Tagarchief: ziekenhuis

BAM! BAM!

Standaard

Het gaat niet goed met mijn moeke. Mijn liefste oma, of moeke zoals wij haar altijd noemen. Ze is al een tijdje aan het sukkelen met haar gezondheid, zoals ze dat zo mooi kunnen zeggen. Maar dat sukkelen begon ons stilaan wel wat meer zorgen te baren. Ook moeke zelf begon zich zorgen te maken. Ze gaat sowieso al regelmatig naar haar huisdokter maar de laatste weken volgden die bezoekjes elkaar steeds sneller en sneller op. Onderzoekje hier en onderzoekje daar.

En eergisteren hadden ze eindelijk een antwoord klaar: darmkanker. BAM! Daar is dat boze woord weer. Het boze woord waarvan ik had gewenst het nooit meer tegen te komen – wat uiteraard een kinderachtige wens was, want kanker is overal – komt plots mijn leven weer binnengestormd.

Het voelt ook als een storm. Ik kan weer niets beginnen tegen het kankermonster. Ik heb het gevoel dat het monster al gewonnen heeft voordat het gevecht zelfs nog maar gestart is. Mijn oma is niet meer van de jongste en ze is het laatste jaar sterk verzwakt (mooie woordspeling trouwens hé).

Mijn mama was nog maar tien minuten terug thuis, ze was met moeke naar het ziekenhuis geweest om nog een scan te laten nemen van haar longen, toen de telefoon plots begon te rinkelen. Mijn hart sloeg een paar slagen over. Mijn mama werd rood en ik zag duidelijk de angst en paniek in haar ogen. Een blik die pijnlijke herinneringen naar boven bracht. Diezelfde blik had ze toen een tante belde om te zeggen dat mijn opa was overleden. Diezelfde blik had ze toen we weer eens slecht nieuws kregen over de gezondheid van mijn papa.

Ze nam haar handtas terwijl ze nog aan het bellen was, mijn mama. Dit is niet goed. Dit is helemaal niet goed, dacht ik. Ik twijfelde wie er aan de lijn was, mijn tante of mijn oma. Blijkbaar was het mijn oma. Haar dokter had haar gebeld om te zeggen dat ze meteen terug naar het ziekenhuis moest. Verschillende klonters in de longen en een longembolie. BAM!

En dan zeggen dat ik deze middag nog gezellig naast moeke zat te babbelen over mijn nieuwe job. Maar in mijn achterhoofd bedacht ik mij terwijl dat dit misschien één van de laatste ‘normale’ babbeltjes kon zijn. In mijn achterhoofd ben ik verschrikkelijk, maar dan ook verschrikkelijk, bang. In mijn achterhoofd heb ik zelfs al een tekstje klaar voor op haar begrafenis.

Ik weet dat ik zo niet mag denken, maar het is sterker als mijzelf. En daarbovenop komt nog eens dat mijn voorgevoel mij op momenten als deze vaak niet in de steek laat. Ik voel die pijn in mijn buik alweer. Ik voel dat het niet goed komt, maar ik wil zo graag geloven dat het wel goed komt. Want mijn moeke is een sterke vrouw, altijd al geweest. En als ik nog maar een sikkepitje van haar sterkte in mij heb, dan zou ik daar al heel fier op zijn.

Laat ik maar gewoon geloven en hopen in de kracht van moeke.

Advertenties

Die ene nacht.

Standaard

Ik vertelde jullie dat er weer oude herinneringen boven kwamen door het overlijden van de nonkel van een vriendin van mij. (wat een lange en ingewikkelde zin, seg)

En ik wil deze herinneringen graag neerschrijven en dat ga ik bij deze dus doen. Het zijn herinneringen die zich afspelen vlak na de dood van mijn papa.

De nacht waarin ik hoorde dat mijn papa dood was, voelde ik mij even opgelucht. Heel erg opgelucht zelfs. Een zware last viel van mijn schouders. Het was gedaan. Het afzien was gedaan, de pijn van mijn papa was gedaan. Dit gevoel bleef jammer genoeg maar enkele minuten duren. Daarna kwam meer en meer het besef dat einde het begin was van een nieuw leven. Een nieuw leven zonder mijn papa. Een zwaar, moeilijk en triestig leven. Een leven dat ik mij totaal niet kon voorstellen. Ik werd enorm zenuwachtig. Zenuwachtig voor wat er mij allemaal te wachten stond. Mijn dode vader gaan bezichtigen, de begrafenis regelen voor mijn dode vader, feestdagen zonder mijn dode vader, studeren zonder mijn dode vader, een eigen huis kopen zonder mijn dode vader, … Kortom: een leven zonder mijn lieve papa. Je zou voor minder zenuwachtig worden.

