Tagarchief: woede

Burst wide open

Standaard

De tranen druppelen weer langs alle kanten. Ik kan ze niet meer tegenhouden. Wat ik nu voel heb ik nog niet zo veel gevoeld. En zeker de laatste tijd niet meer. Het alsof iemand met een hamer op mijn blijft slagen, ik wil roepen van de pijn maar ik kan alleen wenen. Mijn buik verdrinkt in de tranen en mijn hoofd barst van de tranen. Bij alles wat ik nu doe komen er weer nieuwe tranen. Het is alsof ik weer net weet dat mijn papa dood is.

Ik voelde net weer de drang om de foto’s te bekijken van mijn dode papa. Hoe hij daar ligt in dat bed, dat is mijn papa niet. Ik kan het niet anders zeggen. Dat is hem gewoon niet. Soms voelt het alsof hij nog leeft. Maar daarnet voelde ik duidelijk dat hij er niet meer is.

 

Ik heb eventjes ‘pauze’ genomen. Ik moest kalmeren. Ik was mijzelf niet meer. Het verdriet nam bezit over mijn lichaam.  Ik weende en weende en riep en stampte en ik knuffelde mijzelf, ik ging op de grond zitten, ik ging in de zetel liggen, ik weende en weende en ik snikte en snotterde en weende en weende. Het deed echt pijn. Zoveel verdriet doet pijn. Niet zo’n pijn als wanneer je in je vinger snijdt ofzo. Gemis-pijn. Die pijn valt niet te vergelijken met gewone pijn.

Het voelt alsof de wereld niet meer bestaat en alleen jij en je immens grote verdriet nog bestaan. Alsof je jaren lang geweend hebt en het enige wat je ooit nog zal kunnen doen, wenen is. Alsof je niet meer kan stappen omdat het verdriet je samendrukt en je benen pudding zijn. Het voelt alsof het verdriet eeuwen stond te wachten en het er plots allemaal tegelijk uit wil, zoals een massa mensen die zich naar binnen wurmt omdat ze stonden te wachten voor één of andere nieuwe coole winkel die gaat openen. Het is alsof je nooit geluk hebt gekend. Alsof je alleen ongelukkig kan zijn. Alsof je niets meer weet, behalve dat je die ene persoon mist. Alsof je lijf binnenstebuiten zit en al het verdriet er zo uit kan. Het is alsof je verstand zegt ‘ga weg verdriet’ maar dat het niet weet welk verdriet er weg gaat en of het ooit nog terug komt. Alsof het verdriet weg gaat maar onmiddellijk terug komt zoals een boemerang. Het is alsof het gemis je kapot gaat scheuren. Alsof je blijft steken in die grote snikken. Alsof je niet meer kan ademen omdat het verdriet al je woorden afneemt. Het is alsof je verdrinkt in je verdriet omdat je nooit hebt geleerd hoe je moet zwemmen. Alsof je in een heel dramatische film speelt en je de persoon bent die theatraal aan het wenen is. Het is alsof de zon is ontploft en de lucht zwart is. Alsof je nooit hebt bestaan en je nooit zal bestaan. Alsof het allemaal fantasie is terwijl je weet dat het echt is. Het is alsof jij de pijn bent.

 

Ik kan blijven doorgaan maar nooit zal er een zin zijn die precies kan uitleggen hoe ik mij voelde. Er zal altijd iets ontbreken. Ik zou even goed kunnen zeggen dat ik mij heel slecht voelde. Want dat is eigenlijk hetzelfde voor jullie. Jullie kunnen wel lezen hoe ik mij voelde, maar zolang je niet mijzelf bent, weet je niet hoe ik mij echt voelde. Ik ben ik en niemand anders. Mijn verdriet is mijn verdriet. Mijn woorden zijn mijn woorden. Jullie lezen en jullie denken. Jullie denken dat je weet hoe ik mij voel. Maar elk gevoel is anders. Elk verdriet is anders. Elke keer als ik ween voelt het anders. Deze keer voelde het anders. Intenser, dramatischer, gevoeliger en oneindiger.

 

Hoe ik gestopt ben met wenen weet ik al niet meer. Het was echt alsof ik iemand anders was. En ik denk dat ik plots naar mijzelf terugkeerde en dacht: rustig Sarah, het komt goed. Nu voel ik mij natuurlijk ook weer raar. Er is al 2 uur voorbij gegaan merk ik net. 2 uur en het leek 1 minuut terwijl het ook een eeuw leek te duren. Het lijkt alsof ik een week niet meer heb geslapen, mijn ogen pikken, mijn hoofd barst van de hoofdpijn, mijn keel doet pijn, mijn mond plakt toe, mijn neus zit verstopt van al dat gesnotter, mijn benen trillen nog en soms krijg ik plots kippenvel. Het lijkt alsof ik een hele inspanning heb gedaan, terwijl ik gewoon heel hard heb zitten wenen.

