Tagarchief: zwaar

De dood is mijn leven

Standaard

Soms, heel soms, of eigenlijk wat vaker als heel soms, heb ik het gevoel als het allemaal nog maar pas gebeurd is. Dat mijn papa nog maar net gestorven is. Dat er nog geen 3 jaar voorbij is maar 3 uur. En dat ik zijn armen dan weer zo graag om mij heen wil voelen.

De laatste maand ben ik er weer veel meer mee bezig. De dood van mijn papa is haast mijn leven. Het is niet zo extreem als in de beginperiode, maar toch weer veel meer dan deze zomer bijvoorbeeld.

Hebben de donkere dagen er iets mee te maken? Of de feestperiode nog? Of is het omdat ik weer wat meer in aanraking kom met mensen die hebben meegemaakt wat ik heb meegemaakt? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik het niet fijn vind.

Wanneer ik de afgelopen maanden eens even wat verdrietig was, wat eigenlijk helemaal niet zo vaak meer gebeurde, huilde ik wat. Een uurtje ofzo en alles was eruit. En ik kon weer verder. Maar wanneer ik nu verdrietig ben, komt dat vreemde gevoel in mijn buik terug naar boven. Pal in het midden, alsof er een baksteen in zit die er NU uit wil. Als ik dat gevoel heb, word ik bang. Ontzettend bang. Bang omdat ik dan vrees dat ik de dood van mijn papa niet goed verwerkt heb of aan het verwerken ben.

Dat vraag ik me zo vaak af: verwerk ik het wel goed? Doe ik de juiste dingen? Doe ik te weinig of te veel? Praat ik te weinig en krop ik het op? Krijg ik binnen een aantal jaar een inzinking? Of is dit gewoon een nieuwe fase in het verwerkingsproces? Is dit tijdelijk en gaat het binnen enkele weken terug beter gaan? Stel ik te veel vragen? Moet ik het niet gewoon allemaal op mij laten afkomen?

Misschien wel.

Maar de dood is mijn leven. Ik leef met de dood. De dood van mijn papa zit voor altijd in mijn gedachten. Elke dag leef ik ermee. De ene dag is geweldig en de andere dan weer geweldig moeilijk. Maar moeilijk moet ook gaan hé.

Ja, moeilijk gaat ook. “Niet drijven over hé, meid.” zou mijn papa zeggen, waarmee hij bedoelde dat ik niet moet overdrijven.

Die ene week – deel 1

Standaard

Ik heb het gevoel dat ik moet verder gaan met mijn verhaal, dus dat doe ik dan ook.

Ik ben gestopt bij die ene nacht, dus nu ga ik verder met die ene week. De week na de dood van mijn papa.

Van de ochtend na die ene nacht weet ik niet veel meer. Ik weet niet meer of ik vroeg wakker was, ik weet niet meer of ik mij meteen heb aangekleed (maar ik veronderstel van niet). Ik weet wel nog dat ik samen met mijn mama op de chauffage ben gaan zitten. Dat is ons gezellige plekje of het plekje waar we troost en warmte zoeken, letterlijk dan. Daar, op de chauffage, heeft mama gebeld naar mijn broers. Daar heeft ze hen met een krop in de keel en tranen op haar wangen verteld dat hun vader gestorven is. En dat ze best naar huis kwamen maar dat ze hen niet mochten haasten.

Ik weet niet meer wat we in de tussentijd hebben gedaan. Ik weet niet of er hier thuis toen al iemand van de familie aanwezig was. Ik weet enkel nog dat Jeroen eerder thuis was dan Pieter. En dat Pieter zich geen houding wist te geven wanneer hij binnen kwam. Jeroen kwam mij en mama meteen knuffelen, Pieter niet. Meer weet ik niet meer.

Blijkbaar zitten de herinneringen aan de volgende dagen veel verder dan de momenten vlak na zijn dood. De hele week na de dood van mijn papa is heel vaag. Ik kan mij nog stukken herinneren maar ik weet vaak niet wat zich op welke dag heeft afgespeeld.

Op een bepaald moment waren er veel mensen bij ons thuis. Dat was volgens mij zaterdag, de eerste dag dus na de dood van mijn papa. Wie er allemaal aanwezig was, weet ik niet meer. Ik denk dat ze rond de middag op ‘bezoek’ gingen bij mijn papa. Iedereen vroeg of ik niet mee wou maar ik had al lang beslist dat ik zijn lichaam nooit meer wou zien. De enige die het begreep, waren mijn tante en nicht. Mijn nicht is toen bij gebleven. Iedereen ging dus kijken naar mijn dode papa terwijl wij gezellig in de zetel naar Ice Age aan het kijken waren. Toevallig ook één van mijn papa zijn favoriete films. Geen idee welke Ice Age het was. Ik denk ook niet dat ik echt aan het opletten was. Gewoon wat kijken naar de beelden zonder na te denken of zonder eigenlijk te horen wat er gezegd wordt. Maar het was goed zo. Nog voor ik het wist, was iedereen al terug. Dat is een moment dat ik mij nog goed kan herinneren.