Mijn broers waren toen nog van niets op de hoogte. Jeroen was een weekendje weg (ik weet niet meer naar waar) en Pieter zat zoals altijd op zijn kot. Ik en mijn mama hadden beslist dat het beter was hen pas de volgende ochtend te bellen. Het had toch geen zin dat ze midden in de nacht nog naar huis kwamen.

Ik en mama gingen die nacht wel nog naar mijn papa toe. Of toch naar wat nog van hem overbleef. Een wit-geel-achtig levenloos en scheef lichaam. De gedachte eraan maakt mij alweer misselijk en draaierig. We stonden daar trouwens niet in ons eentje. Mijn mama haar zus is ons thuis komen oppikken en heeft ons naar de Cirkel gebracht. Daar hebben we even in de gang gewacht en toen kwamen de zus en mama (mijn oma dus) van mijn papa en mijn nicht ook toe. Ondertussen waren de verpleegsters mijn papa nog aan het ‘klaarmaken’. Toen ze klaar waren, gingen we samen naar binnen.Er stonden kaarsjes te branden en er klonk muziek van Katie Melua. Bambi lag op de benen van mijn papa. Hij had een chique kostuum aan, een lichtpaars hemd en donkerpaarse plastron. Dat lag al allemaal klaar in zijn kastje daar.

Ik kon er niet lang blijven staan. Volgens mij ben ik er nog geen 5 minuten binnen gebleven. Ik kon dat beeld niet aanzien. En die Bambi op zijn benen al zeker niet. Bambi hoorde vanaf nu terug bij mij, in mijn armen. Bambi moest mij troosten. Samen met mijn nicht ben ik terug naar buiten gegaan. Samen hebben we in de rode lederen zeteltjes gewacht terwijl de rest nog bij dat dode lichaam stond te huilen. En ik vertelde aan mijn nicht over mijn nieuwe school en over de vele taakjes. Gek eigenlijk dat ik zelfs die dingen nog weet. Misschien omdat het zo gek is dat ik daarover vertelde. De dood van mijn papa was nog te afschuwelijk om over te praten, dus dan sprak ik maar over mijn tweede grote liefde: school.

We namen afscheid van elkaar (nee, ik nam geen afscheid van mijn papa) en vertrokken weer naar huis. Van de terugrit herinner ik mij niets. Van de heenrit trouwens wel. Ik weet nog dat het heel kalm was onderweg. Nergens beweging, bijna geen licht. Wij zaten in de grote veilige auto op weg naar het lichaam van mijn papa. Ik kan mij zelfs nog de geur herinneren van de auto, terwijl ik eigenlijk helemaal geen ‘geuren-geheugen’ heb.

Ik en mama kwamen thuis in een groot, leeg huis. Een huis dat plots helemaal anders aanvoelde. Veel killer. Veel triestiger. Ik weet nog dat mama vroeg of ik bij haar wou slapen. Ik zei dat het wel zou lukken om in mijn eentje in te slapen. En daar lagen we dan, elk in ons eigen bed. Mijn mama in haar grote, lege bed. Ik in mijn kleine bedje met Bambi tegen mij aangedrukt. Ik, denkend aan de volgende dagen, aan de begrafenis, aan de beelden van mijn dode papa. En denkend aan de tranen die niet echt kwamen. Ik was nog steeds enorm zenuwachtig. Ik kon niet slapen van de zenuwen. Ik weet niet meer hoe lang ik heb wakker gelegen maar ik denk niet dat het een eeuwigheid was. Ik was waarschijnlijk te vermoeid om lang wakker te liggen.

 

Het verhaal van de volgende ochtend, dat bewaar ik voor een volgende keer.

Het verbaasd mij trouwens hoeveel details ik nog weet. Ik dacht dat ik al veel vergeten was. Blijkbaar vergeet je zo’n gebeurtenissen niet zo snel. Toch denk ik dat ik er goed aan doe om ze neer te schrijven. Voor later. En ook een beetje voor nu, om ze weer wat meer plaats te geven.