 

Ik had dus toch gelijk gisteren. Het is een moeilijke dag vandaag.

Advertenties

Nobody said it was easy

Standaard

Ik ben moe, ik ben alles zo moe. School. Thuis. De mensen die ik ken. Mijn verdriet. Mijn frustratie. Mijn gevoel. Ik ben het allemaal beu.

Ik ben teleurgesteld. Ik weet niet in wat. Ik weet niet in wie. Waarschijnlijk in mijzelf. Ik dacht dat ik vooruitgang aan het maken was. En toch is er eigenlijk niets of niets veranderd. Ik ben nog steeds dezelfde. Ik ben nog steeds ongelukkig. Ondanks dat ik probeer om gelukkige momenten te onthouden. Maar wat betekenen die enkele gelukkige momentjes? Wat voor verschil maken die? Niets. Mijn papa blijft dood. Ik zie hem nooit meer. Nooit nooit nooit nooit nooit nooit nooit nooit nooit nooit nooit nooit nooit nooit nooit nooit nooit nooit… Bij elke nooit die ik schrijf voel ik de tranen opkomen. Maar ik verplicht ze binnen te blijven. Nee, ik wil niet wenen. Nu niet. Nooit meer. Ik wil lachen, ik wil genieten, ik wil gelukkig zijn. Maar waarom ben ik dan niet gewoon gelukkig, als ik het zo graag wil? Waarom lukt het dan niet? Waarom twijfel ik zoveel? Waarom pieker ik zoveel? Waarom denk ik zoveel ‘had ik dit nog maar tegen papa gezegd’, ‘had ik dat nog maar met papa gedaan’, ‘had ik dit nog maar aan papa gevraagd.’ …

Soms komt er een vlaag van verdriet en gemis over mij heen. Dan besef ik enkele seconden lang dat ik mijn papa nooit meer zal zien. Dat zijn altijd hele rare momenten. Ik kan niet beschrijven hoe ik mij dan voel. Ik ken er geen woorden voor.

Ik weet niet eens meer wat ik nog meer kan schrijven. Ik ben gewoon op. Ik ben leeg. Ik heb geen gevoel meer. Zeker geen gelukkig gevoel. Een triestig gevoel nog wel. Waarom bestaat dat eigenlijk? Ja, ik weet het wel, als er geen ongeluk is, dan kan er ook geen geluk bestaan. Want waarom ben je dan gelukkig, dan weet je niet hoe je je anders zou moeten voelen. Dus dan kan je dat niet echt geluk noemen denk ik.

Ik bestudeer graag mensen, die in mijn klas bijvoorbeeld. Die zien er altijd gelukkig uit. Beertje Paddington, is nummero uno in het ‘gelukkig zijn.’ Aan de buitenkant toch. Ik geloof nooit of nooit dat dat mens niet ongelukkig is. En als ze het nu nog niet is, wordt ze het sowieso nog. Ze is zo … Ik weet niet hoe ik het kan uitleggen. Eigenlijk ken ik haar niet eens zo goed. Maar ik vind dat ze zo inhoudsloos is. Het enige dat ze doet is belachelijk doen en lachen. Met haar dikke kop. Gemeen zijn mag niet, ik weet het. Maar het is sterker als mijzelf. Ik hoorde haar zelfs eens vertellen dat een leerkracht tegen haar had gezegd: ‘Jij ziet er altijd zo vrolijk en gelukkig uit, hoe doe je dat toch?’ En toen was ze zo fier. En toen dacht ik: ZWIJG STOMME GEIT. Dat heb ik natuurlijk niet gezegd.

Gelukkig zijn. Het is me wat.

Ik ga eten. Moderne spaghetti. Misschien kan die mij een beetje opvrolijken want ik heb het hard nodig. Voor als het ondertussen nog niet duidelijk zou zijn: het was een slechte dag. Heel slecht.

 

 

 

niets niets niets

Standaard

Wat een slechte dag. Ik ben opgestaan en ik ben direct beginnen wenen. Ik heb bijna nog niets anders gedaan vandaag als wenen. En met dingen gegooid. Ik zit hier te typen terwijl ik de miljoenste traan van mijn wangen veeg.

Ik word er boos en verdrietig van. Ik stamp als een klein kind met mijn voeten op de grond maar dat helpt ook niet. Ik wil werken voor school want dat is dringend nodig, maar dat lukt mij ook al niet! Ik kan niets vandaag. Gelukkig dat ik alleen thuis ben. Ik heb niet eens zin om hier verder te schrijven.