Daarna zijn we volgens mij begonnen aan de voorbereidingen voor de begrafenis. Eerst het doodsprentje. Mijn tante had allemaal voorbeeldjes bij. De begrafenisondernemer was ook van de partij. Dat was nogal een vreemde man. Ook helemaal niet sympathiek vond ik. Achja. Foto’s zoeken, foto’s vergelijken, tekstjes zoeken, tekstjes vergelijken, … Een keertje heel hard beginnen wenen, een keertje getroost worden, een keertje lachen, je een keertje schamen voor je lach, … Het is allemaal zo’n mengelmoes van gevoelens en gedachten. Je kan jezelf niet volgen, het gaat allemaal zo snel. En dat terwijl je al maanden wist dat dit eraan zat te komen.

Normaal gingen ik en mijn mama zaterdag naar de bib gaan, elk jaar is het een speciale ‘dag van de bib’ waarop je gratis CD’s en DVD’s mag ontlenen. Ik had de vrijdag allemaal leuke CD’s enzo opgezocht die ik wou ontlenen. Ik had alles netjes opgeschreven. Spijtig genoeg bracht de dood van mijn papa alle plannen in de war. We zijn niet meer in de bib geraakt. Mijn tante (de zus van mijn mama) werkt in die bib en zij moest wel nog even langsgaan. Zij had voor mij dan toch nog enkele CD’s geleend. En hetgene dat mij vooral is bijgebleven zijn de bladwijzers. Eentje met mijn naam, eentje met die van mijn broers, eentje met die van mijn mama én eentje met die van mijn papa. Ze had die speciaal nog laten maken. Alsof ik een bladwijzer ga gebruiken met ‘Koen’ erop? Maar het was wel lief bedoeld, dat wel.

’s Avonds kwam er een super lieve vriendin langs. Ik kende haar nog maar minder dan een maand. Maar toen ik haar het slechte nieuws sms’te, belde ze mij meteen om te vragen of ze langs moest komen. Er hadden ook al 3 andere vriendinnen hetzelfde voorgesteld. Op één of andere manier had ik daar geen behoefte aan. Of geen zin in. Maar het bezoek van mijn ‘nieuwe’ vriendin, dat zag ik wel zitten, ik liet haar langskomen. Hoe lang we hebben gepraat, dat weet ik niet meer. Ik weet wel dat ik niet zo heel veel heb gezegd. Ik was vooral aan het wenen en ik werd getroost en geknuffeld. Haar bezoek heeft mij echt enorm veel deugd gedaan. Gewoon ook eventjes wat andere verhalen horen, over haar nieuwe vlam bijvoorbeeld, deden mij deugd. Ik weet nog dat ze een paar dagen later verschoot dat ik haar verhaal nog wist. Ze dacht dat ik dat al vergeten was. Misschien was ik ook meer dan de helft vergeten maar dat stukje wist ik nog. Vanaf dat bezoek wist ik het zeker: ik sta er niet alleen voor. Ik kon mij echter nog helemaal niet voorstellen hoe de volgende maanden, jaren, … gingen verlopen. Volgens mij was dat het gene wat ik mij constant afvroeg: wat gaat er allemaal op mij afkomen? Hoe ga ik erop reageren? Hoe gaan andere mensen erop reageren? Wat als ik het nooit kan verwerken? Wat als ik gek word van verdriet? Enzoverder enzoverder.

 

De dag erna, zondag dus, was alles ongeveer hetzelfde denk ik. Misschien zijn we die dag een kist gaan uitkiezen, ofwel was dat maandag, dat weet ik niet meer.

Zoals altijd, vond ik het belangrijk dat ik mijn schoolwerk niet liet liggen. Ik had nog een taak te maken, dus daar begon ik aan te werken. Normaal moest ik daar een kind van de lagere school voor interviewen. Dat heb ik maar achterwege gelaten, ik heb mijn (ik denk toen 14-jarige) nicht geïnterviewd. Niet de nicht die mee naar Ice Age had gekeken. Eén van mijn vele andere nichten.

Wat we voor de rest hebben gedaan, dat weet ik niet meer. Echt niet.

 

Tijd voor maandag. Maandag, een schooldag, dus ging ik naar school. Ik schraapte al mijn moed bij elkaar en was eigenlijk blij dat ik thuis weg kon. Even weg van al het verdriet.

Die ene lieve vriendin, die al op bezoek was geweest, nam altijd samen de trein met mij. Ze kon mij dus meteen opvangen. Volgens mij heeft ze die dag bijna geen seconde van mijn zijde geweken, voor zover ik mij kan herinneren. Want veel weet ik er eigenlijk ook niet meer van.

De blikken, die starende blikken, die herinner ik mij wel nog perfect. Ik zag en voelde hoe ze naar mij keken. Allemaal. Ook de leerkrachten. Dát is dat meisje dat haar vader is verloren. Ocharme het kind. Ik kon er niet echt tegen. Niemand die iets zei, enkel die blikken. Of misschien waren er wel enkele die er iets van zeiden maar het zullen er toch niet veel geweest zijn.

