zit maar dat het niet helemaal juist uit mijn hoofd geraakt. En dan kan ik blijven schrijven en proberen maar het is dan nooit helemaal wat ik wil of wat ik bedoel.

 

Ik ben zo moe nu en toch ga ik niet kunnen slapen. Ik voel dat de tranen mij weer stilletjes aan het besluipen zijn. Ik wil ze niet zien of proeven of horen, die tranen maar ik weet gewoon dat ze weer komen. Ik voel ze al zitten in mijn buik. Ze staan op wacht en als ik één moment niet goed uitkijk, als ik mij één moment laat gaan, dan komen ze op mij af gestormd. Misschien moet ik ze maar eventjes toelaten. Ik ben toch alleen thuis.

Slaapwel

Love is someone watching die. So who’s gonna watch you die?

Standaard

Where are you going to find that healing?

Ik weet het niet. Ik weet niet hoe ik het ooit allemaal ga kunnen verwerken. Ik kan enkel hopen dat alle dingen die ik doe mij een beetje helpen. Zelfs met een héél héél klein beetje ben ik al tevreden. Of nee, ik moet niet gaan overdrijven. Ik zou niets liever willen dan dat ik in mijn vingers knip (alhoewel ik dat niet kan) en dat al het verdriet weg is. Geen verdriet meer, geen gemis, geen pijn, geen rouw.

Rouw of rauw = homoniem. Een duidelijk voorbeeld van hoe hard de betekenis van homoniemen verschilt. Rauw. Niets ergs aan. Rauw vlees is misschien niet lekker, maar als je het opeet is het weg. Gedaan ermee, geen last meer van. Rouw. Wel erg. Niet fijn. Niet leuk. Rouwen gaat niet zomaar voorbij. Ik wil wel elke dag dat ik niet moet rouwen. Maar niet alles wat je wilt krijg je. Ik krijg mijn papa niet terug. Ik krijg mijn oude leuke leventje niet terug.

Nu zit ik hier weer voor mijn laptop en ik weet niet wat ik nog meer kan schrijven. Soms stromen de woorden er even snel uit als mijn tranen. Maar vandaag gaat het niet zo vlot. Het enige waar ik aan kan denken is aan niets. Niets is niet veel. Dus daarom heb ik niet veel te schrijven.

Maar dan denk ik weer: het kan toch niet dat ik aan niets denk. En dan denk ik: het is gewoon weer dat lege gevoel dat ik nu heb. En inderdaad, als ik mij concentreer en niets doe, dan voel ik het weer zitten in mijn buik. Héél raar. Maar ik voel de leegte zitten. Het klinkt echt niet logisch. Want hoe kan je nu een leegte voelen? En toch is het zo. Ik voel dat er iets ontbreekt.

Terwijl ik dit schrijf vraag ik mij af hoe het dan wel niet moet voelen als je je eigen kind verliest. Dan moet dat een immense leegte zijn. Een krater. Iets dat niets of niemand ooit nog kan herstellen. Een eigen kind van vlees en bloed verliezen. Ik wil niet weten hoe het voelt. Ik vind dit al zo erg. Ik kan mij niet inbeelden hoeveel erger zoiets is. Nee, ik wil het nooit weten. Als ik zoiets ooit meemaak ben ik er zeker van dat ik compleet instort. Maar eigenlijk moet ik mij daar nu niet mee bezig houden. Focussen op mijn eigen rOUw. Rouwen is een vermoeiend en lang proces dat bij iedereen anders verloopt. Zo stond het toch in dat ene boek. Als ik het vorige boek dat ik heb gelezen over rouw vergelijk met het boek dat ik nu heb, denk ik dat dit boek veel beter is voor mij. Dankzij de beste vriendin ooit, heb ik dat ene boek waar ik een tijdje geleden over heb geschreven (wat nooit verloren gaat) hier voor mij liggen. Ze heeft het mij kado gedaan en daar ben ik haar ENORM ENORM ENORM dankbaar voor! Ik hoop echt dat dit boek mij gaat helpen. En ik denk van wel, want het is echt iets voor mij. Ik kan er dus in schrijven en er staan gedichtjes en liedjes enzo in. Echt iets voor mij dus 🙂

Oké, ik ga niet denken aan de leegte, niet denken aan het verdriet of aan de pijn of aan het gemis of aan vroeger. Ik ga de roeispanen van herstel vastnemen en verder roeien. Vandaag en morgen moet ik vooruit geraken. Steeds verder en verder weg van vroeger. Ik wil niet meer denken aan vroeger. Eigenlijk wil ik ook niet denken aan vandaag of morgen. Ik wil tien jaar verder zijn. Alhoewel, wie weet hoe ziek ben ik dan wel niet? Het beste zal wel zijn (zoals overal geschreven staat) van dag tot dag te leven. Maar of ik dat kan, dat is een andere vraag.