I cried for you

Standaard

De stage zit er weer op. Het was wel leuk. Maar ik had zó graag tegen papa willen vertellen hoe het was. Hij zou misschien niet altijd even aandachtig luisteren. Maar hij zou trots zijn, zo trots, zo blij. Hij zou het zo leuk vinden dat ik, na al die jaren dromen over juf worden, eindelijk echt op weg ben om juf te worden. Zijn blik zien als ik aan één stuk door zou vertellen over mijn dag, over de kindjes, zijn hand op mijn rug voelen als hij zegt dat ik het goed zal doen, zijn stem horen, zijn lach zien.

IK MIS HET ALLEMAAL ZO HARD.

Allemaal.

Het lijkt misschien dat ik stappen zet in de goede richting maar mijn gevoel zegt van niet. Mijn gevoel zegt dat het nooit over zal gaan. Dat ik mij altijd slecht zal blijven voelen. Maar mijn verstand zegt dan weer van niet, dat dat niet kan. Dat zegt iedereen. En toch gelooft mijn gevoel dat nog steeds niet.

Slechte dag/avond vandaag. Ik zit weer eens de muziek van tijdens de begrafenis te beluisteren. Met mijn oortjes in. Dan klinkt het allemaal nog veel specialer en echter dan in mijn CD speler. Die muziek snijdt recht door mij heen. Ik weet niet wat ik heb maar ik wil ergens op slagen, kloppen, meppen, gooien, smijten, werpen, aanvallen, roepen, tieren en vooral wenen.

De regen druppelt van mijn wangen

Soms zijn het stortbuien

Soms een vlaag

Soms een beetje miezer

Soms slechts enkele druppels

Maar altijd zit er zoveel pijn in die tranen.

einde.

I’m not who they think I could be

Standaard

“Get over your hill and see what you find there.”

-Mumford & Sons-

 

Wat als ik niet over die heuvel geraak? Wat als ik altijd voor dit dal blijf staan? Ik voel me nu alsof ik aan de afgrond van een oneindig diep dal sta waar ik nooit meer ga uit geraken. Elke dag lijkt het alsof ik een stukje dichter bij die afgrond sta. Ik ben zo bang voor het moment dat ik er echt in val. Wat ik dan moet doen weet ik niet. Hoe ik mij dan ga voelen weet ik ook niet. Hoe het dan verder moet weet ik ook niet. Hoe ik kan vermijden dat ik erin val weet ik ook niet. Ik weet alleen dat ik mij zo alleen voel. Zo, zo, zo, zo alleen. Ondanks dat er veel mensen rond mij zijn voel ik mij zo alleen. Ik heb het gevoel dat ik met niemand kan praten. Ik heb het gevoel dat dit slechte gevoel er voor altijd gaat blijven. Hoe vaak ik er met iemand over praat, het gaat niet weg. NOOIT. Ik ben gewoon zo vaak ongelukkig en ik ben het zo beu! Waarom is de wereld zo hard? Waarom moest mijn papa dood? Waarom kan ik al dat verdriet niet gewoon achter mij laten en verder gaan? Waarom is het allemaal zo moeilijk?

Soms vraag ik mij af hoeveel mensen er niet op deze wereld rondlopen die rouwen? Er moeten toch miljarden mensen zijn die ongelukkig zijn omdat de persoon die ze zo graag zagen dood is. Als ik mij dat bedenk word ik nog ongelukkiger. Want je ziet dat niet aan al die mensen. En dan vraag ik me af: zie je dat aan mij? En soms is het antwoord daarop ja en soms nee. Soms denk ik dat het beter is om te doen alsof ik gelukkig ben. En soms lukt mij dat. Soms lukt mij dat niet. Dan staar ik voor mij uit. Dat besef ik wel maar ik kan er niet aan doen. Dan voel ik mij gewoon zo slecht. Ik kan er geen ander woord op plakken dan slecht. Want dat gevoel wens ik niemand toe. Het is écht een slecht gevoel!

Omdat ik nu alleen nog maar triestiger word door dit te schrijven ga ik afsluiten (met een liedje).

 

Someone keeps saying I could be a star
I’m never quite sure what that means
Sounds like there’s something I’m missing right now
I’m not who they think I could be
But all that I’m missing is you, my love
Come find me whenever you can
I’ll be the one looking up at the sun
with a picture of you in my head
Oh I want you to know I’m okay
I just need to know that you’re waiting, you’re waiting
For me…

 

Sarah Bettens – I’m okay

 

Pięć miesięcy

Standaard

Ik weet niet waar ik moet beginnen. Ik weet niet hoe ik moet beginnen. Ik weet niet veel meer precies… Het enige dat ik nog weet is dat mijn papa nog steeds dood is. Morsdood. Al 5 maand lang.