Tijdens de pauze ging ik naar het toilet, daar kwam ik 2 andere goeie vriendinnen tegen. Ze wisten zich geen houding te geven. Eentje vroeg: “Gaat het een beetje?” Volgens mij heb ik toen het volgende geantwoord: “Nee, maar het zal toch wel moeten gaan hé.” Daarna heb ik mij even opgesloten op het toilet. Daar zat ik veilig. Veilig genoeg om de tranen te laten lopen. Ik had geen zin om terug naar de klas te gaan. Maar ik moest, ik verplichte mijzelf, ik kon niet daar blijven. Dus ik stond recht en ging de klas opnieuw binnen. Met rode ogen en wangen ging ik braaf op mijn stoel zitten. Opnieuw diezelfde blikken. En een troostend gebaar van mijn lieve vriendin. Wat was ik blij dat zij er was.

’s Middags moest ik naar huis. We moesten opnieuw naar de begrafenisondernemer. Ik denk om de urne enzo uit te kiezen. Ik nam afscheid van mijn vriendin. Zij ging samen met de rest van de ‘klik’ gezellig iets eten. En ik bleef achter. Ik had nog even afgesproken met een andere vriendin, Lissa, ik ken haar al sinds de kleuterklas. Samen zaten we op de trap, naast de cafetaria van onze school. Veel zeiden we niet. Er waren dan ook geen woorden om duidelijk te maken hoe erg we het allebei vonden. Dus even later vertrok ik dan maar.

Weg van school, terug op weg naar het verdrietige thuisfront. Om daar dan een urne uit te kiezen. En dat was ook het moment waarop we ontdekten dat er een hele sector bestaat i.v.m. urnen en andere dingen om assen in op te bergen. Kettingen, ringen, armbandjes, fotokaders, … Urnen in alle kleuren van de regenboog en in alle mogelijke formaten: van een mini ‘knuffelurne’ tot een grote urne voor je dode kat (inclusief met een kattenpootjes design).Door die grote keuzemogelijkheid konden we niet meteen beslissen. We mochten zijn folders mee naar huis nemen om nog eens goed na te denken.

Het is echt zoals ze zeggen: er komt veel meer bij kijken dan je denkt!

 

De rest van ‘die ene week’ is voor een andere keer. Het is zwaar en vermoeiend om alle herinneringen naar boven te laten drijven.

Bijna is alweer voorbij

Standaard

Wat een paar dagen geleden nog ‘bijna’ was, is nu alweer verleden tijd. Mijn papa is nu welgeteld twee jaar en 1 dag dood. Het is en blijft een eng en vies woord: dood. Maar ‘overleden’ vind ik dan weer te chique klinken. Daarom schrijf ik liever ‘dood’. Want dat is hij uiteindelijk ook, morsdood. Steendood. Doder dan dood.

En ik heb misschien 26 tranen gelaten, veel meer zal het niet geweest zijn. 26 tranen, vermengd met het water uit de douche. Want ja, na lange tijd is het mij nog eens gelukt om te wenen. En dan nog wel in de douche. En ja, ik heb mijzelf weer maar eens verplicht om te stoppen met bleiten. Want het haalt toch niets uit. En mijn mama moest niet zien dat ik geweend had.

Ze had het al moeilijk genoeg, ik zag ’s morgens dat ze wat geweend had. Maar natuurlijk heb ik er niets van gezegd. Want zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Zwijgen is uiteindelijk ook goud, zoals het gezegde zegt.

Er hebben niet veel mensen aan ons gedacht. Of ik kan beter zeggen: er hebben niet veel mensen aan mijn papa gedacht. Mijn peter (de broer van mijn papa) zette een kaarsje als profielfoto op zijn facebook en hij stuurde een smsje naar mijn mama. Dat was het.

De andere broer van mijn papa, mijn nonkel dus, stuurde bloemen op. Met een lief kaartje eraan: twee jaar geleden al, het is net of het gisteren was. we denken aan jullie. Dat vond ik wel heel erg lief. Hij (en zijn vrouw/vriendin eigenlijk) stuurden vorig jaar ook bloemen op mijn papa zijn sterfdag. Ik vraag me af of het binnen een jaar of 7 een verplicht nummertje wordt, die bloemen sturen.

Mijn oma, die van mijn mama haar kant, heeft gebeld met mijn mama en heeft blijkbaar over van alles en nog wat gebabbeld, maar heeft geen woord gezegd over mijn papa. Waarschijnlijk was ze het helemaal vergeten. Haar geheugen gaat de laatste tijd wat achteruit.

En mijn vriendinnen wisten dat het ‘die ene speciale dag’ was, maar hebben ook niet echt iets speciaals gezegd of gedaan. Maar dat neem ik hen helemaal niet kwalijk. In hun plaats zou ik ook niet weten wat te doen.

 

Dus om mijn verhaal samen te vatten: het was een eenzame, lange, saaie, moeilijke dag. Vol verdriet in mijn hoofd, hart en buik. Maar uiteindelijk is het ook maar een dag zoals een ander. Of dat probeer ik mijzelf toch wijs te maken. Geloven doe ik het voorlopig nog niet echt.