 

 

De Cirkel

Standaard

Er zijn weer ‘oude’ herinneringen naar boven gekomen. Tijdens de les godsdienst zagen we een filmpje waarin enkele verpleegsters een bijbelverhaal moesten lezen en daarna moesten ze er hun mening over geven. Eén van die verpleegsters kwam mij al meteen bekend voor. Toen ze daarna beter in beeld kwam, wist ik het zeker. Het was één van de verpleegsters van mijn papa, toen hij al op de palliatieve afdeling, de Cirkel, lag.Ik schrok echt toen ik het helemaal door had. Ik was er helemaal niet goed van. Het was echt raar om haar nog eens terug te zien. Het zag er wel al een heel oud filmpje uit, maar ik herkende ze duidelijk én haar naam kwam erop, dus toen wist ik het 100% zeker.

Meteen kwamen er allemaal dingen terug die ik al helemaal was vergeten.

Het was net die ene verpleegster die mijn mama ’s nachts heeft opgebeld om te vertellen dat mijn papa was gestorven. Het was net die ene verpleegster waar we zo goed mee overeen kwamen, mijn mama vooral. Dat was de enige die echt met ons begaan was. Zij was de enige die gevoelens toonde. Alle andere verpleegsters of verplegers waren veel koeler. Dat begrijp ik helemaal, je kan niet altijd helemaal meegaan in het triestige verhaal van de patiënten, dat is niet vol te houden. Maar zij deed dat dus wel en vooral bij ons. Niet zo zeer bij de andere mensen daar.

Mijn papa was dan ook de jongste die ze tot dan toe hadden gehad op de afdeling. En dan nog met 3 tamelijk jonge kinderen. Mijn papa is er ook heel lang gebleven. Het gebeurt daar niet vaak dat er mensen langer als een maand blijven. Ik heb meegemaakt dat er iemand 1 nacht is geweest en de volgende dag meteen in gestorven. Soms ging het er echt zo snel. Volgens mij is het gemiddelde verblijf daar een kleine twee weken.

Ik weet niet meer hoe lang mijn papa er exact heeft gelegen. Maar het was sowieso een maand. Een hele enge maand. Een maand vol bang afwachten. Een maand vol nieuwe ervaringen. Een maand vol pijn en verdriet. Maar ook een maand waarin er plaats was voor opluchting. We waren allemaal heel erg opgelucht dat hij daar was. Het was thuis niet langer vol te houden.

Ik heb een enorme bewondering voor wie iemand jaar in jaar uit thuis verzorgt. Of voor mensen die hun dierbare thuis laten sterven. Ik ben heel blij dat mijn papa daar is gestorven. Als hij thuis was gestorven had die vieze herinnering hier steeds blijven rondhangen. Nu speelt die herinnering zich af op een plaats waar ik, hopelijk, nooit meer hoef te komen. Maar langs een andere kant, vind ik het wel jammer dat mijn papa helemaal alleen is gestorven. Zeker wanneer ik verhalen hoor, lees of zie van mensen die bang zijn om alleen te sterven. De gedachte dat mijn papa helemaal alleen, op een akelige en ongezellige en onbekende plaats is gestorven, doet mij nog steeds heel veel verdriet en pijn.

Maar dan denk ik weer dat mijn papa dapper genoeg was om alleen te sterven. Of soms denk ik dat hij het gewoon niet meer besefte. Maar soms denk ik ook dat hij alles nog perfect besefte. Ik weet het niet.

Alle herinneringen aan de Cirkel doen mij pijn en maken mij enorm verdrietig. Zo verdrietig dat ik het heel, heel moeilijk vind om erover te schrijven. Erover praten zou ik al helemaal niet kunnen.

Kon ik de tijd maar terugdraaien. Dat denk ik dan stilletjes…

Dream on.

Standaard

Gisteren avond had ik het weer moeilijk. Ik had weer de ‘drang’ om oude sms’jes opnieuw te lezen. En ik weet op voorhand dat ik het moeilijk ga hebben als ik die herlees. En toch doe ik het. Niet zo vaak. Ik denk dat ik ze al een stuk of 4 keer heb herlezen. Maar nu was het dus weer zover.
Ik begon van oud naar nieuw. En ik stuurde elke dag vanuit school een sms’je naar mijn mama om te vragen hoe het met mijn papa was. Als ik nu die sms’en lees, dan krijg ik dat zelfde gevoel van toen. Bang, onzeker, hulpeloos, afwachtend, zenuwachtig, … Elke dag een sms, elke dag ging hij achteruit, elke dag kan ik dat merken aan het sms’je.

Een berichtje dat de tranen deed stromen. 23 september: “Ik zit op mijn knieën bij een leuke man 😉 moeke komt vandaag niet. amuseer u maar met uw nieuwe vriendinnen.”