Ik heb geen zin om mooie zinnen te vormen vandaag. Ik ben geen zin meer om poëtisch te zijn. Ik heb geen zin om hier veel te schrijven. Ik heb zin om te roepen, te schreeuwen, te stampen en te duwen. In de plaatst van dat allemaal te doen zit ik hier gewoon voor mijn laptopje rustig te typen terwijl ik innerlijk overkook van woede en frustratie…

De dag was goed begonnen. Té goed misschien. Waardoor alles nu veel slechter is. De zon scheen warm op mijn gezicht, een antwoord gekregen op de mail naar mijn tante, een bezoekje aan onze stageschool.. Het was blijkbaar weer maar eventjes schone schijn. Nu val ik weer in dat donkere gat. Ik wil eruit maar elke keer als ik dat probeer val ik er weer in. Hoe vaak moet ik dat nu nog proberen? Waarom heeft het eigenlijk nog zin dat ik er probeer uit te geraken? Elke keer als ik een poging doe en er een klein klein beetje in slaag, val ik daarna nog dieper. En elke keer denk ik dat ik niet nog ongelukkiger kan worden, dat ik niet meer verdriet aankan.

VERDOMMEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE

Misschien helpt dat? Nee toch niet. Al typend vloeken lucht blijkbaar niet op..

Ik wou dat ik weer aan de zee was. Op de golfbreker, dicht bij papa. Schreeuwen vanuit het diepste van mijn ziel.

 

Sorry papa, vandaag ben ik niet je sterke dochter. Maar omdat ik toch een beetje slim wil lijken heb ik opgezocht hoe je maand zegt in het Pools. Miesięcy dus. Pięć is 5, dat wist ik nog. Je hebt het mij goed geleerd..

5 maand en ik ben kapot, wat is dat dan wel niet binnen 10 maand? Dan ben ik niet meer te repareren.

FUCK you

Standaard

Wat een dag, wat een dag. Het was lang geleden dat ik mij zo gefrustreerd heb gevoeld. Ik was kwaad en slecht gezind op iedereen. Ik heb me heel de dag goed kunnen inhouden tot daarstraks. We waren aan het werken in de bib (voor school) en onze opdracht verliep helemaal niet vlot. Ik voelde al een tijdje dat ik boos ging worden en dan ben ik ook echt boos geworden. Alhoewel, écht écht boos was ik nu ook weer niet. Ik heb niet geroepen ofzo. Gewoon gereclameerd. Meer niet. Achteraf heb ik zelfs nog sorry gezegd. Weer typisch iets voor mij. Eerst maak ik mij kwaad en dan zeg ik sorry. Terwijl het eigenlijk niet echt nodig was dat ik sorry zei. Maarja, dan voel ik mij misschien minder schuldig achteraf, als ik sorry heb gezegd. Ik voel me nu gewoon nog steeds gefrustreerd.

Ik denk dat ik mijn verdriet wil omzetten in andere gevoelens. Maar dat lukt mij blijkbaar niet echt. Want dan word ik alleen maar boos en doe ik domme dingen. Ik heb zelfs ‘fuck you’ gedaan naar twee jongens die ik niet eens kende. Soms denk ik: in wat voor iemand verander ik toch?! Wat gebeurd er allemaal?! Ik wil mijn oude, rustige, leuke, gezellige leventje terug. En als ik dan mensen in mijn klas zie lachen en vrolijk zijn, dan voel ik mij zo stom. Dan ben ik zelfs jaloers! Eigenlijk is dat echt kinderachtig, maar het is sterker als mijzelf. En als ik dan triestig zit te wezen en er vraagt iemand aan mij: “Wat is er Sarah, ge zijt zo stil.” dan heb ik soms zin om te zeggen: “ZWIJG GEWOON!” Maar dat doe ik natuurlijk niet. Daarvoor ben ik nog net iets te braaf en kalm.

Ik denk ook dat ik mij de volgende dagen nóg slechter ga voelen. Sowieso. Als ik nog maar ergens iets van de 15e zie staan of als ik iemand iets hoor zeggen van de 15e, word ik al verdrietig of boos of bang of voel ik mij machteloos en moedeloos. Nu kan ik nog elke dag zeggen: het is bijna 5 maand. Maar binnen 3 dagen IS het 5 maand. 5 maand! 5! Bijna een half jaar! Zo lang en eigenlijk zo kort. Zo lang mis ik mijn papa en eigenlijk mis ik hem nog maar zo kort. Opnieuw een dubbel gevoel. En het enige wat ik kan doen is verder gaan. Verder en verder tot ik niet meer achterom moet kijken. Alleen vooruit. Geen verdriet meer om gisteren maar een glimlach voor vandaag. Was dat maar waar…

Been voor been, Sarah. Been voor been…