 

Ik wil wel proberen om mijn gevoel van de afgelopen (en waarschijnlijk de komende dagen ook) te beschrijven maar het lukt mij niet echt goed. Ik voel mij vooral eenzaam, verdrietig, zenuwachtig, onzeker, bang, wanhopig en soms hopend. Soms ook intens ongelukkig. Of zelfs nutteloos en zinloos. Dan bedenk ik mij waarom het nog zin heeft dat ik mijn best doe om iets te worden of te betekenen in deze grote, boze, harde wereld.

Eenzaam is misschien wel, nu ik er verder over nadenk, het meest overheersende gevoel. Er zijn veel mensen die mij willen steunen en die zeggen dat ik op hen kan rekenen. Maar uiteindelijk sta ik er altijd alleen voor. Het is mijn verdriet. Ik kan het delen zo graag en zo veel als ik wil. Het blijft bij mij en van mij. Het kan misschien heel erg traagjes minderen, maar het grootste gewicht blijft in mij zitten en rond mij hangen.

Doordat ik zelden (of eerder nooit) nog praat over mijn verdriet, verleer ik steeds meer en meer hoe ik erover moet praten. Ik kan het gewoon echt niet meer. Ik wil er wel over praten, maar ik kan het niet. Iemand moet de woorden uit mij sleuren, anders lukt het niet. En er is bijna niemand die dat begrijpt. Ze willen het wel begrijpen, ze proberen misschien zelfs hard, maar het lukt niet.

En dan zijn er nog de vele andere mensen die denken dat je na 2 jaar er wel over bent. Ik hoef jullie waarschijnlijk niet uit te leggen dat dat niet zo is.

Ik zit vast in mijn verdriet. Ik functioneer normaal, je ziet mijn verdriet niet. Maar het is er wel. Diep vanbinnen, goed verstopt, onder mijn glimlach en achter mijn domme mopjes. En soms zou ik willen schreeuwen, schreeuwen van verdriet, van pijn, van wanhoop, van ellende. En schreeuwen tot mijn papa mij kan horen en begrijpt dat hij terug moet komen.

 

mooi......

De Cirkel

Standaard

Er zijn weer ‘oude’ herinneringen naar boven gekomen. Tijdens de les godsdienst zagen we een filmpje waarin enkele verpleegsters een bijbelverhaal moesten lezen en daarna moesten ze er hun mening over geven. Eén van die verpleegsters kwam mij al meteen bekend voor. Toen ze daarna beter in beeld kwam, wist ik het zeker. Het was één van de verpleegsters van mijn papa, toen hij al op de palliatieve afdeling, de Cirkel, lag.Ik schrok echt toen ik het helemaal door had. Ik was er helemaal niet goed van. Het was echt raar om haar nog eens terug te zien. Het zag er wel al een heel oud filmpje uit, maar ik herkende ze duidelijk én haar naam kwam erop, dus toen wist ik het 100% zeker.

Meteen kwamen er allemaal dingen terug die ik al helemaal was vergeten.

Het was net die ene verpleegster die mijn mama ’s nachts heeft opgebeld om te vertellen dat mijn papa was gestorven. Het was net die ene verpleegster waar we zo goed mee overeen kwamen, mijn mama vooral. Dat was de enige die echt met ons begaan was. Zij was de enige die gevoelens toonde. Alle andere verpleegsters of verplegers waren veel koeler. Dat begrijp ik helemaal, je kan niet altijd helemaal meegaan in het triestige verhaal van de patiënten, dat is niet vol te houden. Maar zij deed dat dus wel en vooral bij ons. Niet zo zeer bij de andere mensen daar.

Mijn papa was dan ook de jongste die ze tot dan toe hadden gehad op de afdeling. En dan nog met 3 tamelijk jonge kinderen. Mijn papa is er ook heel lang gebleven. Het gebeurt daar niet vaak dat er mensen langer als een maand blijven. Ik heb meegemaakt dat er iemand 1 nacht is geweest en de volgende dag meteen in gestorven. Soms ging het er echt zo snel. Volgens mij is het gemiddelde verblijf daar een kleine twee weken.

Ik weet niet meer hoe lang mijn papa er exact heeft gelegen. Maar het was sowieso een maand. Een hele enge maand. Een maand vol bang afwachten. Een maand vol nieuwe ervaringen. Een maand vol pijn en verdriet. Maar ook een maand waarin er plaats was voor opluchting. We waren allemaal heel erg opgelucht dat hij daar was. Het was thuis niet langer vol te houden.

Ik heb een enorme bewondering voor wie iemand jaar in jaar uit thuis verzorgt. Of voor mensen die hun dierbare thuis laten sterven. Ik ben heel blij dat mijn papa daar is gestorven. Als hij thuis was gestorven had die vieze herinnering hier steeds blijven rondhangen. Nu speelt die herinnering zich af op een plaats waar ik, hopelijk, nooit meer hoef te komen. Maar langs een andere kant, vind ik het wel jammer dat mijn papa helemaal alleen is gestorven. Zeker wanneer ik verhalen hoor, lees of zie van mensen die bang zijn om alleen te sterven. De gedachte dat mijn papa helemaal alleen, op een akelige en ongezellige en onbekende plaats is gestorven, doet mij nog steeds heel veel verdriet en pijn.