Eventjes later: “We krijgen papa niet wakker. Tzal nog efkes zijn dus.”

Dit vond ik een ironisch smsje. 10 oktober: “Er zit terug een beetje meer leven in. Hij is al sinds 10 uur wakker en heeft juist vanille pap op. Zegt wel niet veel maar toch iets. Tot straks xxx”   Meer leven… Hoe kan er nu meer leven in zitten, 5 dagen voor dat hij sterft?

14 oktober: “Hij was efkes wakker maar nu al niet meer. kdenk dat hij mij niet eens gezien heeft. twordt dus weer lezen en wachten. kheb uw brownie al bij. tot straks.”

Dat was het laatste sms’je. Het laatste sms’je dat vertelde hoe het met mijn papa was. Toen ik dat gisteren las rolden de tranen en konden ze niet meer stoppen. Het waren geen wilde tranen, het waren eerder rustige tranen. Ik was niet bang of boos of wanhopig of hopeloos of weet ik veel wat. Ik was gewoon een beetje verdrietig. En de tranen stroomden dat verdriet weg. Daarna was ik rustig. Niet uitgeput. Gewoon kalm en nog lichtjes verdrietig.

Het volgende sms’je dat ik nog heb is van een vriendin: “Ik wens je veel sterkte ook voor u mama en broers! Je mag mij altijd bellen!”

Ik weet dat ik daartussen nog een ander berichtje had gekregen, van mijn nicht, dat ze waren toegekomen in de Cirkel (de palliatieve afdeling waar ze zijn dode lichaam kwamen bekijken) maar dat heb ik blijkbaar al verwijderd.

 

Ik zou alle sms’jes eens moeten overschrijven zodat ik ze altijd kan bijhouden. Want als ik voorheb zoals mijn mama, dan ben ik alle sms’en kwijt. Misschien moet ik daar volgende week eens tijd voor maken. Nu eerst nog een weekje werken.

 

21 – Toen mijn mama vertelde dat onze buurman tegen haar had gezegd dat ik nu altijd vriendelijk ‘dag’ zei terwijl ik vroeger altijd zo voorbij fietste. En hij had er blijkbaar ook nog bijgezegd dat ik een mooi meisje ben. Maar hij was wel zat zei mijn mama…

I’m happy to have you home

Standaard

16 – Toen ‘mijn’ kindjes met natte sponzen tussen hun benen om ter snelst naar de overkant moesten springen, waren ze elkaar héél luid aan het aanmoedigen. Ze gingen echt op in het spelletje, zo schattig 🙂

(dat doet mij al die kakabroeken een beetje vergeten)

 

Deze ochtend was ik wel verschoten. Mijn mama kwam de keuken binnen en haar arm zat helemaal in een windel. Ze was ’s nachts naar de spoed gegaan. Ik zal eventjes uitleggen wat er was gebeurd.

Gisteren had ze in de tuin gewerkt en ze had een steek in haar handpalm gevoeld maar ze wist niet goed wat het was. Een paar uur later was haar hand helemaal opgezwollen maar we dachten allebei dat het een wespensteek ofzo was. Maar het werd dikker en dikker en de plek verschoof helemaal naar haar pols. Ik was wel bezorgd maar niet super veel. Dus ik ging maar slapen. Blijkbaar was het een beetje later nog erger geworden. Er was een felle rode lijn te zien aan haar arm, het gif (we weten nog altijd niet van wat, het kan van een plant of een dier zijn) was zich aan het voortzetten. Het zat blijkbaar in de lymfeklierbaan. Mijn mama was ongerust geworden en tegen 12 uur (’s nachts dus) is ze in haar eentje naar de spoed vertrokken. Ze was er nog net op tijd bij hadden ze haar daar gezegd. Als het gif nog een centimeter verder had gezeten was het naar heel haar lichaam gegaan. En dat was nog veel slechter geweest.

Als er zo’n dingen gebeuren met mijn mama ben ik toch altijd bang. Bang om haar ook te verliezen. Maar ik mag daar niet aan denken, ik weet het.

Nu moet ik haar bij alles helpen maar dat vind ik niet erg. Dat doe ik met plezier voor mijn lieve mama. Zij helpt mij ook altijd als ik iets voor heb. Ik verander misschien wel stilaan van een papa’s kindje naar een mama’s kindje. Alhoewel… Ik zal in mijn hart altijd een papa’s kindje blijven. Want daar blijft hij. In mijn hart.