I saw you in my dream. Again.

Standaard

Ik twijfel. Ik twijfel aan alles. Ik twijfel over wat ik doe, over wat ik zeg, over wat ik denk, over wat ik wil, over wie ik ben.

Wie ben ik? Ik ben Sarah. Maar zal ik ooit ‘juf Sarah’ zijn? Ik begin eraan te twijfelen. En die twijfel maakt mij triestig. Ik wil al zo lang juf worden, dat is al altijd mijn grote droom geweest. Ik heb nooit (behalve de laatste 2 maanden voor het school echt begon) getwijfeld. Maar toch was ik zeker van mijn keuze. Het was zo voor de hand liggend. Ik wou juf worden, al altijd, dus daarom studeer ik er nu ook voor.

Maar als ik nu iedereen hoor vertellen over hun stage, dan slaagt de twijfel bij mij toe. Iedereen vindt het zo geweldig, zo plezant, ze genieten er allemaal van. Ik weet niet of ik dat ook doe. Soms denk ik van wel, soms denk ik van niet. Het was wel leuk, maar geweldig nu ook weer niet. Vermoeiend en stress, die woorden passen het best bij de afgelopen 2 dagen. Waarom kan ik de woorden super of geweldig er niet bij plaatsen? Ik weet het niet. Het gene dat mij ook zo aan het denken heeft gezet is de commentaar van mijn mentor. Ik ben niet enthousiast genoeg. Ik dacht dat wel leek dat ik het allemaal graag doe. En dat is eigenlijk ook zo. Ik sta daar graag vooraan in de klas, ondanks de stress en zenuwen en angst. Ik vind het leuk als die kindjes antwoorden, als ze zeggen dat het leuk was. Maar het is niet dat ik er super gelukkig van word. Daarom twijfel ik. Ben ik wel echt gemaakt om juf te worden? Moet ik toch niet iets anders kiezen? Want enthousiaster zijn, ik weet niet of ik dat kan. Nu toch niet. Of nu nog niet. Mijn leven is zo overhoop gegooid dat ik het moeilijk vind om enthousiast en vrolijk te zijn. Enkel als ik mij echt op mijn gemak voel en als ik mij echt ‘thuis’ voel, dan kan ik mijzelf zijn. Ik denk dat ik het daarom ook moeilijk vind om voor de klas zo spontaan en enthousiast te zijn. Alhoewel, spontaan ben ik denk ik wel. Of toch soms.

Ik vond het ook zo moeilijk als er een moment was waarop ik iets over ‘ouders’ of over ‘mama en papa’ moest zeggen. Want elke keer als ik dat woord uitspreek of schrijf of denk, dan denk ik meteen: ik heb geen papa meer. En soms dacht ik: ik wil dat tegen die kindjes zeggen. Maar dan denk ik: wat maakt dat uit voor die kinderen? Of hoe gaat mij dat helpen? Niet? Soms voelde ik ook de behoefte om dat tegen de (echte) juf te zeggen. Maar ik kan toch moeilijk zeggen: “hallo, ik moet nog iets zeggen, mijn papa is dood.” Soms dacht ik ook dat ik het misschien tegen een juf van vroeger kon vertellen. Want er is één juf, waarvan ik bijna zeker ben dat ze nog weet dat mijn papa toen ik daar op school zat ziek was. Maar natuurlijk durf ik dat weer niet. Zelfs als ik dat zou aandurven, dan is er niet eens een geschikt moment voor.

Ik twijfel dus. Over mijn toekomst. Ben ik wel de juiste persoon om juf te worden? Misschien zit het gewoon niet in mij. Ik weet het niet. Het heeft mij alleszins gekwetst dat ik niet enthousiast genoeg ben. Daardoor ben ik dus ook beginnen nadenken. Het enige wat ik kan doen is verder nadenken. En wachten tot ik het weet.