Maar dan denk ik weer dat mijn papa dapper genoeg was om alleen te sterven. Of soms denk ik dat hij het gewoon niet meer besefte. Maar soms denk ik ook dat hij alles nog perfect besefte. Ik weet het niet.

Alle herinneringen aan de Cirkel doen mij pijn en maken mij enorm verdrietig. Zo verdrietig dat ik het heel, heel moeilijk vind om erover te schrijven. Erover praten zou ik al helemaal niet kunnen.

Kon ik de tijd maar terugdraaien. Dat denk ik dan stilletjes…

Trying to get inside her soul

Standaard

Binnen ongeveer 4 uur is mijn papa 1 jaar dood.

Dat klinkt zo ongeloofwaardig en toch is het de waarheid. De harde waarheid.

Hoe ik mij nu voel kan ik niet echt beschrijven maar ik zal een poging wagen.

Ik voel mij raar, verward, moe, eenzaam, triestig, ongeduldig, voorzichtig, angstig. Maar toch ook een beetje vrolijk op sommige momenten. Want eerlijk gezegd had ik gedacht dat ik mij op deze moment veel slechter zou voelen. Ik heb een paar moeilijke momenten gehad de laatste week maar het viel veel beter mee als ik eerst had gedacht. Ik denk dat mijn enorme hoop schoolwerk er voor een groot deel tussenzit. Ik ben constant bezig voor school. Letterlijk vanaf ik opsta tot ik ga slapen. (naast mijn bed liggen 3 boeken voor school waarin ik lees als ik ga slapen en als ik opsta) Ik word bijna achtervolgd door het schoolwerk.

En mijn verdriet en gemis sleept er zo maar een beetje achter. Het is de schaduw van mijzelf. Zoals die ene mooie spreuk. “Loop met je gezicht in de zon, dan valt de schaduw achter je.” Ik probeer in de zon te lopen, ik probeer me te amuseren. Dat lukt ook vaak. Maar niet altijd. En de momenten waarop dat niet lukt overvalt de schaduw mij en overmeestert hij mij. Dan slokt het verdriet mij op en verdrink ik bijna. Maar ik heb geleerd hoe ik moet blijven verder zwemmen. Dat probeer ik dan ook zoveel mogelijk te doen.

Dit doet mij trouwens denken aan een gedicht dat iemand tijdens mijn lessen voordracht voorleest.

“Als ik één ding kan is het liefhebben. Dat lijkt niet veel bijzonders, maar ik ben er trots op.
Ik heb het geleerd zoals een zwerfhond leert zwemmen: omdat hij met de rest van de worp in een jutezak werd gepropt en in een snelstromende rivier is geworpen.
Die ene die het tegen alle verwachtingen in gered heeft, dat ben ik.
Met in mijn oren nog het gejank van degenen die het niet haalden, moest ik leren ergens van te houden.
Ik ben niet onder gegaan.
Ik heb de kant bereikt.
Ik heb lief.
Andere mensen dragen hun verdriet in hun hart.
Ongezien holt dat hen vanbinnen uit. Het is mijn redding geweest dat ik mijn verdriet aan de buitenkant draag, waar het niemand kan ontgaan.”

 

Een heel, heel mooi gedicht. Maar het past niet helemaal bij mij. Ik draag mijn verdriet langs de binnenkant. En inderdaad, het holt mij uit.

Door met mijn mama te praten probeer ik het naar buiten te brengen. Morgen gaan we weer een stapje zetten. We gaan oude foto albums bekijken. Herinneringen ophalen. Denken aan papa. Dat mag wel op zo’n dag als morgen. 1 jaar… Niet te geloven…
Papa, ik mis je!

 

I might be a little closer to you

Standaard

Amai, amai, amai. Wat een dag! Wat een goeie dag eigenlijk.

Ik heb een stap gezet. Een grote stap vind ik.

Ik heb een mail verzonden naar mijn mama. (ja, een mail naar mijn eigen mama, zo raar ben ik) Ik heb geschreven dat ik volgens mij klaar ben om met haar te praten, dat ik het wil proberen maar dat ik niet zeker weet of het gaat lukken. Maar proberen is al een stap. En die mail sturen was ook een stap. En zo ga ik been voor been vooruit. Zo wil ik been voor been gelukkiger worden. Zo wil ik been voor been het verlies van mijn papa een plaats geven. En zo wil ik been voor been kunnen glimlachen als ik aan mijn papa denk.

En dit allemaal heb ik te danken aan dat ene meisje (vrouw) waarover ik al eerder heb geschreven. Ik heb deze middag lang met haar gepraat. Zij heeft vooral verteld over haar verlies en hoe zij ermee is omgegaan. En dat vond ik perfect. Ik heb veel geleerd door naar haar te luisteren. Ik heb ook verteld dat ik er niet met mijn mama over kan praten en dan hebben we bedacht dat ik een mail kon sturen. En voor de eerste keer had ik het gevoel dat ik het ook écht ging doen. Zo komt het dus dat ik die mail ook écht, écht, écht heb verzonden!

Het enige dat ik nu kan doen is bang en zenuwachtig afwachten. Maar ik heb een stap gezet. En voorlopig voel ik mij opgelucht.