My tears are refusing to show up.

Standaard

Wonder o wonder. Weer een redelijk goeie dag vandaag. Waar komen die toch vandaan? Maar ik zal het mij maar niet afvragen of er niet over nadenken. Gewoon verder leven, niet nadenken, niet piekeren. Gewoon lachen en genieten. Of toch proberen te genieten. Want genieten, dat vind ik nog heel moeilijk. Maar ik probeer en dat is al veel vind ik.

Omdat ik mij goed voel dacht ik dat het misschien weer een goed moment is om verder te gaan met ‘mijn verhaal’. Misschien niet, misschien wel. Ik ben er niet helemaal zeker van maar ik doe het gewoon. Niet twijfelen, leven.

7 augustus. De dag waarop het allemaal veranderde. Die dag heb ik al uitgebreid beschreven. Op naar de volgende dagen. 8 augustus was niet zo heel speciaal denk ik. We waren gewoon nog heel bang dat die ‘bibber’ of wat het juist was zou terug komen. De dokter is toen langs geweest. Het eerste bezoek van een lange reeks. Ze wist niet helemaal zeker wat het was maar ze had er een naam op geplakt. Welke het was weet ik al niet meer. Toen kon ik het allemaal goed onthouden en doorvertellen maar ondertussen ben ik al die namen al vergeten. Het was een soort van kortsluiting in zijn hoofd, daar kwam het op neer. Het had weg van epilepsie maar een vele ergere vorm. Het rare was dat zijn arm nog steeds half verlamd was. Maar dat ging misschien nog weggaan. Zijn been was ook nog niet helemaal de oude. Hij kon daar niet echt op steunen. Daarom liep hij enkele dagen met een wandelstok. Vanaf toen is hij pillen beginnen slikken. Pilletjes om die aanvallen te voorkomen en allerlei pilletjes om sterker te worden.Wat er 9 augustus is gebeurd weet ik niet meer, toen zal er niets speciaals gebeurd zijn veronderstel ik.

10 augustus, de verjaardag van mijn oma. Een feestje met de familie. Gaan eten op restaurant. Ik ben toen niet meegegaan want ik stond dus op het speelplein. Papa is daar dus naartoe gegaan met zijn wandelstok. Hij heeft daar mosselen gegeten (één van zijn lievelingsgerechten) en dat lukte nog redelijk goed. Soms had hij wat hulp nodig van mama om iets op te scheppen maar voor de rest was hij toen nog heel zelfstandig.

De dag erna of een paar dagen erna, ik weet het niet meer, toen was er een nieuwe aanval. Nog erger als de vorige. Ik weet er niet veel meer van, niet waar of wanneer, niet hoe het eruit zag, niet wat wij hebben gedaan. Maar er was een aanval. Een aanval waardoor alles erger werd. Zijn arm was nu helemaal lam. Daar was niks of niks meer mee aan te vangen. Nu was de dokter zeker dat het niet meer beter ging worden.

Ik denk dat we één van die dagen beneden een bed hebben geïnstalleerd. Papa geraakte niet meer boven. Dus moest het bed naar beneden. De eerste twee nachten heeft hij alleen beneden geslapen. Maar dat was niet te betrouwen. Wie weet kreeg hij ’s nachts weer een aanval. Wie weet moest hij ’s nachts naar het WC. Dus daarom zat er niets anders op dan een ziekenhuis bed te bestellen. Niet alleen een bed was nodig, ook een rolstoel en krukken. Die krukken dat was in de hoop dat hij misschien nog zelf zou kunnen stappen. Maar die hebben nooit gediend. (enkel ik heb ze gebruikt om eens te testen hoe het is om op krukken te lopen) De rolstoel was papa zijn nieuwe stoel. Daar zat hij heel veel in. De eerste week nog niet constant. Toen konden we hem nog makkelijk verplaatsen naar een andere stoel. Toen kon ik dat zelfs nog in mijn eentje. Maar week na week werd het erger. De volgende weken zijn eigenlijk één grote waas. Ik weet niets precies meer. Ik kan mij enkel herinneren dat papa zieker en zieker werd. Wanneer en hoe hij weer een stap achteruit ging weet ik allemaal niet meer. Maar hij ging achteruit. En snel. Elke dag was er iets anders dat hij niet meer alleen kon. Elke dag werd hij zieker, triestiger, levenlozer, moedelozer, stiller en gewoon minder.