De volgende stap is dat ik morgen, na school, de deur open en haar zie staan. En dat we ‘moeten’ praten of wenen of weet ik veel wat.

 

 

Every now and then I see you cry

Standaard

Het verdriet heeft mij weer eens overvallen. Of overspoeld is misschien een beter woord. Of ondergedompeld. Of doen happen naar adem.

Er zijn zoveel woorden om het te beschrijven. Maar pas als je het echt hebt gevoeld, dan weet je wat ik bedoel.

Ik was op weg naar school, met mijn i-pod op (sinds het nieuwe schooljaar zit ik altijd alleen op de trein dus is mijn i-pod mijn nieuwe BFF). Ik heb veel – vooral eigenlijk – triestige liedjes erop staan. Toen ik deze ochtend die liedjes hoorde werd ik dus overspoeld door het verdriet. Met tranen in mijn ogen zat ik op de trein. Met tranen in mijn ogen stapte ik de school binnen. Met tranen in mijn ogen stapte ik richting toilet. Daar sloot ik mij op. En de tranen liet ik vrij. Ze moesten eruit. Ik voelde het. Ik kon ze niet langer bedwingen. Ik moest mij inhouden om daar niet te blijven zitten en te blijven wenen. Maar zo ben ik niet. Ik zet door, ik probeer. Met rode ogen ging ik richting klas. (wat mij trouwens doet denken aan de titel van mijn blog gisteren, wat zoals altijd een zinnetje is uit een liedje)

Ik heb mij door de dag gesleept. Vooral de eerste lesuren had ik het nog heel moeilijk. Ik haat het om in de les te zitten terwijl het enige waar ik zin in heb wenen is. Dan wil ik naar buiten rennen en in een hoekje gaan zitten snikken. En dat gaat niet. Ik zou het ook nooit durven.

In de namiddag heb ik mij wel geamuseerd. Maar zodra ik niets meer om handen had, behalve naar de leerkracht haar uitleg luisteren, werd ik alweer triestig en gingen mijn gedachten automatisch naar mijn papa.

 

Ik heb het zo moeilijk met het naderen van 15 oktober. Dan is het 1 jaar. 1 jaar! Ik kan het niet geloven.

Deze week heb ik al elke nacht wakker gelegen en gedacht aan vorig jaar. Aan de begrafenis, aan de laatste weken, de laatste maanden, aan de dagen na zijn dood, aan de dagen na de begrafenis, aan zo veel. Ook zijn er veel dingen die ik mij nu plots weer herinner aan die periode. Geen leuke dingen. Allemaal triestige dingen. Overal zijn er triestige dingen. Ik ben ook zo bang voor de komende dagen, weken. Ik ga het nog zo lastig krijgen. Ik ga nog vele avonden en nachten wenen. En ik kijk er alles behalve naar uit. Maar het kan niet anders.

Kop op en been voor been vooruit.

 

 

 

I understand that every life must end.

Standaard

1 + 1 = 2

Maar vandaag is 1 + 1 = 11 voor mij. 11 maand. 11 maand zonder mijn papa. Als ik eraan denk word ik zenuwachtig. Zenuwachtig omdat die 11 zo dichtbij de 12 komt. En die 12 is een jaar. En een jaar is lang. 11 maand is ook al lang, vind ik toch, maar 1 jaar lijkt véél langer. Ik moet daar nu nog niet aan denken, ik weet het. Toch doe ik het. Automatisch.

Ik weet niet goed wat ik nu voel, behalve die zenuwachtigheid. Ik ben er nu al eventjes over aan het nadenken en ik weet het niet.

Ik voel dat ik mijn papa mis, dat ik wou dat hij hier was. Ik voel dat ik verdrietig ben maar niet extreem verdrietig. Ik voel een soort van rust.  Ik voel een soort van drukte. Ik voel mij leeg. Ik voel mij vol. Ik voel zoveel dat ik niets meer voel. Of zoveel dat ik niet meer weet wat ik voel.

Ik weet alleen dat ik 11 maand geleden nooit had gedacht dat ik je nu nog zou missen. Ik had niet gedacht dat het allemaal zo moeilijk ging zijn. Ik wist dat het zwaar ging zijn. Maar hoe zwaar wist ik niet. En zo zwaar had ik niet gedacht.

Ik weet nog dat ik zo vaak heb gedacht aan hoe het zou zijn zonder mijn papa. Maar ik kon het mij niet inbeelden. Dat is ook logisch denk ik. Hoe kan je je nu een leven voorstellen zonder de persoon die je zo graag hebt?  Niet. Het is gewoon een ander leven dat begint. Er is zoveel veranderd. De eerste maanden dacht ik dat er niet veel veranderd was, behalve dat hij er niet meer was. Maar er is wel veel veranderd. Zoveel dat ik het niet kan opschrijven. Ik ben veranderd. Mijn mama is veranderd. Mijn broers zijn veranderd. Ons huis is veranderd. Onze gewoontes zijn veranderd. Alles is anders. Alles is papa-loos.

En dat al 11 maand lang. 11 maand lang mis ik hem. En 11 maand lang heb ik gedacht: ‘komt er ooit een einde aan het gemis?’ En 11 maand lang wist ik dat het antwoord nee was.