20 augustus. Een dag die ik mij wel nog goed herinner. De verjaardag van papa. De laatste verjaardag. Dat wisten we allemaal. Maar vooral papa besefte dat. Ik weet nog dat ik ’s morgens in mijn bed aan het bedenken was wat ik kon zeggen. Gelukkige verjaardag. Dat past toch niet. Gelukkig, dat is alles behalve wat papa was of wat wij waren. En toch, ik kwam beneden en ik zei: gelukkige verjaardag papa. Met een rare glimlach en er kwam een verdrietige glimlach op papa zijn gezicht. Een paar sms’jes. In sommige stond ook gelukkige verjaardag. Ik zag dat hij er niet mee overweg kon. Een telefoontje van zijn broer. Toen kreeg hij tranen in zijn ogen. Dan ben ik maar weggegaan want ik vond niet dat ik dat gesprek moest horen. Dus ik weet niet wat ze juist hebben gezegd, maar veel zal het niet geweest zijn. Dat was echt een zware dag. Voor ons allemaal. Maar voor papa moet het het zwaarste geweest zijn. Weten dat het je laatste verjaardag ooit is. Weten dat 365 dagen later je gezin zonder jou leeft. Dat ze aan je zullen denken, dat ze aan je verjaardag zullen denken, dat ze je zullen missen. Ik kan mij niet inbeelden hoe dat moet voelen. Het idee dat je dood gaat, dat je familie achterblijft. Dat jij alleen weg gaat. Naar waar? Hoe gaat het voelen? Wat komt erna? Weet je wanneer je sterft? Besef je dat? Zie ik mijn vrouw ooit nog terug? Weet ik dat ik dood ben?

Die vragen doen zoveel pijn. Als ik die bedenk, dan word ik zo triestig. Ik zal nooit of nooit weten hoe papa daarover dacht. Ik zal nooit weten hoe hij zich écht voelde. Hoe hij dacht over doodgaan, hoe hij dacht over wat er na de dood is.. Ik zal het nooit weten en dat doet pijn, dat vergroot die leegte nog meer. Ik vraag mij zo vaak af waarom we daar nooit over hebben gesproken. Het is helemaal niet zoals in de films verlopen. In de films stellen ze zoveel filosofische levensvragen, praten ze uren aan een stuk met de persoon die gaat sterven, zeggen ze lieve woorden, knuffelen ze alsof ze weten dat het de laatste knuffel ooit is. Maar onze realiteit is zo anders. Zo, zo anders. Die laatste maanden waren stom, hard, moeilijk, zwaar, triestig, eindeloos en woordeloos. Nooit hebben we over onze gevoelens gesproken. Nooit. Waarom? Waarom hebben we dat niet gedaan? Soms word ik er boos van maar nu niet. Nu word ik er gewoon triestig van.

Ik weet niet meer hoe slecht het toen al met papa was. Maar ik denk dat het niet veel later écht slecht werd. Ik schrijf hier nu wel ‘écht slecht’. Maar je kan het je niet voorstellen hoe het is tot je het zelf meemaakt met iemand uit je gezin. Zelfs onze familie kon niet snappen hoe het was. Zij kwamen wel op bezoek, ze zagen hoe papa erbij zat, ze zagen dat hij niets meer zelf kon. Maar ze moesten hem niet een hele dag en nacht verzorgen. Dat moesten wij doen. Zij kwamen gewoon op bezoek en namen chocolaatjes mee. Véél chocolaatjes. Die zomer heb ik alle verschillende soorten pralines leren kennen. Er zaten lekkere tussen en hele vieze. De vieze gaven we weg aan het bezoek, de lekkere hielden we voor ’s avonds als het bezoek weg was. Toch nog iets waar we een beetje plezier aan beleefden.