I fall on my knees. Tell me how’s the way to be.

Standaard

Wauw. Ik zag net dat ik gisteren mijn honderdste post heb geplaats. En dan heb ik die nog niet eens zelf getypt. Ik heb hem laten typen omdat ik zo moe was. Moe en vooral pijn. Ik heb een belachelijk klein wondje aan mijn enkel en dat is ontstoken en opgezwollen en zéér pijnlijk. En dan moest ik gisteren juist ver stappen. De weg naar huis leek een eeuwigheid. Gelukkig was die lieve vriendin van mij er om mij te ondersteunen en om duizend keer te zeggen: “Pas op, rustig, we hebben tijd. Doe maar kalm.” Ons gezellig avondje was er aan door mijn gezaag en geklaag en gejammer over mijn voet. Ondanks de pijn hebben we soms toch goed kunnen lachen. Toen ik de trap op kroop bijvoorbeeld. Ik had super veel pijn en zij stond daar maar te lachen en als ik niet zoveel pijn had gehad, dan had ik ook de slappe lach gehad. Gelukkig was mijn voet deze ochtend beter. Maar helaas pindakaas, nu doet hij weer meer pijn.

Oké, ik ga stoppen met zagen. Toch over mijn voet.

 

100 berichten. 100 berichten waarin ik over mijn diepste gevoelens heb geschreven. Over dingen waar ik met niemand over durf te praten. Over belachelijke dingen. Over triestige dingen. Over moeilijke dingen. Over grappige dingen. Over twijfelachtige dingen. Over mijn gevoel.

En ik moet nog mijn verontschuldigingen aanbieden. Sorry dat ik eergisteren niet had geschreven wat mij gelukkig had gemaakt. Geen verontschuldigingen tegenover jullie. Maar tegenover mijzelf. Ik heb mijzelf teleurgesteld. Ik kan nog niet eens 35 dagen iets volhouden. Ik geef zo vaak dingen op. Dit wou ik zo graag volhouden. En het is al om zeep. Ik heb veel zin om ermee te stoppen. Maar dan geef ik wéér eens op. Dus ik moet volhouden. Dan is het maar eens 1 dagje dat ik het vergeten ben. Ik heb het de dag erna wel opgeschreven. Dat telt misschien ook een klein beetje. Maar volgens mijn gevoel niet echt. Ik voel mij als een opgever. En ja, jullie zullen wel denken dat dat overdreven is. Maar ik ben nu eenmaal een perfectionist en als er iets niet gaat zoals ik dat wil, dan word ik lastig, dan vind ik mijzelf een mislukkeling.

Oké, ik ga stoppen met zagen. Toch over mijn blog.

 

 

Daarstraks lag ik in de zetel en ik was tegen mijn papa aan het praten. Ik zal mijn geweldige monoloog eens opschrijven voor jullie.

 

“Dag papa.”

– stilte –

“Papa, waar zijt ge? Ik weet niet waar ge zijt. Hier bij mij of ergens in een ander leven of in de lucht of de hemel. Ik weet het niet. Zijt ge hier bij mij? Komt ge pas als ik mijn ogen sluit? Staat ge dan voor mij?”

– ogen toe –

“Papa? Als ik mijn ogen opendoe zijt ge weer weg. Misschien zijt ge er zelfs nooit geweest. Maar ik mis u. Ik mis u zo zo zo hard…”

– betraande ogen open –

 

Er zijn zo van die momenten dat ik zo’n dingen hoop. Hoewel ik weet dat het niet kan. Hij is gewoon dood. Een hoopje assen dat overal verspreidt is. Niet meer als dat. Zijn hele persoon, zijn zijn, is weg. Verdwenen. Dood. Soms verbaas ik mij daar zo over. Hoe is het toch mogelijk dat iemand kan doodgaan? Dat heel zijn persoonlijkheid, gedachten, gevoelens, gebaren, gezicht, alles, weg is. Dat er niets meer overblijft behalve de herinnering eraan. Niets tastbaar. Alleen een beetje gedachten aan hoe het allemaal was. Ik kan foto’s bekijken, of voorwerpen aanraken, of plaatsen bezoeken, maar hij is er nooit echt. Hij zal er ook nooit meer echt zijn. Dood. Voor altijd. Het lijkt zo onmogelijk, zo onrealistisch en toch is het de waarheid. De harde waarheid van deze harde wereld.

Zoals de titel van mijn blog zegt, we moeten samen verder, samen tegen de harde wereld. Die samen is iedereen. Mijn familie, mijn vrienden, maar vooral mijn papa. Ik moet samen met de gedachte aan hem verder leven. Verder leven in de harde wereld met het gedacht, met de waarheid, dat mijn liefste papa dood is. Samen tegen de harde wereld. Het zijn geen woorden die ik zelf heb uitgevonden. Het zijn woorden die de liefste vriendin ooit heeft geschreven naar mij. Die woorden raakten mij zo. In die woorden ligt zoveel waarheid. Die woorden vatten mijn verdere leven samen. Want ik moet verder. Ik moet samen met iedereen tegen de harde wereld opboksen. Want mij krijgen ze niet klein. De wereld is hard. Maar ik ook.