De nachten en de ochtenden waren het ergst. ’s nachts moest papa zo vaak overgeven. We wisselden af wie er bij hem moest slapen. Meestal was het mama, ze wou ons (mij en Jeroen) niet belasten. Maar wij wouden mama ontlasten. Dus mama sliep 3 of 4 keer per week beneden bij papa en de overige dagen ik of Jeroen. Ik schrijf slapen, maar eigenlijk sliep ik niet. Het was bijna letterlijk de wacht houden. Die nachten waren zo vermoeiend, zo eng, zo zwaar. Ik kon niet slapen van de schrik, schrik dat er iets ging gebeuren met papa. En telkens als ik bijna indommelde had papa iets nodig. De nacht-taak was: van 10uur ’s avonds tot 7uur ’s morgens constant papa in het oog houden. Bakjes gaan halen (zo van die niervormige bakjes om in over te geven, zo hadden we er 100-den), bakjes voor papa houden, bakjes weggooien, pilletjes geven, kussen opschudden, laken wegdoen, laken terugleggen, pilletje geven, bed omhoog, bed omlaag, naar het WC gaan (mama halen, in de rolstoel zetten, naar de WC ‘rijden’, op het WC zetten, terug in de rolstoel, terug in zijn bed leggen, mama weer naar boven). De WC avonturen duurden in het begin een kwartier. Maar elke dag werd het erger, elke dag kon papa minder goed meewerken, elke dag moesten we meer gewicht heffen omdat hij nog amper op zijn benen kon staan, elke dag duurde het langer om hem in en uit de rolstoel te heffen. Na twee weken ofzo duurde zo een WC avontuur één uur! Dat was niet meer normaal. Niets was nog normaal. Alles was anders. Heel ons leven werd in de war gestuurd door papa. Alles moesten we aan hem aanpassen. Heel ons huis was omgebouwd. Precies een mini-ziekenhuis. Twee bedden in de living (één ziekenhuis bed en één gewoon bed), een strandstoel (daar zat hij graag in), een zetel die je kon platleggen, een rolstoel, een rollend tafeltje,… En dan nog al onze andere meubels. We konden amper nog in onze kasten, wie in de zetel wou zitten moest over de bedden kruipen. Enkel de rolstoel kon nog net door. Wel maar in één richting, als je terug wou moest je een toertje doen door de gang en terug langs de keuken naar de living. Een doolhof in ons mini-ziekenhuis dus.

Ik zit hier nu te klagen en te zagen over hoe lastig het allemaal voor ons was. Maar dat is omdat ik er niet wil aan denken hoe het voor papa was. Ik wil of kan het mij niet inbeelden. Nooit. Nooit. Nooit.

Tenzij ik dezelfde kanker krijg (en die kans is eigenlijk vrij groot).

Ik denk dat ‘mijn verhaal’ ondertussen al tot eind augustus is verteld. De rest is voor een andere keer. Het word mij weer te veel.

I’ve seen enough, that’s why I know God left this place long time ago.

Standaard

Ik wil het over vroeger hebben. Vroeger en toch nog helemaal niet zo lang geleden. En toch lijkt het al een ver verleden (Clouseau…)

De avond waarop mijn papa belde naar de dokter om te weten wat er was, waren we naar Mijn Restaurant aan het kijken. Ik weet het nog goed. Waarom hij eigenlijk naar de dokter was gegaan weet ik niet 100% zeker meer, alhoewel, nu ik erover nadenk. Dat was toen met zijn ‘dikke arm’. Al een maand ofzo had hij een opgezwollen arm, vanaf zijn elleboog was hij dik en voelde hij raar aan. Hij was wel 20 keer naar de dokter geweest, ziekenhuis,huidarts,… nergens vonden ze wat het was. Hij is zelfs een maand naar de kinesist geweest om daar een soort van massage te krijgen. Maar toen, die ene avond, wisten ze eindelijk wat het was. KANKER. Het boze woord was terug. Na 10 jaar. Ik weet nog perfect welke beelden er op TV voorbijflitsen. Ik weet nog dat ik overal kippenvel kreeg. Maar iets zeggen deed ik niet. Papa gaf nog een beetje meer uitleg maar veel viel er nog niet te zeggen want het was zogezegd nog niet helemaal zeker dat het wel degelijk kanker was. Maar ik was wel overtuigd. Wij allemaal eigenlijk, maar dat zeggen deed niemand natuurlijk.

Die avond was het begin van de lange, harde, moeilijke kanker-weg. Véél uitzaaiingen, véél chemo, véél bestralingen, véél operaties, véél slecht nieuws. En telkens hadden we nog goede hoop. Elke keer kregen we te horen dat het na die ene chemo in bedwang werd gehouden of misschien zelfs weg zou zijn. Alhoewel, over dat weg zijn, dat zeiden ze enkel de eerste maanden. Want zo was het, enkele maanden slecht, enkele maanden goed, te goed blijkbaar want dan werd alles weer slechter. En slechter en slechter en slechter. En toch dachten we elke keer dat het niet slechter kon (dat dacht ik toch). En toch werd het élke keer slechter. Waarom? Dat weet niemand. Dat zal niemand ooit weten, dus daar probeer ik mij niet druk in te maken.