En mijn papa zeker.

 

37 – Toen ik een prachtig liedje luisterde. Muziek kan zo mooi en ontroerend zijn!

Burst wide open

Standaard

De tranen druppelen weer langs alle kanten. Ik kan ze niet meer tegenhouden. Wat ik nu voel heb ik nog niet zo veel gevoeld. En zeker de laatste tijd niet meer. Het alsof iemand met een hamer op mijn blijft slagen, ik wil roepen van de pijn maar ik kan alleen wenen. Mijn buik verdrinkt in de tranen en mijn hoofd barst van de tranen. Bij alles wat ik nu doe komen er weer nieuwe tranen. Het is alsof ik weer net weet dat mijn papa dood is.

Ik voelde net weer de drang om de foto’s te bekijken van mijn dode papa. Hoe hij daar ligt in dat bed, dat is mijn papa niet. Ik kan het niet anders zeggen. Dat is hem gewoon niet. Soms voelt het alsof hij nog leeft. Maar daarnet voelde ik duidelijk dat hij er niet meer is.

 

Ik heb eventjes ‘pauze’ genomen. Ik moest kalmeren. Ik was mijzelf niet meer. Het verdriet nam bezit over mijn lichaam.  Ik weende en weende en riep en stampte en ik knuffelde mijzelf, ik ging op de grond zitten, ik ging in de zetel liggen, ik weende en weende en ik snikte en snotterde en weende en weende. Het deed echt pijn. Zoveel verdriet doet pijn. Niet zo’n pijn als wanneer je in je vinger snijdt ofzo. Gemis-pijn. Die pijn valt niet te vergelijken met gewone pijn.

Het voelt alsof de wereld niet meer bestaat en alleen jij en je immens grote verdriet nog bestaan. Alsof je jaren lang geweend hebt en het enige wat je ooit nog zal kunnen doen, wenen is. Alsof je niet meer kan stappen omdat het verdriet je samendrukt en je benen pudding zijn. Het voelt alsof het verdriet eeuwen stond te wachten en het er plots allemaal tegelijk uit wil, zoals een massa mensen die zich naar binnen wurmt omdat ze stonden te wachten voor één of andere nieuwe coole winkel die gaat openen. Het is alsof je nooit geluk hebt gekend. Alsof je alleen ongelukkig kan zijn. Alsof je niets meer weet, behalve dat je die ene persoon mist. Alsof je lijf binnenstebuiten zit en al het verdriet er zo uit kan. Het is alsof je verstand zegt ‘ga weg verdriet’ maar dat het niet weet welk verdriet er weg gaat en of het ooit nog terug komt. Alsof het verdriet weg gaat maar onmiddellijk terug komt zoals een boemerang. Het is alsof het gemis je kapot gaat scheuren. Alsof je blijft steken in die grote snikken. Alsof je niet meer kan ademen omdat het verdriet al je woorden afneemt. Het is alsof je verdrinkt in je verdriet omdat je nooit hebt geleerd hoe je moet zwemmen. Alsof je in een heel dramatische film speelt en je de persoon bent die theatraal aan het wenen is. Het is alsof de zon is ontploft en de lucht zwart is. Alsof je nooit hebt bestaan en je nooit zal bestaan. Alsof het allemaal fantasie is terwijl je weet dat het echt is. Het is alsof jij de pijn bent.

 

Ik kan blijven doorgaan maar nooit zal er een zin zijn die precies kan uitleggen hoe ik mij voelde. Er zal altijd iets ontbreken. Ik zou even goed kunnen zeggen dat ik mij heel slecht voelde. Want dat is eigenlijk hetzelfde voor jullie. Jullie kunnen wel lezen hoe ik mij voelde, maar zolang je niet mijzelf bent, weet je niet hoe ik mij echt voelde. Ik ben ik en niemand anders. Mijn verdriet is mijn verdriet. Mijn woorden zijn mijn woorden. Jullie lezen en jullie denken. Jullie denken dat je weet hoe ik mij voel. Maar elk gevoel is anders. Elk verdriet is anders. Elke keer als ik ween voelt het anders. Deze keer voelde het anders. Intenser, dramatischer, gevoeliger en oneindiger.

 

Hoe ik gestopt ben met wenen weet ik al niet meer. Het was echt alsof ik iemand anders was. En ik denk dat ik plots naar mijzelf terugkeerde en dacht: rustig Sarah, het komt goed. Nu voel ik mij natuurlijk ook weer raar. Er is al 2 uur voorbij gegaan merk ik net. 2 uur en het leek 1 minuut terwijl het ook een eeuw leek te duren. Het lijkt alsof ik een week niet meer heb geslapen, mijn ogen pikken, mijn hoofd barst van de hoofdpijn, mijn keel doet pijn, mijn mond plakt toe, mijn neus zit verstopt van al dat gesnotter, mijn benen trillen nog en soms krijg ik plots kippenvel. Het lijkt alsof ik een hele inspanning heb gedaan, terwijl ik gewoon heel hard heb zitten wenen.

 

Ik had dus toch gelijk gisteren. Het is een moeilijke dag vandaag.