De verschillende operaties die mijn papa heeft ondergaan:

  1. een stuk van de dunne darm (of was het de dikke? geen idee meer van eigenlijk) weggenomen
  2. een hersenoperatie (wat ze hebben weggenomen: geen idee, blijkbaar was het niet de tumor want die was nadien zomaar terug)

Oké, ik dacht dat het meer als 2 operaties waren. Blijkbaar ben ik fout ofwel ben ik er ééntje vergeten ofzo maar nu het hier zo staat lijkt dat zo weinig terwijl het toen allemaal zo veel leek. Het maakt eigenlijk niet zoveel uit.

Het komt er gewoon op neer dat de laatste 2 jaar van mijn papa ‘ziekenhuisjaren’ waren. 2 zomers lang in het ziekenhuis. Alhoewel, de laatste zomer was maar de helft van de zomer in het ‘nepziekenhuis’. De Cirkel, de palliatieve afdeling. Palliatief, dat is toch een véél te mooi woord om zoiets engs uit te drukken. Een afdeling in het ziekenhuis waar je SOWIESO dood gaat. Niemand die daar terecht komt gaat daar gezond weg. Iedereen die daar binnenkomt wordt dood weggevoerd.

Die laatste 2 jaar heb ik eigenlijk nooit beseft dat mijn papa écht weg zou gaan, écht dood zou gaan, écht voor altijd en altijd foetsjie. Soms bedacht ik mij wel dat het niet goed zou aflopen. En altijd dacht ik dat ik dat eigenlijk al lang aanvaard had, dat hij dood zou gaan. En omdat ik dat dacht, dacht ik er verder niet zoveel over na. Ik had het moeilijk, ja, maar hélemaal niet zo moeilijk als nu. In vergelijking met nu was dat toen niets.

Over de laatste 3 maand kan ik een heel boek schrijven maar dat ga ik nu niet doen. Misschien een andere keer. Nu zal ik het op een korte samenvatting houden.

De dag dat ik mijn tweede examen moest leren las ik een mail van mijn mama waaruit ik kon afleiden dat papa dood ging gaan. Snel. De dag daarna kwamen mama en papa thuis van het ziekenhuis (dat rijmt!) en toen wist ik het dus eigenlijk al allemaal. Maar ik had dat tegen niemand gezegd, zo ben ik hé. Mama vertelde het. Mama weende. Papa weende. Ik weende. Echt in die volgorde. Mama troostte mij, ik troostte mama en papa troostte mij. En nu ik dit typ vraag ik mij af wie papa troostte. Niemand! Als ik daaraan denk hoe mijn papa zich gevoeld moet hebben, al die maanden, al die tegenslagen, al die pijn, al die angsten, alle zorgen, alle frustraties, zoveel dat ik niet eens weet omdat we er nooit of nooit over hebben gesproken… Spijt, inderdaad. Spijt: te laat.

Wat ik altijd al had gedacht was dus werkelijkheid geworden: mijn papa ging doodgaan (ja, iedereen gaat dood maar niet iedereen op deze manier). En wat deed ik? Natuurlijk weer niets. Niets of niets. Ik heb het niet beseft wat er mij te wachten stond. Vooral de eerste maand deed ik niets speciaals. Ik deed alle dingen die ik ervoor deed, er was niets veranderd. Pas toen we voor de laatste keer op vakantie gingen met ons vijf, toen kwam er een soort van klik. Ik dacht dan toen toch, als ik nu op die momenten terugblik was er eigenlijk niet echt een klik. Ik begon mij wel meer en meer te realiseren dat mijn papa ging doodgaan. Maar die hoop blijft er toch altijd ergens. Ergens diep vanbinnen blijft er altijd hoop, zelfs op de slechtste momenten. Zelfs de laatste dagen van zijn leven was er ergens heel ver weg nog een tikkeltje hoop, heel klein, maar het was er. Tevergeefs.

Na die vakantie werd alles stilaan slechter. Want dat was het rare, tijdens die vakantie, of ervoor, konden we amper merken dat papa ziek was. Hij had minder uithoudingsvermogen maar veel meer was er niet veranderd. In zijn gedachten en denken misschien, maar fysiek niet. Pas op de avond van de verjaardag van mijn broer (7 augustus) begon het allemaal écht. Ik wil nu niet alles daarover vertellen want als ik aan deze ‘fase’ begin, dan volgt er nog een hele stroom woorden en waarschijnlijk ook tranen. Dus dat hou ik echt voor een andere keer. SPANNEND! (niet dus)

& ze leefden niet meer, zeker niet lang en gelukkig.